Kerkvaders in het blikveld
Kerkhistorische reis oktober 1992
'Wat vindt een protestant in Rome?' Zo begonnen we vorig jaar de impressie in deze kolommen van de toen gehouden kerkhistorische reis. We antwoordden toen op deze vraag: 'veel'.
Dit jaar ging de reis naar Noord-Italië, met name naar de plaatsen Florence, Pisa, Sienna, Assisi en, ter afsluiting, Venetië. We zouden opnieuw die vraag kunnen stellen, gezien het handjevol protestanten, dat daar leeft temidden van een overweldigende rooms katholieke meerderheid. Maar, zoals we vorig jaar terecht kwamen bij de bakermat van de kerk, zeg bij de apostolische tijd, zo kwamen we nu terecht bij de oud-christelijke kerk, bij de kerk van de kerkvaders. Eeuwenlang, voordat de Reformatie gestalte kreeg, heeft de kerk zich, vanaf de tijd van de apostelen voortgezet en doorgezet in de kerk, die in Rome haar centrum kreeg. Door alle dwalingen en ontsporingen heen heeft de Heere Zijn kerk in die eeuwen bewaard, waarbij in de oude kerk kerkvaders van zich deden spreken, op wie ook de Reformatoren veelvuldig hebben teruggegrepen. In het hiervolgende geef ik opnieuw een impressie van een boeiende reis, naar een gebied, waar niet alleen veel herinnert aan de oude kerk maar waar ook een rijkdom aan cultuurschatten ligt, méér dan in welk land in Europa ook.
Milaan
Het begon met een bezoek aan Milaan. Daar, in de schitterende Domkerk, herinnert veel aan Augustinus en diens geestelijke vader Ambrosius. Daar is bijvoorbeeld nog intact gebleven het zogeheten baptisterium, de plek waar (o.a.) Augustinus is gedoopt door Ambrosius, nadat hij tot bekering was gekomen.
Augustinus, aanvankelijk een man van de wereld! Zijn vader, Patricius, was nog heiden en is pas kort voor zijn dood gedoopt. Zijn moeder Monnica was een geestelijke vrouw, die leed onder het zinnelijke, wereldse leven van haar zoon. Deze leefde in concubinaat en kreeg een zoon Adeodatus (wat overigens betekent: van God gegeven). Maar Monnica kreeg van een bisschop in Noord-Afrika het vertroostende woord te horen: 'een kind van zulke tranen kan niet verloren gaan'.
Toen Augustinus stadsrhetor was geworden te Milaan, kwam hij onder de invloed van de preken van Ambrosius. Aanvankelijk liet hij nog slechts zijn intellectuele bezwaren tegen het christelijk geloof varen maar van zijn zinnelijke leven kon hij geen afstand doen. In zielestrijd over dit laatste wierp hij zich in zijn tuin ter aarde, waar hij in een naburig huis een kind hoorde zingen 'tolle lege', neem en lees! Augustinus nam en las toen Rom. 13 vers 13 en 14: 'Laat ons, als in de dag, eerbaar wandelen, niet in brasserijen en dronkeschappen, niet in slaapkamer en ontuchtigheden, niet in twist en nijdigheid; maar doet aan de Heere Jezus Christus, en verzorgt het vlees niet tot begeerlijkheden'.
En zo werd Augustinus gedoopt na zijn bekering. Hij kreeg het witte doopkleed aan. Staande bij het doopbassin realiseert men zich hoe wezenlijk het teken van de doop was voor het christelijk geloof in de oude kerk. Het witte doopgewaad symboliseert de afwassing der zonden door Jezus Christus. Zo heeft ook deze bekeerling, de kerkvader die ons in zijn 'Belijdenissen' maar ook in een geschrift als 'De Civitate Dei' veel heeft nagelaten, als volwassen man het teken der afwassing ontvangen. Intussen heeft hij ook als kerkvader invloed uitgeoefend op de Reformatoren. Zij hebben de leer van zonde en genade, van de predestinatie ook, waarover Augustinus zich ook in zijn geschriften uitsprak, eeuwen later weer onder het stof vandaan mogen halen.
In Milaan staat ook de Basiliek van Ambrosius. In een brochure, daar verkrijgbaar, staat te lezen, dat Ambrosius vele Arianen en andere ketters door zijn prediking tot het ware geloof mocht brengen. En dan staat er: 'Onder deze bracht hij Augustinus – de grote doctor van de Kerk – tot Jezus Christus.'
Ook de figuur van Ambrosius kwam tij dens deze reis tot leven, met name ook door de grondige informatie van drs. C. Blenk, die de reis mede heeft geleid. Na zijn installatie als bisschop (7 december 374) gaf Ambrosius al zijn goud en zilver aan de armen en aan de kerk.
Ambrosius bouwde de genoemde basiliek tussen 379 en 386, vlak bij de plek, waar martelaars uit die eeuw waren begraven, waarbij met name Gervaso en Protaso worden genoemd, wier begraafplaats op 17 juni 386 was ontdekt. Nadat Ambrosius op 4 april 397 was overleden – de datum van zijn dood had hij, nog vóórdat hij ziek was geworden, voorzegd – werd hij begraven vlak bij deze martelaars. Zijn graf is tot vandaag gebleven. Een bezoek aan deze vroeg-christelijke basiliek, waar Ambrosius ligt begraven, brengt ons dicht bij de oude kerk, die een tijdlang kerk onder het kruis, kerk van martelaren was geweest.
'U looft de apostelschaar in heerlijkheid, o Heer,
profeten, martelaars, vermelden daar Uw eer'.
Deze regels uit het oud-christelijke lofgezang Te Deum laudamus, door Ambrosius gemaakt, hebben de eeuwen door velen aangesproken. Staande in zo'n basiliek krijgt de geschiedenis der martelaren vlees en bloed.
Florence
En dan Florence, de stad van De Medici, de stad van de grote opbloei van kunst en cultuur in de tijd van de zogeheten renaissance. In de tijd van de Middeleeuwen, waarin genieten (frutere) taboe was – zelfs van de natuur mocht men niet genieten – kwam men in de renaissance tot een grenzeloos genieten van het aardse leven. In uitbundige vormen van schilder- en beeldbouwkunst kwam dat tot uitdrukking.
Intussen is allerwegen tastbaar hoe het Woord Gods inspiratiebron voor velen was in hun kunstuitingen. Een bezoek aan het baptisterium aldaar bijvoorbeeld, het doophuis, waar alle kinderen van Florence vroeger werden gedoopt, brengt de bezoeker bij een schat aan bijbelse taferelen, afgebeeld op de toegangsdeuren en op het plafond. Overigens beleeft men ook allerwegen in Florence, dat kunst grenzen te buiten ging.
In schril contrast met deze uitbundige renaissancecultuur staat echter het klooster van San Marco. Daar is de monnikscel nog te bezichtigen – samen met vele andere cellen – van Girolamo Savonarola. Door zijn suggestieve boeteprediking en aankondiging van naderend onheil kreeg hij in die tijd grote invloed. Aanvankelijk geselde hij de misstanden onder de geestelijkheid, maar al spoedig keerde hij zich ook tegen de weelde en het wereldse vermaak in dit centrum van de renaissance-cultuur. Hij bracht de bevolking ertoe luxe voorwerpen en immorele boeken op de markt te verbranden. Uiteindelijk werd hij het slachtoffer van de haat van zijn tegenstanders en werd hij op last van Paus Alexander VI, wiens levenswijze hij scherp had veroordeeld, wegens scheurmakerij veroordeeld en verbrand. Toch was hij geen hervormer, zoals Luther en Calvijn dat waren. In dogmatisch opzicht was hij een echte vertegenwoordiger van het middeleeuwse rooms katholicisme. Maar een boeteprediker was hij wel.
Een bezoek aan Florence maakt intussen duidelijk hoe sterk de spanning was tussen het middeleeuwse devies 'memento mori' (gedenkt te sterven) en het 'memento vivere' van de renaissance (gedenkt te leven), tussen wereldmijding en de rechte genieting van het leven. Is het niet de spanning, waarin elk christenmens, levend in deze wereld en daarin ook een opdracht hebbende, verkeert?
Assisi
Een hoogtepunt van de reis was ongetwijfeld een bezoek aan het stadje Assisi. Deels had dat te maken met het feit, dat de tegenstelling tussen Florence, waar het verkeer een grote heksenketel is, en het rustiek gelegen Assisi zo heel erg groot is. Assisi ligt als een middeleeuws stadje tegen de hellingen van de heuvels. Wie er binnentreedt krijgt het gevoel, dat de eeuwen hebben stil gestaan. Maar Assisi herinnert vooral aan de vermaarde Franciscus, zoon van een rijke koopman, die na zijn bekering koos voor de armen. Aanvankelijk wilde Franciscus in de ridderstand worden opgenomen. Maar een levensgevaarlijke ziekte bracht een keer in zijn leven. In een droom hoorde hij de woorden: 'Frans, wie wil je dienen, de Heer of de knecht?' Zijn antwoord was: de Heer. Hij herstelde daarna een kleine kapel en leefde zijn leven verder in armoede, temidden van het arme volk. Zijn vader, misnoegd over deze staat des levens, onterfde hem.
Zijn eerste biograaf, Tomasso de Celano, zegt overigens van hem: 'De schoonheid van de velden, de betovering van de wijngaarden, dat alles hadden zijn ogen lief en vervulde hem met vreugde'. Bij Franciscus, hoewel levend in armoede, was er dus toch al wel de levensvreugde, de genieting van de natuur met name.
Hij staat intussen bekend – en zo wordt hij ook afgebeeld – als vriend van de vogels, waarmee hij sprak en tot welke hij preekte. In Assisi leven veel duiven – vandaag meer duiven zelfs dan mensen. De vogels streken neer op zijn schouder en armen. In een artikel van C. Huizinga, dat dezer dagen in het blad Opbouw verscheen over Franciscus, citeert deze een passage uit een preek van Franciscus (overgenomen uit een boek van Helene Nolthenius):
'Mijn gevleugde broeders, jullie moeten de Schepper van harte loven en altijd liefhebben. Hij gaf jullie veren om aan te trekken, vleugels om mee te vliegen, en alles wat jullie nodig hebben. God maakte jullie tot Edelen onder de schepselen, en verschafte jullie een woonplaats in de puurheid van de lucht; en zorgt terwijl jullie zaaien noch maaien, en jullie behoeven je nergens om te bekommeren.'
Huizinga gaat dan dieper in op het feit, dat Franciscus de armoede 'als zijn bruid omhelsde'. Toen zijn bisschop zei, dat een leven in volstrekte bezitsloosheid niet vol te houden was, zei hij: 'Heer, als wij iets bezaten hadden we wapens nodig om het te verdedigen. Bezit brengt zorgen en twisten met zich mee en staat de liefde tot God en de naaste in de weg. We stellen het liever zonder'.
Het feit echter, dat Francisus één was met de armen, maakt hem – aldus Huizinga – tot een symbool voor het diakonaat.
Vier kilometer van Assisi staat een kerk, waarbinnen de kapel is gelegen, waar Franciscus is gestorven. Vlakbij die kapel lag een ziekenhuis voor melaatsen. Niemand durfde daar komen. Franciscus kuste daar een melaatse, in naam van God, de hand. In zijn geestelijk testament schreef hij: 'Zo gaf de Heere God mij, Franciscus, de genade om de boete aan te vangen: toen ik nog in zonden leefde, scheen het me beter toe de melaatsen te zien en de Heere zelf voerde mij onder hen en ik had medelijden met hen. Toen ik hen verliet, veranderde datgene wat mij vroeger bitter voorkwam in zoetheid van ziel en lichaam'.
Voordat Franciscus op 3 oktober 1226 stierf ontkleedde hij zich geheel om geheel arm te sterven.
Het leven van volstrekte onthouding in armoede wordt niet van ieder mens gevergd. Dat leert de Schrift ons niet. En de achterliggende middeleeuwse mystiek van Franciscus is niet de onze. Toch zijn er ook vandaag mensen die, als teken van het dienen van Christus, hun leven met de armen delen. Te denken valt aan Moeder Theresa in Calcutta, maar ook aan vele niet bij naam bekende mensen in Latijnsamerikaanse landen of andere arme landen en wereldsteden, die hun leven delen met de armen in de krottenwijken. Ze verdienen ons respect. Zelf levend in een behaaglijke situatie van welvaart en luxe zou het wel heel oneigenlijk zijn geen respect te tonen voor hen, die met zelfverloochening werken en verkeren onder de armsten der armen.
Als zodanig geeft de nadruk op levensheiliging, ook in het dienen van de ander, zoals we die telkens ook in de kerkgeschiedenis tegenkomen ons steeds weer reden tot zelfonderzoek. Hebben wij altijd wel voldoende aandacht voor die kant der heiliging?
Reformatie
Tot hier de impressie van een prachtige reis met een interkerkelijke 'familie'. Behalve genoemde plaatsen zagen we veel moois in Pisa (zie artikel van vorige week). Sienna (wat een fraaie kunstwerken!) en Venetië (de stad van Marco Polo).
Tijdens zo'n reis realiseert men zich eens te meer, dat in de zestiende eeuw een Reformatie van de kerk nodig was. Eén en ander betekent, dat de kerk, die ooit met het getuigenis van de apostelen begonnen was, in duisternis en dwaling was terecht gekomen, waarbij de Middeleeuwen (de donkere Middeleeuwen) wel heel in het bizonder een dieptepunt vormden.
Men kan zich afvragen waar de ontsporingen begonnen zijn. Ze komen nooit van de ene dag op de andere. Feit is, dat de oude kerk het opgerichte teken was van de kerstening van Europa. De Heere Zelf stichtte Zijn Kerk en bracht mensen uit de duisternis van heidendom en bijgeloof tot het wonderbare licht. Het leven van Augustinus is er een toonbeeld van.
De Reformatie mocht intussen de genade weer ontdekken in die tijd, waarin boetedoening een deugd was, waarin mystiek nog wat anders was dan bijbelse bevinding des geloofs, maar waarin vooral de kerk niet meer in haar leer (en leven vaak) op de toonhoogte van de Schrift stond.
Zo beleven we toch ook vandaag de hervorming zelf als een genadegave van God. Hij haalde Zijn Kerk weg van onder het stof van de traditie en vanuit eigenwillige godsdienst. Genade mocht weer genade zijn en het besef werd weer levend dat er genade voor nodig is om genade aan te nemen.
Maar dit alles doet ons niet vergeten, dat de Reformatie een her-ontdekking was. namelijk een herontdekking van de leer der Schrift, zoals die ook door kerkvaders was beleden.
De Reformatie heeft beleden met de kerk van alle tijden en alle plaatsen. Dat we vandaag méé-belijden! En als we ons dan te binnen brengen hoe Reformatie nodig was vanwege verwording van de kerk, dan brengen we ons ook met schaamte te binnen dat we de erfenis der Reformatie bepaald niet onbezoedeld hebben bewaard. Daarom: gereformeerd zijn betekent telkens weer gereformeerd worden.
P.S. In mijn artikel van vorige week is één zinsnede verminkt doorgegeven. Op p. 706, 2e kolom moest staan dat Copernicus had gesteld 'dat de aarde om de zon beweegt en om haar eigen as en niet, zoals altijd was aangenomen, de zon om de aarde'.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 oktober 1992
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 oktober 1992
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's