De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Triosynode aanvaardt fase 1 fusieplan

Bekijk het origineel

Triosynode aanvaardt fase 1 fusieplan

10 minuten leestijd

Op 10 oktober aanvaardde de gezamenlijke vergadering van synoden van de drie Samen op Wegkerken het document 'Fusie bovenplaatselijke organisatie SoW fase 1'. Er waren slechts 5 tegenstemmers. Het document, dat 29 pagina's telt, werd vergezeld van een 32 pagina's tellend verslag van de consultatieronde langs bovenplaatselijke organen en medewerkers.
Het was het tweede en laatste agendapunt van deze vergadering, waarvoor in totaal een avond, een volle dag en nog een ochtend was uitgetrokken. Dit punt vormde ook de logische en noodzakelijke aanvulling op het eerste agendapunt: het ontwerp kerkorde voor de nieuwe kerk. Een kerkorde kan immers alleen in praktijk worden gebracht, wanneer de organisatie van de kerk daarop is toegesneden. Er zijn gemeenten en classes in de verschillende kerken, en zij hebben ook alle drie een bovenplaatselijk apparaat. Bij de Lutheranen is dat zeer bescheiden in omvang, maar hervormden en gereformeerden beschikken ieder over een vrij uitgebreid apparaat, maar ieder wel heel verschillend.
Dit alles met het oog op de toekomst op één lijn brengen, dat was het doel van dit agendapunt. Een ingewikkeld proces, waarin drie fasen van ieder een jaar zijn voorzien. Nu de vergadering het groene licht gaf, kan worden begonnen met de nadere vormgeving van fase 2.
In feite ging fase 1 niet verder dan het vaststellen van een aantal uitgangspunten en organiseerprincipes.
Op basis van wat thans is besproken wordt duidelijk dat straks de nieuwe centrale landelijke organisatie een stuk slanker zal zijn dan de huidige optelsom van NHK, GKN en ELK: het gaat in de richting van decentralisatie, ten einde de dienstverlenende organisatie op het tussenniveau, dichter bij de gemeenten, te versterken. Dienstverlening met een generalistisch karakter zal dicht bij de 'afnemers' op plaatselijk en classicaal niveau georganiseerd worden. Het accent wordt straks ook, veel meer dan nu, gelegd op projectmatig werken: specialisten vanuit diverse geledingen werken tijdelijk samen om een bepaald doel te bereiken. Veel aandacht zal ook uitgaan naar planning en prioriteitsstelling om de doelstellingen van de organisatie scherp in het oog te blijven houden en ook de kosten te bewaken.

Modalitaire organisaties
Voorgesteld werd 'de Commissie Structuurvragen op te dragen een nieuwe bovenplaatselijke organisatie te ontwerpen, die voldoet aan de inhoud van het rapport: de geformuleerde randvoorwaarden en uitgangspunten, de kerntaken, uitgangspunten en organisatieprincipes voor de organisatie, en de planning voor het gehele project'.
Volgens het voorstel van de commissie wordt aangestuurd op een formele fusie per 31 december 1995. 'Een lange weg! Kan het toch niet wat sneller? Wij moeten vooral de medewerkers niet te lang in onzekerheid laten'. Zo werd door verschillende sprekers opgemerkt. Commissievoorzitter drs. J.C. Traas toonde hiervoor begrip, maar sneller kan gewoon niet, zo betoogde hij, want er moet alle ruimte blijven voor een brede consultatie, en die zou anders in het gedrang komen.
Een amendement van drs. M. Burggraaf, classis Ede (NHK) om in de nieuwe organisatie ook de plaats van de hervormde modalitaire organisaties op te nemen werd door de commissie overgenomen, waardoor voor velen de angel uit het voorstel werd weggenomen.

Regio
In het ontwerp voor de nieuwe kerkorde wordt de provincie als 'vierde bestuurslaag' niet meer genoemd. Daar worden nogal wat vraagtekens bijgezet, vooral door de hervormde provinciale organen. Anders dan bij de beide andere kerken zijn bij de hervormde vanouds aan de provincies, naast het uitvoerende werk door de provinciale bureaus, nogal wat bestuurlijke taken toebedeeld.
Het hervormde synodemoderamen heeft zich steeds sterk gemaakt voor de provincies, maar het is te begrijpen dat de provincies met de tekst van het ontwerp-kerkorde op tafel er niet geruster op worden. 'Ik hoop dat de hervormde synode als een leeuw wil blijven vechten voor de handhaving van de provincies', zo verklaarde de heer Tim Kansil, scriba van de PKV Friesland nog onlangs tegenover de pers. Een uitspraak die door het ANP vervolgens ten onrechte aan het hervormd moderamen werd toegeschreven, en zowaar, de 'hervormde leeuw brult in Lunteren', zo viel daarna weer in Trouw te lezen, een kennelijke toespeling op uitingen van de hervormde afgevaardigde ir. E. Nagel Soepenberg.
De commissie Structuurvragen is zich er overigens wel van bewust dat er op het provinciale vlak veel activiteiten worden ontwikkeld. De commissie spreekt nu van regio's en – zoals voorzitter Traas toelichtte – van een 'verlengd classicaal bestuur'. (Opvallend is daarbij dat de daartoe als eerste aangewezen Commissie Structuurvragen nog geen uitspraak doet over het aantal regio's dat er dient te komen, terwijl daarentegen de Werkgroep Kerkorde reeds spreekt over 'vijf à zes').

Geïntegreerde beleidscyclus
In dit verband presenteerde de hervormde ouderling-kerkvoogd ir. E. Nagel Soepenberg een motie om 'de Commissie Structuurvragen op te dragen als eerste stap in Fase 2 een organisatiestructuur uit te werken, waarin gemeenteclassis-synode en synode-regio-gemeente geënt wordt op een geïntegreerde beleidscyclus in een presbyteriaal-synodale kerk'. De motie werd ondersteund door acht hervormde afgevaardigden uit alle geledingen van de kerk. Voor vele afgevaardigden was dit aanvankelijk geheimtaal, maar aan de hand van een door de indiener bijgevoegd schema werden zijn bedoelingen duidelijk. De beleidsvorming geschiedt langs een traject vanuit de gemeenten langs de classes naar de synode toe. De synode wordt bijgestaan door een aantal beleidsvoorbereidende organen. Vervolgens vindt de beleidsvaststelling plaats door de synode. Daarna vindt de beleidsrealisatie plaats langs de weg terug vanuit de synode, via de regio, naar de gemeenten. Tussen de classis en de regio loopt volgens de indiener van de motie een stippellijn.
'De regio moet een wederomgeboren provincie worden', zo lichtte Nagel Soepenberg nader toe. 'De provincie moet in bad, schoongemaakt worden, en als een schoongemaakte Adonis, een regio, er weer uitkomen. Wij mogen dit hervormde kind niet met het Samen op Weg-badwater weggooien'.
'De stippellijn tussen classis en regio van Nagel Soepenberg zou volgens mij een doorgetrokken lijn moeten zijn', zo reageerde commissievoorzitter Traas op het voorstel.
Nagel Soepenberg's voorstel voor deze 'geïntegreerde beleidscyclus' was mede ingegeven door zijn beduchtheid dat anders de regio's teveel uit elkaar zouden groeien, tot schade van de kerk. 'De regio's moeten passen binnen een integraal beleid'. En vervolgens benadrukte hij: 'Mijn motie heeft vooral een signaalfunctie: regio, u was er, u bent er, en u zult er zijn!'.
De vergadering reageerde uiterst verdeeld op de motie: bij stemming bleken 76 leden vóór en 83 tegen, waardoor de motie formeel werd verworpen. Maar toch niet helemaal: drs. Traas deed de toezegging dat deze vraagstelling in ieder geval wordt 'meegenomen" door de commissie.
(Hervormd Persbureau/Informatiedienst GKN/Bureau ELK)


Hieronder volgt nog wat ter synode inzake werd gegeven door oud. B. van Bokhoven/Linschoten

In deze bijdrage wil ik in de eerste plaats bezien inhoeverre de doelstelling van fase 1 daadwerkelijk is gerealiseerd. In punt 1.2 wordt een verantwoording daarvan gegeven.
Doelstelling nr. 3 van deze fase was: 'De mogelijkheden verkennen voor het ontwikkelen van voldoende draagvlak voor deze fusie'. Helaas moet worden gekonstateerd dat het rapport op dit onderdeel wel een aantal konklusies geeft, doch dat deze bij nadere beschouwing niet worden onderbouwd.
Op bladzij 3 lezen we dat 250 plaatselijke gemeenten in een of andere vorm samenwerken. Dit aantal wordt positief geduid. Als na al die jaren van het Samen-op-Weg proces er nog slechts 250 gemeenten een of andere vorm van samenwerking hebben, klemt de vraag te meer waarom die overige ca. 1250 gemeenten niet zo'n samenwerking hebben. Helaas gaat het rapport aan deze overwegingen voorbij, terwijl daarmee toch is aangegeven dat voorzichtigheid en zorgvuldigheid geboden is.
Als we letten op het verslag van de konsultatieronde, dan zou ik het volgende willen opmerken. De meeste classes hebben niet aan deze konsultatie-ronde meegedaan c.q. kunnen doen. Het tijdstip was uiterst ongelukkig, want de meeste classes zaten midden in het proces van konstituering als gevolg van de nieuwe classisindeling. Ook was de tijd tussen uitnodiging en datum van hearing veel te kort. Uiteindelijk blijken er slechts 16 van de 75 classes op een of andere manier te hebben gereageerd. Dit betekent dat slechts 10% van de ontvangen reakties van de beleidsbepalende organen afkomstig is.
De overige reakties zijn vooral afkomstig van de beleidsuitvoerende organen zoals PKV's, organen van bijstand, danwel de daar werkende funktionarissen. Des te opvallender is het dat ook uit die reakties weinig enthousiasme te lezen valt. Meestal lijken het bezorgde reakties te zijn die het liefst alles maar bij het oude willen laten. We hebben er kennis van genomen dat in de volgende fasen de modalitaire organisaties wel zullen worden gekonsulteerd.
Met betrekking tot de ambtelijke bovenplaatselijke struktuur wil ik nog het volgende opmerken. De Commissie-Kerkorde heeft onderkend dat er in een groot aantal gemeenten bezwaren leven tegen samenwerking in een plaatselijk verband. Daarom zullen er in de Verenigde Reformatorische Kerk – zo die er ooit komt – zelfstandige hervormde, gereformeerde of evangelisch-lutherse gemeente blijven bestaan.
Nu worden er wel openingen geboden waardoor de evangelisch-lutherse gemeenten hun eigen identiteit ook kunnen bewaren en beleven op synodaal niveau. Ook voor hervormde gemeenten die hun identiteit onvoldoende in een samengaan kunnen beleven, dienen erkerkordelijke voorzieningen getroffen te worden. De praktijk zal anders zijn dat deze gemeenten wellicht plaatselijk nog wel kunnen funktioneren, maar classicaal een minoriteit zullen zijn, waarbij een afvaardiging naar de Generale Synode helemaal tot de rariteiten zou gaan behoren.
Aan de recente klassikale herindeling lag mede ten grondslag dat er zoveel mogelijk evenredigheid dient te zijn naar het aantal lidmaten. In de voorgestelde struktuur dreigt deze oude disproportionaliteit opnieuw. Het is niet ondenkbaar dat in een bepaalde classis 35% van de gemeenten niet minder dan 65% van de lidmaten zullen vertegenwoordigen. Immers een gemeente met 750 lidmaten heeft eenzelfde afvaardiging als een gemeente met 150 lidmaten. Dit pleit er voor dat er in de toekomstige generale synode niet alleen de evangelisch lutherse gemeenten afgevaardigd zijn, maar dat er ook aparte afvaardigingen zijn van de verenigde gemeenten, de hervormde gemeenten en de gereformeerde kerken. Zolang deze gemeenten nog afzonderlijk bestaan, hebben zij recht op representatie in de meerdere vergaderingen.
In het eerste concept van dit rapport stond vermeld dat fase 2 alleen zinvol kan worden ingegaan als er helderheid bestaat over het aantal ambtelijke bestuurlijk niveaus. Deze helderheid komt er vooralsnog niet, omdat de beslissing hierover nu wordt uitgesteld tot fase 2. Dit betekent dat er bij het personeel nog gedurende lange tijd grote onzekerheid zal blijven bestaan. Definitieve besluitvorming kan eigenlijk plaatsvinden als de nieuwe kerkorde zal zijn vastgesteld. We lopen dus het risico dat deze hele tijd- en geldverslindende operatie in een later stadium zal moeten worden overgedaan. In de Ned. Herv. Kerk zouden we beter eerst alle aandacht en energie kunnen geven aan de reorganisatie in het kader van het verbeter- en veranderplan met de daaruit voortvloeiende bezuinigingen. Het dan afgeslankte apparaat zal heel wat eenvoudiger zijn in te passen in de SoW-struktuur. De vraag of de PKV's als ambtelijke vergadering kunnen worden omgevormd tot klassikale samenwerkingsverbanden kan immers pas verantwoord worden beantwoord als er meer zicht is op vereenvoudiging van regelgeving. En dit laatste is weer afhankelijk van de nieuwe kerkorde. Op grond van bovengenoemde overwegingen pleit ik er sterk voor om besluitvorming over de toekomstige struktuur van SoW uit te stellen tot er definitieve besluiten genomen zijn over de kerkorde.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 oktober 1992

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Triosynode aanvaardt fase 1 fusieplan

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 oktober 1992

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's