Globaal bekeken
In De Zaaier (hervormde gemeente Over-Flakkee) schreef ds. A. Kastelein over dit kerkblad, aan de hand van het eerste nummer, dat hij onder kreeg (11 juli 1936).
'Dit eerste nummer is gedateerd: zaterdag 11 juli 1936, 1 ste jaargang nr. 1. Ik trek hieruit de konklusie dat ons kerkblad kennelijk ook in de oorlogsjaren 1940-1945 kon blijven verschijnen. Met veel andere bladen was dit niet het geval, om welke reden dan ook. Maar de redaktie en de uitgever van De Zaaier hebben waarschijnlijk met veel moeite, wèl kans gezien het blad te blijven uitgeven.
De tijdsomstandigheden
We liepen een beetje op de dingen vooruit. Daarom willen we ons eerst in alle ernst afvragen hoe de eilandbewoners in het laatst van juli 1936 kerkelijk reilden en zeilden. Dit kan niet los gezien worden van hun maatschappelijk reilen en zeilen. Mijn indruk is dat in die tijd nog weinig mensen met vakantie naar Ouddorp kwamen. En nog minder dat onze mensen zèlf naar elders gingen. Ook de predikanten deden dit nauwelijks.
In de eerste uitgaven van De Zaaier is te lezen dat bijna alle predikanten op zondag 12 juli 1936 in hun eigen gemeente voorgingen. Slechts één van hen was afwezig.
Van de dertien predikantsplaatsen waren er trouwens vijf plaatsen vakant. Niet zoveel gelukkig als per 1 januari 1930. Want toen waren er acht van de dertien plaatsen vakant! Wij zullen hier aan een bepaalde nood moeten denken. Niet zozeer een nood, omdat de gemeenten in die crisistijd moeilijk een predikantstraktement konden opbrengen. Maar vooral, omdat onze gemeenten zelf er geestelijk niet zo bestaan toe waren. En toch, zo is onze indruk, is men bezig geweest daar bovenuit te komen.
Ook nog in het begin van deze eeuw is er op ons eiland veel richtingsstrijd geweest. Niet alleen de strijd tussen rechtzinnig en vrijzinnig. Want toen deze strijd eenmaal beslist was, hebben ook de rechtzinnigen onderling niet steeds op één stoel gezeten. Pas na 1906, na de oprichting van de Gereformeerde Bond in de Ned. Herv. Kerk, kwam er meer duidelijkheid. Want de Gereformeerde Bond heeft zich niet als een partij in de kerk willen gedragen. Maar veel meer als beweging, die de diverse bloedgroepen van de Gereformeerde traditie in zich verenigde doordat men elkaar kon vinden in de belijdenis der Reformatie. Zo zijn ook alle kerkeraden op ons eiland er langzaam maar zeker toe gekomen om een predikant te beroepen, die aangesloten was bij de Gereformeerde Bond. En dit heeft samenbindend gewerkt. Op deze wijze is te verklaren dat er eveneens een samenwerkingsverband in die jaren is ontstaan om te komen tot één kerkblad. Het is de bedoeling geweest om daarmee allereerst de Kerk te dienen, met name de Ned. Herv. Kerk op het eiland. Ik citeer uit de 'Ter Inleiding' van het eerste nummer van De Zaaier: 'Ons kerkelijk leven is vaak hopeloos uiteengescheurd. Het kerkelijk besef is bij velen zó afgesleten, dat men zich niet meer om die kerk bekommert en haar verlaat, en dan ook loslaat. Tegenover deze betreurenswaardige houding wil onze Kerkbode een getuigenis doen uitgaan. Het getuigenis, dat wij ondanks de vele grote gebreken der Kerk… tòch het goede voor haar zoeken en met de dichter uitspreken: Want Uw knechten hebben een welgevallen aan haar stenen en hebben een medelijden met haar gruis (Ps. 102 : 15). Dit getuigenis is nodig. Nodig omdat het onze Hervormde mensen zo vaak anders wordt voorgehouden… Dit blad is dan ook opgekomen uit de overtuiging dat ons eiland met zijn overwegend Hervormde bevolking behoefte heeft aan leiding en voorlichting uit eigen kerkelijk gezichtspunt.
De stuwende kracht
Als redaktie-secretaris van De Zaaier wordt de godsdienstonderwijzer Joh. Baart te Dirksland genoemd. Maar aangenomen mag worden, dat vooral ds. C. van der Wal te Dirksland de stuwende kracht geweest is. Van zijn hand is ook de eerste meditatie. En eveneens is opmerkelijk dat op het "kopje" van het eerste nummer van De Zaaier vermeld staat: "Dit blad wordt geschreven ten bate van het Ziekenhuis Bethesda te Dirksland".
Wat had dit te betekenen? De meeste Flakkeese lezers zullen weten dat er vanaf 1934 te Dirksland twee kleine ziekenhuizen geweest zijn: het Van Weelziekenhuis en het Bethesda-ziekenhuis. Wat de identiteit aangaat, heeft het Bethesda-ziekenhuis een uitgesproken Hervormd-diakonaal karakter gehad. Dit heeft tot gevolg gehad dat de Diakonieën van ons eiland een zekere medeverantwoordelijkheid gehad hebben. Welnu, daar hebben de oprichters van De Zaaier de Diakonieën kennelijk financieel in willen bijstaan.
Wij moeten ons overigens van dit laatste niet te veel voorstellen. De initiatiefnemers hadden het ideaal om De Zaaier, die een oplage van 5000 exemplaren had, grátis te verspreiden op alle adressen waar de bewoner(s) zich bij de laatste volkstelling als Hervormd hadden opgegeven. Dit bezorgsters van het blad hadden echter een busje bij zich. En gehoopt werd, dat de lezers telkens een bedragje in het busje zouden doen, waardoor een bedrag van 4 cent per nummer gehaald zou worden. Na aftrek van de drukkosten zou er op deze wijze een aardig geldbedrag voor het Bethesda-ziekenhuis overblijven!
Tenslotte
In het kopje van De Zaaier stond met nadruk vermeld, dat er geen ingezonden stukken konden worden opgenomen. Er werd kennelijk gevreesd, dat het kerkblad alzo wel eens een blad zou kunnen worden met heilloze diskussies.
Het was echter wel mogelijk om 'advertentiën' te plaatsen à 12 cent per regel. Op deze wijze krijgen we een aardige indruk van wat sommige middenstanders goedkoop te bieden hadden. Zo b.v. een paar dameskousen vanaf 40 cent; een overhemd vanaf ƒ 1,45. Een varkensfokker biedt twee drachtige zeugen te koop aan; ook heeft hij 'een prima beer' disponibel! O zeker, een eerlijke handel. Maar wij kunnen ons voorstellen, dat de redaktieleden in later tijd liever besloten dat een kerkblad zich minder leent voor advertenties!
Best mogelijk, dat ook in die tijd het meest de rubriek gelezen werd waarin de kerkdiensten aangekondigd werden. Er wordt in de eerste uitgaven van De Zaaier van Godsdienstoefeningen gesproken. In de 25 diensten, die genoemd worden, is er driemaal sprake van een leesdienst; in negen diensten gaat er een godsdienstonderwijzer voor. Ook dit laatste is misschien wel typerend te noemen voor een tijd, zoals wij die hierboven probeerden te tekenen.
Wij zijn het met de oprichters van De Zaaier eens, dat het blad in een behoefte voorzag. Nòg altijd zijn er lezers, die De Zaaiers van het begin tot het eind doornemen. Wij zullen nooit goed kunnen peilen hoe groot de zegen daarvan is. Maar wij mogen er zeker van zijn dat er altijd 'vrucht' zal zijn, telkens wanneer de Kerk met het Woord van haar Koning naar buiten treedt. Een voortdurende zorg mag wèl zijn, dat inderdaad deze Kóning zoveel mogelijk aan het woord komt. En minder de geachte scribenten, die zich graag laten horen. Want in dat geval zou het alleen maar een vervelend blad worden, dat niet veel toekomst meer heeft. De Kerk heeft 'goed Nieuws' te bieden! En dit is een zaak, die zorgvuldig dient te gebeuren.'
Heerlijckheyds loff
Op 27 augustus 1665 dichtte Jodocus van Lodenstein het gedicht Heerlijckheyds loff, dat in de bundel Uit-spanningen, Utrecht 1676 is opgenomen. Vier coupletten van dit lied worden hier weergegeven:
Hoog! omhoog! mijn ziel, naar boven!
Hier beneden is het niet:
't rechte leven, lieven, loven,
is maar daar men Jezus ziet.
Al wat gij ziet op aard,
al wat gij hoort op aard,
is uw kost'lijk leven, lieven, loven,
al wat gij wenst op aard,
is uw kost'lijk hart niet waard.
Leven in volmaakte deugden,
tot des Heeren heerlijkheid,
vrolijk in des hemels vreugden,
heilig in Zijn heiligheid:
met zo een glans vereend,
met zo een glans vereend,
zonder zonden leven, leven, leven,
met zo een glans vereend,
ziet wat de hemel u verleent.
Hersenlozen, die de snode
zonden doet en daarin leeft,
weet gij niet, dat u de dood, en
hel nog in de boezem kleeft?
Wilt gij ten leven gaan?
Wilt gij ten leven gaan?
Vang der deugden leven, leven, leven.
Wilt gij ten leven gaan?
Vang hier het deugdzaam leven aan.
Ah! dat aller mensen tongen,
aller eng'len wakkerheid
samenspanden, samen zongen
Jezus' lof en heerlijkheid!
Waakt op hart, mond en hand,
waak op mijn citer, want
Jezus is te loven, loven, loven:
waakt all' op hier is stof,
zingt zonder einden Jezus' lof.
Uit: 'Het eigene van de Nederlandse Nadere Reformatie, Den Hertog, Houten.
Hier volgt een reactie van een lezer op wat in een vorige rubriek stond:
'In de rubriek "Globaal bekeken" van 22 oktober staat een lied afgedrukt, dat mij bekend voorkomt, "Ik voel de winden Gods vandaag". We hebben het vaak gezongen op de jongelingsvereniging uit de liederenbundel van het Ned. Jongelingsverbond. Een soortgelijk lied is me ook zeer goed bijgebleven, dat in 1943 midden in de oorlog op een jaarvergadering ten gehore werd gebracht door 3 jongens, niet ouder dan 18 jaar, met piano, accordeon en solozang, dat als volgt luidde:
Werk, want de nacht komt dalen:
Werk in het morgenuur!
Werk, vóór het licht gaat falen,
't Licht is kort van duur.
Werk in de zonnestralen.
In 't licht dat God nu geeft:
Werk want de nacht zal dalen
Die geen dag meer heeft.
Het waren jongens zoals alle anderen. Zij leverden de muzikale bijdrage voor die avond. Het tragische echter was, dat het licht voor hen heel kort van duur was. Alle drie hebben zij de oorlog niet overleefd. In die tijd waren dat avonden zonder consumpties, maar hier kreeg je iets wat goed was om na 50 jaar nog door te geven. Velen van ons hebben in het kerkewerk gezeten. Het jongelingsverbond, met inleidingen en gepaste liederen, werd ook wel genoemd de kaderschool van de kerkeraad. Het was een geloofsopdracht, die je te vervullen had; werken terwijl het dag is aan Zijn Koninkrijk.'
In de 'bewerking' van het gedicht van J.G. Bloem, opgenomen in deze rubriek in het nr. van 15 oktober I.I., was de Dappersstraat, zoals die in het oorspronkelijke gedicht voorkwam, veranderd in Aurorastraat. Terecht werd van twee kanten bezwaar aangetekend tegen het feit dat we deze bewerking – die in het blad Ruimzicht (kwartaalblad van het gelijknamige Hervormd Opleidings Centrum) stond, zonder aanduiding van de context, waarin het stond, hebben overgenomen. We onderstrepen hier, dat in het oorspronkelijke gedicht Dapperstraat stond. Verder was het gedicht ongewijzigd, zij het dat Bloem in de laatste strofe zei 'dit heb ik bij mijzelven overdacht').
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 november 1992
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 november 1992
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's