De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

11 minuten leestijd

Kerkelijke eenheid is overal aan de orde van de dag. Het Samen op Weg-proces staat onder grote druk nu een ontwerp-Kerkorde voorligt. De 'kleine' gereformeerde kerken zien terug op Afscheiding, Doleantie en hereniging van 1892, zonder overigens zelf iets te vorderen inzake de eenheid. Onder de titel 'Ach, we moesten morgenochtend allemaal opnieuw kunnen beginnen', gaf het Nederlands Dagblad een uitvoerig gesprek weer over het 'grote' en 'kleine' Samen op Weg.
Deelnemers waren: ds. P. Boomsma uit Apeldoorn (voorzitter van de (syn.) gereformeerde synode), de Nederlands-gereformeerde predikant K.H. de Groot uit Bunschoten, zijn (vrijg.) gereformeerde collega dr. A.N. Hendriks uit Amersfoort, de christelijke gereformeerde predikant J.H. Velema uit Nunspeet en ondergetekende.
Uit dit verslag nemen we een aantal sprekende passages:

ND: 'Samen op Weg' kenmerkt zich door veel tegenslagen en mislukkingen...
Boomsma:
'Zo schat je de zaak niet helemaal naar waarde. Natuurlijk zijn er hier en daar mislukkingen. Maar in het algemeen is Samen op Weg een beweging, die niet meer te stuiten is, omdat veel plaatselijke kerken al volledig met elkaar vergroeid zijn. Die krijg je niet meer uit elkaar! Van die kerken gaat een belangrijke stimulans uit.'
Van der Graaf: 'Ik ben aanmerkelijk sceptischer dan Boomsma. Volgens mij is het proces namelijk al gestuit. Met name binnen de Nederlandse Hervormde Kerk is een heel harde en ook brede kern, die op geen enkele wijze samen op weg is. En die kern is groot. Nee, het wordt voorlopig niks. Als een belangrijk deel niet mee wil, kun je niet zeggen dat Samen op Weg integraal plaatsvindt.'

ND: Tegelijkertijd vinden ook elders in kerkelijk Nederland samensprekingen plaats, die eenheid als onwerp hebben. En net als bij Samen op Weg kent het proces veel tegenslagen.
Hendriks:
'Ja, er is inderdaad teleurstelling. Wij spreken nu al zo'n 45 jaar samen met de christelijke gereformeerden… Het verloopt uiterst moeizaam. Ik denk wel dat er, gaande die ontmoeting, meer duidelijkheid is gekomen in wat we allebei bedoelen. Daarin zijn we nu wat verder.'
Velema: 'De situatie in 1962 was voor mij een heel diepe teleurstelling. Toen waren we zeer dicht bij de vrijgemaakten. maar onze beslissing in datzelfde jaar om lid te worden van de Gereformeerde Oecumenische Synode viel bij hen ontzettend slecht. Dat is de reden geworden voor meer dan twintig jaar niet meer met elkaar samenspreken van synode tot synode. Ontzettend jammer! Ik zie het zo: wij horen bij elkaar (en dat geldt net zo goed de Nederlands-gereformeerden), maar we kunnen bij elkaar niet komen.'

Dan volgt een uitbreid stuk over de vraag of de verschillen binnen de 'kleine' gereformeerde kerken (o.a. de toeëigening des heils) kerkscheidend (mogen) zijn. We laten dat achterwege en vervolgen dan:

Boomsma: 'Waar het mij om gaat, is dat wij mensen gescheiden houden door onze interpretaties van en de bijzonderheden, die wij plukken uit de belijdenis. Is het ons toegestaan vanuit die 'eigenheidjes', die wij in de uitleg van de belijdenis gestopt hebben, gescheiden te blijven?'
Hendriks: 'Dat proberen wij de christelijke gereformeerden dus duidelijk te maken: dat ze niet met eigenheidjes moeten komen.'
Van der Graaf: 'Groen van Prinsterer had in de vorige eeuw een ideaal dat mij ook erg aanspreekt; de belijdenis onbekrompen en ondubbelzinnig. U allen mag mij als hervormde jongen vragen: wat bedoelen jullie met ondubbelzinnig? Maar ik op mijn beurt vraag aan de kerken buiten Samen op Weg: hoe legt u het woord onbekrompen uit?'
Velema: 'Dat betekent dat je niet op alle details in moet gaan. Het is mogelijk op allerlei onderdelen van de belijdenis van mening te verschillen en toch binnen het raam van die belijdenis te blijven. Maar op het punt van de toeëigening des heils is er volgens mij geen sprake van bekrompenheid. De toeëigening des heils is geen detail, geen studeerkamerpunt. Je hebt er elke zondag mee te maken: hoe preek je en hoe benader de je gemeente? Dat is voor mij een heel wezenlijk punt! Ik wou dat ik het anders kon zien…'

ND: De vraag is: taxeert u de verschillen juist of maakt u er een karikatuur van?
Hendriks: 'Natuurlijk is de toeëigening des heils een belangrijke zaak. Maar dat oordeel delen wij! Hoe komt u erbij ons steeds maar te verwijten dat wij daar geen recht aan doen? Wij preken wel degelijk de noodzaak van bekering en wedergeboorte; wij proberen wel degelijk leiding te geven aan het geestelijk leven van de gemeente. En toch kom ik steeds de oude verwijten tegen. Houd nou eens een keer op met karikaturen van ons te schetsen!'
Velema: 'Nou, dan tref ik het blijkbaar altijd ongelukkig als ik vrijgemaakten hoor, want ik voel het met m'n klompen aan: "ik ben uitverkoren wànt ik ben gedoopt." En dat is niet incidenteel! Neem me niet kwalijk, maar dan rijzen mij de haren ten berge.'

ND: Kerken groeien uit elkaar. De leden verschillen in kleding, de liturgie is anders, men spreekt niet dezelfde 'taal'. Speelt dat een rol bij het elkaar niet kunnen vinden?
Boomsma: 'Ik moet eerlijk zeggen dat ik zo langzamerhand het gevoel krijg dat het een overheersende rol speelt We hebben allemaal onze eigen puntjes waar we heel druk mee bezig zijn. En er ontstaan heel gauw karikaturen van de ander. We moeten ruimte geven en krijgen, zodat we samen over de kern van de zaak kunnen spreken, met voorbijgaan van die verschilpuntjes.
Hendriks: 'Sociologische verschillen (nestgeur) zijn er wel, maar daar kun je niet alles aan ophangen. Dat is zeker niet het voornaamste. Je kunt niet zeggen: "dat wij gescheiden optrekken, heeft vooral een sociologische achtergrond". Nee, de oorzaak is dat wij verdeeld zijn over de belijdenis.'
Velema: 'Helemaal mee eens!'
De Groot: 'Ik denk wel dat het een behoorlijke rol speelt. Neem Kuypers "geen duimbreed". Dat heeft zich vooral bij de vrijgemaakten voortgezet.'
Van der Graaf: 'Er zijn inderdaad verschillende kerkculturen ontstaan. Gisteren ontdekte ik bij mij op zolder een heel beduimeld geschriftje uit 1853, een adres aan de hervormde synode van ds. Morrees. Ik heb dat zitten lezen en ik ontdekte: daar ligt mijn hart. Hoedemaker, die heb ik in m'n studententijd kapot gelezen. Ook daar ligt mijn hart. Met Kuyper heb ik dat altijd minder gehad, al had ook hij bevindelijke noties. Maar toch: het samenvallen van verkiezing, verbond en gemeente heeft een heel andere kerkcultuur opgeleverd dan wanneer je in de traditie van mensen als Morrees en Hoedemaker staat'
Boomsma: 'Wat in je bloed zit, raak je niet zomaar kwijt. Sporen van Kuypers' activisme kom je bij ons duidelijk tegen. Maar het laten samenvallen van verkiezing en verbond leeft nauwelijks meer, althans niet bewust. We hebben het wel onbewust in ons bloed. Dat maakt het moeilijk gereformeerden aan te spreken over de toeëigening. Ik ben getrouwd met een christelijk-gereformeerde vrouw. Zij onderhoudt mij daar regelmatig over. "Bij jullie gereformeerden zit alles goed…", zegt ze dan.'
Hendriks: 'Ik denk dat je het verkiezing-en-verbondplaatje niet zomaar op een kerkgemeenschap kunt leggen. Dat is mij te ongenuanceerd. Ik geef toe: Kuyper heeft grote invloed gehad en we hebben veel aan hem te danken. Maar vergeet alsjeblieft niet dat in onze kerken ook duidelijk een stroom uit de Afscheiding zit. Ik kom zelf uit een afgescheiden familie, ik heb vader Brakel geërfd en dat léés ik ook.'
De Groot: 'Ook al zijn de verschillen tussen ons en de vrijgemaakten niet zo groot als wel wordt gezegd en geschreven, toch hebben we een eigen gezicht. De invloed, die bij de vrijgemaakten is onderdrukt (die van A. Janse en later de hoogleraren Veenhof en Jager), heeft in onze kerken namelijk een behoorlijke rol gespeeld. Daardoor hebben wij gelukkig minder te lijden gehad van wat men met een verkeerde term "verbondsautomatisme" noemt. Er is bij ons meer een onderscheidend spreken.'

ND: Zullen de kerken door de secularisatie niet steeds sterker gedwongen worden elkaar te zoeken – ondanks alle tegenslagen daarin?
Hendriks:
'We worden steeds meer voor de realiteit geplaatst dat mensen die de waarheid van Gods Woord liefhebben, een kleine schare worden. Dat stimuleert het kijken naar elkaar inderdaad. Aan de andere kant ben ik ook bevreesd voor de invloed, die de secularisatie in het kerkelijk denken heeft: Men vindt de binding aan de belijdenis en een gereformeerde kerkregering niet meer zo belangrijk. Daar heb ik zorg over, ook wat onze eigen jongeren betreft.'
De Groot: 'Ik verwacht juist veel van de jonge generatie en niet zo van ons ouderen, die te zeer zitten vastgebakken in hun kerkelijke posities. En verder: onze contacten met de christelijke gereformeerden zijn wat onder vuur komen te liggen. We zien daarom met spanning uit naar de besluiten van hun synode. Zal die het op het punt van de toeëigening des heils eens zijn met Velema? Wat onze verhouding tot de vrijgemaakten betreft, zijn er wat wolkjes als eens mans hand aan de lucht. Daar zijn we blij mee.'
Boomsma: 'We moeten de krachten bundelen om te doen waartoe we geroepen zijn, namelijk Jezus Christus bekendmaken en de mensen leren onderhouden al wat Hij bevolen heeft. Die uitdaging wordt ons door de secularisatie steeds sterker op het hart gebonden.'
Van der Graaf: 'U allen vertegenwoordigt kerken die zich "kerken" noemen. Dat betekent dat sterk de nadruk ligt op de plaatselijke gemeenten. Ik hoop dat juist gemeentelijk de kaders doorbroken worden, waarin we elkaar hebben opgesloten. Als Velema nu zou zeggen: "Ik wil aanstaande zondag op een hervormde kansel", dan stáát-ie zondag op een hervormde kansel! Dat weet hij.'
Velema: 'Ja, dat weet ik.'
Van der Graaf: 'Als er plaatselijk eenheid is in zaken als de belijdenis en de religie van de belijdenis, zou je daar plaatselijk eens een daad in moeten durven stellen. Dat is beter dan een commissie instellen, die zeven jaar moet vergaderen om tot de conclusie te komen dat het toch niet kan…'
Velema: 'Ik kan ook een christelijk-gereformeerde collega noemen, die zó op een synodale kansel staat.'
Boomsma: 'Hij zou welkom zijn.'
Velema: 'Natuurlijk, maar dan is het hek van de dam! Ik ken ook vrijgemaakte gemeenten waar de mensen mij wel op de kansel zouden willen. Maar dan ontketen je toch revolutie?'
Boomsma: 'Vrijheid!'
Hendriks: 'Je maakt er een potje van.'
Velema: 'Ach, we moesten morgenochtend allemaal opnieuw kunnen beginnen…'


Uit de laatst verschenen rondzendbrief van dr. G.H. Cohen Stuart iets over de muren en de poorten van de oude stad Jeruzalem:

'Over de tempelberg, in het Hebreeuws Har Habayit, in het Arabisch Haram es-Sjarif, zijn veel verhalen en legenden. In de oostelijke muur van de tempelberg bevindt zich een dubbele, dichtgemetselde poort, die sinds de Kruistochten bekend staat als de "Gouden Poort". De kruisvaarders dachten dat dit de "Schone Poort" was, die genoemd wordt in Hand. 3, waar sprake is van de genezing van een verlemde. De "Gouden Poort" is gebouwd in de Byzantijnse tijd (na 325) en is vermoedelijk gebruikt in 628 of 629, toen keizer Heraclitus het op de Perzen veroverde "oorspronkelijke kruis" binnendroeg.
De poort vormt de grens tussen het tempelplein en het dal van de Kidron, dat door de moslims Wadi Dzjahannoem, Gehinnom, wordt genoemd. Gehinnom, gehenna, is van oudsher verbonden aan de idee van het dodenrijk, "hel", plaats van de straf. In deze geografische symboliek krijgt de oostelijke muur van de tempelberg de betekenis van een grens tussen leven en dood.
Het gehele poortcomplex heet in het Arabisch Bab el Dahariyeh, Poort der Eeuwigheid. De noordelijke van de dubbele poort heet Bab et Taoeba, Poort der Bekering; de zuidelijke is de Bab er Rachma, Poort der Barmhartigheid. "Poort der Barmhartigheid (Sja'ar Harachamiem)" is de Hebreeuwse naam van het gehele poortcomplex.
Deze symboliek in steen heeft joodse wortels. Taoeba is equivalent van het Hebreeuwse Tesjoeva (omkeer, terugkeer, bekering). Als op Rosj Hasjana de boeken van het oordeel geopend worden, dan wordt de mens ook door middel van de ramshoorn, de sjofar, opgeroepen om zich af te wenden van de dodelijke weg (naar Gehinnom), die hij tot nu toe gegaan is, en om zich te bekeren tot de dienst van God. De terugkeer tot de dienst aan God is ook een terugkeer uit het bereik van de dood (geestelijk en lichamelijk). (…)
Iets ten noorden van de Gouden Poort/Poort der Eeuwigheid op het tempelplein, bevindt zich volgens de moslimtraditie de Koersi Soeleiman, de troon van Salomo. Er is natuurlijk geen bewijs, dat Salomo daar ooit rechtgesproken heeft, maar het is mogelijk, dat op die plaats mensen geoordeeld werden. Wie op die troon gezeten is, ziet aan de zuidzijde voor zich degenen, die geoordeeld moeten worden. De vrijgesprokenen gaan naar rechts, de ter dood veroordeelden naar links. Rechts is het tempelplein, de plaats van het leven. Daar is ook de Westelijke (zgn. "Klaag")-Muur, waarvan de joodse traditie zegt dat ze niet verwoest zal worden, omdat Gods Geest (Sjechina) nooit daarvan zal wijken. Links ligt het Geninnom, de plaats van de dood. Komt dat niet overeen met het beeld dat in Mattheüs 25 : 31-46 wordt geschetst, bij de beschrijving van het Laatste Oordeel?'

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 oktober 1992

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 oktober 1992

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's