De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

7 minuten leestijd

Uit het boek van Pietro Redondi over Galileo Galilei (zie hoofdartikel) de volgende passage over Gerechtelijke rituelen:

'Op de ochtend van 21 december 1624 verzamelde zich een grote menigte Romeinen en pelgrims, die uit heel Europa naar Rome waren getrokken voor de opening van het Heilig Jaar, op het plein voor de kerk van Santa Maria sopra Minerva. De koetsen van de kardinalen en gezagsdragers wisten zich nauwelijks een weg te banen naar het kordon van Zwitserse garden die de toegang tot het bordes afsloten. De ceremonie in de grote en oude dominicaner kerk kon slechts met vertraging beginnen.
Het was de feestdag an de heilige apostel Thomas, de twijfelende discipel. Deze gelegenheid had het Opperste Tribunaal van de inquisitie geschikt geleken om met pronkend ceremonieel uitspraak te doen in een gedenkwaardig proces, het zwaarste en spectaculairste vonnis dat ooit in het 17de-eeuwse Rome werd geveld.
Toen ze uit hun koetsen gestapt waren, moesten de kardinalen en de vertegenwoordigers van de wereldlijke macht zich nog eens een weg banen door de enorme menigte die de kerk vulde, om het eind van het middenschip te bereiken. Daar was voor de gelegenheid de rechtszaal van dit uitzonderlijke proces ingericht: een manshoog, houten hekwerk, waarvan de toegangen door de Zwitserse garden werden bewaakt. Met het oog op de menigte waren deze speciale veiligheidsmaatregelen niet overdreven.
[foto]
Een getrapte verhoging aan drie zijden van deze houten 'kooi' die de rechtszaal vormde, was bestemd voor het hof. Links zaten de rechters van het Heilig Officie, onder wie men de kardinaal-inquisiteur Desiderio Scaglia kon herkennen, rechts het Heilig Kardinaalscollege, de prefect van Rome en civiele beambten. Hoge prelaten en aristrocaten woonden het proces staande voor de tribune bij.
De toneelopbouw en het script waren de bij dergelijke ceremoniën gebruikelijke. De beklaagde was de enige acteur met een buitengewone plaats, in het midden van de rechtszaal. Het betrof geen gewone beklaagde, zoals men aan het portret met zijn beeltenis, dat aan de kansel was opgehangen, kon zien. Het was een man van rond de zestig, op het schilderij afgebeeld in zwarte kledij, met in zijn hand een tuniek. Zijn naam, die onderzijn beeltenis stond geschreven, was die van een aristocraat en hoge kerkelijke functionaris, want hij had de aartsbisschoppelijke titel. Maar meer nog stond hij bekend als theoloog, als wetenschapper en als intellectueel van Europese faam. Maar ook zulke illustere titels hadden niet zoveel ophef kunnen veroorzaken zonder een omstandigheid die sinds mensenheugenis niet eerder was voorgekomen en die zelfs een stad die gewend was aan dit soort gerechtelijke rituelen, paf deed staan, als voor een onwerkelijk en verbluffend schouwspel. Marco Antonio De Dominis, de beklaagde, was drie en een halve maander eerder overleden. Het Heilig Officie zou geen mens gaan veroordelen, maar zijn lijk, dat op dat moment in een met pek zwartgemaakte kist vóór de rechters zijn vonnis afwachtte.
In de kerk van de Minerva hing een geladen stilte. Een priester beklom de kansel en las met "zangerige stem" – om tot op het plein hoorbaar te zijn – de tekst van het vonnis, waarin de beklaagde voor recidivistisch afvallige en ketter werd verklaard, in het Italiaans voor. Een langdurig applaus ondersteunde de publieke instemming met dit ritueel in de stijl van de middeleeuwse inquisitie. Voor veel nieuwsgierigen was dit vooral een bevrijdend applaus, dat de beklemming van deze macabere en plechtige ceremonie bezwoer. Maar voor de meesten, voor de aristocraten en de kerkelijke functionarissen die bijeen waren gekomen om hun steun te betuigen aan de instellingen en de onwrikbaarste idealen van de Kerk, getuigde dit applaus van een hernieuwd verlangen naar een harde lijn tegenover de uitdaging van de ketters en de vernieuwers.
In tegenstelling tot de ketter die gebiecht had en boete deed, kon degene die volgens het procesrecht van de inquisitie als recidivistisch ketter stond aangemerkt, zich, als onberouwend ketter, niet aan zijn veroordeling onttrekken. Verder leidde de veroordeling in dit geval onvermijdelijk tot de dood op de brandstapel.
Nadat hem zijn kerkelijke voorrechten waren ontnomen, werd De Dominis uit de Kerk verstoten. Zijn schilderij en zijn stoffelijk overschot werden naar het bordes gebracht en op een kar gezet, samen met de theologische en wetenschappelijke werken van de veroordeelde. De stoet kronkelde zich tussen twee rijen publiek naar de Campo dei Fiori, waar een huiveringwekkende afsluiting en hoogtepunt gevormd werden door de verbranding van de boeken, het portret en het opgedolven lichaam van De Dominis. (…)'


Zondagsgroet

Ik voel de winden Gods vandaag;
vandaag hijs ik het zeil.
Gehavend is 't en zwaar van schuim,
maar 'k hijs en hoop op heil!
Want Christus Zelf, als stille gast
reist in mijn scheepje mee;
op Zijn bevel durf 'k uit te gaan
op wilde hoge zee!


Op 5 november a.s. hoopt drs. A. de Reuver te promoveren op een proefschrift, getiteld 'Bedelen bij de Bron' (Kohlbrugge's geloofsopvatting vergeleken met Reformatie en Nadere Reformatie). De kloek uitgegeven dissertatie is uitgegeven bij Boekencentrum, 's-Gravenhage. Op deze gebeurtenis hopen wij nog nader terug te komen. Nu geven we hier enkele stellingen bij dit proefschrift door:

• Kohlbrugge is meer Lutheraan dan Calvinist. Hij kan getypeerd worden als een zelfstandige leerling van Luther, met een selectieve affiniteit ten opzichte van Calvijn.

• Kohlbrugge's verhouding tot de Nadere Reformatie is te kenschetsen als een positie van kritische solidariteit.

• Kohlbrugge's theologie is niet die van de Contra-remonstranten, maar wel voluit anti-remonstrants.

• Nu de christelijke gemeente in West-Europa door een diepe crisis gaat, krijgt het door Kohlbrugge vertolkte 'nochtanskarakter' van het aangevochten geloof extra actualiteit.

• Niet alleen de theocentrische strekking van Kohlbrugge's boodschap, maar ook enkele minder aangename karaktertrekker van zijn persoon vormen een heilzame verhindering voor een Kohlbrugge-cultus. De soortnaam 'Kohlbruggiaan' is dan ook uit tweeërlei oogpunt bedenkelijk.

• Bij alle liefde en verwachting voor Israël, Gods beminde volk (Rom. 11 : 28), vergete men niet het nieuwtestamentische grondgegeven, dat diegenen kinderen van Abraham zijn, die door het geloof Christus Jezus toebehoren (Gal. 3 : 7, 26, 29).

• De hartslag van de ware godgeleerdheid is de godsvrucht (n.a.v. Voetius' oratie De Pietate cum scientia conjungenda).

• Preken waarin het onderwerpelijke systematisch beschrijvend wordt verobjectiveerd, zijn daardoor niet alleen voorwerpelijk, maar ook verwerpelijk te achten.

• Een kerkorganisatie geve zich rekenschap van het feit, dat de gemeentezang niet alleen wordt gedragen door zijn orgelspel, maar vooral ook door de adem van de zangers; wanneer hij de woorden van het begeleide lied mee-ademt, bemerkt hij vanzelf dat de adempauze tussen iedere regel (gewoonlijk) minstens de lengte van een volle maatslag behoeft.

De door Stephen Hawking in zijn boek A brief History of Time (London 1988) geboden informatie, dat wij leven op een kleine planeet in één van de miljarden sterrenstelsels, die ieder op zich weer ettelijke miljarden sterren bevatten, kan de geloofsverwondering van Psalm 8 niet weinig verdiepen: 'Wat is de mens, dat Gij hem gedenkt?'

• Onvoldoende afstand houden in het snelverkeer is een misstand die aan misdaad grenst

• De kostbare combinatie van een diepe ernst en een milde humor is bij uitstek eigen aan geboren Zeeuwen, d.w.z. aan hen wier moedertaal een Zeeuws dialect is.

• Om tegemoet te komen aan het analfabetisme van alfa's op bêtagebied, dient bij een proefschrift uit laatstgenoemde hoek het toevoegen van stellingen gehandhaafd te blijven; immers daaronder bevinden zich doorgaans de enige zinsneden die voor alfa's te vatten zijn.


Uit het jaarverslag 1991 van de hervormde commissie voor het beroepingswerk nemen we het volgende overzicht over inzake Predikantsvakatures.

Zowel het jaar 1990 als het jaar 1991 werd afgesloten met een groot aantal nog openstaande predikantsvakatures, waarvoor wel adviezen waren uitgebracht. De volgende tabel laat zien, dat het aantal vakatures een stijgende lijn vertoont.

[tabel 1]

Het aantal vakatures, verdeeld over de verschillende provincies, levert de volgende tabel op:

[tabel 2]

Het aantal predikantsplaatsen met beperkte werktijd is aldus toegenomen.

[tabel 3]

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 oktober 1992

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 oktober 1992

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's