Globaal bekeken
Op D.V. donderdag 8 oktober zal in Utrecht promoveren tot doctor in de godgeleerdheid drs. M. Verduin, hervormd predikant te Zeist. De titel van het proefschrift is Canticum Canticorum, 'Het lied der liederen', een onderzoek naar de betekenis, de functie en de invloed van de bronnen van de kanttekeningen bij het Hooglied in de Statenbijbel van 1637. We feliciteren van harte de promovendus, alsook de promotor, prof. dr. C. Graafland, met de voltooiing van deze studie is gevat in een lijvig, fraai uitgegeven boek van 861 pagina's. Daarmee gaat deze studie qua omvang die van wijlen dr. O. Jager te boven.
Van de stellingen nemen we de volgende over:
• De rabbijnse interpretatie van het Hooglied werkt via christelijke hebraïsten door tot in de Kanttekeningen bij de Statenvertaling van het Lied der liederen.
• Daar het teloorgaan van de liturgische erfenis zeer tot schade van het geestelijke leven is, is de Reformatie aan de traditie verplicht bij Rome in de leer te gaan.
• De vertaling van het Hooglied in de gereformeerde Statenbijbel komt via de tekst van Deuxaes goeddeels overeen met de overzetting van Luther.
• De opschriften boven de hoofdstukken van het Hooglied in de Statenbijbel zijn hoofdzakelijk ontleend aan Het Hoghe Liedt Salomons van Jacobus Revius. De door hem aangebrachte correctie in de drukproef van Hooglied 3 : 5 (vgl. 2 : 7 en 8 : 4) – om de vertaling te uniformeren – is evenveel door de drukker over het hoofd gezien en tot op heden niet gehonoreerd in de editie(s) van de Statenbijbel.
• De huidige edities van de Statenbijtiel zijn – in ieder geval wat de vertaling van Hooglied 2 : 17 betreft – een verzwakking van de oorspronkelijke tekst. De statenvertalers lezen namelijk 'die dag' in plaats van 'de dag'.
• Wie als exegeet de waarde van rabbijnse Schriftuitleg hoog inschat, kan bij de verklaring van het Hooglied uitsluitend vanwege een merkwaardige inconsequentie aan deze waarde voorbijgaan.
• Het belijden van de verkiezende God – te onderscheiden van de rationele opvattingen over de verkiezing – klinkt in de Kanttekeningen bij het Hooglied (1637) als een lofzang van de aangevochten gelovigen.
• Met het oog op mensen met een verstandelijke handicap, ware het beter de derde vraag van het klassieke formulier voor de kinderdoop als volgt te lezen: '… naarmate zij tot hun verstand zullen komen' (vgl. de Kanttekeningen in de Statenbijbel bij Spreuken 22 : 6).
• Wanneer de gemiddelde Nederlander de tijd die hij investeert in TV-kijken, zou benutten voor studie, zou hij minstens een opleiding op HBO-niveau met goed gevolg kunnen voltooien; indien hij deze investering aanwendt om de Kanttekeningen van 1637 te onderzoeken, zou hij zelfs Christus kunnen gewinnen.
• Het verdient aanbeveling de begrafenis van een christen te doen plaatsvinden onder psalmgezang in plaats van klokgelui.
• Statenbijbels worden op de kansel veelal oneigenlijk en ongeoorloofd gebruikt – zo niet misbruikt – door dienst te doen als katheder of ornament, soms zelfs in plastic verpakt.
• Wie zittend zijn loflied verheft, gelijkt een musicus die, ijverig strijkend, muziek poogt te ontlokken aan een viool met dubbelgevouwen klankkast.
• Het is opvallend dat veel milieuactivisten rond het Kerstfeest en de jaarwisseling niet alleen hun protest, maar zelfs hun principe vergeten.
• Sommige instellingen van onderwijs sieren zich met namen van godgeleerden, wier uiterlijk zij echter expliciet afkeuren, wanneer blijkt dat jonge mannen met het dragen van baard en snor hun gelijkenis vertonen.
• Het verdient aanbeveling dat de overheid degenen die een walk-man dragend zich op de openbare weg begeven, verplicht tot het voeren van het onderscheidingsteken SH.
In het oorlogsjaar 1941 dichtte Ida Gerhardt het mooie gedicht 'Carillon':
Ik zag de mensen in de straten,
hun armoe en hun grauw gezicht, –
toen streek er over de gelaten
een luisteren, een vleug van licht.
Want boven in de kokketoren
na 't donker-bronzen urenslaan
ving, over heel de stad te horen,
de beiaardier te spelen aan.
Valerius: – een statig zingen
waarin de zware klok bewoog,
doorstrooid van lichter sprankelingen,
'Wij slaan het oog op U omhoog.'
En één tussen de naamloos velen,
gedrongen aan de huizenkant
stond ik te luist'ren naar dit spelen
dat zong van mijn geschonden land.
Dit sprakeloze samenkomen
en Hollands licht over de stad –
Nooit heb ik wat ons werd ontnomen
zo bitter, bitter liefgehad.
Uit de schatkamer van het Afrikaans
'Nog een aantal treffende uitdrukkingen wist Daleen Koffrie-Stavast te verzamelen, maar helaas is de koek nu op', aldus Zuid-Afrika nú:
Dit reen ou meide met knopkieries – het regent pypestelen
Die rieme bere – wegrennen
Sy rieme is los – hij is verliefd
Die ritteltits kry – hystirich worden
'n Rooibaardjie – een Engelse soldaat
Jy het seker rooimiere – gezegd tegen iemand die geen seconde stil kan zitten
Die koei wil nie sak nie – een koe die geen melk geeft
Sandtrapper – spotnaam voor iemand die in de Vrystaat woont
Vaalpens – spotnaam voor iemand die in de Transvaal woont
Hy het nou sandruiter geword – hij is van zijn paard gevallen
Hy het die laaste skof gery – hij is overleden
Iemand moet skottelgoed was – gezegd van iemand die heel langzaam eet, en altijd als laatste nog bezig is.
Dit is nie aljaar skrikkeljaar nie – het leven bestaat niet alleen maar uit leuke dingen
Jy kan maar gaan slaap – het lukt je toch niet
Môre bak ons soetkoek – waar heb ik dat meer gehoord?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 oktober 1992
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 oktober 1992
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's