De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

In memoriam ds. J. Lekkerkerker

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

In memoriam ds. J. Lekkerkerker

7 minuten leestijd

'Dominee Lekkerkerker'.
Velen van ons hebben hem, als we hem opbelden, dit met sonore stem horen zeggen. Dominee mocht hij worden, dominee is hij geweest gedurende achtendertig jaar, dominee is hij gebleven de vijfentwintig jaar van zijn emeritaat.
Aanvankelijk leek het, dat een heel andere toekomst hem wachtte. Na de lagere school werkte hij op de boerderij van zijn vader in Snelrewaard. Maar toen kwam er een langdurige en zware ziekte, die in meer dan een opzicht zijn sporen naliet. Lichamelijk was hij gehandicapt, maar dit verhinderde niet, dat hij vol energie voortging. Hoe vaak hebben wij als jongens hem, die een fiets had met maar één bewegend pedaal, geprobeerd in te halen, maar het gelukte ons niet of nauwelijks.
Het andere spoor werd in zijn geestelijk leven getrokken. Bij de herdenking van zijn zilveren ambtsjubileum in Bergambacht sprak hij erover met sobere woorden. Het was het spoor, dat de Heere in zijn leven had getrokken en de jongeman leerde zijn voeten te zetten in dat spoor en God ging hem met Zijn heillicht voor.
Vanuit die ervaring kwam het verlangen om dominee te worden. Handenarbeid werd vervangen door studie. Met slechts de lagere school achter zich, gelukte het hem om binnen drie jaar het gevreesde staatsexamen voor toelating tot de universiteit af te leggen. Daarna volgde hij een jaar zowel de colleges in de theologie als ook die in rechten. Met het eerste ging hij door. Vooral professor Visscher heeft in meer dan één opzicht veel voor hem betekend.
Op een vrieskou de winterdag in 1929 deed hij intrede in de kleine kerk van Molenaarsgraaf. Hoe vaak heeft hij daarna het Woord verkondigd. Ons dorp verwonderde zich, dat de jonge dominee zo snel leerde 'uit het hoofd te preken'. Uit het hoofd? Ja, maar ook uit het hart!
Gekomen in Oldebroek – 1931 – preekte hij iedere zondag tweemaal voor een schare van twaalfhonderd mensen; vaak nog een derde keer in een andere gemeente, onvermoeid en onvermoeibaar. Zijn machtige stem maakte hem zonder dat er van een geluidsinstallatie sprake was, verstaanbaar tot in de verste hoeken van de kerk.
Verstaanbaar en herkènbaar. Hij wist wat er leefde in de gemeente, kende de wezenlijke vragen en ging er op in met grote ernst en hartelijke liefde. De kern van zijn prediking was – zoals hij zelf dit vaak noemde – 'de rijke Christus voor een arme zondaar'. Zo sprak hij inderdaad 'naar het hart van Jeruzalem', maar dan omdat zijn eigen hart gericht was op de Koning van Jeruzalem.
Zijn prediking was ernstig, de woordkeus de taal van die tijd, plechtig, statig. Soms in pastorale bewogenheid doorbroken door een warme gemoedelijkheid.

Kind van zijn tijd, zijn tijd vooruit
Een zeer bekende Nederlander – een oud-catechisant – schreef dezer dagen aan de kinderen, dat hij het altijd zo had bewonderd, dat hij in hun vader had aangetroffen een diepe ernst, maar ook vrolijkheid. Een ervaring, die zeer velen heeft aangesproken, waardoor zij hem nog te meer waardeerden. Vroomheid en vrolijkheid gingen gepaard, waren in een eerlijke harmonie aanwezig.
Zijn taalgebruik, zijn kleding – nog vele jaren de geklede jas en de hoge hoed – waren van die tijd, maar in andere opzichten was hij zijn tijd ver vooruit!
Een halve eeuw geleden was er een grote afstand tussen predikant en gemeente. Veel trouwe dominees hebben toen alles voor hun gemeente gedaan, maar ergens waren ze ver van hen vandaan. De naklank van de woorden van ds. Hellebroek 'wacht u, dat gij uwen leeraar niet tegenspreekt', waren nog te horen. Die afstand maakte ook, dat de pastorie een gesloten huis was. Met de notabelen van het dorp, de dokter, de burgemeester, de notaris, ging de dominee vriendschappelijk om. Maar gemeenteleden stonden buiten die kring, hoe goed hun dominee ook voor hen was. Dominee Lekkerkerker overbrugde die afstand meteen. De pastorie was niet langer een gesloten fort, maar een huis, waar ieder welkom was. De dominee nodigde uit en mevrouw Lekkerkerker was de lieve gastvrouw voor ieder, die er maar kwam. Wat heeft deze vrouw, 'de schoonste bloem uit mijn leven' zei haar man bij haar graf – voor velen betekend!
De pastorie een open huis. Mijn ouders waren uitgenodigd voor een bezoek. Ze trokken hun zondagse kleren aan, waren wat gespannen, geloof ik. Nog hoor ik hen tegen elkaar zeggen: Wie heeft ooit gehoord, dat je in de pastorie op bezoek zou gaan'. Maar bij de familie Lekkerkerker was dit heel gewoon.
Veel andere dingen komen mij in de gedachten, als ik zeg, dat hij zijn tijd vooruit is geweest.
Nu kennen wij de kerkelijke sociale arbeid. Maar lang voordat dit woord en deze zaak in de kerken in zwang kwam, paste ds. Lekkerkerker dit alles al toe. In de tijd van de crisis voor de oorlog waren er velen uit zijn gemeente zonder werk gekomen. Hij was een van de eerste predikanten, die een auto had. Hij nodigde werklozen uit met hem mee te gaan om werk te zoeken in andere plaatsen. Hij zocht met hen en vaak vond hij werk voor hen.
In de oorlog was hij de man, die in Oud-Beijerland de gemeente activeerde om hulp te brengen aan hongerend Rotterdam. Er werden koren en aardappelen ingezameld, een schip werd gehuurd en alles werd verscheept naar de stad, die honger leed.
Woord en daad gingen samen.

De pastor
Ieder, die hem gekend heeft, weet van zijn pastoraat.
Zijn ambt verhinderde hem niet dicht bij de mensen te zijn, maar het kreeg gestalte juist door dicht bij hen te zijn.
Hij luisterde naar hen, met zijn grote mensenkennis begreep hij hen. En uit Gods Woord bood hij raad en hulp.
In droeve dagen was hij er, maar ook waar blijdschap was.
Hij was een vriend van ouderen en ondanks leeftijdsverschil van veel jongeren. Het is dan ook niet zonder reden, dat oud-catechisanten van hem een overlijdensadvertentie in een blad plaatsen en spraken van hun 'vaderlijke vriend'.
Dat was hij voor velen, zeer velen.
Ook ik heb dit op een bijzondere wijze mogen ondervinden. In Molenaarsgraaf gaf hij mij les als voorbereiding voor mijn studie. Toen hij vertrok naar Oldebroek, bood hij me aan met hem mee te gaan. Vijf jaar lang ben ik in de pastorie huisgenoot geweest. Ook voor mij was hij toen en later een vaderlijke vriend, zoals zijn lieve vrouw als een moeder voor me zorgde. Vaak denk ik nog aan die goede tijd in de pastorie met hen en met hun kinderen.
Velen, die naar de rouwdienst in de kerk van Westbroek waren gekomen, waren de stille getuigen van wat de dominee voor hen was geweest. In die dienst voelden we naast verdriet onzegbaar veel dankbaarheid.

Het leed
Maar ook het leed werd hemzelf niet bespaard. Zijn oudste zoon overleed nu vijfentwintig jaar geleden. Een dochter werd onverwachts weggenomen. Zijn eerste vrouw – 'deze schoonste bloem uit mijn leven' – ging hem voor, evenals zijn tweede echtgenote.
De laatste maanden van zijn leven waren moeilijk.
Leed, alleen daardoor?
Hoe heeft deze man, die ernst maakte met zonde, schuld en verlorenheid daaronder geleden. Weinigen weten daar wellicht van, maar die dit hoorden, begrepen iets van zijn worsteling om met God tot vrede te komen. Hij heeft daaronder geleden, daarom gebeden, ook het uitgeschreeuwd.
Gode zij dank voor Zijn onuitsprekelijke genade ook hij mocht meer en meer leven uit wat hij altijd had gepreekt: de rijke Christus voor een arme zondaar. Zo kon hij zonder doodsstrijd heengaan in vrede. In de laatste jaren groette hij vaak bij het afscheid met 'sjaloom', vrede.
Wij danken de Heere, de God van alle genade, dat Hij aan ds. Johannes Lekkerkerker die heeft gegeven.
Terecht sprak de rouwkaart, die de kinderen verzonden, dat hij in Christus is ontslapen, vertrouwend op de genade van God. Dat troost hen en ons allen.
We danken de Heere voor wat Hij in hem heeft gegeven. Dit was veel. Ik denk aan de gemeenten, die hij heeft gediend: Molenaarsgraaf, Oldebroek, Oud-Beijerland, Westbroek, Bergambacht, Loon op Zand. Ook de plaatsen waar hij in zijn emeritaat bijstand in het pastoraat heeft geboden.
De machtige stem van ds. Lekkerkerker is nu voorgoed verstild. Maar door zijn woorden en daden spreekt hij tot ons, ook nu hij is gestorven. Daarom zijn we in ons verdriet onuitsprekelijk dankbaar.

C.A. Korevaar, Rotterdam

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 november 1992

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

In memoriam ds. J. Lekkerkerker

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 november 1992

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's