De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de Pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de Pers

15 minuten leestijd

V.R.K.
Wat deze afkorting betekent kunnen lezers uit de Nederlandse Hervormde Kerk en uit de Gereformeerde Kerken in Nederland en uit de Evangelisch-Lutherse Kerk intussen weten. Samen-op-Weg zal uitlopen op een fusie van de drie genoemde kerken. Eind 1995 moeten de drie kerken opgaan in één kerk die de 'Verenigde Reformatorische Kerk in Nederland' moet gaan heten, als tenminste de beleidsmakers hun zin krijgen. Zover is het intussen nog niet en het kan voorlopig maar beter zover nog niet komen ook. We verzamelden wat reacties uit de kerkelijke pers van de afgelopen weken voor u. Uiteraard deden we slechts een greep uit de grote hoeveelheid commentaren in de pers. Zelfs de grote landelijke kranten schonken aandacht aan de plannen voor de V.R.K. Uiteraard het dagblad Trouw, maar ook De Volkskrant en het NRC. Kennelijk zelfs voor bepaald geen kerkvriendelijke bladen nieuws als er een fusie van kerken op stapel staat.
In het 'Hervormd Weekblad' van 22 oktober 1992 plaatst dr. C. Vermeulen enkele voorlopige opmerkingen en geeft de lezers de nodige informatie.

'We hebben de laatste jaren dikwijls gehoord dat "Samen op Weg" was vastgelopen, maar nu is er nieuws. Er ligt een ontwerp-kerkorde op onze tafel en het is de bedoeling dat daar een jaar op gestudeerd en over gesproken wordt. Een bijgesteld concept wordt daarna voor behandeling in eerste lezing aan de hervormde, gereformeerde en lutherse synode aangeboden. Daarna krijgen de classicale vergaderingen de gelegenheid zich over het ontwerp uit te spreken en ten slotte moeten de synoden een definitief besluit nemen. Dat betekent dat eind 1994 de Verenigde Reformatorische Kerk in Nederland een feit kan zijn.'

Dr. Vermeulen geeft vervolgens een eerste indruk van het ontwerp-kerkorde.

'Wat is het nieuwe aan dit concept? In de eerste plaats dat het bij aanvaarding de vereniging van drie kerken mogelijk maakt. De landelijke organisaties fuseren, de drie afzonderlijke kerkorden zijn niet langer van kracht en er ontstaat een nieuwe kerk als legitieme voortzetting van de Nederlandse Hervormde Kerk, de Gereformeerde Kerken in Nederland en de Evangelisch-Lutherse Kerk in het Koninkrijk der Nederlanden. Deze keer dus geen nieuwe kerk door afscheiding maar door vereniging.
Betekent dit dat alle plaatselijke gemeenten ook op dezelfde datum verenigd worden en dat minstens op de hervormde en de gereformeerde kerk ter plaatse hetzelfde bordje komt te hangen? Het ontwerp is hier duidelijk in. Er komen vier soorten gemeenten onder het dak van één landelijke kerk: verenigde gemeenten, hervormde gemeenten, gereformeerde kerken en evangelisch-lutherse gemeenten. De belofte, dat "Samen op Weg" niet van bovenaf aan de gemeenten wordt opgelegd, is dus vervuld. Althans formeel. Hoe een gemeente die niet wil samengaan haar eigen hervormde (of gereformeerde) karakter kan bewaren, is niet duidelijk. Zij kan in de toekomst niet meer terugvallen op een hervormde classicale vergadering of synode en waar wel gefuseerd wordt, zullen de oude grenzen spoedig verdwijnen. Een ondersteunend verband van hervormde gemeenten lijkt mij denkbaar. Dat de nieuwe kerk een grote verscheidenheid aan gemeenten zal omvatten is zeker. De ontwerp-kerkorde houdt hier rekening mee door aan de gemeenten de vrijheid te geven om de vorm van haar eredienst, de bediening van de Doop, de toelating tot het Heilig Avondmaal en de organisatie van haar dienst deels zelf te regelen. Ik denk dat in grote delen van de verenigde kerk de oude grenzen spoedig uitgewist worden en dat nieuwe ontstaan.
Belangrijker dan de vraag of we hervormd of gereformeerd van oorsprong zijn, zal de vraag worden wat het woord "reformatorisch" voor ons betekent. Het vraagt om een dankbare verbondenheid met het verleden en om een evangelische bestaanswijze in het heden. Als een krachtige verwijzing naar het werk van God in de zestiende eeuw is het in de naam van de verenigde kerk opgenomen. Maar het is meer dan een historische aanduiding. Het is ongetwijfeld bedoeld als een roeping om de kostbaarheden die ons toen geschonken zijn te bewaren en vruchtbaar te maken in onze tijd. Het gaat om de vraag of wij het opnieuw durven wagen met de gereformeerde belijdenis, zoals die zo kernachtig is uitgedrukt in het "Sola fide", "Sola gratia" en "Sola scriptura" (alleen door het geloof, alleen door de genade en alleen de Heilige Schrift). Aanvaarden wij de onfeilbaarheid van de Heilige Schrift en proberen wij de Belijdenis stem te geven bij de bespreking van de hedendaagse vragen? Is er ook een plaats voor het erfgoed van de Nadere Reformatie? Rond die vragen lopen de echte scheidslijnen. Dat is nu al zo in de hervormde en gereformeerde kerk en dat zal in de Verenigde Kerk niet anders zijn. Dit kan betekenen dat de vorming van een verband van orthodoxe gemeenten van hervormde en gereformeerde afkomst belangrijk wordt. Misschien zullen de Gerefomeerde Bond en de Confessionele Vereniging elkaar dan ook nog eens echt vinden. Ik denk dat we elkaar, in de toekomst nodig hebben om een vruchtbare plaats in de Verenigde Kerk in te nemen.'

Het zal zeker nodig zijn dat allen die werkelijk (en niet slechts in naam) hun geestelijke wortels in de Reformatie hebben elkaar zullen zoeken de komende tijd voor diepgaand beraad over de toekomst van de gemeenten, die de complete schat van de Reformatie ook voor deze tijd nog altijd van onschatbaar belang achten.

Historische continuïteit
In 'Woorden Dienst' van 24 oktober reageert de synodepraeses van de Hervormde Kerk, ds. G.H. van de Graaf in de rubriek Overgooier op enkele netelige kwesties rond het ontwerp-kerkorde. Eén van de zaken waar hij op reageert is die van de historische continuïteit van de toekomstige kerk met de 'vaderlandse kerk'.

'Een heel ander gesprekspunt is, of in het samengaan van de drie SoW-kerken er nog wel historische continuïteit blijft met de "vaderlandse kerk". Er wordt wel gesuggereerd dat hier van een breuk sprake is en de suggestieve vraag is gesteld "wie een uitweg zou weten die voor God en het geweten verantwoord is". Een uitweg kennelijk uit een h(v)erenigde kerk, die een radicale breuk zou betekenen met de kerk van de hervorming.
Ik heb het onheilspellende gevoel dat dergelijke uitlatingen meer dan eens gedaan worden om onzuivere intenties te rechtvaardigen.
In de begintijd van de hervorming, toen steeds meer gemeenten zich, met onder andere de Nederlandse Geloofsbelijdenis als teken van eendracht, tot de kerk bijeen lieten vergaderen, werd nauwelijks gevraagd of de historische continuïteit al of niet werd verbroken.
En in het jaar 1604 (!) besloot de synode van Zuid-Holland, te Woerden bijeen, dat de praeses eens met de plaatselijke lutherse predikant moest gaan praten, "als dat gevoelen niet hebbende, dat tusschen haerlieden ende ons nemmermeer geene vereeninghe en soude connen vallen". Ook de breuk ten tijde van afscheiding en doleantie bleek voor hervormden geen breuk met de geschiedenis. Het waren juist vele hervormden die de nadruk leggen op de plicht tot trouw aan Gods trouw jegens de vaderlandse kerk. Hoe diep was toen dit kerk in vele opzichten gezonken…!
Op de vraag of er historische continuïteit is tussen de hervormde kerk en de h(v)erenigde kerk zeg ik dan ook zonder aarzeling ja. Het gaat niet om het maken of het stichten van een nieuwe kerk, maar om het samen geroepen worden tot een vernieuwd kerk-zijn. De weg die daarbij gegaan wordt, is de keuze van tot het maken van keuzen geroepen en bevoegde, ambtelijke vergaderingen. Het is een keuze die geworteld is in Gods verkiezing van mensen ook tot elkaar in Jezus Christus.
Deze vernieuwing geschiedt "in gemeenschap met de belijdenis van het voorgeslacht" en is niet strijdig met de historische continuïteit van de kerk, maar juist één van de wezenskenmerken van de kerk, die voortdurend geroepen wordt zich te laten hervormen door de vernieuwing van haar denken. Daarbij is een kerkorde niet meer, maar ook niet minder dan een instrument om tussen de Scylla van de verwarring en de Charibdis van de verstarring de juiste koers te bewaren. Alle regels, heeft Berkhof gezegd, zullen aan het werk van de Geest de ruimte moeten geven. Met onze dictatuur staan wij Hem in de weg. Maar met onze anarchie geven we aan alle geesten dezelfde ruimte als aan Hem. Het gaat er tenslotte om dat een kerkorde duidelijk maakt dat wij elke menselijke autoriteit verwerpen en alleen het Woord laten regeren.
In tijden van grote ontrouw van de hervormde kerk aan dat Woord meenden zeer velen hun trouw aan Gods trouw toch juist in de hervormde kerk te moeten beleven, zolang als daar maar ruimte gelaten werd om het Woord Gods te horen en te verkondigen en te doen. Juist deze ruimte voor het Woord wordt ons in deze ontwerp-kerkorde niet alleen geboden, maar wij worden er ook op gebonden, waar de Heilige Schrift als de enige bron en norm van de kerkelijke verkondiging en dienst gesteld wordt.
En ligt juist hierin niet de enige continuïteit waarop het in de kerk ten diepste steekt? Namelijk in de toewending van en tot Gods Woord. Naar dit ontwerp roept de kerk der hervorming om mensen die het Woord belijden, om mensen te roepen het Woord te belijden. Alleen Gods Woord houdt eeuwig stand.'

Je moet in de kerk elkaar altijd zo eerlijk en oprecht mogelijk trachten te verstaan. Juist daarom kan ik het heel slecht begrijpen dat ds. Van de Graaf hier durft te suggereren dat zij die de voorgestelde weg onbegaanbaar vinden dat doen en zeggen omdat ze onzuivere intenties hebben te rechtvaardigen. Het spijt me, maar dat getuigt toch wel van weinig invoelingsvermogen voor de diepe bezwaren die leven bij o.a. hervormd-gereformeerden tegen de voorstellen die nu ter tafel liggen. Alleen het Woord laten regeren. Wat komt daar al jaren van terecht in onze eigen kerk? Zal dat nu ineens beter gaan worden omdat er een Verenigde Kerk komt, waarin Gereformeerden en Lutheranen met Hervormden verder gaan?
Prof. dr. A. van de Beek geeft in hetzelfde nummer van 'Woord en Dienst' aan waar volgens hem de band met het verleden blijkt.

'De band met het verleden blijkt om te beginnen uit de structuur van de kerk: het presbyteriaal-synodale systeem met de drie klassieke ambten is staande gebleven. Ook de lutheranen hoeven zich daarin, gezien hun eigen specifiek Nederlandse traditie, niet als vreemden te voelen. De band met het verleden blijkt ook in de taken en bevoegdheden van de ambtsdragers, Kerk-zijn veronderstelt de aanwezigheid van de ambten en zij zijn onmisbaar voor de viering in de samenkomst van de gemeente.
Expliciet wordt de band met het verleden geformuleerd in het belijden dat in de gemeenschap met het voorgeslacht geschiedt. Ook de Dordtse Leerregels zijn gebleven. Gelukkig! Ze zijn een uitdrukking van de geschiedenis die de gereformeerde kerk in Nederland is gegaan, een draaipunt in de geschiedenis. Maar dat niet alleen. Ook kan men in de zaak waarom het ging, zoals die in die tijd gesteld werd, niet anders kiezen dan Dordt koos, ook al zou men nu op bepaalde formuleringen best wat willen afdingen. Dordt is bij uitstek het symbool van onderscheid tussen het gereformeerde protestantisme en de humanistische mensvisie, waarin de mens een zelfstandig subject wordt. Daarom zou Dordt weleens veel actueler kunnen zijn dan nog al eens wordt verondersteld en wordt met het vasthouden aan dit geschrift niet alleen de blik naar het verleden gericht, maar biedt dat ook openheid naar de toekomst. Het worde de kerk bespaard, dat de zaak waarom het in Dordt ging achter de horizon zou verdwijnen.'

Heel aardig en optimistich gesteld van prof. Van de Beek. Maar hij weet toch wel dat het vermelden van de Dordtse Leerregels alleen nog weinig zegt. In de Hervormde Kerk is er in de 60-er jaren een intensief gesprek geweest met de Remonstranten over de verkiezing zoals beleden in de Dordtse Leerregels. Wat er uitgekomen is, was een volstrekt barthiaans verstaan van wat in de DL wordt gezegd. Daar is het vervolgens bij gebleven.
En in een reactie spreekt de gereformeerde prof. dr. P.N. Holtrop in NRC-Handelsblad van 23 oktober zijn vrees uit dat de nieuwe kerk een traditioneel instituut zal worden juist omdat alle geschriften uit de tijd van de Hervorming nog recht overeind staan.
Laten we toch eens eerlijk onder ogen durven zien hoever we verwijderd zijn geraakt van de bronnen van de Reformatie! Met de mond is het niet moeilijk te zeggen dat er gemeenschap is met de belijdenis der vaderen. Maar wat stelt dat werkelijk voor?

Reacties

In 'De Wekker' van 23 oktober 1992 reageert ds. K. Boersma op de naar V.R.K. o.a. met deze woorden:

'Onze Hervormde broeders en zusters van de Gereformeerde Bond in de Nederlandse Hervormde Kerk hebben het er niet gemakkelijk mee en ze uiten dat ook heel duidelijk. Zij zeggen: die nieuwe kerk zal juist niet de oude vaderlandse kerk zijn; het is gewoon een nieuwe kerk. Moeten wij als hervormd-gereformeerden dan misschien de aloude kerk voortzetten? Ze hebben er de grootst mogelijke moeite mee en ik wil daar niet gering over denken. Hun principe is, dat ze de kerk der vaderen willen herstellen en die nooit zullen verlaten. Sommigen stellen het nu zo voor dat die kerk zichzelf aan het verlaten is. Maar is dat geen constructie? Die kerk had zichzelf verlaten toen ze de alleenzeggenschap van Christus verwierp, meer dan honderdvijftig jaar geleden. Zeker erkennen we de groeiende betekenis van de Bond in dat kerkverband, we staan in het geloof naast hen en hebben begrip voor hun verdriet, maar ik denk dat ze in het schuitje blijven zitten en blijven meevaren. Zou het anders lopen, dan ontstaat er in Nederland een geheel nieuwe situatie. Zou dat inderdaad zo zijn, dat er gemeenten zich plaatsen buiten het toekomstige verenigende verband, dan zou dat van verstrekkende betekenis zijn voor degenen die zich tot de Bond rekenen, maar ook voor onze kerken en voor de andere gereformeerde kerkengroeperingen, alle andere gereformeerde groeperingen, niet één uitgezonderd.
Maar ach. Wat zal kerkelijk Nederland laten zien? Ik ken ook orthodoxe leden in de Gereformeerde Kerken (synodaal), die er op hun manier tegen aankijken en die zeggen: moeten wij, die de Schrift en de belijdenis blijven erkennen, met die vrijzinnige Hervormde Kerk in zee gaan? Dat mogen wij helemaal niet. Ja zeker zijn er zulke gereformeerden. Wat dacht u van vele kerken in het noorden en oosten van ons land? Ach, zei Jeremia, dat mijn hoofd water ware en mijn oog een bron van tranen, dat ik dag en nacht kon bewenen de verslagenen van de dochter mijns volks! Ook die kant is er aan. Ik zei het u al eerder: in principe hebben wij ons altijd gekeerd tegen de leer van de pluriformiteit van de kerk, maar in de praktijk accepteren we die zonder veel blikken of blozen. Dan moeten we dat ook maar hardop zeggen en een keus maken tussen deze twee mogelijkheden: òf in onze dwalingen blijven volharden, òf het werk Gods dáár erkennen waar het is en aan echte hereniging werken.'

Wat het laatste betreft hebben de Christelijke Gereformeerde nog genoeg te doen. Had er allang niet een Samen-op-Weg van de kleinere Gereformeerde kerken in ons land dienen te zijn? Daar is ds. Boersma blijkens zijn laatste woorden het kennelijk mee eens. We sluiten met nog een reactie uit de hoek van de Christelijke Gereformeerden en wel uit de pen van prof. dr. W. van 't Spijker in 'De Wekker' van 16 oktober 1992 via zijn wekelijkse rubriek 'Marginaal'.

'Het zou niet de eerste keer zijn, dat terwille van een naam een kerkelijke vereniging onder spanning kwam te staan. In 1892 bad men op de Chr. Geref. Synode, voordat men een besluit nam over de naam. En na dit gebed werd besloten dat de naam van de verenigde kerk zou zijn: Christelijke Gereformeerde Kerk. Toen dit voor de Nederduitsch Gereformeerde Kerken een onoverkomelijk bezwaar bleek te betekenen, zodat zij terwille van die naam de Vereniging zouden laten afspringen, bad men opnieuw. En nu werd de naam gewijzigd. Zo ontstonden de Gereformeerde Kerken in Nederland. Men kan niet verwachten dat er zo veel gebeden zal worden terwille van een naamgeving van de nieuw te vormen kerk. Het proces zal niet meer tot stilstand komen. Onder welke aanduiding ook: kerkelijk Nederland heeft straks te maken met een vrij nieuwe constellatie. Daarop schijnt de rest van hen die zich gereformeerd wensen te noemen in geen enkel opzicht ingespeeld. Men doet alsof het hun niet aangaat. Wat voor een téken zou het zijn wanneer de Gereformeerden (ik bedoel hen die het zijn en begeren te zijn, onder wat voor naam ook) elkaar eens zouden kunnen vinden.'

Het is inderdaad aangrijpend binnen de Gereformeerde Gezindte: waar eenheid omwille van het beginsel niet kan, daar dreigt het straks te moeten. En waar eenheid op basis van de gereformeerde confessie moet kunnen, daar wil men het niet ook al benoemt men dat anders. Quis non fleret? Wie zou niet wenen? Dat schreef drs. A. Vergunst, in leven predikant van de Gereformeerde Gemeenten, in 1973 boven zijn bijdrage aan het geschrift 'Tien keer Gereformeerd'. Er is na de triosynode, maar ook na de synode van de Christelijke Gereformeerden, nog steeds geen reden om deze tranen te drogen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 november 1992

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Uit de Pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 november 1992

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's