De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Verschuivingen in posities

Bekijk het origineel

Verschuivingen in posities

Kanttekeningen bi] de vaccinatiekwestie

11 minuten leestijd

De polio-epidemie, die zich langzaam maar zeker over het land heeft uitgebreid, heeft al heel wat tongen en pennen in beweging gebracht. Aanvankelijk meenden we er het zwijgen toe te moeten doen. Wanneer zich in de loop der jaren een polio-epidemie voordeed, is in deze kolommen – vroeger door ds. G. Boer en later door ondergetekende – telkens niet onduidelijk naar voren gebracht hoe goddelijke voorzienigheid en menselijke verantwoordelijkheid elkaar niet uitsluiten, maar op elkaar betrokken zijn. Derhalve mogen ook de medische middelen, die voorhanden zijn om onder Gods zegen ziekten te voorkomen, worden aangewend. Dat geldt zeker wanneer de bacillen, die hun verwoestende uitwerking hebben, ònder ons zijn en dan hier, dan daar slachtoffers vergen. Wanneer een hond hondsdolheid heeft, wordt hij afgeschoten om menselijk leed te voorkomen. Zouden zo de bacteriën, wanneer daartoe de mogelijkheid bestaat, niet mogen worden bestreden wanneer deze de gezondheid van mensen heel reëel bedreigen?
Nu we intussen al vele weken met de kwestie worden geconfronteerd willen we hier toch nog enkele kanttekeningen maken bij deze zaak. Want, naar het ons voorkomt, heeft zich in de loop der jaren ook een verschuiving voltrokken in de habitus van mensen, met name ook van bezwaarden ten opzichte van deze problematiek.

Historisch besef
Het is telkens weer nodig ons goed te realiseren, dat bezwaren tegen inenting vroeger in protestants-christelijk, zeg orthodox-christelijk Nederland vrij algemeen waren. Dat had te maken met het feit, dat inenting vroeger niet ongevaarlijk was. De mensen ziek maken betekende God verzoeken. In de vorige eeuw is het zo zelfs voorgekomen, dat maatregelen van overheidswege – bijvoorbeeld onder de liberale minister Kappeyne van de Capello – om tot vaccinatie te dwingen, op straffe van het niet mogen bezoeken van de (veelal bizondere) school, een complete ontvolking van bepaalde scholen betekende.
Bij de voortschrijdende medische wetenschap en de geconstateerde zegenrijke uitwerking van bepaalde medische middelen, inclusief de vaccinatie, zijn de bezwaren tegen inenting echter in allerlei kringen, waar die bezwaren vroeger algeméén waren, opgegeven. Het is bovendien zo, dat de medische zorg vandaag dermate vertakt en omvattend is, dat de grens tussen het preventieve en het curatieve uitermate moeilijk te trekken valt. Van de wieg tot het graf maakt de gemiddelde mens gebruik van een zeer gedetailleerde en omvattende gezondheidszorg, waardoor – menselijkerwijs gesproken – de menselijke levensduur in nog slechts enkele decennia tijds met sprongen omhoog is gegaan. De medische zorg, medische vóórzorg ook, gaat hier niet buiten Gods voorzienigheid om. Daarom is en wordt terecht gevraagd waarom ten aanzien van vaccinatie dan opeens zo'n eigenstandig, geïsoleerd standpunt moet worden ingenomen. Mensen die nadenken, zijn hierin dan ook niet meer te overtuigen. Een christen zal ook zijn verstand gebruiken.


Het is duidelijk, dat ook in de breedte van de Gereformeerde Gezindte zo het onhoudbare van een absoluut anti-vaccinatie standpunt is ingezien. Langzaam maar zeker zijn de bezwaren tegen vaccinatie dan ook teruggedrongen naar randen van deze gezindte. Bovendien blijkt, telkens wanneer zich een nieuwe polio-expolosie voordoet, dat velen zichzelf of hun kinderen alsnog laten vaccineren, omdat hun zorg om het welzijn van hun kinderen het wint van hun bezwaren. De praktijk vandaag is ook, dat bijvoorbeeld allerlei scholen voor reformatorisch onderwijs, waar zich toch grosso modo het grootste deel van de niet-gevaccineerde jongeren of kinderen bevinden, alle medewerking geven aan de gemeentelijke geneeskundige dienst met betrekking tot goede voorlichting aan leerlingen en hun ouders en ook met betrekking tot dienstverlening als het gaat om vaccinatie op zìch.
De publicatie, die prof. dr. J. Douma en prof. dr. W.H. Velema jaren geleden op verzoek van de overheid – in casu staatssecretaris Veder Smit – het licht deden zien, wordt ook in brede kring gebruikt als het gaat om voorlichting, die bijbels verantwoord en pastoraal zorgvuldig is.

Verschuiving
Maar nu dan die verschuiving in opstelling. Zo langzamerhand vormen diegenen, die (nog) bezwaar hebben tegen vaccinatie, een kleine minderheid, niet alleen in de samenleving, maar ook in kerkelijke kringen, waar vroeger de bezwaren algemeen of algemener waren. Dat bepaalde gemeenten toch nog hoge aantallen niet-gevaccineerden hebben verandert aan dit gegeven weinig of niets. Dat betekent echter, dat de bezwaarden vandaag zich in een soort underdog positie gedrongen kunnen voelen en zich extra bedreigd kunnen gaan voelen door de wereld van buiten.
Toen het eerste geval van polio zich voordeed, namelijk in Streefkerk – en het blééf geruime tijd bij dat éne geval – stortte de hele publiciteit zich op dat geteisterde gezin. Dat ging hard en wreed toe. Niets-ontziende persmensen hingen over het hekje en keken door de ramen om toch vooral een glimp van het leed te kunnen opvangen. De uitingen van afschuw in allerlei bladen tekenden daarbij schril aftegen de verregaande tolerantie, die wordt getoond bij vele andere gezondheidsondermijnende verschijnselen in onze samenleving. Niet ten onrechte trekken betrokkenen dan de conclusie, dat hier ook vijandschap openbaar komt jegens diegenen, die bij het Woord Gods willen leven.

Toch mag men het zich hier ook niet te gemakkelijk maken. Sommigen – en ik bedoel dan niet de getroffen gezinnen maar leidinggevenden – weigerden de pers te woord te staan. Het ging toch allemaal maar om sensatie en het was toch allemaal vijandschap. Ook als daar een diepe kern van waarheid in zit, moeten we ons realiseren, dat velen vandaag, ook bij de pers, niets (meer) begrijpen van de meest elementaire grondbeginselen van het christelijk geloof. Neem het ze dan eens kwalijk wanneer ze niet óók nog eens alle kerkelijke verfijningen en onderscheidingen kennen, waaraan het kerkelijk leven zo rijk (arm) is. Mij dunkt, dat we, op gevaar af om blijvend misverstaan en vertekend te worden, dan toch de moed en het geduld moeten hebben om maar rustig uit te leggen, waarom het gaat. Dat geldt overigens niet alleen de vaccinatiekwestie. Soms lukt dat, zoals bijvoorbeeld gebleken is in een pagina-groot artikel in De Telegraaf. De journalist, die naast ondergetekende ook ir. H. van Rossum (Geref. Gemeenten) interviewde – hij wees positief op genoemd boek van Douma en Velema – en ook een gewetensbezwaarde moeder, die integer werd weergegeven, bleek er kennelijk iets van begrepen te hebben. Hij had ook begrepen, dat je met pershetzes gewetensbezwaarden niet over de streep haalt.
Wie dan ook weigert uitleg te geven, loopt zeker kans de caricaturen in het leven te houden of zelfs te versterken.


De verschuiving, die zich nu intussen bij tegenstanders van vaccinatie lijkt te voltrekken, is deze, dat men – uit reactie – extra de eigen standpunten gaat aanscherpen, om zich zó duidelijk te profileren ten opzichte van diegenen, die men voor halven verslijt, omdat ze hun bezwaren hebben prijs gegeven. Niet ten onrechte heeft daarop L.M.P. Scholten gewezen in De Wachter Sions, het orgaan van de Gereformeerde Gemeenten in Nederland, waar de bezwaren tegen vaccinatie nog (vrij) algemeen zijn. Hij schrijft letterlijk:
'De standpunten gaan wederzijds verharden. Tegenover diegenen, die geen bezwaar meer hebben tegen vaccinatie, zien we dat anderen de neiging vertonen om zich nog "des te principiëler" op te stellen, zo in de trant van: "Heel Nederland zal zien, dat wij nog een God hebben". En dat moet dan daarin uitkomen, dat men met betrekking tot de polio alles wel durft. Ieder, die dan nog in zekere bezorgdheid voorzorgsmaatregelen in acht neemt, wordt door dezulken aangezien als "een halve".'
Scholten waarschuwt tegen 'ongelovige bezorgdheid' en 'onvoorzichtige zorgeloosheid'. Hoewel hij de preventieve geneeskunde intussen niet afwijst, trekt hij de laatste conclusie, namelijk ten aanzien van verantwoorde voorzorg door vaccinatie, overigens niet.


Hoewel het verre van ons is te veronderstellen, dat mensen, die bezwaar blijven houden tegen vaccinatie, innerlijk van ijzer of van steen zijn en – in de gevallen waarom het gaat – niet met innerlijke deernis bewogen zouden zijn omtrent hun kinderen, moet toch het gevaar niet denkbeeldig worden geacht, dat prestige, godsdienstig prestige wel te verstaan omwille van een geprononceerde eigen identiteit, nochtans ten koste van mensenlevens gaat. En dat is een hoogst bedenkelijke ontwikkeling. We zien ook vandaag in enkele hervormde gemeenten, waar vroeger mild of genuanceerd over deze zaken werd geoordeeld of terzake werd voorgelicht, een verstrakking zich voltrekken, die te denken geeft.

Wie verantwoordelijk?
Daar komt nog iets bij. Ook waar men genuanceerder is gaan oordelen over vaccinatie, zien we (nog) gebeuren, dat voorgangers sterk benadrukken in deze niets te willen voorschrijven of adviseren. De verantwoordelijkheid ligt – in deze tere kwestie, wordt er dan bij gezegd – bij de ouders. Nu laat men bepaald niet altijd de verantwoordelijkheid bij de ouders. Men denke aan dwingende voorschriften op ander gebied. Maar bedacht moet vooral worden, dat de gewetens der mensen mede gevormd worden door de prediking en door de voorlichting van de voorgangers. Uit het loutere feit, dat ouders worden vrij gelaten, mag worden geconcludeerd, dat vaccinatie toelaatbaar wordt geacht, niet censurabel is. Dan moet, dunkt mij, ook gemotiveerd worden aangegeven waaròm. En dan mogen mensen niet nodeloos in gewetensnood blijven, omdat voorgangers zich in nevelen hullen, terwijl ze voor zichzelf soms allang duidelijke beslissingen hebben genomen.
Wie wel eens met slachtoffers van dergelijke epidemieën te maken heeft gehad, weet dat hier soms diepe wonden zijn geslagen vanwege zulke pastorale vrijblijvendheid. Dat klemt te meer wanneer hier eigen prestige prevaleert boven zorg om de mens.

Bezinning
Telkens weer wanneer zich het verschijnsel polio in onze samenleving voordoet, word ik persoonlijk herinnerd aan een ingrijpende jeugdervaring. Ik maakte ooit het ziekteproces van stap tot stap mee bij een schoolvriend, die in enkele uren tijds lichamelijk werd afgebroken, terwijl ik naast zijn ziekbed zat en het niet duidelijk was hoe ziek hij was en wat er aan de hand was. Persoonlijk bleef ik ervoor gespaard, hoewel de ziektekiemen vlakbij waren. Hij werd levenslang invalide. Bij het overdenken van zondag 10 van de Heidelbergse Catechismus heb ik vaak diep beseft, dat gezondheid ons van Gods vaderlijke hand toekomt. Wie zou hier echter voor de ander en náár die ander toe durven voorzeggen, dat (de) ziekte, deze ziekte hem of haar van Gods vaderlijke hand toekomt? Zulks vraagt om persoonlijke verwerking en doorleving. Maar altijd weer breng ik mezelf te binnen, dat ook de middelen om gevaarlijke ziekten te bestrijden ons van Gods vaderlijke hand toekomen.

Vandaag zien we de ziekte landelijk toeslaan. Dat is ook een opmerkelijk verschil met vorige explosies, die zich vooral regionaal of plaatselijk voltrokken. Dat heeft ongetwijfeld te maken met de contactmogelijkheden en de contacten op zìch in de getroffen groepen. Wie durft hier dan te antwoorden als nu de vraag rijst of gehóórzaamheid (d.w.z. niet inenten) van mensen, de ziekte in het hele land tot gevolg heeft?

Er stond dezer dagen een treffend artikel in het dagblad Trouw van de orthodox joodse rabbijn mr. drs. R. Evers. De joden, die stipt leven bij de overlevering, zijn niet wars van een wet of een voorschrift méér, om toch vooral geen tittel van de wet te schenden. Ten aanzien van deze zaak – voorzorg inzake dreigende ziekte – is de stellingname echter duidelijk: het belang van de kinderen staat in de joodse traditie voorop. Zo stond het in de titel van het artikel.
Hiernaast is een uitvoerig citaat uit dit artikel weergegeven.


Dit alles brengt mij tot een laatste overweging. Vandaag staat allerwegen zondag 10 van de Heidelberger ter discussie. Velen weten er geen raad meer mee en zouden deze hele zondag maar het liefst willen schrappen. Ook daar echter, waar zondag 10, samen met de hele Heidelberger, in het kader van de hele belijdenis, in ere is, worden verschillende conclusies getrokken als het gaat om de goddelijke voorzienigheid en onze verantwoordelijkheid. Er is bovendien een willekeurige interpretatie. Dijkenbouw mag – zo zeggen tegenstanders van vaccinatie – wel. Maar ook regen (en watervloeden, mogen we dan toch wel aanvullend zeggen) komt van Gods vaderlijke hand, zegt de Heidelberger.
Wat zou het een zegen zijn als we, in de breedte van de Gereformeerde Gezindte, waar we ook vandaag zondag 10 belijden, eens, zonder prestige overwegingen, tot een zodanige nadere (actueel belijdende) uitleg zouden kunnen komen ten aanzien van dit artikel, dat misverstanden worden uitgesloten en vergroeiingen ingedamd.
Want de bepalingen van de Bijbel – zegt Evers – zijn toch niet bedoeld om vernietiging op aarde te brengen? Het gebod Gods is ten goede.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 november 1992

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Verschuivingen in posities

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 november 1992

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's