Globaal bekeken
Op 18 december a.s. hoopt aan de Vrije Universiteit te Amsterdam te promoveren tot doctor in de letteren dhr. J. Zwemer te Oostkapelle, op een proefschrift, getiteld 'In conflict met de cultuur' ('de bevindelijk gereformeerden en de Nederlandse samenleving in het midden van de twintigste eeuw'). Promotor is prof. dr. G.J. Schutte. Bij het proefschrift zijn (vrij uitvoerige) stellingen gevoegd, waarvan we de volgende overnemen:
• Het traditionele beeld van het 'zware' Zeeland is gebaseerd op een Hollando-centrische benadering en op een 'pars pro toto'redenering. Wie vanuit de Randstad zuidwaarts blikt, ontmoet wel relatief zware regio's, die echter grotendeels in Zuid-Holland liggen, zoals Goeree-Overflakkee en de Hoekse Waard. Verder zijn voor dit (overtrokken) beeld verantwoordelijk het Noordoosten van Zeeland (Duiveland, Tholen en Sint-Philipsland) en die verspreid liggende gemeenschappen ten zuiden van de Oosterschelde, die inderdaad 'zwaar' zijn. Voorts is het voor de sterk geseculariseerde Randstedelijke bevolking uiteraard moeilijk om te onderscheiden tussen 'zwaar' en 'orthodox'.
• Ledeboers 'theologie van de ootmoed' verdient meer waardering als uitdieping van het Reformatorische 'genade alleen', naast en onderscheiden van bij voorbeeld de theologie van de uitverkiezing.
• De oorspronkelijke Ledeboeriaanse (en Stammiaanse) visie op de 'Breuke Sions', toegepast op het eind-twintigste-eeuwse Nederland, zou een indringende belangstelling voor de ontkerkelijkte massa teweeg moeten brengen. Om een deel van hun verantwoordelijkheid voor het secularisatieproces teniet te doen, zouden de calvinistische kerken in Nederland een diepgaande historische studie naar dit proces moeten (laten) verrichten, waarbij de subjectieve en objectieve redenen voor kerkverlating systematisch onderzocht worden.
• Een belangrijke fase in de verburgerlijking van de arbeidersklasse en (later) de boerenstand in Nederland werd gemarkeerd door het moment waarop deze groepen begonnen hun tuinstoelen en/of bank weg te halen vóór het huis om ze in de beslotenheid achter het huis te plaatsen.'
In Centraal Weekblad schreef E.J. Demoed een artikel over vroegere 'gebods- en verbodsborden' in kerkgebouwen. Uit dit artikel de volgende passages:
'Zo vinden we in de Oude Kerk van Amsterdam een verbodsbord uit 1593, waarop is te lezen dat het aan een ieder is verboden in de kerken of op de kerkhoven zich aan baldadigheid te buiten te gaan.
Van een jaar later dateert een uitvoerig verbodsbord in de Zuider- of St. Pancraskerk te Enkhuizen. Daar werd het aan jong en oud verboden om in de kerkgebouwen "te lope, rase, stroije, getier ofte onbehoorlijcke geluijt te maken". Verder mocht niemand met krijt, houtskool of ander materiaal op de muren schrijven of in de banken snijden. De straf bij een geconstateerde overtreding bedroeg het opperkleed of tien stuivers boete.
Gelijksoortige verbodsbepalingen vinden we ook op een bord uit 1659 in de dorpskerk van Schermerhorn en in de Grote of St. Laurenskerk te Alkmaar, uit 1645. De aan een overtreding verbonden straf in Alkmaar was een naacht "zitten" in de cel onder het oude orgel of drie gulden boete. Aardig is de toevoeging dat de dienaar (niet des woords!) alvorens iemand in het "huysgen te brengen, de ouders daarvan verwittige". Dit zal echter geen betrekking hebben gehad op grote mensen.
ls laatste voorbeeld noem ik u de situatie in de Buurkerk te Utrecht. Daar was het blijkbaar vóór de reformatie gebruikelijk of althans niet ongewoon, dat mensen met karren en vee door het kerkgebouw heen naar de markt op het Buurkerkhof liepen. Vandaar dat het stadsbestuur in 1612 aan jong en oud verbood "om gedurende de predicatie des Goddelijcke woordts off andere christelijcke oeffeninge", in de kerk met wagens te rijden of vee door te drijven, op boete van tien stuivers. Dit verbod is thans nog op een bord bij de noordelijke uitgang van het kerkgebouw te lezen (…).
Zo kunt u bij het betreden van de oude dorpskerk van Hantumhuizen (Fr.) op een bordje lezen, dat het in de kerk verboden is te roken en te spuwen. Niet dat men ten aanzien van dat laatste bang is, dat u elkaar bevuilt, maar dit was een noodzakelijk verbod in de tijd dast de mannen gewoon waren tabak te pruimen en daarbij soms tabaksap op de vloer spuwden, zeer tot ongenoegen van de koster, die de vloer weer kon schoonmaken.'
Een lezer stuurde ons een stuk uit de Drentse Courant, getiteld Gotiek, zei u? Gotiek? Nooit van gehoord! Het gaat erover dat niet alleen Japanners, maar ook Nederlanders onwennig staan te kijken, wanneer ze onder aanvoering van een reisgids een kerk bezoeken, in het onderhavige geval de gothische kathedraal van Doornik. Ook al gaat het om een roomse kathedraal, het gegeven is symptomatisch voor het huidige levensgevoel. Hieruit de volgende passages:
'Nu geschiedenis geen verplicht schoolvak meer is en nu de oude liturgie is verdrongen door jongerenkoren, die zichzelf met elektrische gitaren en rinkelbommen begeleiden, treedt een nieuwe generatie aan, die van toeten noch blazen weet en het verkiest de zonnehoedjes gewoon op te houden, ook als ze een Godshuis betreedt.
Daarstaan we dan, in de kathedraal van Doornik, zonder het verschil te weten tussen een martelaar en een belijder. Het enige dat we nog weten is dat de middeleeuwen knap lang achter ons liggen en dat de beleefdheid ons gebiedt haar voortbrengselen mooi te vinden (…).
We zijn de vreemdelingen van ons eigen verleden, de toeristen in onze eigen cultuur geworden. De kathedraal wordt zoetjesaan even onbegrijpelijk als de oriëntaalse pagode. We vertellen elkaar de meest bizarre dingen over onze huiscomputer, maar in de kathedraal van Doornik staan we met de mond vol tanden. We zijn onder de motorkap van ons voertuig aanzienlijk beter thuis dan onder het gewel van een bisschopskerk.
De Japanners en de Nederlanders luisterden welwillend naar hun gidsen. In een zijbeuk praatte een man met een heel klein kruisje in z'n revers met een andere man, die een heel klein kruisje aan een kettinkje om zijn nek droeg. Paters? Prelaten misschien?
"Waarom brengen ze al die Japanners hier naar toe? Ik geloof niet dat ze het snappen", zei de eerste man. De andere man antwoordde schamper: "En die Hollanders dan?" (…)
Nog heel even en we zijn allemaal Japanners die met Nikons in de aanslag door het Avondland zeulen op gezag van een gids die niet meer weet wat hij moet vertellen, anders dan dat de kathedraal van Doornik de enige gotische kerk in de provincie Hainaut is. Gotisch, zei u? Nooit van gehoord.'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 november 1992
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 november 1992
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's