De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Verbondsgeheimenissen (3)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Verbondsgeheimenissen (3)

Het Verbond – waardering – overwaardering – onderwaardering

10 minuten leestijd

Dit alles brengt ons nu bij de prediking van Gods Verbond.

Prediking
Juist de prediking van Gods Verbond stelt nog eens extra de breedte van dit Verbond aan de orde.
In het Oude Testament omvat het genadeverbond heel het volk Israël. Abraham en zijn zaad. Zijn gehele zaad. Daarom moesten alle zoons besneden worden. Meermalen noemen wij alleen Gods kinderen 'Gods volk', maar dan hebben wij het Bijbelse begrip verengd. Heel Israël is Gods bondsvolk. Laten wij ons leiden door het Woord van God, dan dienen wij het Verbond te prediken en heel de gemeente te zien als volk des verbonds. De grenzen van het Verbond zijn wijder dan de uitverkiezing. Het Verbond is de bedding waarin de stroom der uitverkiezing zich verwerkelijkt. Moet dan de uitverkiezing niet gepredikt worden? Ja zeker, maar we mogen de gemeente niet beroven van de verbondsvoorrechten en beloften, haar door God geschonken; wij mogen de heilbegerigen niet beroven van de troost, die God hun heeft toegezegd in Zijn Verbond. Wij mogen de gemeente in haar geheel niet ontslaan van de verbondseisen en plichten. Dit brengt spanning teweeg. Wij willen ons aan die spanning onttrekken, maar God legt de klem op ons. Wie niet gelooft is een verbondsbreker, een deserteur; is iemand, die zich onttrekt ten verderve. (Hebr. 10 : 39).
God begint in ons leven met Zijn verbondsbelofte. God begint met die belofte aan alle kinderen der gemeente te verzegelen in de Doop. En allen die dit merkteken dragen zijn verbondskinderen. Wij moeten niet wijzer zijn dan God en ook dáár beginnen. In alle aanvechtingen mag je tot jezelf zeggen: 'Maar ik ben gedoopt'. God is Zijn beloftewoord aan mij kwijt. Wij staan in het Verbond en de Heere heeft ons geplaatst in de kring van Zijn verbondsbemoeienissen. God is voortdurend daadwerkelijk met ons bezig. Hij omringt ons met Zijn trouw en zorg en wijst ons middels de prediking voortdurend op de weg ten leven. Een weg, die wij alleen in het geloof kunnen en mogen betreden. Anders gezegd: Gods Verbond is niet een akte in een kluis, maar actie, werkzame draaggrond van ons leven en pleitgrond heel ons leven door tot op ons sterfbed. En de verkiezing dan? Of is dat geen verkiezing dat wij geboren zijn op het erf des verbonds? Er is ook een verkiezingsprediking onder ons gangbaar, die het Verbond buiten spel zet. Zo'n prediking leidt tot ijzige en ijskoude, verstandelijke conclusies.
Dan zegt men o.a. 'als God mij niet heeft uitverkoren, zal ik nooit geloven, al wil ik het nog zo graag. Dit determinisme leidt tot heilloos fatalisme, waar zelfs kinderen al mee besmet worden. Zo hoorde ik onlangs dat kinderen van een basisschool tot elkaar zeiden: 'Wat hindert het nu als je zondigt, als je niet uitverkoren bent kun je genist zondigen. 'Hoe komen die kinderen daarbij? Uit een onbijbelse uitverkiezingsprediking? Van hun ouders soms?
Op die manier maakt men Gods beloftewoord monddood en zwakt men de oproep tot bekering dermate af, dat het Verbond niet meer functioneert. Men legt de eis tot bekering gevoelloos naast zich neer.

Verenigen
Verbond en verkiezing, twee machtige lijnen in de openbaring van God aan ons. Twee lijnen, die wij graag met elkaar verenigen, tot één willen maken en het lukt ons niet. Nog eens, het Verbond is veel wijder dan de verkiezing.
Ik waag het te zeggen: Rechte verbondsprediking staat de verkiezing niet in de weg en bijbelse verkiezingsprediking heft het Verbond niet op.
Ik geef door wat ik ergens met volle instemming las: 'Uitverkiezingsprediking verkondigt God niet als een 'soebat'-God, ook niet als een 'despoot'-God, maar als die grote en genadige God die met kleine mensjes, met veroordelenswaardige zonaren aan het werk gaat in Zijn genade. Hij is zo groot dat Hij zijn eigen soevereine welbehagen en verantwoordelijkheid van de mens, zonder dat zij met elkaar in botsing komen, handhaaft'.
Die prediking kent niet zoiets als 'veronderstelde wedergeboorte' bij het verbondskind. Nee, maar rechte verbondsprediking verkondigt de zekerheid van wie God voor Zijn verbondskinderen is, namelijk de Getrouwe, die nooit terugkomt op Zijn beloftewoord. Die prediking erkent ten volle de goddelijke verkiezing in Christus als de 'eerste oorzaak' van het gelovig aanvaarden van die belofte en de daarmee samenhangende gehoorzame bekering als eis des Verbonds. Dit verkondigt echter aan niemand dat hij een uitverkorene is, want God alleen kent hun getal. En toch zal God in de weg van geloof en bekering Zijn uitverkorenen mettertijd van hun eeuwige verkiezing verzekeren. Zo leren wij dat er geen sprake is van een 'vrije wil', of van enige verdienstelijkheid in de mens voor God. De prediking van het verbond Gods, waarin de eis des Verbonds wordt gehoord, de wraak des Verbonds wordt voorgesteld, ontdekt de zelfgenoegzame zondaar en zet hem tegen de muur van eigen onmogelijkheid.
Dit kan en mag hem niet worden bespaard, opdat wij èn door de nodiging èn door de dreiging in de prediking worden gebracht tot de daad des geloofs en we Christus door Woord en Geest omhelzen. Zo prediken wij Christus geheel ter rechtvaardiging, heiliging, voeding en onderhouding van het leven des geloofs.
Het Verbond der genade niet los van Hem, maar in Hem.
Hier komen wij achter de weldaden van het Verbond en tot de vastheid van het Verbond, zoals het bevestigd is door Christus' bloed en zoals het wortelt in de eeuwige Raad van God. Hier mag gesproken worden van een vastmaken van de roeping en de verkiezing. Tot de lofzang op het Verbond der genade.

Ik weet hoe 't vast gebouw van Uwe gunstbewijzen
Naar Uw gemaakt bestek in eeuwigheid zal rijzen
Zo min de hemel ooit uit zijne stand zal wijken
Zo min zal Uwe (verbonds)trouw ooit wankelen of bezwijken.
Zo komen we tenslotte uit bij

De lengte van het Verbond Gods
Wanneer de Heere Zijn Verbond met Abraham opricht, spreekt Hij meteen al van een eeuwig verbond. Het wil zeggen dat het van Gods kant nooit verbroken wordt. Zelfs als het Verbond door velen in ongeloof krachteloos wordt gemaakt, houdt de Heere Zich aan Zijn Verbond. De geschiedenis van Israël dient ons om dat te bewijzen. In Zijn onbegrijpelijke genade komt de Heere daar iedere keer weer op terug. Midden in de verbondswraak, die als een oordeel over Israël gaat in de ballingschap, mag Jesaja in 's Heeren naam verkondigen: 'Want bergen zullen wijken en heuvelen wankelen, maar Mijn goedertierenheid zal van u niet wijken en het verbond Mijns vredes zal niet wankelen, zegt de Heere uw Ontfermer'. (Jes. 54 : 10). Bij de profeet Jeremia beschuldigt de Heere Israël er van, dat zij Zijn verbond vernietigd hebben, maar belooft tevens dat Hij een nieuw verbond met hen zal maken, waarvan de inhoud is de vergeving van al hun ongerechtigheden. Diezelfde gedachte vinden wij ook terug in het Nieuwe Testament. Christus verschijnt op het erf des Verbonds en is gekomen tot het Zijne.
Het verzet en de vijandschap van de ongehoorzame kinderen des verbonds kunnen toch niet verhinderen dat God Zijn heilsplan ook met Israël doorzet.
Paulus erkent het werk Gods in het verleden aan Israël, aan wie de verbonden en de beloften zijn toebetrouwd. Vandaar dat hij het voorrecht aan Israël geschonken gedurig weer in zijn brieven tot uitgangspunt neemt om het Evangelie zowel aan Israël alsook aan de heidenen te verkondigen. Verder laat hij duidelijk zien dat de Kerk van het Nieuwe Verbond Israël wordt ingelijfd. De komst van Christus betekent dat God iets nieuws doet, maar tevens toont dit heilsfeit de onverbrekelijkheid van Gods beloften aan Abraham. Het loflied op de verkiezende God beheerst heel Romeinen 9 : 11.
Het ongeloof van Israël, de negatieve reactie op de evangelieprediking van de zijde van velen van zijn volksgenoten, die hij broeders noemt naar het vlees, doen Gods werk niet teniet. Er is een overblijfsel gelaten, ook in deze tegenwoordige tijd, naar de verkiezing der genade. Maar hierbij dient wel overwogen te worden, dat niet de natuurlijke afstamming van Abraham doet delen in het heil, dat de Heere aan Abraham beloofd heeft, maar het treden in het voetspoor van het geloof, dat onze Vader Abraham in zijn onbesneden staat bezat. Voor Israël en voor alle kinderen des verbonds is het geloof beslissend. Het voorrecht van Gods Verbond neemt de verantwoordelijkheid niet weg. Er is een spanning in het woord 'Israël'. Niet allen die van Israël afstammen, zijn Israël. Er is een Israël, dat die naam draagt krachtens geboorte, vleselijke afstamming. Er is ook het Israël, dat zich drager van de belofte weet en in het geloof uit deze belofte leeft. Tegelijk betekent dit dat er hetzij onder het oudtestamentische teken van de besnijdenis of, zoals nu, onder het nieuwtestamentische verbondsteken van de Doop, er twee partijen in het verbond zijn. God en de mens, die vanuit het Verbond vermaand wordt en verplicht is tot een nieuwe gehoorzaamheid. Evenzeer dat er tweeërlei kinderen des Verbonds zijn, gelovigen en ongelovigen. Want wie meent veilig te zijn in het Verbond maar de God van het Verbond veracht, bedriegt zich en stelt zich aan de Verbondswraak bloot.

Eeuwig
Echter dan nog blijft Gods Verbond eeuwig vast en zodra er bekering volgt, zal blijken wat we zingen:
Maar over hen Mijn gunst en goedheid nooit doen enden
Niet feilen in Mijn trouw, noch Mijn Verbond ooit schenden.
De eeuwigheid van Gods Verbond brengt ons tenslotte bij de trouw van de God van het Verbond. Doordat dit hele Verbond, dat de grote God van hemel en aarde in Christus wil oprichten met nietige, verloren mensenkinderen en rust in de vrije gunst, die eeuwig hem bewoog, in die eeuwige liefde, waarmee Hij ons heeft liefgehad, daarom is de trouw van God zulk een troostvolle factor in het geloofsleven van de Kerk.
Gods trouw is tevens Zijn waarachtigheid, waarmee Hij Zich houdt aan Zijn beloftewoord. Een belofte die door onze ontrouw, die we in de verborgen omgang met God steeds dieper leren kennen, steeds ootmoediger belijden, niet aan het wankelen wordt gebracht. Zijn getrouwheid is van geslacht tot geslacht.
Met zulk een God zijn we goed af, ook als we onze kinderen in die trouw mogen bergen door het werkzame geloof. Dan is er hoop voor Israël en hoop voor onze kinderen, hoop voor ons nageslacht, hoe ver soms ook afgedwaald.
Leg ze maar voor de Heere neer en weet en spreek het gelovig uit voor Zijn aangezicht.
God zal Zijn waarheid nimmer krenken
Maar eeuwig Zijn Verbond gedenken.
Zo wordt het Verbond ook tot persoonlijke troost en steun in het leven achter Christus, de Verbondsmiddelaar aan.
Het geloof in die trouwe God draagt als kenmerk, dat het temidden van een leugenachtige wereld en tegenover het eigen onbetrouwbare hart, zijn steun en sterkte vindt in de waarachtigheid en getrouwheid Gods. Daarin zit de enige grondslag voor het leven van de gemeente van Christus. Ik wil eindigen met wat ds. C. van der Wal in het boekje 'Vast en Zeker' schrijft: 'Degenen, wier hart "ja" heeft leren zeggen op de beloften en eisen van dit Verbond, mogen die eisen met die beloften in verband brengen, met die eisen tot die beloften gaan. Het is onze enige troost en de enige mogelijkheid, dat er van die verbondstrouw iets terecht zal komen, dat zij verbondstrouw is'. Is dat geen lied om te zingen? Ja toch! Laat het dan eens horen, u die in de beide tekenen van Gods verbondstrouw. Doop en Avondmaal, u Gods beloften verzegeld weet:
En aan gans Israël heeft toegezeid,
Tot Zijn Verbond in eeuwigheid.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 oktober 1992

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Verbondsgeheimenissen (3)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 oktober 1992

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's