De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Een spontane reactie bij verschijning boek H.O. Roscam Abbing

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een spontane reactie bij verschijning boek H.O. Roscam Abbing

'Luisteren naar wat God vandaag tot de gemeente zegt' en 'Opwekking' (1)

9 minuten leestijd

Spontaan ben ik destijds ingegaan op het verzoek van ds. M.D. Geuze om een voorwoord te schrijven in het boek, dat vanmiddag zal worden gepresenteerd. De inhoud ervan is een bundeling van preken. Schriftuitleggingen en geschriften van de hand van ds. H.O. Roscam Abbing, in de 20-er en 30-er jaren Nederlands hervormd predikant te Arnhem. Mijn positief reageren op dit verzoek kwam na lezing van deze bundel. Zij heeft mij toen bijzonder aangesproken vanwege haar bijbels-getuigende inhoud. En de overtuiging kwam toen bij mij boven, dat het nodig en nuttig is, wanneer ook vandaag nog naar zijn woorden geluisterd wordt.
In het verlengde hiervan heb ik toen ook erin toegestemd om vanmiddag, nu dit boek wordt gepresenteerd, een enkel woord te spreken. Of een enkel woord, er is zoveel te zeggen, dat het toch nog wel een lang verhaal zal worden. Het thema is ook nu weer door ds. Geuze mij aangereikt. Ik moet zeggen, dat toen hij het noemde en mij vroeg hierover deze middag te spreken, ik niet de vrijmoedigheid had om dit te weigeren. De reden, die ik daarvoor had, was vooral, dat ik onmiddellijk besefte, hoezeer de gemeente vandaag opnieuw verlegen is om een Woord, dat in de naam van God en door de kracht van Zijn Geest tot haar komt. Daarover dus nadenken met elkaar, over de noodzaak hiervan en ook over de vraag, of zoiets ook nu nog wel te verwachten is, dat bracht mij ertoe om te zeggen: ik wil dit doen, ik kan me er niet aan onttrekken. Maar tegelijkertijd besefte ik ook, dat het van mijzelf uit een onmogelijke taak is om over deze zaken te spreken zoals de Heere wil, dat wij erover zullen spreken.
Gelukkig hebben ds. Geuze en ook anderen mij hierbij geholpen door mijn aandacht te vestigen op een aantal aspecten van het Schriftgetuigenis, die in dit opzicht van betekenis zijn voor de gemeente van vandaag.

Twee onderwerpen te veel
Met deze inleiding heb ik echter tegelijk duidelijk willen maken, wat de bedoeling is van mijn lezing. In de eerste plaats wijs ik erop, dat ik meen me te moeten beperken tot het eerste deel van het aangekondigde thema. Want de aankondiging bevatte eigenlijk twee onderwerpen: 'luisteren naar wat God vandaag tot de gemeente zegt' en 'Opwekking'. We kunnen het natuurlijk ook verstaan als één thema. Dan wijst het op het verband tussen beide. Als we weer leren luisteren naar wat God tot de gemeente te zeggen heeft, dan zal dat middellijkerwijs de weg openen tot een opwekking, een vernieuwing van de gemeente. Ik geloof, dat dit waar is. Maar toch wil ik daarop nu niet het accent laten vallen.
Zelf heb ik het dan ook maar opgevat als twee min of meer onderscheiden onderwerpen. En ik wil me dus beperken tot het eerste. Dat doe ik vooral om een praktische reden. Er ligt namelijk al zoveel in dit eerste thema opgesloten, dat ik er niet meer aan toe kom om aan het tweede die aandacht te schenken, die het verdient. Al voeg ik er gelijk aan toe, dat ook al zullen wij ons nu richten op het eerste, het wel hopelijk duidelijk zal worden, dat het tweede, die opwekking van de gemeente, er wel heel nauw mee samenhangt.

Geen profetie maar bezinning op de profetie
Nu moet ik echter nog een opmerking vooraf maken. Het thema kan ook de verwachting wekken, dat ik vanmiddag in directe zin ga vertolken, wat God nu tot de gemeente zegt. Dat zou dan kunnen zijn in de vorm van een direct-profetisch woord, hier en nu, in de naam van God door mijn mond uitgesproken. Misschien zijn er wel, die met deze verwachting hier gekomen zijn.
Dan moet ik u, helaas wellicht, teleurstellen. Dat is namelijk mijn bedoeling niet. Afgezien nog van de vraag, of ik ertoe in staat zou zijn en of ik ertoe geroepen zou zijn om dit te doen. Dat zijn hele persoonlijke vragen, die mijzelf betreffen, en die ik dan ook voor mijzelf zou willen beantwoorden, voor het aangezicht van God. Het is in ieder geval wel een heel teer punt, dat erdoor wordt aangeraakt.
Wat dan wel de bedoeling is? Nu, al geef ik vanmiddag niet op een directe wijze de woorden van God, die Hij nu spreekt, aan u door, er zijn er in onze tijd en ook in onze kerkelijke omgeving, die dat wèl doen. En dan denk ik niet allereerst aan de ambtelijke bediening van het Woord, die immers ook een profetisch karakter draagt of althans behoort te dragen, maar dan denk ik aan ambtsdragers maar ook gemeenteleden, die niet in het kerkelijk ambt staan, en die zich toch geroepen weten om de woorden van God op een directe wijze aan de gemeente door te geven. Wie enigzins meeleeft met het kerkelijke en gemeentelijke reilen en zeilen, die weet dat. Hij of zij wordt ermee geconfronteerd, doordat er geschriften in omloop zijn, die zulke profetische woorden bevatten. Of er komt een uitnodiging om samenkomsten bij te wonen, waar zulke profetische woorden worden gesproken.
De bedoeling van mijn toespraak vanmiddag is nu o.a. om het dáárover te hebben. Om in het beoordelen ervan enige, ik hoop, bijbelse leiding te geven. Het is immers een zaak, die in de laatste tijd de gemeente steeds meer bezighoudt. Ze roept vragen op, soms ook tegenspraak en verzet, maar anderzijds zijn er ook velen, die erdoor aangesproken worden, maar toch, tegelijkertijd, nog wel daarbij in onzekerheid verkeren, of dit werkelijk de weg en de woorden van God zijn. Welnu, om daar, zoals ik zei, enige leiding in te geven, daar gaat het mij om. Zij het dan, dat ik mij gedrongen voel om zeer bescheiden daarin mij op te stellen.

Ds. Roscam Abbing wijst ons in die richting
Dat dit onderwerp nu juist vanmiddag aan de orde komt, vindt o.a. zijn reden in het feit, dat ook het nu te presenteren boek van ds. H.O. Roscam Abbing in deze richting wijst. Als u het leest, zult u ontdekken, dat wij hier met zuivere en krachtige Schriftuitleg te maken hebben. Maar deze Schriftuitleg krijgt zo nu en dan toch ook in die zin een bijzonder profetische inhoud en gewicht, wanneer hij namelijk meent op een directe wijze het Woord van God aan de gemeente nu en in de naaste toekomst door te moeten geven. Dus echt een direct-profetisch woord zullen wij daarin vinden. Dat gegeven bracht de organisatoren van deze middag ertoe om deze zaak, dat profetisch spreken dus, nu, bij de presentatie van dit boek, aan de orde te stellen. In de kern gevat, komt het dus daarop neer, dat wij ons vanmiddag bezinnen op de vraag, of de gave van de profetie ook nu nog door de Geest van God aan de gemeente wordt geschonken. En als dat zo is, waaraan herkennen wij dat dan, en hoe moeten wij, persoonlijk en als gemeente, er dan mee omgaan?

Hoe heeft Calrijn hierover gedacht?
Voordat ik nu eraan toekom om enkele lijnen uit de Schrift te trekken, wil ik eerst mij een ogenblik oriënteren aan onze traditie. Ik ken u voor een groot deel niet persoonlijk, maar ik mag misschien aannemen, dat de meesten van u met mij uw plaats willen innemen in de reformatorische traditie, zoals deze met name is gestempeld door het werk en de prediking van Calvijn. Het lag, wat mij betreft althans, dus voor de hand, dat ik ook even mijn onderzoek richtte op wat Calvijn hierover heeft gezegd.
Daarbij zijn twee dingen mij vooral opgevallen. In de eerste plaats is dat de grote onzekerheid, die Calvijns uitleg van de Schrift op dit punt kenmerkt. Ik verwijs o.a. naar zijn uitleg van 1 Cor. 12 : 28, waar Paulus schrijft, dat God in de gemeente sommigen heeft gesteld, ten eerste apostelen, ten tweede profeten, enz. Calvijn schrijft dan over die profeten, dat volgens hem er uitleggers van de Schrift mee worden bedoeld, die ook de Schrift toepassen op de actuele situatie. In wezen bestaat er dus tussen deze profeten en de herders en leraren als dienaren van het Woord geen inhoudelijk verschil, omdat ook de laatstgenoemden zich niet beperkten tot alleen maar Schriftuitleg maar ook de toepassing eraan verbonden.
Calvijn is daarin dus niet duidelijk. Enerzijds hebben die profeten een bijzondere gave van uideg en toepassing van de Schrift, anderzijds verbindt Calvijn ze nauw met de genoemde herders en leraars. In 1 Cor. 12 en ook in Efese 4 worden zij echter duidelijk van elkaar onderscheiden. Dat is dus de eerste onzekerheid, die Calvijns uitleg kenmerkt.

Calvijn geeft ruimte voor een andere uitleg
Calvijn is zich daarvan overigens zeer bewust geweest, want nadat hij het bovengenoemde n.a.v. 1 Cor. 12 : 28 heeft opgemerkt, voegt hij eraan toe: 'Indien iemand anders gevoelt, ik kan het gemakkelijk dragen, en zal daarom geen gekijf verwekken'. Calvijn laat dus ruimte voor een andere uitleg, vanwege het besef kennelijk, dat zijn eigen uitleg niet iedereen zal overtuigen. Maar ook nog om een andere reden merkt hij dit op, die hij er onmiddelijk op laat volgen. Calvijn schrijft dan namelijk: 'Want men kan kwalijk oordelen over gaven en ambten, van welke de gemeente zo lang is beroofd geweest: uitgenomen dat er alleen nog enige sporen of schaduwen gezien worden'. Calvijn wil daarmee zeggen, dat zijn eigen onzekerheid haar oorzaak vindt in het feit, dat de gemeente van zijn tijd deze gave van de profetie sedert lang niet meer kent, behoudens dan 'enige sporen of schaduwen'. Calvijn en de gemeente van toen wisten niet meer, wat er oorspronkelijk met deze profetie en de genoemde profeten bedoeld werden. Dat geldt trouwens ook de volgende door Paulus genoemde genadegave, namelijk de gave der gezondmaking. Calvijn zegt ervan: 'Het is zeker voorheen zowel een ambt als een gave geweest, die ons heden onbekend is. Calvijn weet het dus niet meer, waarover de apostel het hier precies heeft. En daarom wil hij zijn eigen uitleg niet verabsoluteren, maar geeft hij zijn mening voor beter.
Welnu, die onzekerheid is sinds Calvijn in de gereformeerde traditie gebleven. En daaruit is, dunkt mij, ook de huidige onzekerheid bij velen van ons te verklaren.
Wellicht om die reden heeft Calvijn die in het Nieuwe Testament genoemde profetie en profeten a.h.w. toe-verklaard naar wat hem wel bekend was, en wat zo hoog bij hem stond aangeschreven, namelijk de ambtelijke bediening van het Woord. Het is echter duidelijk uit Calvijns exegese, dat hij daar toch niet mee klaar gekomen is. Want hij voegt dan samen, wat de Schrift zelf onderscheidt.

C. Graafland, Gouda

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 november 1992

De Waarheidsvriend | 14 Pagina's

Een spontane reactie bij verschijning boek H.O. Roscam Abbing

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 november 1992

De Waarheidsvriend | 14 Pagina's