Meditatie
'Hierin is de liefde, niet dat wij God liefgehad hebben, maar dat Hij ons lief heeft gehad, en Zijn Zoon gezonden heeft, tot een verzoening voor onze zonden'.(1 Joh. 4 : 10)
Johannes wordt wel genoemd de apostel der liefde. Hij schrijft graag en veel over de liefde.
Wat is liefde? Waar komt de liefde vandaan? Wat te doen, als je géén liefde hebt? Vragen van levensbelang. Zònder liefde sterft het leven af. Zònder liefde kwijnt een mens. Wij willen het misschien niet eens van onszelf weten, maar een mens hunkert van binnen naar liefde. Iemand zei: ik heb geen liefde meer. Het is dóód, het is op! En dat is koud, dat is om te huiveren. Dan verkil je. Waar een mens geen liefde meer heeft en geeft, daar is het nacht. Daar heerst de zonde. Daar is de vorst der duisternis, de onenigheid, de haat.
Johannes weet wat liefde is. Hij schrijft daarover, gedurig weer. Enerzijds over de liefde, die God tot ons heeft. Anderzijds over de broeders lief te hebben. De liefde die God tot ons heeft, die gaat voorop, die is het éérste. En elkaar lief te hebben, dat is het gevolg, dat komt daarna. Onze tekst spreekt van de liefde, die God tot ons heeft.
Hoe kan ik weten, of God mij liefheeft? Moet je dat voelen? Moet je dat afleiden uit gebeurtenissen uitje leven? Moet je dat ergens uit opmaken? Kun je dat bewijzen?
Zéker, de liefde van God blijkt. Dat is te zien in je leven. Als de Heere je ogen opent, dan zie je dat ook. De liefde van God wordt erváren. Daar kunnen vele mensen van vertellen. Zij kunnen de liefde-daden van de Heere optellen in hun leven. Want de Heere God laat Zich niet onbetuigd, in niemands leven. Iedereen kan daarvan weten. De Heere God laat ons dat soms zien. Dan vraagt Hij: heb Ik je híér niet mee geholpen? En dáármee? En tóén?
Vooral bij jubilea en gedenkdagen komt dat op je af. En dan kunnen vele mensen zeggen: Ja, Heere! Vanaf mijn jeugd was U er al. Dat weet ik. En nog bent U er. Vooral onder de bediening van Uw Woord. U wijst mij op mijn fouten dan. Maar ook op Uw Zoon. En op Uw beloften. U laat telkens merken, dat U mij in het oog hebt, ondanks mijn struikelen en tobben.
Toch is dat niet het éérste en zelfs ook niet het bèste bewijs, dat God ons liefheeft. Wat u aan liefde van God ervaren heeft, dat is gróót. Dat mag u niet minachten. Dat moet u niet vergeten. U mag er de Heere God voor danken. Maar er is béter bewijs. Er is een hechtere grond. Ervaringen kunnen u tenslotte misleiden. U kunt ze verkeerd uitleggen. U kunt ze in een verkeerd licht plaatsen en er verkeerde conclusies uit trekken. Maar de tekst geeft iets beters. De tekst geeft een onbedriegelijk bewijs. Hierin is de liefde, dat Hij Zijn Zoon gezonden heeft. Het onthullen van Gods liefde voor u? Dat gebeurde op Golgotha. Dat is het allereerste, het beste, het diepste bewijs. Een beter bewijs kon de Heere God niet geven. Hij gaf Zijn Zoon.
Toch is ons dat vaak te kaal, te naakt, te weinig. Alleen maar het geloof? Eenzijdige liefde, zonder voorwaarden vooraf? Wij willen er wat bij hebben. Wij willen daarbij zeggen: èn ik heb God lief, èn ik doe vele goede dingen. Wij denken graag: ik doe erg mijn best. God heeft mij vast lief. En intussen hebben wij, naast dat éne grote feit op Golgotha, nog een heleboel andere dingen. Dingen, waaruit wij Gods liefde afleiden… Concurrenten van de Heere Jezus Christus!
De tekst zegt: néé, niet dat wij God liefgehad hebben! Dat is de bron niet. Dat is hooguit het gevolg. Onze liefde tot God is er misschien wel bij u. En God geve dat. Maar zó komen wij niet tot God. Wij mogen zeggen: Heere God, ik kan niet ontkennen dat ik U liefheb. Maar dat komt, omdat U mij éérst hebt liefgehad. Uw liefde ging voorop.
Onze liefde tot God is maar klein. Wij verstoren Gods liefde voortdurend, wat ons betreft. Dan lopen wij bij Hem vandaan. Maar dan haalt Hij ons terug. En grijpt ons bij de schouder. Soms zacht. Soms pijnlijk. Maar in ieder geval met de beste bedoelingen. Om ons nl. weer terug te roepen. En het weer goed te maken. Hij gaf Zijn Zoon tot een verzoening voor onze zonden. En telkens roept Hij ons, als Eerste, weer tot die verzoening terug. En wij? En ik? Is dat ons hoogste verlangen? De verzoening met God? Uit eenzijdige liefde steekt Hij de hand naar ons uit. Wat èrg, als mensen zo'n hand àfslaan. Wat een nood! Zou je niet sméken gaan, om de Heilige Geest, die de ogen der blinden opent, voor de grote gave van Gods Zoon, op Golgotha?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 september 1992
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 september 1992
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's