De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

13 minuten leestijd

Wereldleed
Bedroefd, wanhopig en soms woedend. Zo voelen veel mensen zich, nu ze elke dag al maandenlang geconfronteerd worden met beelden en verslagen van de gruwelen, die een lente en een zomer lang over de aarde gaan. Somalië, Bosnië, Rostock, je zou gaan vermoeden dat de beschaving ten einde loopt. Een hulpeloos aandoende VN en een verdeelde EG en een emotionele minister in onze Tweede Kamer ten spijt. Onlangs verscheen een herdruk van de oorlogsreportages van de Amerikaanse journaliste Martha Gellhorn onder de titel 'Het gezicht van de oorlog'. Ze was als journaliste al getuige van de oorlog in Spanje (1936). Ze versloeg uitvoerig de gruwelen van de Tweede Wereldoorlog. Grimmig en aangrijpend zijn haar reportages van de smerige Vietnamoorlog. Trefzeker schrijft ze over de Zesdaagse Oorlog en de vuile oorlogen in Midden-Amerika: El Salvador en Nicaragua. 'Oorlog was altijd erger dan ik het kon uitdrukken', schreef ze bij het verschijnen van haar boek in 1986. 'Oorlog is één afschuwelijke herhaling van steeds hetzelfde (...) Oorlog kent één enkel verhaal: er wordt gehandeld op basis van honger, ontheemd zijn, angst, pijn en dood (...) Oorlog is een kwaadaardige ziekte, een idiotie, een gevangenis en de pijn die erdoor veroorzaakt wordt, laat zich niet vertellen (...) We leven in een wereld met te veel wapens en te weinig voedsel'.
Mocht iemand de bundel oorlogsreportages willen lezen (u doet er uzelf geen plezier mee, al leer je er wel van, namelijk hoe het niet moet en toch steeds weer gebeurt), u kunt er vrij goedkoop aankomen (Rainbowpocket 101, ƒ 11,–).
Oorlog en honger. In het laatste bijbelboek zien we het rode en het zwarte paard over de aarde gaan. Ze zijn er geweest in alle tijden en het zal alleen maar erger worden naarmate de tijd vordert. Intussen is het gruwelijk. Schokkend werd de nood van het Somalische volk, vooral van haar kinderen, vorige week door de Stichting Vriendenhulp voor Somalië in De Volkskrant van 1 september onder de aandacht gebracht in de volgende rouwadvertentie.

Enige en algemene kennisgeving
Na wekenlang lopen door de woestijn in Somalië hebben de kinderen door honger, ondervoeding en ondragelijk lijden de voedselplaats niet gehaald.

Helaas veel te vroeg moesten de kinderen afscheid nemen van deze aarde.
Waarom huil je toch Somalië?
Abiba 10 jaar, Abo 13 jaar, Ania 12 jaar, Bobi 10 jaar, Blya 11 jaar, Cebri 9jaar, Datan 16 jaar, Eep 13 jaar, Elyas 9 jaar, Fhilip 14 jaar, Gabes 8 jaar, Gybo 13 jaar, lbo 10 jaar, Jim 5 jaar, May 3 jaar, Maycke 9 jaar, Oloby 11 jaar, Papri 12 jaar, Timothy 9 jaar, Tro 8 jaar, Walde 7 jaar, Zyfra 9 jaar.
Totaal 892 kinderen.
Morgen weer zoveel.
Somalië 31.8.1992
Correspondentieadres:
Stg. Vriendenhulp voor Somalië,
Postgiro 8224.
Postbus 252
3850 AG Ermelo
De overledenen zijn in doeken gewikkeld en door de omstanders begraven in open veld.
Geen condoleren, geen bloemen.

Je kunt ook nog op een andere manier als journalist proberen aandacht te vragen voor menselijk leed. In dezelfde aflevering van De Volkskrant stond een verhaal te lezen van de Israëlische schrijver Meir Shalev onder de titel 'Als de Bosniërs nu eens walvissen waren'. Aan dit wat wonderlijk opschrift boven zijn verhaal kwam hij door het volgende voorval.

Een inwoonster van Baltimore, ze had net een hap van haar visgerecht genomen, vertelde me trots over een voorval met een walvis die te dicht in de buurt van de kust terecht was gekomen. Het dier werd meteen uit het water gevist en – op kosten van de belastingbetaler – naar het aquarium in Baltimore overgevlogen, om aldaar een uitgebreide medische behandeling te krijgen, inclusief psychische begeleiding.
Iedereen die zich nog herinnert hoe een paar jaar geleden in de buurt van Alaska een walvis in nood moest worden bevrijd met behulp van een ijsbreker en een paar miljoen dollar, zal zich niet aan de indruk kunnen onttrekken, dat de walvis zijn zaakjes zo langzamerhand goed voor elkaar heeft.

Thuisgekomen, aldus Shalev, zag ik een documentaire over mensapen in Afrika.

Het was een leuke reportage, met name het einde. Op het moment dat een gorilla in de rimboe verdween, klonk de stem van de presentator: 'We moeten zorgen dat de aarde een betere plaats wordt voor de berggorilla.' Op dat moment verdween ook hij uit beeld, niet beseffend dat hij met deze woorden een oplossing aandroeg voor het probleem van de militaire interventie in Bosnië. Immers, als je de publieke opinie ervan kunt overtuigen dat de Bosniër een diersoort is die met uitsterven wordt bedreigd – nauwelijks bezijden de waarheid – dan zou het misschien mogelijk zijn de aarde een betere plaats voor de Bosniër te maken.
Nieuwsberichten en reportages hebben de Bosniërs niet kunnen helpen, evenmin als de Somaliërs. De wereld is immuun geworden voor beelden van moorden, lijden en martelingen. Als ik in de schoenen van de Bosnische leider stond, zou ik alle nieuwsjagers Sarajevo uitschoppen en een natuurfilm laten maken over mijn volk.
Een documentaire over de gewoonten van de Bosniërs, de paringsdans, de manier waarop zij hun terrein afbakenen, hoe ze hun legers graven, dat zou pas indruk maken.
En de presentator zou aan het eind kunnen zeggen: 'Tot voor kort graasden miljoenen Bosniërs op de heuvels van Joegoslavië. Nu zijn er nog slechts een paar over. We moeten zorgen dat de aarde een betere plaats wordt voor de Bosniërs.'
Dan, en alleen dan, zou de wereld ontwaken.

Politici zullen zeggen: met een verhaaltje los je geen problemen op, zeker. Je kunt er wel mee laten zien hoe schrijnend het ervoor staat met de situatie van mensen in deze wereld.

Werkelijkheidservaring
Gebeurtenissen als genoemd: hongersnood waarbij de wereld aanvankelijk toekijkt, martelingen in nieuw opgezette concentratiekampen, golven van racisme en herleving van antisemitisme roepen soms heel veel geestelijke vragen op.
In De Wekker van 21 augustus 1992 snijdt D. Koole dat probleem aan in een artikel, waar hij boven zet 'Hoe hebt u zo'n preek durven lezen?' In een leesdienst werd een preek over Psalm 139 gelezen, waarin de woorden staan: Uw ogen zagen mijn vormeloos begin. In Uw boek waren ze alle opgeschreven, de dagen die geformeerd zouden worden, toen nog geen daarvan bestond. Het thema van de preek was, aldus Koole, dat God ons dagboek al heeft opgeschreven als de eerste kiem van ons leven wordt gelegd en het aan ons meegeeft in de wieg. Wat erin staat, omvat alle gebeurtenissen, ontwikkelingen, wendingen, beslissingen en keuzen die wij zullen maken vanaf onze geboorte tot onze dood toe. Met andere woorden: niets gaat buiten God om. God heeft overal en in alles de hand. Het was te verwachten dat zo'n preek bij een deel van de gemeenteleden vragen zou oproepen.

Bij de overweging, van wat deze psalm aan troostrijke gedachten oproept, konden luisteraars niet nalaten erbij te betrekken wat op wereldschaal en ook wel in kleinere verbanden, de troost van deze psalm lijkt te weerspreken. 'Uw ogen zagen mijn vormeloos begin' en opnieuw oorlog in Europa; opnieuw herleving en uiting van het slechtste in de mens die in concentratiekampen zijn medemens vrijheid ontneemt, treitert, martelt, uithongert en als vee afschiet; miljoenen hongerenden in Somalië, even zovele kinderen wier vormeloos begin ook door God is gezien, maar wier dagboek slechts een enkele bladzijde telt, beschreven met enkel kommer en kwel. Een jongen die de preek ook had gehoord (als jongeren luisteren doen ze dat soms heel scherp) merkte tegenover mij op: als u goed hebt nagedacht toen u deze preek voor de voorlezing in de samenkomst van de gemeente voorbereidde, moet u toch hebben kunnen bedenken dat zo'n preek kortsluiting moet maken, althans bij weldenkende mensen. U moet, al lezend, toch hebben vastgesteld dat deze preek voor de enkele mens die onder redelijke of misschien wel zeer riante omstandigheden dit leven leeft, betekenis kan hebben en een bevestiging van het eigen levensgevoel kan zijn, maar dat het allemaal heel erg in de lucht komt te hangen als het mateloze lijden en de absurditeit van het bestaan van vele miljoenen op aarde in aanmerking wordt genomen. Een preek over deze psalm kon er misschien mee door in de tijd toen we de helft niet wisten van wat we nu weten.
Ons leven kostbaar in Gods oog, ons vormeloze begin al binnen zijn waarneming en onze levensweg op dat moment al helemaal vastgelegd, wat klinkt dat mooi en wat zingt het fijn op de welluidende melodie van psalm 139, maar wat moet en wat doe ik daarmee als ik vervolgens dagen en weken achtereen de beelden zie van mensen, als dood vee langs de weg in oorlogsgebieden, van Somalische kinderen, met apathische blikken vanuit holle oogkassen boven het silhouet van hun geraamte naar mij kijkend? Hoe hebt u zo'n preek durven voorlezen in een kerk, waarin volgegeten, rustig wonende en van alle gerief voorziene mensen luisterden naar en zongen uit een lied, waarvan de inhoud haaks staat op wat we dagelijks om ons heen zien. We hebben het er wel eens over dat de wereld onwillig is om het Evangelie aan te horen, laat staan om er gehoor aan te geven, maar hoe vertel ik wat ik uit psalm 139 hoorde aan de mensen buiten de kerk, die tegen de achtergrond van wat zich elke dag op wereldschaal aan ons voordoet, alle zingevingsvragen maar laten rusten, om zich alleen nog maar zorgen te maken over de vraag: hoe overleef ik en mijn kinderen onder en in dit alles zo goed mogelijk?

Geen onbekende vragen voor u die dit leest? Wat moet je ermee? Je verdringt ze meestal maar, omdat het nauwelijks mogelijk lijkt er een afdoend antwoord op te vinden. Het blijft echter niet zonder invloed op de geloofsbeleving, stelt dhr. Koole en ik vermoed dat hij daarin gelijk heeft.

Allen met een volgeschreven dagboek? Allen door God gekend?
Allen, ook die miljoenen onder de hete zon van de armste delen van het Afrikaanse continent, ook de daklozen en de bedelaars in India en Pakistan, wier lijken elke dag door de gemeentelijke ophaaldienst van de straten worden gehaald, ook de miljoenen westerlingen op het Europese continent? Stuk voor stuk geteld in Gods hemelse registratie? Elk leven evenveel waard om er al het mogelijke voor te doen om het in stand te houden, zowel bij het prille begin als in de toestand van versletenheid bij het einde? Hoe breit men die preek over psalm 139 en onze werkelijkheidservaring aan elkaar?

Koole laat twee keer in zijn artikel het woord 'werkelijkheidservaring' vallen. Intrigerend is de vraag in hoeverre die werkelijkheidservaring invloed heeft op ons geloven en belijden.

Op de bodem aller vragen
In het vervolg van zijn artikel tracht dhr. Koole aan de hand van enkele gedachten nader in te gaan op de hier aangeroerde problematiek. Het wil geen sluitend antwoord geven, voorzover dat zelfs mogelijk zou zijn. Zo'n antwoord geeft de bijbel ook zelf niet. 'Er is ons veel geopenbaard, maar ook veel te raden overgelaten'.

Maar één ding is, gezien vanuit het christelijk geloof, niet onduidelijk. De massale en altijd maar voortdurende ellende die zich op allerlei wijzen en in allerlei sferen aan ons voordoet, moet ons diep doen beseffen hoe verschrikkelijk de gevolgen zijn geweest en nog altijd zijn, van wat door ons toedoen aan het begin van onze geschiedenis uit het spoor is gegaan. Bij wie de waarheden van het christelijk geloof echt geestelijke werkelijkheden zijn, zou dat besef veel dieper moeten leven, al moet er bij worden gezegd, dat het mentaal een wel erg zware belasting zou worden als dat besef ons leven van dag tot dag en van moment tot moment zou beheersen. Maar het is – althans vanuit de christelijke optiek gezien – wèl de werkelijkheid. Als het besef daarvan dieper bij de kerk en haar gelovigen zou leven, zou dat geloofsverdiepend kunnen werken, de betrokkenheid bij wat in de wereld gebeurt vergroten, ons soberder en bescheidener doen leven en het verlangen naar en het bidden om de beloofde vernieuwing van hemel en aarde verhevigen. Als waar is dat alle uitingen van gebrokenheid in deze wereld teruggaan op de breuk, die wij aan het begin van onze geschiedenis tussen God en ons hebben bewerkstelligd, dan valt de tegenstelling tussen dat door God geziene en gekoesterde vormeloze begin van elk mensenkind en de gemakkelijkheid, de onverschilligheid en de verachting waarmee mensen bij duizenden en duizenden over de kling worden gejaagd en met honderdduizenden en nog eens honderdduizenden kreperen en sterven van honger, niet aan God toe te schrijven. Hoe zouden we durven.
Het staat uiteindelijk op ons conto. In dat besef kijken we niet alleen verschrikt naar al die beroerde beelden op het beeldscherm, het zal ons ook tot onszelf moeten doen inkeren. Het zal ons als gemeente van Christus in deze wereld telkens weer voor God in de schuld moeten brengen. We hebben het wel eens over schuldbesef en zondekennis in de persoonlijke sfeer. Te beseffen dat alle nood en dood in deze wereld ten diepste op ons doen en laten teruggaat, zal daaraan een extra dimensie geven en ons in deze gebroken wereld als gemeente van Christus de juiste plaats doen innemen en de juiste opstelling doen kiezen. Dankbaar dat in het midden der tijden Jezus Christus er is geweest, die in beginsel heeft hersteld wat wij vernielden en op wie onze hoop voor de toekomst gevestigd mag zijn. Het is door Hem dat wij toch in de troost en de zekerheid van psalm 139 mogen geloven, omdat de God van hemel en aarde het dagboek van Zijn Zoon op heel bijzondere wijze heeft volgeschreven. Voor allen die in Hem geloven, mag er die troost en die zekerheid zijn.
Bij alle vragen waarvoor wij met ons beperkte en soms verwarde denken halt moeten houden. Wat er staat in de 'dagboekjes' van al die van honger stervende kinderen, onttrekt zich aan onze waarneming. God, die in Christus de wereld met zichzelf heeft verzoend, openbaart ons dat niet. Hij roept ons slechts om in afwachting van de vervulling van de belofte van de vernieuwing van hemel en aarde het onze te delen met de hongerenden en de daklozen en in alle situaties van gebrokenheid in onze directe omgeving, helend rond te gaan.
Een overleden vriend en collega, die na een sobere besteding voor zichzelf, wat hij overhield elke maand wegschonk, merkte eens tegen mij op: 'en wat dàt betreft ben jij en zijn jullie aan het begin van het Evangelie nog niet toe'. Hij kon wel eens gelijk gehad hebben.

U kent de regel vast wel, die door ons predikanten regelmatig wordt geciteerd: Op de bodem aller vragen ligt der wereld zondeschuld. Op zich een juiste constatering. Als we maar nooit denken daarmee weer af te zijn van de geweldige vragen, die hier liggen. Ze kunnen je martelend uit de slaap houden. Ze brengen je soms tot machteloze woede bij het zien van zoveel menselijk onrecht. Ze doen je soms mateloos verlangen naar de komst van het Koninkrijk Gods, waarin heelheid onder de burgers van dat Rijk ervaren zal worden en gerechtigheid op de aarde wonen zal. Christenen bidden als mensen onderweg om de spoedige komst van hun Koning en Verlosser. Wie bidt, lijkt machteloos, maar het zijn intussen de geweldigers die het Koninkrijk zo met geweld nemen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 september 1992

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 september 1992

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's