Telkens weer preken
Elke predikant weet uit eigen ervaring iets van de moeilijkheden verbonden aan de keuze van een tekst of een onderwerp voor de preek. Er moet gepreekt worden, de zondag is er altijd weer eerdan dan wij vermoeden. De bezigheden in de pastorie en in de gemeente stapelen zich op, maar daarachter staat altijd weer als een donkere muur de preek. Hoe komen wij de muur door? Zie, wanneer wij pas beginnen dan valt de keuze van tekst en van een onderwerp niet zo zwaar. Daar liggen allerlei onderwerpen in het geheugen bewaard. Daar waren teksten, die door serieuze studie ons als het ware waren tegemoet gekomen. In studieboeken ontmoetten wij dikwijls gedeelten, die in feite exegese waren van deze teksten. Wij konden deze studies dankbaar gebruiken. Bovendien kwamen er in de gemeente ontmoetingen en toestanden, die de tekstkeuze bepaalden. Daar was de blijdschap, het Woord Gods te mogen brengen tot de gemeente, daar lag een eigenaardig genot in het uitwerken van de preek.
Neen, aanvankelijk is het preken nog niet zo zwaar. Een jong predikant spreekt gewoonlijk graag over zijn preken. Wanneer hij goede kennissen ontmoet, jonge predikanten of candidaten, het duurt niet lang of er komt een vruchtbaar gesprek over de teksten, die tot een preek aanleiding gaven. Toestanden in de gemeente worden besproken, de wijze van behandeling; de wenken die in de preek werden ingevlochten. Daar is in het begin een bruisende creativiteit, een sprankelende visie. Bijna elk van zijn preken is in zijn oog een soort meesterstuk. Wanneer hij in een andere gemeente voorgaat, de keuze is niet moeilijk. Het beste paard komt voor de dag. Een mislukking blijft uiteraard in de bureaula liggen. Spreekt u daar nooit van hoogmoed of verbeelding. Het is de vreugde van de arbeid, het ontplooien van de jonge bladeren, die van de omknellende doppen bevrijd, als bij de dag toenemen in grootte en aantal. Het komt mij voor, dat zo'n boom zelf schik moet hebben over het tevoorschijn komende groen.
Maar er komen wel andere tijden. In het tweede of derde jaar is de voorraad van bestudeerde teksten en nieuwe gedachten uitgeput. Wat in de gemeente nieuw was en reeds van de kansel besproken werd, is ongeveer hetzelfde gebleven en biedt geen nieuwe gezichtspunten meer aan. De toestanden in de gemeente blijven hardnekkig dezelfde, de gedachtenpatronen verstarren, wij dreigen moe te worden. De klassieke lijdensteksten zijn behandeld, de feeststoffen van altijd werden voorgedragen – en al wat er bij het overdenken van deze onderwerpen opkwamen in het hart is aan de gemeente voorgedragen. Wat moeten wij nu nog aan nieuwe dingen voortbrengen? Wij hebben in brede vlakken het vanouds bekende meegedeeld, wij zijn niet karig geweest met de stof. Ja, een intelligente preekhoorder heeft al eens opgemerkt, dat de dominee eenzelfde paadje bewandeld. Wij moeten toch behoedzaam zijn om weer hetzelfde te zeggen.
Waarover zal ik nu preken? – zie; deze vraag komt met nadruk naar voren tegen de tweede helft van de week. Bemerken wij het goed bij onszelf, dan wordt deze vraag in de loop der jaren steeds nadrukkelijker zelfs. De zondag staat weer vlak voor de deur. Gepreekt moet er worden. Nu zegt misschien een welwillende lezer: Maar is het Evangelie niet altijd rijk en nieuw? Er is toch een volheid van gedachten in het Woord des Heeren? Het antwoord moet dan luiden: Dat is zeker waar, maar wat wij er van zeggen kunnen, is niet rijk en is niet nieuw. Is de Heilige Schrift niet een tuin met de prachtigste bloemen en planten? Het antwoord is opnieuw: Zonder enige twijfel. De Schrift biedt een enorme variatie. Maar niet iedere predikant heeft de creatieve gave om die rijkdom telkens in een nieuwe, aantrekkelijke vorm op te dissen en er het rechte licht op te laten vallen. De stof is wel rijk, maar het hoofd van ons is zo nauw en star. Wij kunnen bevangen raken in dezelfde denkpatronen van altijd. Trouwens, er is ook wel een grote begaafdheid vereist om de oude stof in andere vormen voor te stellen. De een heeft veel meer levensondervinding dan de ander. De één ziet verder dan de ander. Weet ook goede voorbeelden en illustraties te kiezen. Laat het maar hardop gezegd worden: Wij raken uitgepreekt en toch moet er gepreekt worden.
Die geestelijke toestand is heel natuurlijk. Ook in de lente komt er een schijnbare stilstand in de ontwikkeling. Het tere groen wordt donkerder, het loof wordt harder, de bloesems vallen af, maar de vrucht begint zich te zetten. Juist dan dreigt er een ander gevaar. Daar zijn bloesems, die afvallen, waar ook de vruchtkiem verdort en mede afvalt. Zo kan het ook gaan met de jonge predikant. Dan komt er een neiging om naar oude preken te grijpen. Desnoods een andere tekst er voor gezet, een andere beeldspraak gekozen. De doorsneegemeente heeft er meestal geen erg in. Er zijn zo weinig intense luisteraars. Hoewel – bedrieg u niet, in iedere gemeente zijn van die stille zielen, die zo hier en daar eens wat in een schrift optekenen en het later nog weer eens overlezen. Die bewaren het Woord en herkauwen het. Zij denken al spoedig: waar heb ik dat eerder gehoord? Maar de grote massa leeft te snel en te vluchtig. Waarom u dan niet in verlegenheid gered? Geen zinnig mens zal het de voorganger kwalijk nemen in grote nood eens naar oude stof te grijpen. Wij moeten ons allemaal wel eens redden en… het oude sticht somtijds wonderwel, meer dan het nieuwe. Het oude brengt soms diepe ontroering teweeg.
Maar wat voor een enkele maal of zelfs een paar malen geoorloofd is, kan niet blijvend worden toegestaan. Dan komt de luiheid over de prediker als een gewapend man. Het wordt nog eens een keer gedaan, en nog eenmaal en de prediker wordt één der zodanigen, die zijn gemeente met een stapeltje, dat al om- en omgekeerd wordt, doodpreekt. Ja, wanneer hij enigermate begaafd is met redenaarstalent wordt hij een trekvogel, die telkens na vier jaren een andere preekstoel zoekt om daar opnieuw… het oude broedsel ten toon te spreiden. Anderen stranden op de klip van dan maar een preek van een collega te nemen en die enigszins omgewerkt of onveranderd in haar geheel de gemewente voor te dragen. En nu zij hier opgemerkt: preken van anderen gebruiken is niet verkeerd, mits wij er zelf maar door zijn opgescherpt, er zelf door aan het werk zijn gezet. Beter is het, door het bestek van een ander aan het werk te zijn gezet, dan hoogmoedig eigen broddelwerk te leveren. Ook het werk van een ander moet door ons hart heengaan, zie, dan is het toch eigen werk, eigen productie. Andere handen en gaven hebben ons alleen geholpen en ondersteund. Wie zou dat berispen?
Niemand is zo geniaal, dat hij alles alleen weet of alleen kan. Wij willen alleen waarschuwen voor copieër- of compilatiewerk, dat ons niet tot eigendom is geworden. Wij putten zelf niet meer uit de diepte van het goddelijk Woord, maar wij voeren allerlei afgeleide wateren naar onze tuin. Wij verliezen op de duur ons zelfrespect en tevens ons geestelijk overwicht. Wij komen op de duur zeker in een preekdreun terecht, waar alle frisheid en eigen toon tevergeefs wordt gezocht! Zou dat ook niet de preeknood zijn van tegenwoordig, dat wij zo weinig originaliteit meer horen?
Er moet worden gepreekt. Doe dat dan desnoods met de oude preek van vroeger, waarin dan de oude dingen nog eenmaal worden gezegd. Er zal toch onwillekeurig zich nog wel iets aan ons voordoen, dat nog niet was gezegd, of althans niet zo was medegedeeld. Onder de nieuwe bewerking van de stof openen zich voor ons nieuwe gezichtspunten, nieuwe toepassingen. Wij bepalen de grenzen van onze stof scherp, wij gaan details zien, die wij voorheen over het hoofd zagen. Denkbeelden, voorheen met losse hand rondgestrooid, gaan we meer uitwerken. De preek begint dan te vidnnen in eenheid en diepte, wat zij aan breedte verliest. Trouwens, hoe beter de prediking is uitgewerkt, hoe meer ze inwerkt in de diepte. Het is werkelijk niet kwaad ook eens aandacht te besteden aan de wetten der welsprekendheid. Wij weten het wel – deze gave kan gevaarlijk zijn. Maar waarom zouden wij de prediking niet mogen brengen in een vorm die aangenaam te verwerken is? Saaiheid en dorheid zijn nooit bevorderlijk geweest voor de verbreiding van het Evangelie. Champagne wordt toch ook niet geserveerd in een houten nap?
Welnu dan, gewerkt, onderzocht, gebeden moet er worden! Het uitlegkundig lezen van een paar bijbelboeken levert allicht geschikte teksten en onderwerpen. Geen enkele tekst komt zo maar op ons aanvliegen. Eventueel is het goed ons enigermate te binden aan een bepaald tekstenrooster, maar nooit al te slaafs. Soms is het goed om eens een paar hoofdstukken te laten aanwijzen door een vriend. Dan vindt u opeens een stralende tekst. Het peinzend lezen van gehele bijbelboeken verfrist ons soms bovenmate. Je ziet de gelegenheid, waarvoor je de tekst zoekt, ineens met een geheel ander oog. Stil en eerbiedig bijbellezen – dat is de voornaamste weg! Wij moeten onszelf in dit spoor aanpakken. De satan zal er wel zorg voor dragen, dat ons dit belemmerd wordt. Hij haat bijbelonderzoekers en komt telkens met iets anders aandragen van schijnbaar meer gewicht.
En waarom dan niet eens met een collega samen een preek voorbereid? Exegese gedaan, een schets ontworpen voor de preek? Twee zielen weten meer dan één. Het veronderstelt wel een zekere gemeenschap, een zekere verwantschap van denken. Maar met het oog op de gemeenten, waarvoor de preek is bestemd, kan zo'n club rijke vruchten dragen. De windstilte in de geest wordt opgeheven. Een nieuwe visie geopend, twee zielen vloeien samen. Vriendschap wordt geoefend. De Schrift wil overdacht worden. Dóór-worsteld worden. Daarbij gaat eigen individualiteit niet teloor, maar die wordt verdiept. Je komt samen ònder de Schrift!
A. van Brummelen, Huizen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 december 1992
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 december 1992
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's