De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Het Protestantisme in Spanje (1)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het Protestantisme in Spanje (1)

9 minuten leestijd

Het is mei 1558. Keizer Karel V slijt zijn laatste levensmaanden in Spanje. Hij verblijft in een klooster in Yuste, een paar honderd kilometer ten westen van Madrid. Gedurende vele jaren is hij de machtige heerser over een groot deel van Europa geweest. Hij was de laatste keizer die door een paus werd gekroond. Vermoeid en teleurgesteld over de gang van zaken in zijn rijk heeft hij in 1555 de regering overgedragen aan zijn zoon Filips II en zijn dochter Juana.
Zowel het leven als de tijd van Karel V was een veelbewogen periode in de Europese geschiedenis. Luther sloeg zijn 95 stellingen aan de deur van de slotkapel in Wittenberg en stond enige jaren later voor de Rijksdag te Worms. In ons land rookten de brandstapels. Vele duizenden hebben hun geloofsbelijdenis met bloed bezegeld. De keizer heeft samen met de paus en de priestermacht te vuur en te zwaard getracht het Protestantisme tegen te houden, maar het is niet gelukt.
In Genève legt Johannes Calvijn de laatste hand aan de vierde uitgave van zijn Institutie in de christelijke godsdienst. Ook worden daar in ditzelfde jaar de voorbereidingen getroffen voor de stichting van de Geneefse Academie, die gedurende vele jaren Europa van van godgeleerden zal voorzien. Door vrijwel alle Europese landen trekken de predikers met het Evangelie van vrije genade.
Dit werk is door Gods alvermogen
Door 's Heeren hand alleen geschiedt
Het is een wonder in ons ogen
Wij zien het, maar doorgronden 't niet.

Luthers leer in Spanje
Voor Karel V, als trouw zoon van de moederkerk, is het een grote smart dat de ketterijen zo toenemen. Gelukkig is Spanje, het land waar hij begraven hoopt te worden, trouw gebleven aan de Rooms-Katholieke leer.
In Spanje zijn, voor zover hij weet geen Protestanten.
Maar daar bereikt hem op 3 mei 1558 een schokkend bericht. In Valladolid, een der voornaamste steden van Spanje, is de 'Lutherse ketterije' losgebroken. Vele aanzienlijke burgers zijn gevangen genomen. De kerkers zitten overvol. De Inquisitie is begonnen deze mensen te verhoren.
Onmiddellijk neemt de oude keizer de pen ter hand en schrijft aan zijn dochter, de regentes Juana, (daar zoon Filips II op dat moment in Brussel verblijft) dat zij alles moet doen, ook aandringen bij de Inquisitie om de schuldigen te ontdekken en ten strengste te straffen. Hij vertelt zijn dochter ook nog dat hij ook zelf bereid is om naar haar toe te komen en mee te helpen als dat nodig zou zijn.
Ook schrijft hij een brief aan zijn zoon Filips en na enige weken nogmaals aan Juana:
'. . . geloof mij, mijne dochter, dat deze zaak van de ketters mij zo grote zorg en droefheid gegeven heeft, dat ik het u niet kan uitdrukken. Terwijl Filips en ik in de afgelopen jaren veelal in Duitsland en de Lage Landen waren, is Spanje altijd vrij gebleven van ketterij. Maar nu ik hier ben aangekomen om uit te rusten en de Heere te dienen, gebeurt er in mijn tegenwoordigheid zo groot een schande en goddeloosheid! Hoeveel moeite heb ik er niet in Duitsland om geleden! Mijn gezondheid heb ik er mee verloren!'
Ook deze brief eindigt hij met zijn dochter op het hart te drukken de ketters levend te verbranden, zelfs ook geen gratie te geven aan degenen die berouw tonen.
In de daarop volgende maand sprak de keizer dikwijls met zijn biechtvader over deze zaak die hem zo na aan het hart lag. Vaak sprak hij er zijn leedwezen over uit dat hij Luther te Worms niet had doen ter dood brengen, '. . . hij had hem het leven gespaard om zijn gegeven woord niet te breken, doch nu zag hij in dat hij grotelijks gedwaald had door de belofte aan een aartsketter gedaan, hoger te stellen dan de plicht tegenover God om die ketter te doden. Was Luther gedood geworden, dan zou de pest wel opgehouden zijn, nu echter bleef zij heviger dan ooit voortwoeden'.

De Inquisitie aan het werk
Fernando de Valdés was in die tijd aartsbisschop-grootinquisiteur van Spanje. Hij was een wrede en slimme ketterjager. Toen hij tot de ontdekking kwam dat er Lutheranen in Valladolid waren, liet hij hen vooreerst niet gevangen nemen. Hij beval de aanbrengers vriendschap te huichelen met de ketters om zodoende na verloop van tijd allen gevangen te kunnen nemen. Dit gelukte en op zondag 21 mei 1559 werden de eerste Spaanse ketters in het openbaar verbrand.
De wens van keizer Karel V om de ketters te zien verbranden, ging niet in vervulling, want hij was toen reeds acht maanden overleden, met in zijn ene hand een kruis en in de andere een kaars gewijd aan de zwarte Madonna van Montserrat.
Weinige dagen voor zijn dood tekende hij nog met bevende hand zijn testament, waarin hij zijn zoon beval '. . . con autoridad de padre y por la obedienca que me debe' (met het gezag van de vader en gelet op de gehoorzaamheid die je mij verschuldigd bent) de ketters te straffen met al de gestrengheid die hun misdaad verdient, zonder aanzien des persoons en zonder op enige smeekbede te hunnen gunste te letten, en voorts de heilige Inquisitie te eren en te beschermen. Slechts wanneer hij zo handelde, kon de Heere zijn regering voorspoedig maken en hem de overwinning geven over zijn vijanden.
De Protestanten in Spanje hebben ervaren dat Filips II niets vuriger verlangde dan de uiterste wil van zijn vader zo getrouw mogelijk te volbrengen.
Toen Carlos de Seso, die door zijn huwelijk verwant was aan de koninklijke familie, als ketter naar de strafplaats werd geleid, wendde hij zich tot de Koning met de woorden: 'hoe kan Uwe Majesteit toelaten dat men mij verbrandt?' Filips antwoordde: 'Ik zou zelf het hout aanbrengen om mijn zoon te verbranden, indien hij zo slecht was als gij zijt'.
Op een andere keer heeft dezelfde Filips eens gezegd dat hij liever over een woestijn regeerde dan over een land waar ketterij geduld werd.

In bloed gesmoord
In weinige jaren tijd was het dan ook zover dat de Protestanten in Spanje door de hevige vervolgingen waren uitgeroeid.
Er zijn wel enige geschiedschrijvers die beweren dat er tussen 1558-1600 toch nog vele Protestanten in Spanje waren. Zo onder anderen Cipriano de Valera, die uit Spanje vluchtte en daarna de Bijbel in het Spaans vertaalde. In de voorrede van zijn Bijbeluitgave (Amsterdam! 1662) zegt hij: 'In Spanje zijn zeer vele geleerde, edele en aanzienlijke mannen om de belijdenis van het Evangelie naar het schavot verwezen. Er is geen stad, geen dorp, geen gehucht, geen adellijk geslacht in Spanje, waarin men niet een of meer personen telde en nog telt, welke God, naar Zijn oneindige genade, met het licht van Zijn Evangelie bestraald heeft. Hoe meer de Inquisitie dreigt, geselt, naar de galeien of naar de brandstapel zendt, hoe meer de Protestanten vermenigvuldigen'. Het schijnt echter dat De Valera zaken neergeschreven heeft die niet met de feiten in overeenstemming zijn. Wellicht zijn er in die periode velen geweest die de Heere in oprechtheid gediend hebben, maar naar buiten bleek daar weinig of niets van. De vervolging van de Inquisitie was zo hevig en wreed dat het opkomend Protestantisme in bloed gesmoord werd.
300 jaar lang horen we vrijwel niets meer over de aanwezigheid van Protestanten in Spanje. Af en toe werd er een verbrand of het land uitgewezen. Eerst na 1850 gaat weer in vervulling wat wij belijden, in de Dordtse Leerregels: 'En opdat de mensen tot het geloof worden gebracht, zendt God goedertierenlijk verkondigers van deze zeer blijde boodschap, tot wien Hij wil en wanneer Hij wil; . . .'.

Opnieuw bijbelverspreiding en zendingswerk
De geschiedenis vertelt ons van Manuel Matamoros. Als jongeman kwam hij in Gibraltar in aanraking met het Evangelie. In hem ontwaakte daarna het hartelijk verlangen om het Evangelie van de Enige Naam onder zijn landgenoten te gaan prediken. Echter, nadat hij op verscheidene plaatsen gepredikt had, werd hij in 1860 in Barcelona gevangen genomen. De bisschop van Barcelona stelde voor hem als ketter te verbranden, maar dat liet de wet niet meer toe.
Na enkele jaren gevangenisstraf, waarin hij veel geleden heeft, werd zijn definitieve vonnis bekendgemaakt, nl. voor negen jaar naar de galeien.
Dit werd in Europa bekend en er ging een storm van protest op. Uit verscheidene landen (ook uit Nederland, o.a. de christenjood dr. A. Capadose) werden deputaties gezonden met tienduizenden handtekeningen om Matamoros vrij te krijgen. Koningin Isabella II wenste weliswaar de delegaties niet te ontvangen maar zij veranderde toch plotseling de straf in verbanning. Zo kwam Matamoros vrij. Hij zwierf eerst wat rond in Frankrijk en Engeland en logeerde daarna geruime tijd in de pastorie van ds. F.P.L.C. van Lingen te Zetten. Deze predikant, stichter van het eerste christelijke gymnasium in Nederland en vertaler van Dachsels Bijbelverklaring, was een groot latinist. De spreektaal in de pastorie was daarom steeds Latijn!
Matamoros trok later naar Zwitserland waar hij theologie studeerde in Lausanne. Tijdens zijn studie overleed hij aan de gevolgen van de tbc die hij in de Spaanse kerker had opgelopen.
In 1868 werd in Spanje een republiek gesticht van meer liberale gezindheid. Daardoor kregen de Spaanse Protestanten meer armslag, maar veel vrijheid kregen ze niet. Toch zijn er in de periode 1850-1936 regelmaltig bijbelcolporteurs en zendelingen het land binnengekomen, vooral uit Amerika en Engeland. Van tijd tot tijd was er ook een regering die oogluikend toestond dat er Bijbels werden gedrukt of ingevoerd en verspreid.; In die periode zijn ook veel kerkelijke gemeenten gesticht.
Zo ontstonden er Lutherse, Gereformeerde, Methodistische, Congregationalistische en Anglicaanse kerken.
De 4 eerstgenoemde verenigden zich tot de Evangelische kerk van Spanje. Van nog groter invloed waren de Darbisten (Vergadering der gelovigen) en de Baptisten. Maar veel vrijheid kregen de Protestanten niet. De grondwet bood geen ruimte voor evangelisatie. Aan kerkgebouwen mocht geen uiterlijke zichtbaarheid worden gegeven. De Protestanten waren een verachte minderheidsgroep. Maar de Heere hield Zijn werk in stand. In deze jaren was er veel oprecht geloofsleven onder de kleine groepen Protestanten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 oktober 1992

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Het Protestantisme in Spanje (1)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 oktober 1992

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's