Boekbespreking
Herman Wiersinga, Geloven bij daglicht, verlies en toekomst van een traditie; uitgave Ten Have, Baarn, 195 blz., ƒ 34,50.
De inmiddels geëmeriteerde Geref. studentenpredikant dr. H. Wiersinga geeft in dit onlangs verschenen boek een verantwoording van wat hij met zijn theologische bagage in de loop der jaren heeft gedaan, hoe hij veranderd is in zijn geloofsbeleving (inclusief zijn vervreemding van de Geref. erfenis, die hij van huis uit meekreeg), ja ook van de Westerse geloofstraditie en zijn geloofsformules. Het boek is een verantwoording tegenover hem zelf. En als zodanig getuigt het van een radicaliteit, die we van Wiersinga kennen. In een tijdsbestek immers, waarin de Ger. Kerken nog net niet toe waren aan een Schriftgeloof als dat van het (ger.) kerkelijk rapport 'God met ons', brak Wiersinga in zijn dissertatie (1971) een lans voor een alternatieve verzoeningsleer, die in feite van de Bijbels gefundeerde en door de kerkelijke traditie geijkte verzoeningsleer fundamenteel verschilde. Wiersinga zegt dit (achteraf) ook zelf zo (blz. 161). Een verzoeningsleer, die gegrond was in dezelfde gedachte van een correlatief waarheidsbegrip als van genoemd Ger. synodaal rapport. Geen wonder, dat Wiersinga constateert, dat het hem 'toegestaan bleef (vanwege de Ger. Kerken) om ook in heterodoxe of alternatieve zin over de verzoening te blijven spreken en schrijven' (blz. 19).
Uit de laatste pennevrucht van Wiersinga 'Geloven bij daglicht' blijkt, dat hij steeds verder is opgeschoven in de richting, die zojuist is aangeduid. Zijn breuk met de Westerse en Ger. geloofstraditie is moeilijk meer te overbruggen. Zo oordeelt hij zelf. En dat is eerlijk. Zijn geloofspapieren (ook die van de drie formulieren van enigheid, indertijd ook door hem ondertekend) zijn ingewisseld voor andere. Wat dan in feite het verschil uitmaakt? Wiersinga noemt het traditionele geloof een apriori-geloof; alles staat van tevoren vast: de Bijbel als geïnspireerd boek, waar niet aan te tornen valt. God, Zijn almacht, Zijn verkiezing, de maagdelijke geboorte van Christus, het lijden. En daarvoor in de plaats is bij Wiersinga gekomen: een onderweg-geloof (blz. 157vv) met een principiële openheid naar de rationaliteit van geloofsuitspraken en de doorzichtigheid en bruikbaarheid ervan voor de geseculariseerde mens van de 20e eeuw. De moderne mens kan immers met ontologische en metafysische zaken niet meer uit de voeten. Daarom moet Wiersinga breken met wat hij noemt het zonde-genade schema van 20 eeuwen Westerse theologie, waarin de mens op zijn zondebestaan is vastgeprikt en de genade van Christus' zoenwerk op Golgotha hem 'zoet' moet houden. Waarmee volgens Wiersinga alles volledig is lamgelegd. Na het lezen van dit boek kom ik tot de volgende conclusies:
a. De afwijzing door W. van het door hem zo genoemde apriori-geloof betekent een annulering van wat altijd als het wezen van het christelijke geloof in de kerk der eeuwen is gezien, beleefd en beleden. In de plaats daarvan treedt bij W. een 'humanisme' dat nog wel gebruik maakt van Bijbelse en christelijke woorden en symbolen, maar dat ook net zo goed niet kon doen. De tijd en de geest van de tijd hebben W. dusdanig in hun greep, dat de eeuwige troost van de Heidelberger – voor leven en sterven, dus tot over de grens van dit aardse leven – er geheel uit weg is. Ik zou met dit onderweg-geloof van Wiersinga dan ook niet voor God durven verschijnen.
b. Ware het zo, dat W. in zijn jonge jaren meer inzicht had ontvangen in de subjectiviteit van de Ger. verzoeningsleer (ik bedoel, dat een mens door het recht verlost wordt), hij zou niet zo fervent en fanatiek hebben behoeven te strijden voor de verandering van de status-quo's. De Ger. verzoeningsleer ziet het kruis van Golgotha immers maar niet als een 'fait accompli', maar predikt tevens de meest fundamentele ommekeer die een mens zich kan indenken en waaraan ook het best bedoelde humanisme nooit is toegekomen. Zij brengt ook tot de hoogste activiteit in de meest diepe beleving van passiviteit.
c. Wat de Ger. Kerken in de theologische ontwikkeling van W.'s denken te zien krijgen, is een vrucht van de hooggeroemde rationaliteit, die sinds de dagen van de Verlichting helaas voor geen enkele kerkelijke deur en ook niet voor een bolwerk als dat van de VU halt heeft gehouden. Het is echter wel het bederf van de theologie geworden. Het is voor een kerk – welke dan ook – inmiddels een zaak van groot gewicht om daar op tijd een halt aan toe te roepen. Helaas is juist dat in de Ger. Kerken niet gebeurd.
d. W.'s geloofsconceptie biedt geen remedie tegen de religieloosheid en geseculariseerdheid van de moderne mens. Zij zal die veeleer bevorderen. Wat dat betreft mogen wij inderdaad wel aan onze (klein)kinderen denken. Wat W. ons in zijn theologisch werk bood, is een vorm van contextueel theologiseren. Het is echter tegelijk een tijdsverschijnsel. Geen therapie voor ons verziekte volksbestaan.
Wie weet echter… De deur van het gesprek blijft open (aldus de laatste blz. van het boek). Waarom ook eigenlijk niet het gesprek met hen die in goede gemoede de traditionele verzoeningsleer aanhinge; omdat die uit de Schriften geput en uit het hart gegrepen is?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 oktober 1992
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 oktober 1992
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's