Prediking als profetische verkondiging
'Luisteren naar wat God vandaag tot de gemeente zegt' en 'Opwekking' (3)
Het komt ons voor, dat het Nieuwe Testament ons laat zien, dat er binnen deze nieuwtestamentische profetie meerdere lijnen lopen. Ik zou in de eerste plaats dan willen wijzen op wat we zouden kunnen noemen de profetische bediening van het Woord. Ik wees er al op, dat Calvijn vooral dat element eruit licht en eigenlijk, wat het heden betreft, het profetische spreken daartoe beperkt. Of dat voluif bijbels is, is een vraag, waarop we nog terugkomen.
Nu zou ik om te beginnen toch ook deze lijn naar voren willen halen als een op zich voluit bijbelse lijn. Ik denk dan vooral aan wat er staat in 1 Petr. 2 : 19: 'En wij hebben het profetische Woord, dat zeer vast is en gij doet wel, dat gij daarop acht hebt...'. Wij mogen aannemen, dat hiermee de toen bekende Schrift (dus het Oude Testament) wordt bedoeld, maar dan wel zoals deze werd uitgelegd en verkondigd in de nieuwtestamentische, apostolische prediking en het onderricht, die in de gemeente plaatsvonden en die beide stonden in het perspectief van het in Christus vervulde heil. Maar omdat het hierbij niettemin gaat om verkondiging van het profetisch Woord is deze verkondiging zelf ook profetische verkondiging.
Daarmee hangt samen, dat predikers in het Nieuwe Testament tevens ook profeten worden genoemd. Ik noemde u al Hand. 13 : 1, waar dit van Barnabas en anderen wordt gezegd, maar b.v. ook van Paulus. Paulus was apostel, maar wordt hier ook profeet genoemd. Trouwens, in Hand. 13 : 1 wordt in één adem over profeten èn leraars gesproken. Die twee worden hier dus inderdaad heel nauw met elkaar verbonden. Ik laat nu verder liggen de unieke positie, die de apostelen hebben ingenomen ten opzichte van de genoemde profeten en leraren, omdat mij dat te ver voert.
Overeenkomst met de oudtestamentische profetie
Nu lijkt het mij toe, dat het bovengenoemde een belangrijk gegeven is. De prediking is, omdat ze prediking van het profetische en apostolisch Woord is, als zodanig profetische prediking. Het is zelfs naar mijn inzicht zo, dat deze profetische prediking inhoudelijk het meest direct in het verlengde ligt van de oudtestamentische, profetische prediking. Ook de oudtestamentische profeten waren immers predikers. Zij kondigden de komst van de Messias aan en in het licht daarvan openbaarden zij Gods wil voor en met Israël en de volken. De nieuwtestamentische, profetische prediking sluit daar in zoverre bij aan, dat zij ook Christus als haar centrale boodschap doorgeeft, maar nu als de gekomen en wederom komende Messias. En vanuit dit hart van de verkondiging krijgt zij de opdracht om het licht van Gods wil en wijsheid te laten schijnen op wat er in het heden en naar de toekomst toe, in de gemeente en in de wereld, bezig is te gebeuren. Daar zit dus een duidelijke, inhoudelijke overeenkomst in.
Maar er is ook een verschil
Maar er is ook een verschil. De oudtestamentische profeten spraken vanuit een directe Godsopenbaring, op een unieke, ik kan wel weer zeggen, heilshistorisch bepaalde wijze, geïnspireerd door de Geest, zodat zij ook heel direct Gods eigen woorden doorgaven: Alzo spreekt de Heere, Heere. Maar de nieuwtestamentische, profetische verkondiging is primair uitleg van het profetisch Woord. Daarin vinden we die directe goddelijke openbaring dus niet. (Ik moet er hier wellicht bij zeggen: met uitzondering van de apostelen. Maar dat is een gecompliceerd gegeven, waarop ik nu niet dieper kan ingaan).
Daarom is er ook niet die directe overbrenging van de woorden van God in de vorm van: alzo spreekt de Heere, Heere. Dat is wel een opmerkelijk verschil, dat niet alleen formele, maar ook inhoudelijke betekenis heeft.
Zo mogen wij dus de oudtestamentische profetie zien als Gods eigen onfeilbaar en dus absoluut gezaghebbend Woord. Maar van de nieuwtestamentische, profetische prediking kan dit niet in dezelfde absolute zin worden gezegd. Wellicht moet hier het woord van Paulus uit 1 Cor. 13 : 9 gelden: wij profeteren ten dele. Het staat in het teken niet alleen van de menselijke gebrekkigheid, maar vooral ook van het nog-niet van de volkomen openbaring. Zelfs van een apostel als Paulus gold het, dat hij nog zag door een spiegel, in een duistere rede, en dat daarom zijn kennis nog onvolkomen was (1 Cor. 13 : 9, 12).
Wellicht zijn er nog wel meer inhoudelijke verschillen te noemen. Zo zou ik er nog op kunnen wijzen, dat de oudtestamentische profetie ook werkelijke nieuwe, inhoudelijk verdergaande openbaring van Gods heil openbaarde. Om een voorbeeld te noemen: in de profetie van Jes. 7 : 14 heeft de kerk altijd een profetie van de maagdelijke geboorte van Jezus gezien. Dat was tot nu toe in die zin nog niet geopenbaard. Er kwam dus via de profetie echt openbaring bij. Dat noemde ik al de heilshistorische component van de oudtestamentische profetie. En die wordt in de nieuwtestamentische, profetische verkondiging niet gevonden.
Het profetisch karakter
Toch moeten wij dan de vraag stellen, wat dan in Nieuw Testamentisch opzicht het profetische is in die verkondiging van het profetische Woord. Dat acht ik een belangrijke vraag, omdat ze de kritische notie opwerpt of alle Woordverkondiging en Woorduitleg ook werkelijk profetisch is. Ik denk het niet.
Ik denk, om het samen te vatten, dat een werkelijke profetische Woordbediening een verkondiging inhoudt, waarvan naar het woord van Jezus geldt, dat zij naast oude ook nieuwe schatten uit het Woord opdelft. De aard van de profetische prediking is, dat zij het oude Woord op zulk een nieuwe wijze doorgeeft, dat het ook metterdaad met profetische kracht en gezag tot de gemeente komt, en de gemeente daardoor tot ootmoedige en verwonderende gehoorzaamheid wordt gebracht.
Ik wil daar graag nog iets meer over zeggen. In de eerste plaats zit aan het bovengenoemde een kritische kant. We noemden al de valse profetie, die in het Nieuwe Testament ook telkens wordt genoemd. Zij heeft betrekking op een prediking, die van het profetische Woord afwijkt en er zelfs tegenin gaat. Dat was toen al een dreigende werkelijkheid, en dat is ze tot op vandaag toe. En ik denk, dat een van de kenmerken van de ware profetische verkondiging is, dat zij de valse profetie in haar valsheid ontmaskert en weerlegt.
Maar ik wijs ook nog op een andere negatieve keerzijde van de ware profetische prediking. Ik denk dan aan een prediking, die wel formeel aansluit bij het profetische Woord, maar die zelf dat profetisch karakter mist. Het is een prediking, die wel het Woord uitlegt, maar dan op een zodanige wijze, dat er het nieuwe in wordt gemist. Het is niet meer dan een herhalen van de bekende waarheden, een repetitie, die volkomen voorspelbaar is en die daarom niet meer verrast en geen verwondering wekt: een misschien wel rechtzinnige, maar toch krachteloze prediking. Ik zeg, dacht ik, niet te veel, wanneer ik opmerk, dat deze vervorming van de profetische prediking een realiteit is, die niet zelden de Woordbediening vandaag kenmerkt. Ze is wel schriftuurlijk en orthodox, maar de profetische kracht ontbreekt eraan en daarom doet ze het tegendeel van waartoe zij geroepen is: de gemeente valt erbij in slaap in plaats dat zij erdoor wordt opgewekt. Gelukkig zijn er ook verrassende uitzonderingen!
Profetie als heenwijzing naar de toekomst
Maar we willen in meer positieve zin ook nog op een ander aspect wijzen. Er is ook een profetische prediking in het Nieuwe Testament, die enerzijds uitleg van het profetische Woord is, maar die tegelijk een bijbels-actuele invulling geeft aan de dingen, die komen gaan of die in de geschiedenis reeds hebben plaatsgevonden, en die daarmee het heden in het licht plaatst van Gods directe bemoeienis met zijn gemeente, zijn kerk, zijn volk en zijn wereld.
In het Nieuwe Testament denken wij dan aan die uitspraken, die wijzen op wat God bezig is te doen, in het heden en met het oog op de toekomst. Ik denk b.v. aan 2 Thess. 2, waar Paulus schrijft over de komende antichrist en over de macht, die hem nu nog weerhoudt. Ook 2 Tim. 4 zou hier te noemen zijn. Natuurlijk vermeld ik dan ook de Openbaring van Johannes, die vrijwel geheel gevuld is met profetieën aangaande het toenmalige heden en de (naaste) toekomst.
Aan de ene kant treffen wij hier Schriftuitleg aan. Dat geldt vooral van de Openbaring van Johannes, die aansluit bij het boek Daniël en vele andere oudtestamentische woorden en beelden. Maar anderzijds gaat het om prediking, die concreet invult wat God bezig is te doen en van plan is te doen in heden en toekomst. Hier gaat het dus om nog een meer specifieke vorm van profetische prediking.
Is deze profetische bediening er nog?
De vraag komt op ons af, of ook deze gestalte van de profetische bediening in de gemeente van nu te vinden is en op bijbelse gronden verwacht mag worden. Mij dunkt, is er geen enkele reden te noemen om dit te ontkennen. Wel zal er ook nu het verschil blijven tussen het eenmalig, kanonieke en gezaghebbende van de profetische verkondiging, die in het Oude en Nieuwe Testament zelf gevonden wordt èn de profetische prediking van de kerk in verleden en heden, die niet kanoniek, niet onfeilbaar en dus niet absoluut gezaghebbend is. Van de laatste geldt opnieuw: wij profeteren ten dele (1 Cor. 13). Maar ze is wel mogelijk, en mij dunkt ook nodig, heel nodig, omdat de christelijke gemeente temidden van de huidige verwarring zozeer erom verlegen is om zicht te krijgen op de weg des Heeren, die Hij gaat op weg naar Zijn toekomst.
C. Graafland, Gouda
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 november 1992
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 november 1992
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's