De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Matigheid

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Matigheid

Woorden van leven

3 minuten leestijd

Het aantal keren dat het woord 'matigheid' in de Bijbel voorkomt is op de vingers van één hand te tellen. Het is een zeldzaam woord, en even schaars lijkt deze 'deugd' te zijn onder de mensen. De onmatigheid, het mateloze in streven en in genieten dat alle perken te buiten gaat, ligt ons mensen van nature meer dan de inperking en zelfbeheersing die met dit Bijbelwoord wordt bedoeld.
Matigheid – 'engkrateia' in het Grieks – is een deugd die ook in de Griekse wereld een grote rol speelde. De lof van de zelfbeheersing weerspiegelt het ideaal van de vrije en onafhankelijke mens, die door niets wordt beheerst, maar die zichzelf in alles in de hand heeft en dus vrij is om te doen en laten wat hij wil. Het ideaal van de mens die zichzelf letterlijk 'in de macht' heeft.
In de Bijbel is er een duidelijk onderscheid met het Griekse denken. Het gaat hier niet zozeer om een verdienstelijke menselijke deugd als wel om een geestelijke vrucht van genade. De onthouding waar Paulus in 1 Korinthe 9 : 25 van spreekt. 'En een iegelijk, die om prijs strijdt, onthoudt zich in alles' is hetzelfde in het Grieks als 'matigheid', en is niet zozeer gericht op verheerlijking van het eigen ik, dat zichzelf beheerst, of om zichzelf voor God verdienstelijk te maken, maar veeleer bedoeld tot bevordering van de dienst van het Evangelie.
Het is daarom wellicht toch niet zo vreemd dat het woord 'matigheid' niet zo veel in de Bijbel voorkomt. In Galaten 5 : 23 is het bij de opsomming van de verschillende aspecten van de vrucht des Geestes het Iaatstgenoemd. Daar staat het als een onmisbaar woord in de context van de tegenstelling, tegenover de losbandigheid van allerlei hoererij en onreinheid, die behoren tot de 'werken des vleses'. Maar het is niet de mens die het zelf presteert om zich zo te matigen dat hij zelf deze 'werken des vleses' de baas kan worden. Dat is het verschil met de Griekse deugd, die immers heel sterk ingevuld is in de geest van de autonomie, de mens die zichzelf in de hand heeft.
De christen is niet de mens die zonder enige beheersing van buitenaf zichzelf meester is. In de Bijbel is geen plaats voor een autonome ethiek die, hoewel tegenover bandeloosheid, toch alleen vrucht is van een humanistisch vrijheidsideaal, dat zich ook verzet tegen de genadige overheersing van Gods geboden.
De matigheid die de christen beoefenen mag is juist de vrucht van het beheerst worden door Gods Geest. Die de genade van Jezus Christus werkelijk maakt in een nieuw leven van gehoorzaamheid. De gelovige is niet de mens die zichzelf in de hand heeft, maar die aan en uit Gods hand leeft! God heeft hem in de hand, en daarom is hij vrij van alles wat uit de hand loopt, aan zonde en losbandigheid. Zo is de christen met zijn matigheid, om met Luther te zeggen, enerzijds 'een vrije heer over alle dingen en niemands onderdaan', maar anderzijds ook 'een dienstbare knecht van alle dingen en ieders onderdaan'.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 oktober 1992

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Matigheid

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 oktober 1992

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's