De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Een alarmkreet

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een alarmkreet

Ingezonden

3 minuten leestijd

Een dezer dagen werd ik geconfronteerd met een weerzinwekkend verschijnsel waarvan het blijkt of het een heel normaal geaccepteerd iets is. In het sterk uitgebreide woordenboek van Van Dale trof ik een hele reeks vloekwoorden aan bij de G en de V waarvan zo nodig de betekenis moet worden onthuld. Ik dacht dat we deze opzet als één van satans listen moesten signaleren instede van de verklaring ervan op te nemen in één van Nederlands duurste boeken. Het derde gebod is het meest urgent van alle geboden. Het vragen om de verdoemenis wordt ook in vele moderne romans als gewoon ervaren. In het laatst van de jaren dertig is er in het zondagsblad van 'De Rotterdammer' een discussie geweest tussen dr. J. Karsemeyer en een vertaler van Engelse romans, de heer W.J.A. Roldanus, die van zichzelf zei dat hij de Gereformeerde belijdenis was toegedaan. Dr. Karsemeyer had enkele loffelijke besprekingen gewijd aan de drie boeken van de Amerikaanse schrijfster Margeret Mitchell, waarvan de verzameltitel luidt: 'Gejaagd door de wind'. In mijn exemplaar zijn deze vloeken inderdaad met een wit penceeltje weggewist en anders ingevuld. Een boek met vloekwoorden in huis, is niet consequent. Karsemeyer pleitte ervoor dat de bezigheid van iemand die vloekt aan te duiden genoeg is. Hij handhaafde voluit dat vloeken Godslasterlijk is. Maar zijn opponent beweerde dat men met deze handelwijze de schrijver onrecht deed.
Vloekte deze, dan was de vertaler daarvoor niet verantwoordelijk. Ik denk dat men hier lang en breed over kan discussiëren. Door een verklaring van de gebezigde vloekwoorden te geven worden deze als behorend bij de Nederlandse taal beschouwd. Maar wij menen dat als iemand in ons bijzijn vloekt en wij waarschuwen hem niet, wij medeschuldig gerekend worden. Ik was eens bij iemand op een zakelijk bezoek, toen de vrouw des huizes het te binnen schoot dat zij een goede vriend moest condoleren vanwege een sterfgeval. Zij liet zich in het telefoongesprek een grove vloek ontvallen. Toen ik haar daar op attendeerde, ontkende zij ten stelligste gevloekt te hebben. Er wordt dus gevloekt en men heeft het zelf niet eens meer in de gaten. Dat is wel het toppunt van oppervlakkigheid. Maar wij worden gehouden dat wij dit alles maar moeten accepteren. Een instantie die het normaal schijnt te vinden het vloeken te accepteren en zo nodig een verklaring van deze vloekwoorden te geven, staat er dus achter en verbreidt daarmee dit afschuwelijke kwaad. Als wij dan de verklaring lezen van het derde gebod in zondag 36, en de gedrukte preken daarover, wordt de constatering nog meer actueel. Ik zou graag een gedegen artikel in 'de Waarheidsvriend' geplaatst zien, dat deze materie eens duidelijk onder de loep neemt.

Jac. Overeem, Barneveld

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 november 1992

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Een alarmkreet

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 november 1992

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's