Ervaringen van vakantiegangers
Kerk en vakantie – vervolg
Toen ik in mijn artikel 'Kerk en vakantie' van enkele weken geleden lezers uitnodigde iets over hun vakantie-evaringen, met betrekking tot de kerkgang in het buitenland, op papier te zetten, kon ik niet vermoeden, dat daarop zo druk zou worden gereageerd. Belofte maakt intussen schuld. Uit datgene, wat ik in vele brieven en andere reacties kreeg aangereikt, wil ik daarom nu enkele hoofdmomenten weergeven, zonder dat ik overigens in kan gaan op wat elke briefschrijver of -schrijfster te berde bracht.
Gemeente ter plaatse
Uit vrijwel alle reacties wordt duidelijk hoe mensen, wanneer ze met vakantie in het buitenland vertoeven, toch in eerste instantie de gemeente ter plaatse willen ontmoeten. Velen gewagen daarbij van verrassende ervaringen.
Iemand schreef vanuit de eigen gemeentelijke situatie in Nederland, een kleine evangelisatie in het noorden des lands. In vakantietijd stelt men het daar op prijs als mensen elders uit Nederland de diensten bezoeken. Dan merken de gemeenteleden, dat de eigen kerk groter is dan wat ze van zondag tot zondag ter plaatse ervaren. De briefschrijver zegt: 'Voor de vakantiekerkgang hanteren we daarom dezelfde uitgangspunten. Eerst nagaan of er in het gebied, waar we naar toe denken te gaan een Evangelische of Reformierte Kirche aanwezig is.' De kerkgang in zo'n gemeente wordt dan eventueel nog aangevuld met een Nederlandstalige dienst. De ervaring in het Oostenrijkse Ramsau dit jaar was: de eerste zondag zevenhonderd kerkgangers, de tweede (een herdenkingsdienst) duizend. En, hoewel bepaalde dingen anders waren dan men thuis gewend is, de conclusie was: 'wij ervaren het samen opgaan met de plaatselijke gemeente als een extra dimensie van onze vakantie... Want zou de kerk in het buitenland geen smidse van de Heilige Geest zijn?'
Gemeenten in het buitenland zijn vaak klein of de kerkgang is slecht. In het Hervormd Weekblad schreef ds. P.E.G. Wiekeraad, wiens Nederlandstalige diensten in het Duitse Hallenberg ook in de jaarlijkse lijst in ons blad voorkomen, dat, als er op de laatste zondag van augustus nog maar 25 vakantiekerkgangers zijn, de kosteres hem toevoegt: 'altijd nog meer dan in de Duitse kerkdienst vanmorgen'. De overgrote meerderheid van (het roomse) Hallenberg heeft zo het idee – zegt Wiekeraad – van: 'evangelisch en toch naar de kerk gaan, dat is onbegrijpelijk'.
Ook in de Skandinavische landen is de kerkgang in doorsnee slecht. Een briefschrijver gewaagt echter van een dienst in Finland, waar 'tot hun grote verbazing' ongeveer 400 kerkgangers waren. Nu deden er die morgen 35 jonge mensen belijdenis des geloofs. Deze droegen allen een witte toga met opstaande kraag. Na afloop kregen ze van gemeenteleden een rode tulp. De tekst was uit Johannes 3. Vanwege de bekende melodie kon men de liederen in eigen taal meezingen. De woorden komen dan nog beter tot hun recht, zegt de briefschrijver.
Een ander schrijft echter over een dienst in Frankrijk op eerste Pinksterdag in de Eglise Reformée, met in totaal dertien Franse kerkgangers. Een mevrouw begeleidde de zang met twee vingers 'op een drukwindharmonium', een nalatenschap van grootmoeder. Na de preek vierde men voorin de kerk het avondmaal. Een collectant ging letterlijk met de pet rond. De aanwezigheid van in totaal ook dertien Nederlanders betekende voor die kleine gemeente een bemoediging. Na de dienst bespeelde de briefschrijver – in Nederland organist – het harmonium. 'Een simpele vierstemmige begeleiding bleek men hier op dit moment als zo'n rijkdom te ervaren, dat de organiste en haar zus van ontroering de tranen in de ogen schoten.' Een gehandicapte zong op het trottoir voor de kerk nog uit volle borst het hijgend hert. 'Hier mochten we iets ervaren van de eenheid in Hem, van de gemeente van onze Heere Jezus Christus, vergaderd uit alle volken en talen.'
De briefschrijver maakt intussen ook melding van Nederlandstalige diensten, met als meest bizondere geval, dat een mevrouw 110 kilometer had gereisd om haar vroegere dominee nog eens te horen. Verder zegt de briefschrijver, dat Duitsland een merkwaardig land is: over het algemeen weinig kerkgangers maar wel wordt de herinnering aan Luther overal levend gehouden. 'In Düsseldorf wordt bijvoorbeeld met luide stem in de tram de halte "Martin Lutherplatz" aangekondigd.'
Een predikant schreef over zijn ervaring in een Baptistengemeente in Vilnius, hoofdstad van Litouwen. Een deel van deze brief laat ik hier letterlijk volgen:
'Rond 8.30 uur parkeerden we de camper bij de kerk en zagen verbaasd dat na een half uur er al heel wat mensen in het kerkgebouw waren. Geknield op de kale planken, liggend achter hun stoel waren – overwegend oudere en merendeels vrouwelijke – gemeenteleden in gebed, hardop. En dat van 9 uur tot kwart voor 10! Langzaam stroomde de kerk vol: een gebouw, haast meer breed dan lang, met een galerij, waarop — hoe bekend! – veelal de jeugd zat, en een hoog podium, waarop het koor, een kleine preekstoel, stoelen voor de 'kerkeraad'. Terwijl het koor langzaam, aangrijpend en meeslepend zong, onbekende, Russisch-klinkende melodieën, ging de voorganger met ons en de kerkeraad voor in gebed in de consistorie. We werden op het hoge podium gezet. Een overweldigend uitzicht op een overvolle kerk, ca. 350 kerkgangers, tot in de garderobe toe gezeten. De feitelijke dienst konden we niet echt volgen vanwege de taal: het was een dienst van de Russische baptistengemeente in Vilnius (In de hoofdstad wonen naast 59% Litouwers ook 41% anderen, vooral Russen, maar ook Polen enz.). De Schriftlezingen werden ons ingefluisterd door onze tolk. Korte boodschappen, – rond Jesaja 53, de plaatsvervangend lijdende Christus! – werden afgewisseld door gemeentezang en koorzang. Ik werd uitgenodigd op de kansel en mocht niet alleen de groet van de gemeenschap der heiligen in mijn gemeente overbrengen, die geld en goederen had meegegeven, maar ik kon ook een samenvatting geven van de beide diensten van de afgelopen zondag. De dienst miste het bij ons bekende 'Pinkstergemeente-kenmerk' (uitroepen, getuigenissen enz.), maar wel dit: enkele malen ging de gehele gemeente in gebed: men knielde neer op de planken, achter de stoelen, en ieder bad hardop, daarin overluid voorgegaan door een lid van de kerkeraad, die ook het gebed afrondde. Ik moest sterk denken aan de eerste gemeente, waar men in gebed was waarop 'de plaats waar zij baden bewogen werd (Hand. 4 : 31)'. Zou die eerste gemeente – tegen de achtergrond van het joodse gebed – misschien ook zo gebeden hebben?
Het aangrijpendst was de viering van het Heilig Avondmaal. De voorganger hief een geheel, groot en rond brood op: de eenheid van Christus, de gehele Christus Die het brood des levens is! Persoonlijk ervoer ik de invulling van 'het brood des levens' meer uit dit opgeheven gehele brood, dan in onze diensten waarin het brood al van tevoren heel klein gemaakt is. Na het gehele brood – Christus, maar ook, zegt ons Avondmaalsformulier, de gehele gelovige gemeente als het lichaam van Christus – getoond te hebben, braken vele kerkeraadsleden het brood in stukjes. Ondertussen zong het koor en werden woorden, ook lofprijzingen op Christus en Zijn werk, gesproken. En wat zag ik vele, vele mensen in tranen, wat sprak er een verlangen, een begeerte, een verbondenheid met de Heere uit vele gezichten, zo oer-russisch, zo eenvoudig, zo simpel en sober! Gezichten die ik nooit meer zal vergeten.
Wie geen deel zou nemen, bleef zitten, maar bijna allen stonden, en toen de diakenen tussen de rijen doorgingen met het brood, zag ik dat ieder eerst het brood in de hand nam en in persoonlijk gebed ging...
En toen gebeurde dit: nadat de diakenen hun – lange – rondgang door de kerk hadden gemaakt en terugkwamen bij het podium, bleek er een oud vrouwtje vergeten te zijn. Ze kwam uit de menigte naar voren bij het podium en vroeg ook om het brood... en ik dacht aan onze Avondmaalsmijding... Zo ging later ook de beker rond.
Aangrijpend, zelfs zodanig dat ik voor het eerst van mijn leven in het buitenland deelnam aan een Avondmaalsbediening. In deze geloofsverbondenheid kon ik niet afblijven.
Dat de dienst duurde van 10.00 tot 12.30 uur maakte me blij en tegelijk ook verdrietig: hoevelen in Nederland willen nog wel een godsdienstoefening, maar dan graag zo kort mogelijk?'
Avondmaal
Deze laatste brief brengt me nog een keer op het avondmaal. In mijn artikel enkele weken geleden ging ik ook in op de kwestie van het avondmaal. Soms komt men als gastkerkganger er opeens voor te staan, dat het avondmaal wordt bediend. In dat artikel ging ik in op het feit, dat men dan zonder voorbereiding en soms in een bepaalde contekst (bijvoorbeeld zonder ambtelijk toezicht) bij een avondmaalsviering aanwezig is. Hierop kwamen allerlei reacties. Allerlei mensen hebben in dit verband geschreven over gezegende zondagen, waarop ze met de plaatselijke gemeente het avondmaal mochten meevieren. Iemand schrijft, dat het vreemd aandeed een avondmaalsviering mee te maken, waarbij diegenen, die niet zouden deelnemen, direct na de preek naar huis hingen. Dat gebeurt overigens op meerdere plaatsen. In het verleden was het in bepaalde gemeenten van gereformeerde signatuur wel gebruikelijk, dat alleen diegenen, die zouden deelnemen, werden verzòcht te blijven.
Overigens schrijven mensen over de verschillende vormen van avondmaalsviering: staande rondòm of zittend áán een tafel, of zittend op de plaats in de kerk, terwijl de ambtsdragers met brood en wijn langs komen. Soms was de dienst kort, soms heel lang. Beslissend is wat een briefschrijver naar aanleiding van een dienst opmerkte: 'de gemeente wordt voorgehouden de enige weg tot behoud, namelijk door het offer aan het kruis van Jezus Christus'. 'Bij dit alles blijft er maar één ding over en dat is Jezus alléén: geboren, geleefd, gekruisigd, begraven, opgestaan, ten hemel gevaren.'
Verschillende mensen hebben mij overigens in het algeméén bericht hoe ze soms het avondmaal gevierd hebben in moeilijke omstandigheden – soms in grenssituaties van het leven – in diensten, waarvan het karakter anders was dan ze thuis gewend waren. Sommigen kregen één en ander weer naar zich terug toen ze in mijn artikel lazen, dat het een spanningsvolle aangelegenheid kan zijn om de beker te laten voorbijgaan, dus niet deel te nemen, gezien de contekst, waarin het avondmaal plaatsvindt. Het kon daarbij natuurlijk niet mijn bedoeling zijn te treden in persoonlijke overwegingen van mensen in bizondere situaties. Als de Geest werkt, wie zal het keren? Ik heb slechts willen zeggen, dat normen, die we thuis ten principale hanteren, elders niet opeens geen betekenis meer hebben. Maar met respect heb ik intussen kennis genomen van soms heel bizondere belevenissen van mensen rondom het avondmaal.
Gastvrijheid
Het clement gastvrijheid krijgt in veel reacties speciale aandacht. Het mag tot lering voor de gemeenten hier zijn, dat zovelen met dankbaarheid schrijven over de mogelijkheid, die er was om mensen van de buitenlandse gemeente ook echt na de dienst te ontmòèten en zo ervaringen uit te wisselen. Iemand schreef over een dienst in een Baptistengemeente in het Duitse Höxter, waar veel Rusland-Duitsers verblijven. 'Er was hoogachting voor het Woord.' De briefschrijver met zijn gezin werd uitgenodigd op bezoek te komen bij Rusland Duitsers. De gastmaaltijd stond klaar: 'Wij mannen rondom de tafel en de vrouwen en kinderen zaten op enige afstand toe te kijken'. Intussen gingen de gesprekken over de persoonlijke verbondenheid met Christus. Enkele dagen daarna deden de gasten nog mee met een evangelisatieaktie op het marktplein.
Een ander schreef over bezoek aan een kleine gemeente in Canada (25 kerkgangers). Vroeger was de kerk vol, maar nadat er een soort Samen op Weg op gang gekomen was, hadden steeds meer mensen het laten afweten. De kerkeraad zat achterin de kerk. De herder staat – zo was de gedachte – vóór de schapen en de kerkeraad staat achter de kudde, ter bescherming. De gasten moesten intussen hun naam invullen in een gastenboek. Toen men weer in Nederland was kreeg men nog een brief van de predikant. 'Dat vond ik zo geweldig. Ook hij heeft het druk in z'n gemeente en dan nog tijd vinden om naar Holland te schrijven.'
Behoren – zo zou ik willen zeggen – gastvrijheid en hartelijkheid voor de vreemde niet ook tot de gemeenschap der heiligen? Onwetende hebben sommigen engelen geherbergd, zegt de Schrift (Hebr. 13 : 2). Gastvrijheid in den vreemde – zo is ook mijn ervaring – doet weldadig aan en kan naar onze eigen situatie toe – met soms zo weinig tijd en aandacht – ontdekkend zijn.
Ten besluite
Tot hier een greep uit de vele reacties. Over de hele wereld gaat gelukkig het Woord nog open. Daar wordt gemeenschap geoefend in het algemeen ongetwijfeld christelijk geloof. Daar wordt de weg gewezen ten leven, de Enige Weg. Ik sluit af met een stukje uit een brief over een kinderdienst, door de briefschrijver niet als eerste gezocht maar hier als verrassend ervaren. De predikant sprak de kinderen, die op vakantie zouden gaan, aan met de vraag wat het belangrijkste is op reis. 'Wie gaat er nu op reis, zonder te weten, waar hij of zij naar toe gaat?'
Daarom nu nog een Vakantieherinnering in dichtvorm:
Een vakantieherinnering
Een reisgids kwam op weg een Bijbel tegen,
ze zaten beide in een weekendtas.
De reisgids was een tikkeltje beduimeld,
de Bijbel of hij pas gebonden was.
'Zeg', sprak de reisgids aarz'lend tot de Bijbel
– en uit zijn stem klonk zachtjes een verwijt –
jij blijft zo nieuw ondanks het vele reizen,
terwijl ik bijna zienderogen slijt.
Ze moeten mij natuurlijk veel gebruiken
op mijn gegevens kun je altijd aan,
de mens zegt waar hij heen wil reizen,
ik geef vertrek- en halteplaatsen aan.
Toen sprak de Bijbel en hij zuchtte even:
'Ik ben de mensen niet zo naar de zin,
'k Wijs wel de weg, maar, wat zij lastig vinden:
bij mij staan er geen aankomsttijden in!'
Sommige briefschrijvers zeiden, dat ze bij thuiskomst zich weer realiseerden hoe gelukkig men nog is, als men tot een functionerende gemeente mag behoren, waar de Schriften opengaan en het rijke Evangelie voor zondaren wordt verkondigd. Vakantietijd kan zo ook weer opscherpen in de liefde tot de eigen gemeente. Maar vakantietijd kan ook leren, dat Gods werk wereldwijd is.
Ik dank intussen allen, die reageerden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 september 1992
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 september 1992
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's