Gereformeerde theologie in een proces van ontwikkeling en aanpassing (3)
'De gelezen Schrift'
Nu neem ik aan dat u me tegenwerpt, dat juist de aandacht voor wat Vroom noemt 'de gelezen Schrift', dus de Schrift zoals zij in concreto en inhoudelijk functioneert in het verstaan van de gemeente, in de verdere ontwikkeling van de Schriftleer juist is toegenomen. Het is waar dat dat niet valt te ontkennen, zij het dan met tegelijk de genoemde 'hoge prijs' van het functieverlies van de Schrift daarbij te vermelden. Misschien mag ik dit er even bij vermelden. Het is een opmerkelijk gegeven, dat in orthodoxe, biblicistische kringen de praktijk van het Bijbelonderzoek de laatste jaren enorm juist is toegenomen, onder ouderen en vooral onder jongeren. Als ik het even op deze manier mag concretiseren.
Wat ik constateer in vele gemeenten van de Gereformeerde kerken, dan zijn daar de zgn. gesprekskringen in trek. Dat wil zeggen, dat men allerlei onderwerpen aan de orde stelt, en daar ieder zijn mening over geeft, terwijl dan terzijde al of niet de Bijbel ook ter sprake komt. Maar in wat ik nu maar noem het orthodox-fundamentalistische deel van de kerk daar bloeien de zgn. Bijbelkringen, en dat wil zeggen, dat de Bijbel op tafel komt en dat dan ook wel alle aspecten van het leven aan de orde worden gesteld, maar dan toch heel direct betrokken op de Schrift.
Maar als Vroom het heeft over 'de gelezen Schrift' bedoelt hij toch vooral erop te wijzen, dat het niet om de Schrift sec gaat, maar zoals zij functioneert binnen de context van de tijd. Dat brengt mij tot een tweede punt, en dat is de pneumatologische dimensie in de Schriftleer en het Schriftgeloof
Schrift en ervaring
Ook ik heb het waardevol gevonden, dat Berkouwer de correlatiegedachte in zijn openbaringsleer en Schriftleer heeft opgenomen. Maar juist in het licht van de na hem voortgaande ontwikkeling van de Schriftleer èn het praktisch functioneren van de Schrift in de Gereformeerde Kerken ben ik me steeds meer twee dingen gaan afvragen: ten eerste, heeft Berkouwer met die correlatie-idee in feite alleen de menselijke subjectiviteit willen legitimeren en zo meer ruimte willen geven voor de eigen menselijke inbreng, niet alleen in het verstaan van de Schrift, maar ook in het delen in het heil en daarmee een ontwikkeling op gang heeft gebracht, die, als ik let op de laatste fase daarin, en ik denk dan uiteraard aan wat Kuitert, niet alleen in zijn laatste boek, maar ook al in zijn eerdere publikaties daarvan laat zien, uitloopt op een filtratie van de inhoud van de Schrift door wat voor de menselijke ervaring en ratio acceptabel en geloofwaardig wordt geacht. Of is het zo, dat Berkouwer met zijn correlatie-idee ruimte heeft willen maken voor een waarachtig pneumatologisch verstaan van de Schrift, waarbij de hele Schrift als goddelijk gezaghebbend wordt ervaren, terwijl er toch onlosmakelijk, en laat ik nu ook een keer zeggen, organisch een voluit existentieel leven in de wereld van nu mee verbonden is. Als dat laatste het geval is, dan denk ik toch, dat Berkouwer in de na hem komende theologie in de Gereformeerde Kerken toch op een essentieel punt niet verstaan is, zoals dit in feite ook van Bavinck en Kuyper geldt. Laat ik het heel concreet zeggen. Als ik Berkouwer lees, voel ik me tegelijk heel dicht in de buurt van Bavinck en ook, zij het veel minder maar toch wel meer dan Berkouwer zelf waar wil hebben, in de buurt van Kuyper. Maar als ik dan naga, wat er in de laatste 10, 20 jaar aan verdere ontwikkeling zich heeft voorgedaan, dan ervaar ik een grote afstand tussen Bavinck en ook Berkouwer èn deze na hen gekomen theologie.
De kloof tussen theologie en geloof
Dat kan natuurlijk aan mij liggen, maar ik vind toch ook enige steun bij wat Veenhof er, zij het indirect, van zegt. Hij refereert dan aan het rapport uit 1975 van de deputaten van de synode, die het contact met de theologische faculteit van de VU behartigen, door hem een 'belangrijk document' genoemd, en waarin wordt opgemerkt 'dat er een kloof is ontstaan tussen de nieuwere theologische ontwikkelingen onder ons en de traditionele geloofsbeleving van vele leden van onze kerken, die nog altijd hun geloof op passende wijze vertolkt zien in onze oude belijdenisgeschriften' (60). Veenhof citeert dan vervolgens letterlijk: 'Misschien geheel ten onrechte, maakt het nieuwere theologische bijbelonderzoek dan ook op velen, die geestelijk zijn gevormd bij een traditionele inspiratieleer, de indruk van aanranding van de waardigheid en kracht van het woord van God en aantasting van de eer van de Heilige Geest'. Opmerkelijk is het 'misschien ten onrechte', maar Veenhof zelf – en hij is daarin niet de enige – spreekt toch van 'een nieuwe theologie' en al even eerder, in navolging van J. Plomp over een 'keerpunt', 'dat een nieuwe ontwikkeling inluidt'.
Nu heb ik zelfde gedachte, dat zolang er in de lijn van Berkouwer gedacht wordt vanuit een pneumatologische verdieping van de Schriftleer, waarin de traditionele componenten toch blijven meespelen, maar op een vernieuwde wijze, dat dàn nog de centrale verbindingslijn met de gereformeerde traditie gehandhaafd blijft. En ik zou eraan willen toevoegen, dat door iemand als J. Veenhof ervoor gezorgd is, dat deze lijn ook na Berkouwer op een eigen manier inderdaad is voortgezet. Zeker heb ik ook daarbij mijn vragen, maar ik zou toch willen zeggen, dat het de taak van de gereformeerde theologie vandaag is om in die weg voort te gaan.
Maar wanneer deze wat je zou kunnen noemen pneumatologische verdieping en vernieuwing wordt ingeruild voor een antropologische subjectiviteit, waarin de menselijke ervaring en het menselijk intellect de filter gaan vormen voor wat uit de Schrift geloofd en niet (meer) geloofd kan worden, dan krijg ik de overtuiging dat hier een wezenlijke kortsluiting is ontstaan met de gereformeerde traditie. In feite is men dan overgestapt op de humanistische traditie, die er ook vanaf het begin is geweest binnen het gereformeerd protestantisme, maar wel altijd als de tegenpool van de orthodox-gereformeerde traditie. En ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat in velerlei opzicht die overstap in de afgelopen jaren is gemaakt.
Is de theologie van de Gereformeerde Kerken nog gereformeerd?
Daarmee kom ik vanzelf weer terug bij mijn uitgangspunt: is er in de voortgang en uitkomst van de afgelopen honderd jaren theologie in de Gereformeerde Kerken nog sprake van een 'gereformeerde theologie'? Ik dacht dat we zo reëel en eerlijk moeten zijn om dat niet langer meer te stellen. Een nieuwe theologie is iets anders dan een vernieuwing van de gereformeerde theologie. Daarmee kom ik tot een andere conclusie dan in de voorafgaande 'Verantwoording' door Brinkman is geformuleerd, als hij schrijft: '… men wil immers helemaal niet iets nieuws brengen. Men wil alleen maar het oude "in rechte herstellen" en realiseert zich dat daar een vernieuwingsbeweging voor nodig is'. Brinkman heeft het dan over een 'vernieuwende restauratiebeweging' (9 v.). Ik ben geneigd te denken, dat dit nog wel gold tot en met Berkouwer, maar niet meer voor wat er daarna op is gevolgd, althans wanneer het accent valt op de ontwikkeling van de theologie. Dat er overigens nog allerlei andere stemmen klinken in het nu pluriforme koor van theologen uit de Gereformeerde Kerken, kan natuurlijk door niemand worden betwist.
De worsteling om gereformeerd te blijven
Ik wil besluiten met nogmaals erop te wijzen dat het een misverstand zou zijn, als u zou denken, dat wat ik vanmiddag als kritische evaluatie in uw midden heb neergelegd, voortkomt uit een afstandelijk en alleen maar afkeurend afwijzen van wat er in de theologie van de Gereformeerde Kerken aan vernieuwing is voortgebracht. Daarvoor ben ik teveel ervan doordrongen, dat wij in onze tijd van secularisatie en Godsverduistering er hard aan toe zijn om onze gereformeerde traditie te heroverwegen, met name door haar te herijken vanuit een vernieuwd, maar juist zo waarlijk gereformeerd verstaan van de Schrift. Wat mijzelf daarbij voor ogen staat is om in een veel hechtere en congeniale aansluiting bij de gereformeerde traditie te komen tot een op deze tijd gerichte vernieuwing van ons gereformeerde denken en leven, theologisch, kerkelijk en persoonlijk. Ik kan daarop nu niet nader ingaan. Wel wil ik uiting geven aan het diepe besef, dat dat een hele moeilijke opgave is, waar ik zelf ook beslist bij lange na nog niet uit ben. Maar liever blijf ik in deze verlegenheid voorlopig verkeren dan te menen een uitweg gevonden te hebben, die geen werkelijke weg is, althans beoordeeld vanuit het hart van het gereformeerd belijden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 september 1992
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 september 1992
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's