Samen op Weg op een kruispunt
Toespraak trio-synode 9 oktober 1992
Praeses, synode
Ik ben dankbaar, dat ik de gelegenheid heb hier als lid van de Raad van Deputaten, vanuit mijn hervormd gereformeerde positie daarin, iets te zeggen over het ontwerpkerkorde. Allereerst iets over de grondslag. Het gaat bij deze kerkorde om hetzelfde geding als in 1951 bij de totstandkoming van de hervormde kerkorde. Voor wie een kerkelijk leven voorstaat in gebondenheid aan de Schrift en de belijdenis der kerk was en bleek de kerkorde van 1951 – gemeenschap met de belijdenis – onvoldoende. Ze werd dan ook niet met algemene stemmen aangenomen. Maar de band aan de geschiedenis was sterker dan de leer. Onder de hervormde kerkorde was ook voor gemeenten van gereformeerde signatuur te leven, zij het dat deze onder een eigen gestalte verder gingen. De kerkorde, die nu voorligt, is in confessioneel echter veel meer aanvechtbaar dan die van 1951, met name door het officieel opnemen van de Konkordie van Leuenberg in de basisartikelen. Het betoog van dhr. Muis gisteravond bevestigde het: de Konkordie is de hermeneutische leesregel voor de Leerregels. Naar mijn overtuiging moet vanuit gereformeerde optiek tegen de basis van deze orde dan ook néé worden gezegd.
De grote vraag is verder hoe het gaan zal met de in de kerkorde concreet genoemde hervormde gemeenten, die kunnen voortbestaan. Het zullen er naar mijn overtuiging vele zijn, niet gebonden aan een bepaalde modaliteit. Met name enkele honderden hervormd-gereformeerde gemeenten voelen zich meegenomen in het proces dat gaande is.
Wat zijn dat voor gemeenten? Gewone hervormde gemeenten, waar de Woordbediening naar gereformeerde belijdenis centraal staat. Zulke gemeenten doken de jaren door weer op, in niet geringe mate zelfs, daar waar ze soms al lang niet meer waren. Ooit heeft prof. dr. A.A. van Ruler gezegd, dat de bedding van het bevindelijke leven in de Hervormde Kerk breder en dieper is dan altijd wordt gedacht. Daarom bleek de religie der gereformeerde belijdenis telkens weer aanknopingspunten te vinden in de breedte van de Hervormde Kerk.
Maar wat deed deze gemeenten hervormd blijven? Niet anders dan liefde tot de kerk als planting Gods. Terwijl er kerkelijk gezien alleen maar sprake was van nederlagen en vaak was er ook de hete adem in de nek van de zijde van gereformeerden buiten de Hervormde Kerk. Maar liefde deed nochtans blijven. Want het geestelijk leven naar de belijdenis – zegt het bevindelijke leven – bleef aansluiting zoeken bij de door God geschreven geschiedenis der Kerk in dit land. En het bevindelijke leven bleef zoeken naar een brede bedding ook vandaag.
Praeses, synode. Dan nu Samen op Weg. Samen op Weg vindt plaats in een tijd van aangrijpende ontkerkelijking. Een groot kerkelijk sterven is gaande. Hier past gezamenlijke verootmoediging. Het is kenmerkend voor het bevindelijke leven, dat het die verootmoediging zoekt. Waar dat leven wijkt rest de zelfgenoegzaamheid, onbewogenheid ook om de verbreking van de kerk. De vraag is echter of deze kerkorde markeringspunt is van een verstervingsproces of deel zal uitmaken van een kerkelijke opwekking in de weg van verootmoediging en terugkeer. Want dat alleen mag toch vernieuwing heten!
Maar we staan vandaag wèl op een kruispunt. Dat wordt diep gevoeld in gemeenten, waar het geestelijk leven diep verankerd is in de gereformeerde belijdenis en daarmee ook in de geschiedenis van de vaderlandse kerk. De liefde staat op het spel. Ik ontwaar allerwegen zorg, geschoktheid zelfs om het feit dat deze kerkorde nu voorligt. De vrees is er dat zo Samen op Weg een definitieve nederlaag zal worden. Dat gemeenten terzijde worden gezet van de heirbaan, waarlangs de karavaan vandaag verder trekt in een andere kerkelijke gestalte. Synode, praeses. Er zullen, als deze kerkorde zou worden aangenomen, geen hervormde gemeenten als van ouds meer zijn. Of komt er één hervormde ordinantie? De oude liefde zal bij velen weg zijn. Het is hun kerk niet meer. Wanneer hervormde gemeenten niet bovenplaatselijk hun hervormd zijn kunnen beleven is er in feite geen ruimte om te ademen. Dan valt te vrezen, dat de kerk uiteen valt in gemeentelijke eilandjes of nog een aantal eilandjes samen.
Het zou de zwartste dag van mijn leven zijn – en ik weet: van velen met mij – als ik niet meer in liefde kan lijden, meelijden aan een kerk, waarvan de gestalte gedeformeerd moge zijn maar die nochtans geworteld is in de geschiedenis van de gereformeerde Reformatie hier te lande.
Synode, geef gemeenten – en het zijn er vele – niet prijs aan verknussing en zelfgenoegzaamheid. Te hopen is, dat de Heilige Geest ons de creativiteit geeft om ruimte te scheppen voor bovenplaatselijk hervormd zijn, opdat de hervormde gezindheid, het ideaal van Groen van Prinsterer, niet elders zal toeven. Want zo kan het niet.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 oktober 1992
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 oktober 1992
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's