De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Torenspitsen-Gemeenteflitsen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Torenspitsen-Gemeenteflitsen

6 minuten leestijd

WAVERVEEN
De oudste historische vermelding over een kerk in deze plaats dateert van 1460. Sindsdien heeft het kerkelijk leven een eeuw lang, althans naar het schijnt, weinig beroering gekend. Maar al in het begin van de Tachtigjarige Oorlog hebben de Spaanse troepen, met hun strooptochten het dagelijkse leven hier op het platteland danig ontwricht. Het gevolg was, dat de kerk leeg bleef en ernstig in verval raakte.
Of het proces van de overgang naar de Reformatie hierdoor bevorderd is, blijft een open vraag. Wel echter weten we iets meer van het gebeuren op staatkundig terrein. Het betrekkelijk kleine stukje land in Noordwest-Utrecht, waartoe Waverveen behoorde – en dat als een scherpe punt in het Stichtse gebied drong – is al vroeg onder het beheer van de Staten van Holland gekomen. Met name de Heren van Amstel voerden hier het bewind.
Zo blijkt dan uit de notulen van de Classis Amsterdam d.d. 2 april 1590: 'dat er te Waverveen al een redelijk getal inwoners was, wien God de Heere met de ware kennis van Zijn Evangelie verlicht had'.
Deze mensen gingen voortvarend te werk, want nog in hetzelfde najaar 'wierd er een kerck getimmert'. Het moet een rechthoekig houten gebouw geweest zijn met een toren, waarop de haan van de waakzaamheid prijkte. Deze eerste hervormde kerk heeft welhaast zeker op dezelfde plaats gestaan als zijn roomse voorganger.
Dat het daarna nog twee jaar zou duren, voordat de eerste gereformeerde predikant alhier bevestigd werd, lag hoofdzakelijk aan de financieel zwakke positie van de weinige gemeenteleden. Aanvankelijk kwamen slechts vijftien personen openlijk er voor uit, dat zij de gereformeerde leer waren toegedaan. Desondanks heeft, met de komst van ds. Cornelius Paludanus in 1592, de Reformatie ook hier definitief wortel geschoten. Het plantje was echter uitermate teer en heeft veel te verduren gekregen. Vooral de burgerlijke overheid, die verantwoordelijk was voor het onderhoud van de kerk, bleef sterk in gebreke. Meermalen wordt in de archieven vermeld, dat aan de Schout en ook aan schepenen de toegang tot het Heilig Avondmaal is ontzegd wegens wangedrag. Het lijkt erop, dat zij meer om het behoud van hun functie tot de 'nieuwe leer' zijn overgegaan dan uit innerlijke overtuiging.
Onder hevig protest van de kerkeraad werd omstreeks 1650 aan de rand van de gemeente een rooms-katholieke schuilkerk gebouwd met toestemming van de ambachtsheer: Anthony Oetgens van Waveren. Deze zelfde man matigde zich bovendien de nodige kerkelijke benoemingsrechten aan! Het zogenaamde recht van agreatie. De kerkeraad was afhankelijk van zijn instemming zelfs met een beroepen predikant. Eén en ander mag een bewijs vormen daarvan, hoe moeilijk het gesteld was met de zelfstandigheid van de plaatselijke gemeente. Trouwens daarmee is een gebruik ingevoerd, dat bestaan heeft tot in het begin van de 19e eeuw.
In het rampjaar 1672 kwam Waverveen opnieuw midden in de vuurlinie te liggen, maar nu van de Franse troepen. Ds. Henricus Selijns, één van de meest markante predikanten, die in deze gemeente heeft gestaan van 1666 tot 1682, doet persoonlijk verslag van de inval van de vijand bij nacht. Door brandstichting is toen meer dan een derde van de bevolking letterlijk dakloos geworden. Velen zijn gevlucht naar Amsterdam en enkele tientallen kwamen om in de strijd. De gemeente leefde in die dagen in de verstrooiing. Zij bestond uit welgeteld 90 lidmaten van de ruw genomen 200 hervormde inwoners.
Het houten kerkgebouw werd in de strijd wonderwel gespaard. Maar nadat het een eeuw lang dienst gedaan had, werd de wens naar een nieuwe kerk steeds sterker.
Een gunstige gelegenheid werd gevonden in de aankoop van een nieuw groot herenhuis. Na een interne verbouwing completeerde men het geheel met een toren, waarin een echte dorpsklok was aangebracht. Op 3 maart 1697 werd deze tweede kerk voor de eredienst in gebruik genomen. Helaas bleek maar al te gauw, dat de fundering in de slappe veenbodem verre van voldoende was. Rond 1750 stond het gebouw dan ook op instorten en moest de gemeente op zondag uitwijken naar de nabijgelegen school.
Ondertussen was de welvaart bij de bevolking, door het uitvenen van de polder, redelijk toegenomen. Daardoor en ook door de ervaring geleerd, werd een nieuwe kerk opgetrokken op een 'diep en stevig onderheid fundament'. Aan een beschrijving van het interieur uit die tijd ontlenen we de zinsnede: 'er is geen orgel in deze kerk, doch voor het overige ontbreekt er niets aan hetgeen men gewoonlijk in een welaangelegd kerkruim begeert te vinden'. Ook aan de buitenkant moet het bouwwerk een degelijke en voorname aanblik hebben gegeven. De gedenksteen, die voor de toegangsdeur van deze kerk heeft gelegen, is voor het nageslacht bewaard gebleven. Zij heeft een plaats gekregen in de huidige kerk en draagt, naast de namen van de architect en de eerste steenlegger, een gedegen heilbede voor de kerkgangers.
Deze derde kerk werd ingewijd op 3 augustus 1755, waarbij ds. Joh. van Staveren het Woord bediende naar aanleiding van Ezra 1 : 5 en 6. Zij was ongetwijfeld een rijk bezit van de gemeente. Niettemin was ook deze rijkdom van voorbijgaande aard.
Aan de inkomsten van de turfgraverij kwam na de eeuwwisseling spoedig een einde. En wat overbleef, was een groot waterrijk gebied, waarin slechts weinigen een schamel bestaan vonden. Burgerlijk verarmde de gemeente dermate, dat zij per 1 januari 1841 gevoegd werd bij Vinkeveen. Kerkelijk bleef Waverveen wel zelfstandig, al had het geringe aantal leden veel moeite om het hoofd boven water te houden.
Nieuwe problemen deden zich voor, toen de plannen tot droogmaking van de plassen in de Ronde Venen, omstreeks 1870 vaste vorm aannamen. De aanzienlijke verlaging van het waterpeil en de inkrimping van de veengronden brachten het einde met zich mee van het derde bedehuis sinds de Reformatie hier ter plekke.
En aldus komt de hervormde gemeente thans al weer meer dan een eeuw lang samen op zondag in het bovenstaande kerkgebouw, dat dateert van 1887.
Aardse fundamenten mogen voortdurend wankelen en ondeugdelijk blijken te zijn, maar niet die ene ware grondslag, die God gelegd heeft in Zijn eniggeboren Zoon, de Heere Jezus Christus. De verkondiging van Zijn Evangeliewoord mag ook aan deze plaats nog blijven doorgaan in het heden van Zijn genade. En de gemeente mag samenkomen, getuigend van de levende hoop met de woorden, die als tekst is aangegeven op de genoemde drempelsteen: Jesaja 26 : 8. 'Wij hebben ook in de weg Uwer gerichten, o Heere, verwacht, tot Uwen Naam en tot Uwe gedachtenis is de begeerte onzer ziel'.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 september 1992

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Torenspitsen-Gemeenteflitsen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 september 1992

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's