Het Evangelie doorbreekt de ban van de haat
De vreemdelingenhaat in Europa
'Rostock bij ons niet mogelijk!' Dat tekenden de dagbladen op uit de mond van minister Dales van Binnenlandsee Zaken, als reactie op de ernstige onlusten van de laatste weken in Duitsland, waarbij rechtse extremisten het op asielzoekers hadden gemunt. De uitspraak heeft velen geschokt. Het was intussen niet zonder betekenis, dat in bepaalde buurten van Rotterdam kort daarna muren waren beklad met hakenkruisen. De minister kreeg een direct antwoord.
De uitspraak van onze minister deed denken aan een soortgelijke uitlating van Franse atoomgeleerden, toen enkele jaren geleden in Canada (Harrisburgh) een kernenergiecentrale was gaan lekken, met alle gevolgen van dien voor de bevolking in dat gebied. Genoemde atoomgeleerden zeiden, dat zulks in Frankrijk onmogelijk was, gezien de perfectie van de techniek aldaar op dit gebied, dankzij de grote deskundigheid van de verantwoordelijke mensen. Menselijke overmoed intussen!
Rostock bij ons niet mogelijk! 'Want', zo zei de minister, 'ons politieapparaat is slagvaardiger en bovendien kampt Nederland niet meer met het probleem, waarmee Oost-Duitsland wèl te kampen heeft. Wij hebben namelijk de de-nazificatie achter ons.'
Onbegrijpelijk
Het is eigenlijk onbegrijpelijk, dat onze bewindsvrouw dit zó heeft kunnen zeggen. Waarom zou Nederland beter zijn dan Duitsland en Frankrijk, waar zich telkens verontrustende vormen van rassenhaat en vreemdelingenhaat voordoen? Alsof die haat niet in principe in de mens van nature aanwezig is. Ik haal nog eens op wat dr. S. Gersen ooit op de hervormde synode zei, namelijk toen vanuit de Raad voor de zaken van Overheid en Samenleving (ROS) bij de behandeling van een Israël-nota was opgemerkt, dat elke vorm van antisemitisme hun vreemd was. 'Wie dit zegt, kent het eigen hart niet', zei Gersen. Welnu, zoiets geldt ook voor vreemdelingenhaat. Daarom was het volstrekt terzake, dat in de boodschap, die de hervormde synode recent deed uitgaan inzake racisme, werd gesteld, dat het kwaad van het racisme in principe in ons aller hart schuilt.
Nu heeft minister Dales wel niet gezegd, dat de verschijnselen van rassenhaat en vreemdelingenhaat op zìch in ons land volstrekt uitgesloten zijn. Maar de grootschaligheid ervan en de mogelijkheid, dat het de politie uit de hand zou lopen, voorzag ze van een vraagteken, liever: dat achtte ze onmogelijk. Men kan zich in gemoede afvragen, of een dergelijke argeloosheid niet een bewijs is van onderschatting van de kwade krachten en machten in de mens en in de samenleving. Het zou intussen niet voor het eerst in de geschiedenis zijn, dat zo'n argeloosheid aan die krachten en machten ruim baan biedt, omdat de innerlijke weerbaarheid erdoor wordt ondermijnd.
Bloed en tranen
De geschiedenis van de mensheid is er, vanaf het prille begin, één van bloed en tranen en lijden. Kaïn sloeg zijn broer Abel dood. Izak en Ismaël in één tent, dat ging niet. En Jacob was al bij de geboorte de hielelichter van zijn broer Ezau. Deze oergeschiedenis van de mensheid heeft zich doorvertaald in de volkerenwereld, de eeuwen door. De volkeren, afkomstig uit de tent van Abraham bijvoorbeeld verdragen elkaar tot de dag van vandaag niet.
Naarmate de mensheid zich verder ontwikkelde en opsplitste in stammen, volkeren en talen, ontwikkelde de strijd tussen volkeren en stammen zich méde. Het mag toch op zich veelzeggend heten, dat de mensheid, die in principe tot één begin teruggaat, door verschillen in stam, taal en religie (om maar drie voorbeelden te noemen) soms in heftige strijdtonelen verwikkeld is geweest.
Hoe blijkt dit de laatste decennia niet in Afrika, waar, na de bevrijding van het kolonialisme, miljoenen mensen gedood werden in stammentwisten.
Voor ieder weldenkend mens is – om het meest actuele voorbeeld te noemen – de situatie in Joegoslavië onbegrijpelijk. De volkeren daar kùnnen eenvoudig niet met elkaar en, nu de politieke orde daar uitermate is verzwakt, staan de volkeren elkaar naar het leven op een wijze, die z'n weerga nauwelijks kent. De wereld kijkt intussen machteloos toe hoe volkeren elkaar daar afslachten. Maar weer dringt zich de vraag op: waarom zou elders (ook hier dus) onmogelijk zijn wat zich daar openbaart aan gewelddadigheid? Dezelfde zondige aard kenmerkt toch de mensheid overal?
Onze Westeuropese samenlevingen zijn meer en meer multiculturele samenlevingen geworden. Ook in ons land zijn in toenemende mate mensen van uiteenlopende volkeren (culturen, talen, religies) gaan samentreffen, met alle kans op botsingen vandien. Men kan wel idealistisch dènken over integratie, maar de praktijk leert, dat een harmonisch samengaan van volkeren niet zó één, twee, drie verwezenlijkt wordt. De geschiedenis, getekend door bloed en tranen, herhaalt zich telkens weer.
Toen – om een voorbeeld te noemen – de staat Israël in 1948 gevestigd werd, had Martin Buber het ideaal, dat het kind van Hagar zou spelen in de tent van Sara. Wat is ervan terechtgekomen? Thans is er de intifada. De volkeren uit de tent van Abraham verdragen elkaar niet. Terwijl bovendien het antisemitisme een onuitroerbaar kwaad blijkt te zijn en vandaag in het Midden-Oosten (maar niet alléén dáár) springlevend is.
Europa
Intussen hebben we de verschijnselen wederzijdse haatgevoelens van volkeren en van 'vreemdelingenhaat' beangstigend dichtbij gekregen. Europa blijkt te staan voor een gigantisch dilemma. In Oost-Europa vallen volkeren, na de val van het communisme, uiteen. En intussen stevent West-Europa af op een nieuwe eenheid, met een geweldige schaalvergroting, waardoor volkeren, méér dan in het verleden het geval was, op elkaar worden gedrongen.
Waar zal dat op den duur op uitlopen? De eigen geschiedenis van de diverse volkeren, met frustraties onderling, blijkt niet zómaar ongedaan gemaakt te kunnen worden. Hartstochten in de verhouding van afzonderlijke volkeren laaien zo vandaag in Oost-Europa hoog op. Waarom zou dat onmogelijk zijn in West-Europa?
Elke bloed- en bodemgedachte is verwerpelijk. Maar intussen laten bloedgroepen de relaties van volkeren niet ongemoeid.
Wat is 'vreemdelingenhaat' eigenlijk? Niet anders dan dat het ene volk het andere niet verdraagt, vanwege wèlke wortels dan ook in de geschiedenis. Zelfs ondefinieerbare oorzaken kunnen daarbij in het geding zijn. Maar de gevolgen zijn tastbaar!
De kerk
In Duitsland is terecht vanuit kerkelijke kring met afschuw op de gewelddadigheden van de rechts-radicalen gereageerd. Het is verschrikkelijk, aldus de voorzitter van de synode van de Evangelische Kirche, Klaus Engelhardt, dat haat en geweld 'de instemming krijgen van de Duitse bevolking'. Is dat niet te sterk gezegd? In Duitsland wordt immers ook met afschuw op de gebeurtenissen gereageerd. Toch is het niet teveel gezegd. Want als een belangrijk deel van het volk gebeurtenissen, zoals nu in Duitsland plaatsvinden, toejuicht of tolereert, ontstaat een levensgevaarlijke situatie. Juist vanuit de kerk(en) moet daarom met kracht worden benadrukt dat dit niet kan. Aan zo'n krachtig protest heeft het in de dertiger jaren, bij de opkomst van het fascisme, maar al te zeer ontbroken. De profetische stem van toen wordt echter ook vandaag nog dankbaar in ere gehouden.
Intussen lost ook de kerk niets op in deze immense problematiek door op zo'n situatie alléén maar te reageren met een boodschap. De pro's en contra's hebben zich al vastgenesteld en alleen hartstochten bepalen in het uiterste geval nog het beeld, waardoor de ontwikkelingen verder kunnen gaan in een richting, die niet te voorzien valt. De Tweede Wereldoorlog is er het afschuwelijke voorbeeld van. De rassenwaan kostte aan miljoenen het leven.
Daarom is nodig, dat we ons in tijden van rust, met name ook binnen de kerk(en) bezinnen op de plaats van de vreemdeling onder ons. Het is te laat als dit pas gebeurt wanneer onlusten toeslaan. Dat er op het politieke vlak een grote verantwoordelijkheid ligt m.b.t. het beleid, dat t.a.v. de allochtonen wordt ontwikkeld, is zonneklaar. Het eigen volk moet men niet frustreren door idealistische vermenging van cultureel uiteenlopende groepen mensen. Maar hoe men ook het politieke beleid uit het verleden moge beoordelen, feit is, dat de vreemdeling onder ons ìs. Die is nooit gediend bij louter klachten over fout beleid. De vraag is, aan welke kant we zullen staan als ook bij ons, wat God verhoede, zich dingen voltrekken als nu in Duitsland het geval is.
Het is aan de politiek voorbehouden om er alles aan te doen te voorkomen, dat 'schijnasielzoekers' hun kansen grijpen, waardoor dan op hun beurt gevoelens van onbehagen hun kansen krijgen. Maar binnen kerk en gemeente kan en mag vreemdelingenhaat geen plaats hebben. Zulks kan immers nooit in het verlengde van het Evangelie liggen. Wel het tegenovergestelde van haat, namelijk liefde, die ook goede opvang van vreemdelingen en vluchtelingen garandeert.
De grond voor die liefde ligt in Christus. Christus bad op het kruis zelfs voor hen, die Hem aan het kruis brachten. Tijdens Zijn leven had Hij al opgeroepen om zelfs de vijanden lief te hebben. Wat mag dat dan wel niet betekenen voor de houding van de christelijke gemeente ten aanzien van de vreemdeling, die niet als vijand onder ons wonen wil en zo ook metterdaad niet onder ons woont. 'Ik was een vreemdeling en gij hebt Mij geherbergd', zegt Jezus (Mt. 25). Wanneer dan? Voorzover het aan de minste van Zijn broeders is gedaan. En wanneer niet? Wanneer het niet aan 'deze minste' is gedaan! De vreemdeling mag gastrecht hebben. Hij heeft ook een uitdrukkelijke plaats in het sabbathgebod.
Een kerk, die de liefde preekt, zal dat ook doen naar de vreemdeling toe. De tegenpool van liefde is immers haat. Daarvoor bleken op cruciale momenten echter ook diegenen, die deel uitmaken van het Lichaam van Christus, niet te goed te zijn. Daar, waar haatgevoelens zich breed maakten, kreeg het fascisme zijn kansen, met alle verschrikkelijke gevolgen van dien.
Noorderkerk
Afgelopen zaterdag maakte ik mee de start van de actie 'Red de Noorder(kerk)' in Amsterdam. Vlakbij de Noorderkerk wijst de geheel gerestaureerde Westerkerk met zijn spits naar boven. Nu is de Noorderkerk aan de beurt om (inderdaad) gered te worden. Deze kerkgebouwen zijn laatste schansen, waarop de rest-gemeente in de grote stad zich terugtrekt en vanwaar ze met het Evangelie mag uitgaan, de stad in.
Rondom de Noorderkerk ligt een marktplein. Toen ik er zaterdag even rondstapte, realiseerde ik me hoe de kerk daar staat op de bonte markt van het leven, daar waar culturen (en religies) botsen, waar mensen uit allerlei rassen, talen en natiën samentreffen. Zal daar het Evangelie, met zijn bevrijdende kracht voor mens en samenleving (nog) een plaats hebben?
De kerk moet (daar) blijven! De Noorderkerk moet blijven. Een vooruitgeschoven post in een door en door geseculariseerde stad. Een kerk, die zeggen mag, dat de ban van de haat gebroken zàl worden, omdat de ban van de haat gebroken is, namelijk op het kruis. De vergeving der zonden mag worden uitgeroepen mèt de overwinning op de machten van dood, haat en geweld! De kerk mag hoop bieden in een hopeloze wereld, waar haat en geweld fel oplaaien. Maar de zwaarden worden eenmaal ploegscharen. Want de ban is gebroken.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 september 1992
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 september 1992
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's