De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Winst of verlies?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Winst of verlies?

Synode besluit over het gravamen rondom homofilie

10 minuten leestijd

Op de junivergadering van de hervormde synode werd gesproken over een gravamen van diaken A.W. de Ronde te Stellendam inzake homofilie, dat overigens niet als gravamen werd aangemerkt.Op verzoek van dhr. De Ronde plaatsen we een bijdrage van zijn hand, waarin hij zich nadere rekenschap geeft van zijn indruk van de behandeling.

Een analyse en een vooruitblik
De voorgeschiedenis rondom het gravamen behoeft geen nadere uitleg. Ik veronderstel dat dit bij iedereen bekend is.
De behandeling ter synode zelf is uitvoerig in de media weergegeven; zelfs de Canadese krant The Windmill Post heeft erover bericht (d.d. 7-8-92).
In het binnenland heeft de weergave in Woord en Dienst (d.d. 27-7-92) inmiddels ook de nodige reacties opgeroepen.
Toch lijkt het mij nuttig een analyse te maken van datgene wat zich nu in werkelijkheid heeft afgespeeld.
Ik noem hierbij de volgende onderdelen:
1. Welke gegevens hadden de synodeleden voor een juiste beoordeling ter beschikking?
2. Hoe is er kerkordelijk omgegaan met de behandeling?
3. Wat was de invloed van de gevoelens en meningen?
4. Wat was de opdracht van de Generale Commissie voor Bezwaren en Geschillen?
5. Hoe luidt de letterlijke besluitvorming?
6. Welke conclusie moet men hieruit trekken?

Ad 1. De gegevens
De synodale agenda over dit punt spreekt over de 'Behandeling van het rapport van de commissie als bedoeld in ordinantie 11-20 met betrekking tot een als gravamen ingediend bezwaar. De synodeleden hadden dit rapport en het rapport van de Raad voor de zaken van Kerk en Theologie ontvangen.
En dat was alles! In beide rapporten werd gesuggereerd dat er geen sprake was van een gravamen, hoewel de Raad voor de zaken van Kerk en Theologie toegaf, dat dit gravamen wel het belijden raakte, maar dat het verder van een secundaire orde was.
Kunt u zich voorstellen dat iets wel het belijden raakt en verder van secundaire orde zou zijn? Als ik een draad aanraak, die onder elektrische spanning staat, maak ik op datzelfde ogenblik deel uit van die stroomkring en vorm er één geheel mee.
De tekst van mijn gravamen had het moderamen gemakshalve niet met de stukken meegestuurd; het was immers geen gravamen en behoefde dus niet behandeld te worden.
Men wilde uitsluitend het rapport van de commissie behandelen.

Ad 2. De kerkordelijke behandeling
Ik denk dat ik over dit punt het beste kan verwijzen naar de opmerkingen van ds. P.M. Hoogendijk (oud-scriba PKV Zuid-Holland) in Woord en Dienst van 29-8-92.
Hij noemt het onwil en/of onmacht van de synode en de gebruikte argumentatie bestempelt hij als drogredenen.
In feite heeft de synode een loopje genomen met haar eigen Kerkorde.

Ad 3. Gevoelens
Dat brengt mij op het volgende punt, namelijk: welke gevoelens en meningen hebben een rol gespeeld?
Persoonlijk veronderstel ik dat de angst om tot duidelijke uitspraken te komen één van de hoofdmotieven is geweest.
Een belijdende uitspraak – en dat is het gravamen zeker – had eindelijk duidelijkheid gegeven, maar had tevens een zeer groot spanningsveld opgeroepen.
Ik heb dat in mijn betoog ook duidelijk aangegeven, maar ik heb tevens gezegd, dat het buigen voor Gods Woord de Kerk nooit verlies zal opleveren, maar alleen maar winst!
Bij sommigen had de mening postgevat, dat in geval van aannemen, de kerk geconfronteerd zou worden met een lawine van gravamina. Gemakshalve werd op dat moment vergeten, dat een gravamen niet zomaar op de synodetafel terecht komt. Het dient eerst een zeer lange weg af te leggen.
Terecht heeft daarom de Generale Commissie voor Bezwaren en Geschillen aangegeven, dat de zeeffunctie van classis en van PKV dit te allen tijde zal verhinderen. En ds. Hoogendijk benadrukt in zijn commentaar, dat iedere lidmaat het recht van indienen heeft en serieus genomen moet worden.

Ad 4. De opdracht
Welke opdracht had de synode nu eigenlijk van deze commissie ontvangen? Naast de vernietiging van het besluit van het breed moderamen ('niet behandelen') luidde de opdracht als volgt:
'… Zij bepaalt dat overeenkomstig het bepaalde in ord. 11-20 het gravamen aan de generale synode zal worden doorgezonden, teneinde te komen tot een eindoordeel daarover van de kerk'.
Het is helder, dat hier een dubbele opdracht ligt, namelijk:
1. het doorsturen van het gravamen en
2. op grond van het gravamen zelf een eindoordeel laten geven.
Welnu, het is u duidelijk dat een niet toegestuurd stuk ook niet beoordeeld kan worden en het vlak voor de vergadering uitreiken kan mijns inziens niet als toezenden worden bestempeld. Trouwens, behandeling van het gravamen was op dat moment kerkordelijk onmogelijk; het stond immers niet op de agenda en ter vergadering een agendapunt toevoegen kan niet.
Het moderamen kan derhalve grove nalatigheid verweten worden. Dit stukje bestempel ik duidelijk niet als onmacht, maar als onwil!

Ad 5. Het besluit
Het volledige besluit luidt als volgt:
De generale synode van de Nederlandse Hervormde Kerk, in vergadering bijeen op 18 juni 1992,
kennis genomen hebbende van
– het verslag van de activiteiten van de commissie van voorbereiding (ex ord. 11-20-2) inzake de behandeling van het als 'gravamen' ingediende bezwaarschrift van de heer A.W. de Ronde, met de daarbij gevoegde stukken:
– de notitie 'motivaties rondom het gravamen' van A.W. de Ronde, d.d. 4 april 1992, en
– het schrijven van de Raad voor de zaken van Kerk en Theologie, d.d. 5 mei 1992;
overwegende
a) dat de generale synode, naar aanleiding van de bespreking van het rapport van de Commissie inzake Homoseksualiteit, op 16 juni 1989 heeft uitgesproken dat zij maatregelen van kerkelijke tucht vanwege homoseksuele geaardheid en leefwijze van de hand wijst;
b) dat zij op 24 november 1989 heeft uitgesproken, dit besluit te verstaan als een appèl aan de tot het houden van opzicht bevoegde instanties om geen maatregelen van kerkelijke tucht te nemen tegen homoseksuele gemeenteleden vanwege hun homoseksualiteit;
c) dat zij op 24 november 1989, in datzelfde verband, uitdrukkelijk rekening gehouden heeft met de mogelijkheid dat er gemeenteleden zijn die aan dit appèl (deze oproep) 'in gemoede geen gehoor kunnen geven';
d) dat zij eveneens op 24 november 1989 heeft besloten aan het moderamen te verzoeken een commissie in te stellen ter verdere bestudering van de exegetische en hermeneutische vragen rond seksualiteit in het algemeen en in dat kader tevens rond homoseksualiteit, met het oog op de verwoording van een bijbelse visie op seksualiteit;
e) dat deze commissie pas zeer onlangs is benoemd en met haar werkzaamheden is begonnen;
f) dat in de afgelopen jaren – en in deze discussie opnieuw gebleken is, dat wij binnen onze kerk, als het om homoseksualiteit gaat, op geheel verschillende wijzen de Schrift verstaan;
geeft als haar oordeel te kennen
1) dat de bovengenoemde uitspraak, gedaan op 16 juni 1989, niet kan worden aangemerkt als een 'uiting der Kerk ter zake van haar belijden', zoals bedoeld in ord. 11-19-1;
2. dat derhalve het bezwaarschrift van de heer A.W. de Ronde – anders dan door hem bedoeld – niet een 'gravamen' is in de zin zoals daarover in ord. 11-19-1 wordt gesproken;
3) dat wij in de gegeven situatie allereerst geroepen zijn elkaar te aanvaarden als mensen die willen luisteren naar de Schrift, om van daaruit te komen tot een verheldering van elkaars standpunten en de beweegredenen die daaraan ten grondslag liggen;
spreekt uit dat:
de synodebesluiten van 16 juni 1989 en 24 november 1989 niet de gewetens van lidmaten afzonderlijk of van tot het houden van opzicht bevoegde instanties willen binden maar scherpen;
en besluit:
het moderamen te verzoeken, te bevorderen dat de onlangs ingestelde studiecommissie met voortvarendheid haar werkzaamheden, als bedoeld in de overweging cub d uitvoert.
(aanvaard met 9 stemmen tegen)

Ad 6. Een conclusie met vooruitblik
Het eerste, dat ik vaststel is, dat de synode het Schriftgezag niet serieus heeft genomen. Er is nl. niet één op de grond van Gods Woord gebaseerd verweer op mijn gravamen gekomen.
Het lijkt er tevens op, dat er een vergelijking getrokken kan worden met destijds toen er over de vrouw in het ambt werd gesproken en het duidelijke gezag van Gods Woord op dezelfde wijze werd ontkracht.
Vervolgens moet ik vaststellen, dat het gravamen niet is behandeld en er derhalve niet is voldaan aan de opdracht van de generale commissie, namelijk het geven van een eindoordeel over het gravamen; m.a.w. de synode heeft geen uitvoering gegeven aan ord. 11-20-3.
De manier van benaderen geeft mij des te meer reden om er van overtuigd te blijven, dat er wel degelijk sprake is en blijft van een gravamen. Dit verplicht mijns inziens de kerk om deze zaak opnieuw te behandelen en daarbij dan de beslist noodzakelijke inhoudelijke discussie te voeren; het absolute gezag van de Heilige Schrift zal daarbij leidraad dienen te zijn. Pas daarna kan een inhoudelijk eindoordeel ter kennis van de hele kerk gebracht kunnen worden.


Het is bijna gênant om van de Raad voor de zaken van Kerk en Theologie te horen, dat het geen kwaad kan om het uitstekende rapport van de Gereformeerde Kerken over 'Schriftgegevens met betrekking tot homoseksualiteit' aan de heer De Ronde toe te zenden.
Heeft dat rapport nu juist niet geleid tot het veroordelen van de zienswijze van de Gereformeerde Kerken op de bijeenkomst te Harare? Ook dit jaar is datzelfde rapport in Athene opnieuw bekritiseerd. Mag ik dan als simpele diaken onze eigen raad ook eens wijzen op het uitstekende rapport over deze materie van de Christelijk Gereformeerde Kerken, dat in 1986 is aangeboden?
Zou onze eigen raad dat rapport niet kennen of misschien niet willen lezen?
En waarom wil onze kerk niet van de in onze kerkorde aangeraden (niet verplichte) mogelijkheid gebruik maken om de andere kerken uit de Reformatie te horen? (ord. 11-20-2)
Denkend in termen van winst of verlies is het enige winstpunt, dat er nu, zij het schoorvoetend, is toegegeven, dat er op verschillende wijzen naar het Schriftgezag gekeken wordt.
Het andere winstpunt ligt in de constatering, dat er in 1989 niet belijdend is gesproken. Als ik dan Bijbels doorredeneer, concludeer ik, dat de aloude belijdenis nog recht overeind staat en dat derhalve de uitspraken van 1989 lijnrecht in strijd blijven met de belijdenis der vaderen. Verlies is er over de gehele linie; de kerk heeft in haar totaliteit verloren, omdat zij het Schriftgezag heeft losgelaten.
Dat verlies is op geen enkele andere manier goed te maken!
Hoe nu verder? Wat voorzie ik?

Bij de overwegingen van het hele verhaal kan en mag ik niet stil blijven staan, maar dien ik door te gaan in de weg, die God zelf geboden heeft.
In dat licht bezien diende ik mij weer in het strijdperk te begeven en heb ik, conform de ordinantie, opnieuw een bezwaar tegen de handelwijze van het moderamen en de synode bij de generale commissie ingediend. Hierbij heb ik gevraagd om een kerkordelijk rechtsoordeel over deze gang van zaken en ten tweede om een hernieuwde en nu correcte behandeling van het gravamen.
Ik kan mij, gelet op de duidelijke omschrijving van ord. 11-20, niet voorstellen, dat de zaak geseponeerd blijft.
De kerk verkeert al veel te lang in onzekerheid, maar voor een groot deel is dat onze eigen schuld. Laten wij dus de hand maar diep in de eigen boezem steken. Is het niet beschamend, dat er over dit onderwerp betrekkelijk weinig te doen is geweest in onze rechterhoek van de kerk, terwijl, als het gaat over bestuur en beheer (dus de centjes) zeer velen te hoop lopen!
Laat dit voor ons een waarschuwing zijn om vooral alert te blijven op de ontwikkelingen en laten wij van alle kerkordelijke mogelijkheden gebruik maken; het zijn er heel wat meer dan u denkt. Alleen op deze wijze kunnen wij aan onze ambtelijke en christelijke plicht voldoen. Laten wij dan in alle ootmoedigheid onze knieën buigen en de nood van onze kerk in ons gebed dagelijks aan de troon der genade opdragen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 september 1992

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Winst of verlies?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 september 1992

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's