Zaligheid
Woorden van leven
Het woord 'zaligheid' is een van de woorden die het hart van het leven van Gods kinderen uitmaken. Het duidt op het heil dat God niet alleen aan Zijn volk geeft, maar dat Hij Zelf ook voor Zijn volk is. Het is het woord waar de naam van onze Zaligmaker alles mee te maken heeft, Jozua in het Oude Testament, Jezus 'want Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonden' (Matth. 1 : 31).
Wat is de eigenlijke betekenis van het woord 'hosjia', 'jesjua', in het Oude Testament? Men heeft het wel gemeend dat de grondbetekenis te maken had met 'ruim zijn', zaligheid zou dan betekenen: ruimte maken. De zaligmaker is dan: Hij die in de ruimte brengt. Nu is 'ruimte' zeker een van de noties van het heil. God Die ruimte geeft uit de benauwdheid, de banden van de dood. Alleen, daar zijn andere woorden voor. Het meest eigene van het woord zaligheid is niet dat het in de eerste plaats een verlossing is uit de benauwdheid, maar juist er midden in! 'Die in de nood een Redder is geweest.' Dat is ook het heerlijke en troostrijke van dit woord. Er is niet dan pas sprake van zaligheid als wij uit de nood zijn, maar dan al als God Zelf in onze nood Zichzelf openbaart.
Een van de hoofdstukken waarin deze betekenis duidelijk wordt is Exodus 14, de geschiedenis van de redding van Gods volk uit de hand van de Egyptenaren. Als het volk geen kant meer op kan, voor de zee, achter de vijand en links en rechts de bergen, dan komt God Zelf met Zijn wolkkolom. En dàt is al de zaligheid, die daarna zal resulteren in de wonderlijke doortocht door de zee. De zaligheid is er op het moment dat God intreedt voor Zijn volk om dat te redden. De betekenis is dat God te hulp komt, daar waar Zijn volk hopeloos verloren is.
Vandaar dat dit reddende ingrijpen zoveel juichend geprezen wordt in de Psalmen. Het valt daarbij op dat er vaak persoonlijke voornaamwoorden bij staan. Het is 'Uw zaligheid', het blijft iets van God Zelf, Zijn verschijning tot redding. Zaligheid is niet iets dat God los van Zijn persoonlijk optreden schenkt. Het is ook 'mijn zaligheid', de gelovige mag door Gods komst persoonlijk vastheid krijgen aan deze Rots der Zaligheid.
De Zaligmaker, Jezus Christus, is dus allereerst de Redder in de nood afgedaald, om ons er vervolgens ook uit te verlossen. De Heere Jezus is de Zaligheid Zelf. Als Simeon in de tempel het kind ziet binnendragen gaat hij zingen: Mijn ogen hebben Uw zaligheid gezien' (Lukas 2 : 30). God Zelf daalt neer in de zondenood en de dood van Zijn volk. Omdat Hij in de Zoon hun leven en zaligheid is zijn ze gered, en worden ze ook gered in de toekomende dag.
Zaligheid is zo dus ook bij uitstek een eschatologisch woord. God zal ook op de laatste dag glorieus intreden voor Zijn volk, voor allen die door het bloed van het Lam zijn gekocht en betaald. En zo blijft het een kernwoord in de eeuwige lofprijzing van God: 'Hallelujah, de zaligheid, en de heerlijkheid, en de eer, en de kracht zij den Heere, onzen God' (Openb. 19 : 1). Ja: 'Die God is onze zaligheid, wie zal die hoogste Majesteit dan niet met eerbied prijzen'.
M.A. van den Berg
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 december 1992
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 december 1992
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's