De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De profetieën beoordelen naar de Schrift

Bekijk het origineel

De profetieën beoordelen naar de Schrift

'Luisteren naar wat God vandaag tot de gemeente zegt' en 'Opwekking' (5)

7 minuten leestijd

De profetieën dienen dus ook te worden beoordeeld. Het komt mij voor, zoals ik al opmerkte, dat dit vooral de roeping van de gemeente is, die Paulus hier dan noemt 'de anderen'. En allicht komt dan de vraag op, welke maatstaf bij dit beoordelen door de gemeente van Corinthe is gehanteerd. Mij dunkt kan dat niet anders zijn dan dat de profetieën beoordeeld werden naar bijbelse maatstaf. Zijn ze in overeenstemming met het reeds geopenbaarde Woord van God? Daar ging het om zekerheid te krijgen, of een profetie werkelijk van de Heere was ontvangen en dus als een eigen woord van Hem moest worden aanvaard.
Maar het kan ook zijn, dat deze beoordeling gericht was op de vraag: waar slaat deze profetie op? Wat kunnen we ermee? Wat heeft ze ons, hier en nu, te zeggen? Wellicht zou er nog meer hierover kunnen worden gezegd, maar dat voert ons nu te ver.

Heeft deze vorm van profetie ook in de gemeente van nu haar plaats?
Daarom kom ik nu opnieuw bij de vraag uit, of de laatstgenoemde vorm van profetie ook nu nog in de christelijke gemeente haar plaats heeft. M.a.w., mogen wij ook nu nog profetieën verwachten op de manier zoals wij die zojuist aangaven? Ik besef, dat ik daarmee een gevoelig punt aanraak. Maar we kunnen de vraag toch niet ontwijken. En dat minstens om twee redenen.
In de eerste plaats, omdat wij ook in onze tijd met deze vorm van profetie in aanraking komen. Bij de voorbereiding van deze lezing heb ik enkele geschriften geraadpleegd, die op dit gegeven wijzen. Ik denk hierbij vooral aan prof. J.H. Gunning eind vorige eeuw (zie zijn Blikken in de Openbaring, 1866-1869, D1 1, 242 vv.) en prof. A.A. van Ruler uit deze eeuw (Op gezag van een apostel, 1971, 50 vv.). Zij wijzen niet alleen op het bestaan van deze gave, maar tegelijk ook op het noodzakelijke en het waardevolle ervan voor de christelijke gemeente, juist in de wereld van vandaag.

Hedendaagse profetische getuigenissen
Ook heb ik schriftelijke profetieën van dit soort onder ogen gehad. Ik noem met name alleen het geschrift van W.A. Seinen, dat de titel draagt De Bruidegom, zie gaat uit Hem tegemoet, Enkele nieuwtestamentische profetieën aangeboden ter beoordeling en overweging, (1e dr. 1967, 3e druk 1974). Ik zou ernaast nog andere kunnen noemen, maar dat laat ik om des tijdswille na.
In het genoemde geschriftje komt de profetische vorm vooral daarin naar voren, dat doorgaans God zelf of Christus of de Heilige Geest op een directe wijze sprekende wordt ingevoerd. Een paar citaten: 'Zo spreekt de Geest tot de gemeenten van dit volk…' (blz. 9). 'O gij volkeren, spreekt de Heere God, gij gaat wegen die gij zelf niet beseft' (16). 'Zo spreekt de Zoon van God…' (18).
Heel direct dus, geheel in overeenstemming met zowel de oudtestamentische als nieuwtestamentische profetieën. Wat de inhoud zelf betreft, gaat het in het genoemde geschriftje vooral om waarschuwende vermaningen, die gericht zijn tot de gemeente en het volk van Nederland. Zij dragen wat betreft de leer, die erin vertolkt wordt, een voluit bijbels en gereformeerd karakter. Wat het laatste betreft, behoeven er dus wat mij betreft geen vragen te worden gesteld. Maar wat het eerste betreft, die directe spreekwijze namens God, hoe moeten wij dat beoordelen? Het geschriftje zelf vraagt trouwens om die beoordeling.
We mogen ons daaraan, dunkt mij, niet onttrekken. Temeer, omdat wij kunnen constateren, dat deze als profetieën zich aandienende geschriften en uitspraken door vele gelovigen op hoge prijs worden gesteld en zij in hun geloof erdoor worden versterkt, bemoedigd en aangevuurd.

De Schrift als maatstaf
Het tweede, nog veel belangrijkere punt is, dat we in de Schrift zelf, met name in het Nieuwe Testament deze vorm van profetie tegenkomen en dan als een door de Geest aan de gemeente geschonken gave. De vraag klemt dan, of deze gave alleen aan de jonge christelijke gemeente is geschonken en niet meer aan de gemeente daarna, of dat we mogen geloven, dat deze gave een blijvende gave is van de Geest, ook aan zijn gemeente van nu.
Wij wezen er al op, dat Calvijn de eerste mening is toegedaan. Maar dan moet eerlijkerheidshalve toch wel daarbij worden aangemerkt, dat hij daarvoor geen enkel (direct) bijbels bewijs kan leveren. Zijn voornaamste argument is, dat die gave niet meer voorkomt, en dat ze dus als alleen voor de vroege gemeente bestemd moet worden aangezien. Dat lijkt me echter een zwakke redenering, vooral omdat de Schrift dit zelf niet noemt. Eigenlijk gaat Calvijn het gemis van de gemeente in zijn tijd tot norm stellen van wat de Geest wil of kan doen. Maar gelukkig hoeven wij aan de Geest die maatstaf niet aan teweinig hoop geven op vernieuwing en verdieping.
Ik ben dus van overtuiging, dat als de Schrift zelf ons de gave van de profetie aanreikt, wij ook nu daarop mogen hopen en daarnaar mogen verlangen. En dat schenkt ons de houding van een positieve ontvankelijkheid voor wat in onze tijd aan profetische woorden worden gesproken. We mogen ook vandaag ons door de apostel Paulus laten vermanen: veracht de profetieën niet (1 Thess. 5 : 20), een vermaning die volgt op de andere vermaning: lust de Geest niet uit (19).

Een positief-kritische ontvankelijkheid
Dat betekent overigens niet, dat wij alles klakkeloos en kritiekloos moeten aanvaarden, wat er als zodanig zich aandient. Paulus voegt er namelijk in datzelfde 1 Thess. 5 ook nog aan toe, dat we alle dingen hebben te beproeven om het goede te behouden (21). We merkten in het voorafgaande, dat de gemeente wordt opgeroepen om de gehoorde profetieën te beoordelen, en wel op grond van de bijbelse maatstaf. Ook hoorden wij van waarschuwingen tegen de valse profetie, die altijd de ware profetie heeft vergezeld en dat ook nu nog doet.
Aan de andere kant zal de gemeente ook ontvankelijk dienen te zijn om de profetieën te aanvaarden. Als er een afwijzing plaatsvindt puur uit vooroordeel, of vanuit een traditionele, zelfs calvinistisch aandoende maar toch onbijbelse onzekerheid, dan is het nodig, dat de gemeente op dit punt zich corrigeert en zelfs bekeert en zich dieper en breder door de Schrift laat onderwijzen. Een juiste beoordeling van de profetie komt niet voort uit een aprioristisch vooroordeel, hetzij negatief hetzij positief gericht, maar vanuit een bijbelskritisch openstaan ervoor.
En dan hebben wij tenslotte ook nog erbij te bedenken, dat ook van hen, die vandaag met profetische woorden zich tot de gemeente richten, geldt, dat hun profeteren ten dele is. Ook dat maakt van de kant van de gemeente een positieve, maar tegelijk bijbels-kritische opstelling nodig.

Profetie en opwekking
Ik denk, dat als we zo het nu te presenteren boek van ds. H.O. Roscam Abbing ter hand nemen, wij er heel veel uit zullen kunnen leren, zowel wat betreft het verstaan van de Schrift als tegelijk ook van onze eigen tijd en eigen wereld en ook ons eigen leven. Maar ook zullen wij dan ontdekken, dat deze begenadigde prediker met heel Gods kerk in vele opzichten nog zag door een spiegel in een duistere rede. De volle openbaring van God wacht nog tot op die dag, wanneer wij Hem zullen zien van aangezicht tot Aangezicht. Maar het is juist het lezen en verstaan van de profetische woorden van de Schrift in hun gerichtheid op ons heden en onze toekomst, dat ons met te groter verlangen naar die dag doet uitzien. En zou dat laatste niet een van de belangrijkste drijfveren van de Geest kunnen zijn, die de gemeente brengt tot een waarachtige vernieuwing, een opwekking door en in de Geest?

C. Graafland, Gouda

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 december 1992

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

De profetieën beoordelen naar de Schrift

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 december 1992

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's