Boekbespreking
Ds. J.H. Velema: Wie zijn wij? Plaats van, informatie over, kijk op de Christelijke Gereformeerde Kerken, uitgave Buijten & Schipperheijn B.V. Amsterdam, intekenprijs tot en met 1992 ƒ 24,50, daarna ƒ 29,50.
De Christelijke Gereformeerde Kerken trekken dit jaar nogal de aandacht in kerkelijk Nederland. Er vonden twee theologische promoties plaats aan hun universiteit in Apeldoorn. Twee hoogleraren uit hun kring publiceerden een Beknopte Gereformeerde Dogmatiek. Op 5 september werd het 100-jarig voortbestaan van de kerken herdacht met onder andere een drukbezochte bijeenkomst in de Veluwehal en een herdenkingstentoonstelling in het museum Nairac te Barneveld. Ook zal deze maand de generale synode een begin maken met haar werkzaamheden. De meeste aandacht zal zeker de relatie tot de vrijgemaakten en de Nederlands Gereformeerden trekken. Wordt het tussen die confessioneel zozeer verwante kerken nog wat of gaat de liefde definitief over? In een geruchtmakend interview in 'Koers' van 21 augustus gaf ds. J.H. Velema (onbedoeld?) een stevig schot voor de boeg van het synodeschip: men moet nu maar eens weten waar men met ons aan toe is. Wie wil lezen wat hij met deze uitspraak bedoelt, kan terecht in een helder boek dat onlangs van zijn hand verscheen. Al in 1947 schreef hij een brochure onder de titel: 'Wat is christelijk gereformeerd?' Het 'wat' is nu veranderd in 'wie' en de brochure is een boek geworden van ruim tweehonderd bladzijden.
Ds. Velema verbloemt de actuele realiteit van zijn kerken beslist niet. Hij acht de situatie precair en geeft ook heel concreet aan wat hij daarmee bedoelt. Er zijn langzamerhand grenzen bereikt, vindt hij. De binding aan de gereformeerde belijdenis wordt in de praktijk vaak gerelativeerd. Zonder er met zoveel woorden tegen in te gaan, wordt de belijdenis genegeerd. Haar kerkelijk gezag devalueert en haar inhoud komt in de praktijk niet of nauwelijks aan bod. Dat liegt er niet om. Ds. Velema vindt overigens dat de positie van de hele gereformeerde gezindte precair valt te noemen in de zin van bedenkelijk. Hij denkt dan aan haar verdeeldheid en ongeestelijkheid, aan schematisme en partijzucht, aan het onderling wantrouwen. En wie moet het hem niet toegeven? Helemaal eerlijk wordt ds. Velema als hij zijn boek afsluit met de stelling: onze precaire positie als Christelijke Gereformeerde Kerken laat het niet toe ons thans te verenigen met een andere kerk. Het is beter eerst intern orde op zaken te stellen. Daarbij acht hij het wel blijvend noodzakelijk over heel de breedte van de gereformeerde gezindte elkaar te zoeken. Hij verwacht daar zuiverder verhoudingen van in eigen kerken dan wanneer men thans tot vereniging met andere zou komen.
Uiteraard komt in het spectrum van de gereformeerde gezindte ook de positie van de Gereformeerde Bond aan de orde. Er is tussen de Christelijke Gereformeerde Kerken en de Gereformeerde Bond opmerkelijk veel verwantschap in geestelijk en theologisch denken en (be)leven. Ik denk aan de visie op verbond en verkiezing, de prediking en haar inhoud, het accent op de toeëigening van het heil, het gehecht zijn aan de gereformeerde belijdenis. Ook wat betreft de interne problematiek is er verwantschap: gesloten kansels vanwege ontstane vleugels, geestelijke vervlakking en toenemende wereldgelijkvormigheid om slechts enkele dingen te noemen.
Alleen de visie op de kerk (art. 27-29 van de NGB) staat tussen beide in als een onoverkomelijk obstakel. Voorlopig, zo hoopt ds. Velema, want wat gaat er straks gebeuren met de Gereformeerde Bond als Samen op Weg een feit c.q. tot een fusie van twee kerken wordt? Voor hem èn voor ons een vraag, waarop we het antwoord van onze God hebben te verwachten. De Christelijke Gereformeerde Kerken noemen zichzelf graag 'kerken der Scheiding'. Haar wortels liggen in de Afscheiding van 1834. Deze wordt op gelijke hoogte gezien en van hetzelfde belang geacht als de Reformatie van de zestiende eeuw.
Als hervormd-gereformeerde kan ik dat goed begrijpen. Zo moet je 1834 wel beoordelen als je immers dáárop je kerkelijk voortbestaan nog steeds fundeert. Zij, die als gereformeerden achterbleven in de Hervormde kerk, denken daar uiteraard anders over. Ik moet zeggen, dat de gang en ontwikkeling van de kerken der Scheiding mij niet bepaald aantrekkelijk voorkomt als zou zo nu het geding om de gereformeerde kerk en haar belijdenis tot een definitieve oplossing zijn gebracht. Wie al het gekrakeel leest, dat er sinds 1834 onder gereformeerden buiten de Hervormde kerk is geweest, wie zich op de hoogte stelt van 1886 en de nasleep in 1892, wie de huidige irritaties bemerkt tussen bijvoorbeeld vrijgemaakten onderling maar ook christelijk gereformeerden, Nederlands gereformeerden en vrijgemaakt Gereformeerden en allen stoelend op die éne gereformeerde belijdenis en toch steeds elkaar weer afwijzend, die kan toch niet als Afgescheidene tegen een hervormd-gereformeerde zeggen: of ik enigszins mijn vlees tot jaloersheid verwekken en enigen uit hen behouden mocht? Dan mag ds. Velema zeggen: jullie zijn als gereformeerden binnen de Hervormde kerk ook verdeeld. Dan heeft hij gelijk, maar wij hebben nooit zulk een hoge pretentie gehad. Laten we elkaar niet misverstaan: ik schrijf dit vanuit een diepe verbondenheid met allen, die de gereformeerde belijdenis liefhebben vanwege de God Die erin beleden wordt en vanwege de onverdiende genade, die deze God bewijst aan verloren zondaren. Een verbondenheid die onder kerkmuren heen leeft met allen, die de verschijning van Christus hebben liefgekregen.
Wie als gereformeerde in de Hervormde kerk leeft en zo vaak stuit op dat nog altijd zo intolerante juk van hen die het voor het zeggen hebben in de kerk, heeft veel begrip voor Hendrik de Cock en voelt iets aan van wat hem is aangedaan door de zo ruim prekende, maar intussen zo nauw handelende, heren predikanten uit het begin van de vorige eeuw. En toch die verschillende keus: zij die gingen en zij die bleven.
We zullen het er voorlopig nog mee moeten doen, vermoed ik. Intussen hebben de christelijke gereformeerden hun handen vol om het zozeer verdeelde huis, dat hun kerken zijn geworden, bij elkaar te houden. Het houdt ons bescheiden in ons spreken over anderen die kerkelijk een andere weg zijn gegaan. Ik moet zeggen door die bescheiden toon in dit boek van ds. Velema erg getroffen te zijn. We wensen zijn kerken en onze gemeenten toe, dat er door een krachtige Geesteswerking ruime heilstoeëigening mag plaatsvinden over de hele breedte. Dan kon het weleens gebeuren dat God ons naar elkaar toe dreef vanwege die doorleefde gemeenschap met Christus. Dan zouden kerken van gereformeerde belijdenis nog eens tot een helder licht mogen zijn temidden van zo ontstellend veel geestelijke duisternis in de wereld èn in de kerken.
J. Maasland, Kootwijkerbroek
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 november 1992
De Waarheidsvriend | 14 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 november 1992
De Waarheidsvriend | 14 Pagina's