De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Boekbespreking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekbespreking

4 minuten leestijd

F.A. van Lieburg, Levens van Vromen, Gereformeerd piëtisme in de achttiende eeuw, Uitgeverij De Groot Goudriaan, Kampen, 1991, 256 pag. ƒ 39,50.
Binnen het kader van de aandacht voor de Nadere Reformatie is er een interessant boek verschenen, dat ons in wil leiden in de geestelijke wereld van de bevindelijk-gereformeerden in de achttiende eeuw. In Levens van vromen geeft de historicus F.A. van Lieburg een analyse van wat hij zelf het 'volkspiëtisme' noemt. Hij doet dat aan de hand van een twintigtal bekeringsgeschiedenissen uit de achttiende eeuw. Vanuit deze bronnen wil hij een portret tekenen van de bevindelijk gereformeerden van tweehonderd jaar geleden, zoals ze dat zelf tekenden. Hij beperkt zich daarbij tot de empirische benadering. Binnen de historische onderzoeksrichting van de 'mentaliteitsgeschiedenis' is de belangstelling voor zogenaamde 'egodocumenten' erg toegenomen. Ze geven veel informatie die in meer officiële bronnen vaak ontbreekt. Het woord 'egodocument', dat in de wetenschappelijke discussie kennelijk gangbaar is, vind ik overigens in dit boek geen goede aanduiding. Het heeft teveel een negatieve associatie aan zich, zeker waar er wordt geschreven over mensen die niet zoveel met hun 'ego' op hadden, al schreven ze er nog zo veel over.
Opmerkelijk is het dat bij het project van de historische faculteit in Rotterdam om alle egodocumenten van 1500 tot 1815 te registreren, verreweg de meeste bekeringsgeschiedenissen over het hoofd werden gezien. Het zijn 'verstopte bronnen', die met moeite moeten worden opgespoord. Ze leveren echter een schat van informatie zoals blijken mag uit dit boek. Twintig autobiografieën zijn onderzocht. De bekeringsgeschiedenis van Eva van der Groe is erbij, de meest bekende en verspreide in dit genre, die van Hermanus Hermsen, en ook van Geesjen Pamans, om er drie te noemen. Het waren geen mensen uit de sociale bovenlaag, maar de eenvoudigen, die ons door hun levensverhalen een goed beeld geven van het 'volkspiëtisme'. De geestelijke ervaringen rond de bekering komen uitgebreid aan bod, met de vele stadia en onderscheidingen. De wijze waarop de vromen met elkaar omgingen in de beoordeling van elkaars bekeringsweg, de pastorale wijsheid die er ook soms in was, komt aan het licht. Het denken over relaties en huwelijk binnen deze kringen, de beoordeling van de Grote Kerk en de kleine kerk, het conventikel, het staan in de samenleving, 'niet van maar wel in de wereld', het komt allemaal aan de orde.
Het slothoofdstuk maakt de balans van deze studie op. Het is te merken dat de schrijver met een grote congenialiteit en tegelijk ook duidelijke objectiviteit zijn studie heeft verricht. Er wordt daarom ook een eerlijker beeld gegeven dan in het verleden wel eens gedaan is, door beoordelers die hun afkeer van deze vromen, die ze 'fijnen' noemden, soms al te zeer lieten blijken.
Van Lieburg zet ook wat vraagtekens bij het zogenaamde 'vervalmodel' van de Nadere Reformatie, waarbij de achttiende eeuw als een periode van inzinking wordt gezien na de bloei van de zeventiende eeuw. Wellicht is zijn historisch-wetenschappelijke reserve ten aanzien van zulke oordelen een heilzaam correctief voor een theologische beoordeling, waarin deze periode soms te snel negatief wordt beschouwd.
De beperkingen van deze studie worden door de schrijver eerlijk onderkend. Hij blijft op het niveau van de waarneming, vele diepere, theologische, vragen en beoordelingen blijven liggen. De beperkingen bieden echter evenvele aanzetten tot verdere bestudering van deze bronnen. Daarbij is de vraag van de verhouding tussen het 'officiële' en het 'populaire' piëtisme hoogst interessant. De schrijver eindigt met een pleidooi voor een serieuze en intensieve exploratie van het volkspiëtisme, 'waarmee ook de latere ontwikkelingen in een "langer" historisch perspectief kunnen worden begrepen'.
Kortom een boeiend boek, goed leesbaar, dat verrassende 'inkijkjes' geeft in de veelbewogen levens van vromen en dat velden aanwijst voor verdere studie.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 oktober 1992

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Boekbespreking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 oktober 1992

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's