De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Over spiritualiteit gespróken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Over spiritualiteit gespróken

15 minuten leestijd

De Kerkendag 1992 ligt achter ons. In totaal bezochten 20.000 mensen uit alle hoeken van de kerken deze 'toogdag' (ds. W.R. van der Zee) te Amersfoort. Ook hervormd gereformeerden en anderen uit de Gereformeerde Gezindte waren in allerlei programma's aanwezig om een bijdrage te leveren. In de zogeheten Joriskerk-debatten over 'Kerken op weg naar 2000' en 'Op weg naar een leefbare wereld' participeerden respectievelijk dr. F.G. Immink en prof. dr. ir. E. Schuurman.Prof. dr. C. Graafland hield een lezing over 'Tussen isolement en engagement' en dr. J. Hoek sprak over het thema 'De Bijbel niet alleen voor het verhaal maar ook voor de moraal'.Ondergetekende had zitting in een panel over 'Spiritualiteit en engagement', en laten over 'Israël en de Palestijnen', E. van Middelkoop (GPV) in een panel over Hart en ziel voor Europa'.Het beeld, dat uit de dagbladen naar voren komt, kan niet anders dan divers zijn, gezien het feit, dat de deelnemers over een zeer groot aantal programmaonderdelen waren verspreid. We willen in deze kolommen zo breed mogelijk weergeven wat uit hervormd gereformeerde kring werd ingebracht. Aangezien het Nederlands Dagblad en Trouw de eerste bladen waren, die we vóór het ter perse gaan van dit nummer van ons blad onder ogen kregen, plaatsen we bijgaand de impressie, die het Nederlands Dagblad gaf over het debat inzake spiritualiteit, alsook wat door ondergetekende ten overstaan van Trouw is gezegd over het geheel. Volgende week plaatsen we in deze kolommen de bijdragen van prof. dr. C. Graafland en dr. J. Hoek.

In het hiervolgende geef ik nu, enigszins uitgewerkt, weer langs welke lijnen mijn bijdrage in het panelgesprek over spiritualiteit zich voltrok.

Belangstelling
Het onderwerp spiritualiteit is 'in'. Op de Kerkendag bleek dan' ook de meeste belangstelling te bestaan voor programma's over geloofsvragen, de stem van de kerk in deze en derhalve over spiritualiteit. Nu is spiritualiteit een ruim begrip. Aangezien de mens niet alleen ziel en lichaam is maar ook geest, is er ook sprake van geestesleven. Als zodanig is er een grote veelvormigheid van spiritualiteit, gegeven met de veelsoortigheid van mensen en opvattingen. De vraag is echter wat de spiritualiteit van de christen is. Ik heb het omschreven als geestelijk leven, wat inhoudt het persoonlijk (zoeken te) kennen (bevinden) van God door de Heilige Geest, die in ons woont. De inhoud ervan is leven uit de verzoening, uit het volbrachte werk van Christus, geschonken in de levensvernieuwing door het wederbarende werk van de Heilige Geest. De Heilige Geest – zegt de Heidelbergse Catechismus – is samen met de Vader en de Zoon eeuwig God, maar is óók míj́ gegeven.
De vraag is dan verder wel, waaraan de christen deze spiritualiteit ontleent, wat er de bron van is. Er is slechts één bron, namelijk het Boek, de Schrift. Er is geen ander middel, waardoor God Zich heeft geopenbaard aan de mens en waardoor Hij Zich laat kennen. Er is geen ander middel, dat de Heilige Geest wil hanteren om de Godswoorden bij de mens te brengen en ons God te doen kennen. De Heilige Geest kan die woorden 'senkrecht von Oben' (loodrecht van Boven) doen indalen in het hart. Het kan ook geschieden door gedurige omgang met de Schrift. Maar hóé dan ook, de Heilige Geest werkt ìn op het hart, en daarin op de geest ook van de mens.


Het is in onze tijd volstrekt nodig om deze éne en enige Bron voor onze spiritualiteit te onderstrepen. Want in de moderne spiritualiteit is het eigenlijk niet van belang waarde mens deze haalt, waaraan hij deze ontleent. Voor de één ligt de bron in de mens zelf, in meditatie en bepaalde trainingen, voor een ander in het engagement, het betrokken zijn op de wereld als zodanig, voor anderen in de (mystiek) van andere wereldgodsdiensten, voor weer een ander in de natuur ('het waaien van een eik') of in 'de vrouwenbeweging' (N. van Dijk). En alles bij elkaar komen we dan bij New Age. Daarin wordt alle spiritualiteit op één hoop geworpen: God in alles. Maar voor wie bij de Schriften, als de enige bron en norm voor het geloof leeft is er voor het geestelijk leven, voor de spiritualiteit maar één bron. En daarom is voor het onderhouden van die spiritualiteit de zondagse Woordverkondiging onmisbaar, om zo de Heilige Geest in ons te laten werken en de eeuwige sabbat al hier te beginnen.

Reflectie
Intussen is hiermee niet alles gezegd. Want een mens, ook de christenmens leeft het leven van elke dag, hij beleeft het brede leven lichamelijk en geestelijk. Hij is, omgeven door de wereld, van waaruit situaties op hem afkomen, beelden zijn netvlies bereiken, geluiden zijn trommelvlies doen trillen en het bonte leven van mensen en volkeren ook op hem afkomt. Wij mensen leven allen in dezelfde wereld en ontwaren of horen dezelfde dingen. Hoe is onze reflectie daarop, hoe gaan we daarmee om? De levensraadselen zijn voor alle mensen gelijk, zo ook de levenspijnen. De verschrikkingen, die zich voordoen in de wereld, roepen bange en moeilijke vragen wakker. Men moet het eigen geweten wel met een brandijzer hebben toegeschroeid als men de geest afsluit voor de grote noden van onze tijd. Vragen duiken op in het persoonlijke leven, bijvoorbeeld wanneer een kind wordt weggenomen door de dood of wanneer andere verschrikkingen toeslaan. Vragen worden dan ook wakker geroepen met betrekking tot Gods 'vaderlijke hand' (zondag 10 H. C). Hoe zit het dan als drie jongens, komend van een bezinningsavond over geloofsvragen, op weg naar huis worden gedood door een automobilist van wie de bloedproef moest worden afgenomen? Een vraag, die duizenden in onze samenleving zich stellen als ze door een soortgelijk ongeval een geliefde moeten missen.
Maar hoe zit het ook met de noden in de wereld, waarvan de beelden dagelijks langs ons netvlies gaan? Die immense vragen van het leven raken ook het geestelijk leven van de mens. Ze kunnen mede deel uitmaken van zijn vertwijfeling, van de bange vraag met betrekking tot Gods handelen. Gods weg blijkt zo vaak in de zee te zijn en Zijn pad in diepe wateren. Daarom, het geestelijk leven wordt niet alleen geboren en gevoed en gestempeld in de binnenkamer. Het wordt ook mede gevormd, geschokt en geschud en bepaald door de dingen van de dag.
Met het geestelijk leven verweven ligt ook de vraag naar klaarheid in déze dingen. Maar in al die dingen ligt niet de bron voor de spiritualiteit. Er is sprake van conceptie en reflectie: het nieuwe leven, gegéven in de nieuwe geboorte, reagéért ook op het brede leven van mens en wereld.

Vernieuwing
We leven vandaag intussen in een kleine wereld. Alle dingen, die zich veraf voltrekken, komen in de kortste keren bij ons in beeld. We worden dan ook méér dan vorige geslachten geteisterd door de verschrikkingen, die zich op grote schaal in de wereld voordoen. Wie bewust leeft, bewust gééstelijk leeft kan dan ook soms een grote hunkering kennen naar een wereld, waarin deze verschrikkingen niet meer voorkomen, waar geen ziekte, honger, oorlog en onrecht meer zijn zullen. Een mens kan hunkeren naar een wereld, waar het recht toegaat, waar gerechtigheid een thuis heeft en de tranen van de ogen zullen zijn afgewist. Zo'n wereld blijkt intussen niet maakbaar en dus kennelijk niet haalbaar.
Door alle tijden heen heeft de mens geijverd voor een betere wereld en het is telkens weer bij de handen afgebroken. Het lijkt in onze tijd zelfs wel alsof alle ellende zich verhevigt, zich nog veel grootschaliger voordoet dan ooit het geval is geweest. Volkeren werden bevrijd en we raakten wereldwijd in een euforie. Maar volkeren namen in de kortste keren ook weer het zwaard tegen elkaar op en nieuwe machthebbers praktiseerden en praktiseren oude praktijken van onderdrukking en geweld, van uitbuiting en machtswellust. Het is in de geschiedenis één grote herhaling van bloed, zweet en tranen. Als zodanig blijkt elke dag, dat het wáár is, bíjbels waar, dat de mens niet alleen geneigd is tot alle kwaad maar ook onbekwaam tot enig goed. De echte vernieuwing blijkt niet binnen onze mogelijkheden te liggen, persoonlijk niet en in wereldverband niet. Dat de mens ooit een nieuwe aarde bewerken zal, is niet alleen twijfelachtig, het is, naar het getuigenis van de Schriften, zelfs uitgesloten.


En toch zal het goed komen. Er zàl eenmaal een wereld zijn, waarop gerechtigheid woont. Er zal een nieuwe hemel en er zal een nieuwe aarde zijn. De hoop op het eeuwige leven en op het nieuwe, dat komt, doortrekt dan ook het geestelijk leven van diegene, die in de Schriften die omgang met God kent. Maar dan ook kent degene, die de omgang met God beoefent, het zuchten naar die volmaaktheid, het heimwee naar de eeuwige stad, naar het nieuwe Jeruzalem, dat komt. Naar die stad, waar geen tempel meer nodig is omdat het Lam de tempel is en ook geen zon of maan, omdat het Lam de kaars is, die de stad verlicht.
Maar we weten uit de Schriften ook, dat het de rechtvaardigen, de godvruchtigen zijn, die die nieuwe hemel en die nieuwe aarde beërven zullen. Alleen diegenen, die geschreven zijn in het boek van het leven van het Lam, gaan binnen. En buiten zullen zijn de honden, de afgodendienaars, de doodslagers (Openb. 20).
Daarom is er geen vernieuwing zonder bekering.

Geen wissel
Het verwijt, dat tegen dit geloof steevast wordt ingebracht is, dat zo alleen maar wissels worden getrokken op de eeuwigheid en men het kwaad het kwaad kan laten, het onrecht het onrecht. Echter: nee, driemaal nee! In de loop der eeuwen is gebleken, dat wanneer volkeren werden gekerstend ook het gelaat van de aarde veranderde. Oude heidense praktijken werden teruggedrongen, de leefbaarheid van de samenleving werd bevorderd. Nooit echter werd een gekerstende samenleving volmaakt. Het kwaad, genesteld in het hart van de mens, bleef voortwoekeren. Het volmaakte wordt niet hier en nu bereikt.
Maar de opdracht is gegeven. Het is onmogelijk, dat degene, die God vreest, niet zou voortbrengen vruchten der dankbaarheid. De profeet Micha zegt het in een drieslag wonderschoon: 'wat eist de Heere van u, o mens, dan recht te doen, weldadigheid lief te hebben en ootmoedig te wandelen met uw God?' (Micha 6 : 8). In de omgang met God gaat het ook, in directe samenhang daarmee, om het jagen naar gerechtigheid en het beoefenen van barmhartigheid. Dat geldt ook bij de benadering van de grote wereldvragen.
De kerk des Heeren mag immers weten, dat er gerechtigheid ìs in en mógelijk is vanuit die Ene, die de Zon der gerechtigheid is. En daarom kent de kerk maar één hartstocht: Hij, slechts Hij!

En als ik dan het nameloze leed en het schrijnende onrecht in de wereld zie, dan rijst de bede op, dat de aarde vol mag zijn van de kennis des Heeren, zoals de wateren de bodem van de zee bedekken. Dat geeft de rechte missionaire aandrift. Want alleen in die kennis des Heeren is er hoop, nochtans hoop. Niet een hoop, die tot lijdelijkheid noopt. Wel lijdzaamheid, die bevinding wekt en de bevinding wekt hoop. En die hoop beschaamt niet, omdat de liefde Gods in onze harten is uitgestort door de Heilige Geest, die ons is gegeven (Rom. 5).


Een nieuwe wereld maken wij niet. Helaas klonken stemmen, die dit suggereerden, regelmatig op de Kerkendag wel. De 'maakbaarheid' van een nieuwe wereld ligt buiten ons bereik. Maar het nieuwe komt wel. En de tekenen ervan zullen al zichtbaar zijn. Intussen is ons gebed: Heere, erbarm u!
Ook deze dingen komen voort uit en bepalen samen onze bijbelse spiritualiteit.


'… nee tegen slotviering en derde Kerkendag'
Principiële gronden weerhielden ir. J. van der Graaf, algemeen secretaris van de gereformeerde bond in de hervormde kerk, zaterdag van deelname aan de slotviering van de Kerkendag.
'Ik vier niets mee', zei de voorman van de rechtervleugel in de hervormde kerk. Hij zag geen enkele aanleiding om iets te 'vieren', gelet op de 'verschrikkingen in de wereld die dag aan dag over het beeldscherm wandelen' en de verdeeldheid die onder christenen en kerken heerst. Maar wat hem vooral zwaar op de maag lag, was dat er tijdens de slotviering van de Kerkendag schalen met druiven werden doorgegeven en genuttigd.
Van der Graaf paste voor dit verkapte Avondmaal, en hij voelde zich daarin niet alleen staan, gezien de moeite die het r.-k. episcopaat heeft met oecumenische eucharistievieringen. 'In de kerken doen we terecht zeer moeizaam over: met wie vier je het Avondmaal? En ik weet tijdens zo'n slotviering niet met wie ik zou vieren. Ook zou ik mij vereenzelvigen met een breed oecumenisch kader, en dan zeg ik: 'Nee, nee, nee.'
Niet alle bonders – voor zover aanwezig, trouwens – verlieten vóór de slotviering de Kerkendag. Ds. H. de Leede, werkzaam bij de Inwendige Zendingsbond (IZB), ging er zelfs voor in gebed. Hij is ook een van de initiatiefnemers van een handtekeningenactie die de kerken ertoe moet bewegen, het conciliaire proces voort te zetten.
Van der Graaf was er wel over te spreken, dat de Kerkendag 'sober', en met Schriftlezing en gebed, begon. Op de eerste Kerkendag, drie jaar geleden, slaakte hij de verzuchting: 'Hoe is het in Godsnaam mogelijk dat we een Kerkendag beginnen zonder gebed?'
'Die kritiek is opgepakt', constateerde hij zaterdag tevreden. Ondanks zijn kritiek op de slotviering had hij geen spijt van de participatie van de gereformeerde bond in het programma. Dat bood dit keer heel wat meer 'herkenningspunten' voor bonders dan drie jaar geleden, dankzij de inspanningen van het hervormde synodebestuur om de gereformeerde bond bij de Kerkendag te betrekken, zo deelde hij een pluimpje uit. 'Dan zou het van de gekke zijn als je dan niet zou gaan. Dan laad je het odium op je van een groep die alleen maar "nee" zegt om het neezeggen.'
Dat er naast die herkenbare programmapunten – hij noemde de bijdragen van diverse organisaties uit de gereformeerde bond en de deelname van orthodox-christelijke politici als E. van Middelkoop (GPV) en prof. E. Schuurman (RPF) – ook onderdelen waren die de gereformeerde bond vreemd zijn, vond Van der Graaf niet bezwaarlijk. 'Dat zouden programma-onderdelen kunnen zijn waar je heel goed een blinde vlek voor zou kunnen hebben.'
Niettemin ontwaarde hij in Amersfoort enkele 'scherpe kloven'. De spraakverwarring rondom spiritualiteit was er een van. De visie van de gereformeerde bond – 'bijbelse spiritualiteit wordt bewerkt door de Heilige Geest' – is op z'n zachtst gezegd geen gemeengoed onder de Kerkendaggangers, constateerde Van der Graaf. Een even grote kloof zag hij bij de verschillende invulling van het verlangen naar 'gerechtigheid' op aarde. 'Dan merk je toch dat een deel van de mensen hier uitgaat van een zekere maakbaarheid van de samenleving, de schepping van een nieuwe wereldorde'. Van der Graaf gelooft daar niet in. Het voornaamste wat de kerk volgens hem kan doen, is ervoor zorgen, dat de aarde vol is van de kennis van de Heere God. Dan mag je hopen dat er tekenen van vernieuwing komen.'
Hij staat zeer gereserveerd tegenover het idee van een derde Kerkendag. Hij is er beducht op dat de Kerkendag een vast punt wordt op de kerkelijke agenda, een 'soort kerk boven de kerken'. 'De kerk heeft haar eigen structuur' en daar hecht hij aan. Een Kerkendag die zich allerlei vrijheden veroorlooft, ook liturgisch, die in de afzonderlijke kerken niet kunnen, 'dat is waar ik "nee" tegen zeg.'
(Trouw)


Behoudende stem op Kerkendag vraagt aandacht voor Golgotha
Het kan niet voorbijgegaan zijn aan de inwoners van Amersfoort: zaterdag kwamen er tegen de 18.000 mensen naar de tweede oecumenische Kerkendag, georganiseerd door de Raad van Kerken in Nederland. Een goed bezocht programmaonderdeel was de discussie over 'spiritualiteit en engagement'. In het forum namen onder anderen deel ir. J. van der Graaf (Geref. Bond), ds. F. Veenhuizen (Evangelische Alliantie) en L. ter Steeg (KRO). Iemand uit de zaal signaleerde eenheid: hij vond alles wat er in het forum gezegd werd, terug in de Schrift. Van der Graaf: 'Ik geloof dat we niet te lievig voor elkaar hoeven te doen', volgens hem was er geen sprake van eenheid. De sfeer leed er in elk geval niet onder.
Van der Graaf mocht het gesprek van discussieleider ds. J. Beumer beginnen. 'Ik leef uit de verzoening door het kruis op Golgotha'. Dat doet hem verlangen naar een aarde die vol is van de kennis van de Heere en naar het nieuwe dat komt. Forumlid mevr. N. van Dijk (Kerk en Wereld) zei het met Van der Graaf eens te zijn: 'Geloven is een zaak van persoonlijke bekering en spiritualiteit is een persoonlijk ja-zeggen op een beweging. Voor mij is dat de vrouwenbeweging.' Van der Graaf begreep haar instemming met hem niet: 'Die sprong van persoonlijke bekering naar beweging kan ik niet zo meemaken.'

Christelijk of menselijk
Het gespreksthema was de samenhang tussen persoonlijk geloof en de inzet voor gerechtigheid, vrede en heelheid van de schepping. Beumer vroeg Veenhuizen of het de evangelische beweging te doen is de wereld christelijk te maken of menselijk. 'Ik zie geen tegenstelling tussen spiritualiteit en engagement (betrokkenheid bij maatschappelijke problemen, red.) of tussen christelijk en menselijk.'
Veenhuizen omschreef spiritualiteit als 'wandelen met God'. Beumer wilde het nog wat aanscherpen. Het is toch zo dat een persoonlijke relatie met God en inzet voor maatschappelijke problemen niet automatisch samengaan.' Veenhuizen wees daarna op de vele diaconale activiteiten binnen de evangelische beweging. Maar: 'Het begint met een persoonlijke relatie met God', aldus Veenhuizen.
Toen Van der Graaf zei, dat er hoop is op een nieuwe hemel en aarde en dat niet iedereen daar zal mogen wonen, werd het even spannend stil. Mevr. Van Dijk doorbrak dit korte moment met de opmerking: 'Er is een hoop te dóen'. Ze oogstte het geklap van de zaal.
Volgens Ter Steege gaat het om de vraag naar de verhouding tussen schepping en verlossing. In deze tijd is het van belang meer accent te leggen op de schepping, zonder verlossing onbelangrijk te vinden. 'Door de genade van de verlossing wordt de natuur verheven. De schepping is niet verdorven, maar geschonden.'

New Age
De New Age-beweging kwam ook ter sprake. Mevr. Van Dijk stelde dat waar New Age in cursussen voor werklozen zegt, dat werkloosheid zelf gekozen is, de kerken andere antwoorden moeten geven. De kerk moet volgens haar niet zozeer zoeken naar het gesprek met New Age, de kerk moet zorgen dat mensen uit de invloedssfeer blijven van deze... 'mafia' vulde iemand uit de zaal haar aan, tot tevredenheid van de aanwezigen (…).
(Nederlands Dagblad)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 september 1992

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Over spiritualiteit gespróken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 september 1992

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's