Boekbespreking
Coert H. Lindijer, Joost J. Baneke, Evert A.A. Cornelissen, Jezus ter sprake. Op zoek naar de plaats van Jezus Christus in pastorale praktijk en pastorale psychologie, 212 blz., ƒ 32,50, uitgave Meinema, Zoetermeer.
In de theologie en de kerkelijke prediking staat Jezus Christus centraal. De schrijvers van dit boekje stellen nu de vraag of Jezus ook in het dagelijks leven van mensen, in hun geloofsbeleving en levenspraktijk die centrale plaats inneemt. Wat betekent het voor mensen dat zij in aanraking komen met zoveel verschillende visies en theorieën.
Aan de hand van literatuuronderzoek, gespreksverslagen en een onderzoek onder pastores gaan de schrijvers na welke functie Jezus Christus inneemt in de pastorale praktijk en de pastorale psychologie.
Theologen die gewend zijn aan dogmatische verhandelingen over persoon en werk van Jezus Christus zullen vreemd opkijken als ze lezen hoe psychiaters en psychologen Jezus zien. In psychotherapeutische behandelingen blijkt Jezus op verschillende wijze een 'overdrachtsfunctie' te hebben.
De interviews en gespreksverslagen kunnen ons helpen om de omgang van concrete mensen in hun nood en verwachting met het evangelie op het spoor te komen. De grote woorden van de kerk blijken vaak meer zeer ten dele te landen. Slechts in een kwart van de verslagen kwam Christus ter sprake. Wat me zelf in dit boek getroffen heeft is de wijze waarop vanuit een praktisch-theologische benadering wordt omgegaan met dogmatische vragen. Lezing van dit boekje kan je helpen om bewaard te blijven voor een abstracte dogmatiek die elke verbinding met het pastoraat verloren heeft.
Het kan je ook wat bescheiden maken. Ons verstaan en ons geloofsinzicht zijn altijd ten dele. Terecht onderstrepen de auteurs de betekenis van het luisteren naar de wijze waarop over Jezus gesproken wordt. Respect voor de ander is een aangelegen zaak.
Vragen rijzen wel bij de theologische beslissingen die genomen worden. De schrijvers pleiten er voor in ons denken en spreken over Jezus uit te gaan van Hem als mens. Het pastorale belang wil ik niet onderschatten. De vraag is wel wat dit 'uitgaan' betekent? Krijgt het klassieke belijden aangaande zijn Persoon en werk dan nog ruimte? De schrijvers waarschuwen wel voor ongezonde geloofsvoorstellingen, maar men kan vragen of er ook geen onbijbelse voorstellingen zijn die het geheim van zijn Persoon – waarachtig God en waarachtig mens – aantasten. Een boekje waar van, mits kritisch gelezen, veel valt te leren.
Dr. M. te Velde, Gemeenteopbouw. Deel 1
Doelgericht en samenhangend werken in de christelijke gemeente, 96 bIz., ƒ 16,75; Deel 2 Bijbelse basisprincipes voor het functioneren van de christelijke gemeente, 134 bIz., ƒ 18,75, uitgave De Vuurbaak, Barneveld.
Deze twee, helder geschreven boekjes zijn bedoeld als handreiking voor allen die zich met de opbouw van de gemeente bezighouden. Deel 1 gaat in op basisvragen, zoals wat is gemeenteopbouw, wat is het eigene van gereformeerde gemeenteopbouw, plaats van het vak, betekenis van menswetenschappen etc. Deel 2 behandelt een aantal basisprincipes, plaats, basis, doel, taken, norm, hart, kracht, functioneerwijze, gaven, ambten.
Te Velde waarschuwt terecht voor te grote verwachtingen, wil ruimte bieden aan de menswetenschappen als hulpwetenschappen, zij het ook onder de restrictie dat het specifieke van de christelijke gemeente niet in sociologische categorieën te vatten is'
Vandaar dat met name in deel 2 bijbelse gegevens een grote plaats innemen. Het is de Geest die ten principale de gemeente vernieuwt, maar dit sluit bezinning op methodisch en planmatig werken niet uit.
Doelstellingen kunnen fungeren als oriëntatiepunten. Norm voor gemeenteopbouw is primair de Schrift. Maar daarnaast wijst de auteur op de betekenis van belijdenis en kerkorde.
Het zijn boekjes waar veel uit te leren valt. Wel moet het me van het hart dat wanneer het gaat over 'gereformeerde gemeenteopbouw' de lijn wel eenzijdig getrokken wordt via Afscheiding en Doleantie naar de Vrijmaking van 1944. Dreigt de gereformeerde gezindte niet beperkt te worden tot de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt)? Welk kerkbeeld schuilt hieracher? Hervormde lezers zouden graag iets meer willen horen over gereformeerde gemeenteopbouw in een volkskerk. Wat betreft de Gemeenteopbouwbeweging van 1940-'50 (Kraemer c.s.) moet gezegd worden dat het om meer ging dan om een vernieuwing van de kerk 'van onderop'. Het ging Kraemer en Gravemeyer ook om een geestelijke vernieuwing van de kerk zowel naar haar belijdende als missionaire kant.
Overigens nemen deze opmerkingen mijn grote waardering voor beide boekjes niet weg. De schrijver behandelt zijn onderwerp met een nuchterheid die bijbels en goed-gereformeerd is. De bijbels-theologische inzet doet weldadig aan, vergeleken met tal van concepten die van meetaf starten in de empirische werkelijkheid.
Piet Schoonenberg, De Geest, het Woord en de Zoon. Theologische overdenkingen over Geest-Christologie, Logos-Christologie en drieëenheidsleer, 258 bIz., ƒ 52,–, uitgave Kok, Kampen (Altiora, Averbode).
In de bezinning op de Persoon van Christus bestaan er vanouds twee christologieën: een zogenoemde christologie van boven: Gods zoon die het menselijk vlees aanneemt, ook wel Logos-christologie genoemd (Logos = Woord, vgl. Joh. 1 : 14) en een christologie van beneden: Jezus, de Geestvervulde mens, de zogenoemde Pneuma-christologie. Sinds Chalcedon heeft de Logos-christologie het tweede type verdrongen, maar in onze tijd ligt er weer een sterke nadruk op een christologie van beneden. De vraag die de R.K. dogmaticus Schoonenberg in dit boek aan de orde stelt is of het mogelijk is beide typen van christologisch denken met elkaar te verbinden.
Sluiten de beide typen – de een afdalend, de ander opklimmend – elkaar niet uit? Blijft in het ontwerp dat nadruk legt op Jezus als de met de Geest vervulde Hij uiteindelijk toch niet aan onze kant staan? Kan men de belijdenis dat Hij de eeuwige Zoon is dan nog tot zijn recht laten komen.
Schoonenberg is van mening dat een integratie mogelijk is. Na een onderzoek van de verschillende nieuwtestamentische gegevens zet hij uiteen dat de menswording niet alleen slaat op het begin van Jezus' leven, maar een geschiedenis bevat die betrekking heeft op Jezus' gehele leven tot aan zijn verhoging wanneer Hij tot de Heere en Christus wordt gemaakt. De proloog van Johannes (1 : 1-18) wordt dan ook niet voor niets in de Oosterse Kerk in de Paasnacht gezongen. De Geeststaat aan het begin van Jezus' bestaan op aarde. De achtergrond van de door Schoonenberg bepleite synthese zoekt hij in de wijsheidsliteratuur van het O.T. en de geschriften uit het zgn. intertestamentaire tijdvak.
Het laatste deel van zijn boek zet Schoonenberg uiteen wat zijn visie betekent voor de leer van de Drieëenheid en hoe de onderscheidenheid van de goddelijke Personen overeenkomt met een samengaan van Geest en Woord in Jezus als de ene Zoon.
Men kan zich afvragen of de poging van Schoonenberg geslaagd is. Kan men de menswording zo betrekken op het geheel van de geschiedenis van Jezus' leven? Leidt de pneumachristologie toch niet tot de gedachte dat Jezus pas Zoon Gods wordt bij zijn opstanding? Schoonenberg ontkent overigens, dat hij tekort zou doen aan Nicea en Chalcedon. Hoe men ook over deze poging moge denken, een feit is dat hier iemand aan het woord is die met een groot respect spreekt over het klassieke dogma van de kerk. In die zin is het een nobel boek. Het is ook een moeilijk boek. Kennis van de vroege kerk en van allerlei dogmatische onderscheidingen is nodig om de auteur op zijn denkweg te kunnen volgen. De uitgevers hebben het boek op voorname wijze uitgegeven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 september 1992
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 september 1992
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's