Bidden voor onze jongeren
Met het oog op de jongeren
Jongeren en de dingen van het geloof
Het is boeiend om met jongeren om te gaan. Om intensieve gesprekken met hen te hebben over de dingen van het geloof.
Als ik nu 'dingen van het geloof' zeg, dan doel ik hiermee niet alleen op de binnenkant van ons leven – onze binnenkamer, de intieme omgang met God –, maar ook op de buitenkant: het leven van elke dag, het werk dat we doen, de studie die we volgen, de keuzes die we maken, de relaties die we aangaan, de manier waarop wij in de wereld staan.
Het geloof is niet alleen bedoeld voor de binnenkant maar ook voor de buitenkant van ons leven. Voor een christen hoort àlles tot 'de dingen van het geloof'. Het gaat er toch om, dat we alles wat we doen, doen uit het geloof. Want wat niet uit het geloof is, is immers zonde (Rom. 14 : 23).
Welnu, het jeugdwerk en de catechese zijn plaatsen waar jongeren 'bezig' worden gehouden met de dingen van het geloof.
Verschil in interesse
Nu zijn niet alle jongeren even geïnteresseerd in deze dingen.
Er zijn er wel bij, die er een buitengewone interesse voor aan de dag leggen. Jongeren in wier leven je iets merkt van het werk van de Heilige Geest. Die heel verlangend en zoekend bezig zijn met allerlei vragen die het geloof en het leven daaruit betreffen.
Maar er zijn er ook, die er geen enkele interesse voor hebben. Die naar club, vereniging of catechisatie gaan, omdat hun omgeving het van hen verwacht. En zo komen aan die verwachting tegemoet. Naar catechisatie gaan ze, omdat ze 'moeten'. Ze gaan om bonje met hun ouders te voorkomen.
Een ieder die in jeugdwerk of catechese met jongeren omgaat, merkt, dat het verschil in interesse voor de dingen van het geloof ook verschil in aandacht inhoudt voor de onderwerpen die aan de orde komen.
Ongeïnteresseerde jongeren houden zich soms nadrukkelijk op de achtergrond. Ze reageren nergens op. Ze doen gewoon niet mee. Ze zijn niet meer dan lichamelijk aanwezig.
Maar er zijn er ook bij, die juist heel nadrukkelijk op de voorgrond treden. Ze zijn geneigd om overal op te reageren. Niet uit belangstelling, maar als een protest tegen hun eigen aanwezigheid.
Zonder vooroordeel
De vraag is altijd: hoe ga je nu met die laatste categorie jongeren om?
Deze jongeren worden al gauw als 'lastig' ervaren. De neiging bestaat om hun persoon te beoordelen via die negatieve contactervaring met hen, en om hen op grond van die negatieve ervaring ook te benaderen.
Maar onze ervaringen mogen nooit uitgangspunt zijn bij een bepaalde benadering. Dat geldt zowel negatieve als positieve ervaringen.
Om het anders te zeggen: als leidinggevenden in het jeugdwerk en als catecheten mogen we ons in onze omgang met jongeren niet laten leiden door een bepaald vooroordeel op grond van positieve of negatieve ervaringen inzake de manier waarop zij zich gedragen.
We zijn geroepen om zonder vooroordeel (hoe moeilijk dat ook zijn kan!) – en zo ook zonder barrières van onze kant – met hen om te gaan.
Voorbereiding
Een belangrijk gegeven met het oog op het 'slagen' van een club- of verenigingsavond en van de catechisatielessen is: een goede voorbereiding. Hierbij denken we aan een goede beheersing van de stof, aan een goede doordenking van methodiek en didaktiek, aan inrichting van en orde in de omgeving waarin wij met de jongeren samenkomen.
Maar ook het persoonlijk gebed hoort bij deze voorbereiding, het gebed om het licht, de leiding en de doorwerking van de Heilige Geest. En ook: de voorbede voor de jongeren.
In gedachten, in het hart en in de gebeden
Misschien kunnen wij in dit verband iets van Paulus leren.
In Fil. 1 vinden wij wat dit betreft een mooie richtlijn. In vers 3 schrijft hij aan de Filippenzen: 'Ik dank mijn God, zo dikwijls als ik uwer gedenk'. Wat kunnen we hieruit afleiden? Dat hij de Filippenzen vaak in gedachten heeft. Hij denkt veel aan hen en aan hun betrokkenheid bij het Evangelie.
Maar hij heeft ze niet alleen vaak in gedachten, maar hij heeft ze ook in zijn hart (vers 7). We proeven in de woorden die hij gebruikt zijn liefde voor hen. Hij is met hen bewogen, en hij verlangt naar hen met de liefde van Christus (vers. 8).
En hij gedenkt hen ook in zijn gebeden (vers 9), opdat hun liefde steeds overvloediger mag worden en zij op een goede wijze mogen toeleven naar de dag van Christus! Paulus draagt de Filippenzen in zijn gedachten, in zijn hart en in zijn gebeden.
De plaats van de jongeren in ons leven
Misschien kunnen we dit van Paulus overnemen met het oog op onze jongeren. Als wij hen alleen in gedàchten hebben en als zij geen plaats hebben in ons hart en in onze gebeden, dat zullen wij al gauw een negatieve houding aannemen bij negatief gedrag. Lastige jongeren (er zijn er die inderdaad heel lastig kunnen zijn) zijn dan alleen maar lastig. Meer niet. We zien er tegenop om hen te ontmoeten in groepsverband, omdat we geen vat op ze krijgen en omdat ze alleen maar als stoorzenders werken. Misschien dat we dan gaan denken: bleven ze maar thuis! We kijken naar hen met onze eigen ogen.
Maar als onze jongeren (ook die 'lastige' jongeren) niet alleen een plaats hebben in onze gedachten, maar ook in ons hart (als wij hen liefhebben met de liefde van Christus en als wij met Zijn ogen naar hen kijken) en in onze gebeden, zullen wij hen dan ook niet anders bekijken? Het zijn immers allemaal jongeren die de Heere Jezus in hun leven nodig hebben, of ze nu lastig zijn of niet.
Als wij zo, ter voorbereiding op de club- en verenigingsavonden en op de catechisatieuren, voor de jongeren die wij voor ons zullen hebben, bidden – in het bijzonder voor hen over wie wij in zorg zitten vanwege hun ongeïnteresseerde houding –, zal onze benadering van hen dan ook niet boven allerlei ervaringen in de omgang met hen uitgaan?
Ook danken
Laten we hierbij maar heel concreet de lijst met namen voor onze gevouwen handen neerleggen om alle namen biddend langs te gaan.
Hoe concreter wij onze jongeren kennen, hoe concreter onze voorbede voor hen zal kunnen zijn.
Als onze jongeren – voor wie wij geen geringe verantwoordelijkheid dragen – zo'n plaats in ons leven hebben, dan zullen wij van velen van hen ook zeggen: 'Ik dank mijn God, zo dikwijls als ik hen gedenk'.
C.G. Geluk, Baarn/Huizen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 december 1992
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 december 1992
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's