Om een ontmoeting van machtelozen
Enige stellingen naar aanleiding van de leer der verkiezing en verwerping zoals beleden in artikel zestien der Nederlandse Geloofsbelijdenis en de Dordtse leerregels.
1. Gelet op de zondeval, waarin wij moedwillig en in vrije keuze God de rug hebben toegekeerd, is God niet verplicht om enig mens te redden.
2. Gelet op de zondeval, zou het God volstrekt niet kwalijk genomen kunnen worden, wanneer Hij alle mensen in het verderf gelaten had, waarin ze zichzelf gestort hebben.
3. Als het God niet kwalijk genomen kan worden wanneer Hij alle mensen in het verderf gelaten had, dan is het Hem zeker niet kwalijk te nemen wanneer Hij een deel van de van Hem afgevallen mensen, omwille van hun eigen schuld, in het verderf laat.
4. God is rechtvaardig en wij mensen hebben dat in onze Schepper en Formeerder te erkennen.
5. Het is zuiver welbehagen dat God in Zijn barmhartigheid toch een deel van de gevallen mensen uitkiest tot zaligheid.
6. In zijn uitverkiezende liefde maakt God onderscheid waar geen onderscheid is.
7. Er is voor Gods uitverkiezende liefde geen enkele reden in ons te vinden, vandaar dat God verkoren heeft tot geloof en niet om het geloof.
8. Gods uitverkiezende liefde houdt in dat God enkel redenen uit Zichzelf genomen heeft. Het is daarom pure gunst van God.
9. Uitverkiezing zou willekeur zijn, wanneer God verkkoos om enige kwaliteit in de mens.
10. Gelet op het feit dat er in de mens na de zondeval geen enkele goede kwaliteit is overgebleven die hem Gods gunst waardig doet zijn, blijft er enkel welbehagen over.
11. Dat God rechtvaardig is in zijn verwerping en barmartig in zijn verkiezing, komt voort uit zijn eeuwige Raad en hangt samen met zijn souvereiniteit als God.
12. De souvereiniteit van God is door ons niet ter discussie te stellen.
13. De souvereiniteit van God houdt meer in dan enkel souvereiniteit van zijn genade en heil voor mensen.
14. De souvereiniteit van God leert ons dat Hij geheel vrij is in Zichzelf en dus enkel gebonden aan Zichzelf.
15. God heeft niets in Zich van enige vorm van despotisme.
16. Wij mensen dienen God God te laten en Hem, ook in zijn ondoorgrondelijkheid, te aanbidden.
17. 'Humanisering' van God is uit den boze.
18. In de leer van verkiezing en verwerping gaat het ten diepste om de aanbidding van God in zijn barmhartigheid en rechtvaardigheid.
19. De spits van de leer der verkiezing ligt in het zuiver houden van de glorie van God en het genade-karakter der genade.
20. De bijbel is gegeven om Gods verkiezende liefde in Christus geopenbaard, aan ons bekend te maken en in ons gestalte te geven.
21. In het 'kielzog' van Gods verkiezende liefde in Christus, maakt de bijbel ons de leer der verwerping als een decretum horribele bekend, zonder daarmee iets af te doen van het volstrekt algemene aanbod der genade.
Toelichting bij de stellingen
Op de vergadering van ambtsdragers te Putten van 21 november jl. was er in geen enkel opzicht sprake van enig machtsvertoon, ook al was het getal van de ambtsbroeders zeer omvangrijk. In grote zwakheid was men bij elkaar, uitsluitend steunend op de kracht van God en appellerend aan zijn verbond, terwijl de psalmen opklonken tot voor de troon van God. En nergens zijn mensen zwakker dan wanneer ze enkel het verbond van God en daarin Gods trouw, als pleitgrond overhouden.
Het gevaar is echter dat deze machteloze vergadering in Putten door het kerkelijk beleid en door anderen tegemoet getreden wordt in termen van macht. Men verzwijgt Putten of men zwijgt Putten dood of men maakt. Putten krachteloos door voorstanders te lijmen of over het paard te tillen of men maait Putten weg door beslissingen van getalsmeerderheid. Doch in al die gevallen wordt machteloosheid met macht beantwoord en worden twee geheel ongelijkwaardige grootheden tegenover elkaar in stelling gebracht. En het resultaat laat zich raden.
Het enig juiste is dat twee gelijkwaardige grootheden – zo u wilt: kleinheden – met elkaar in contact treden, nl. machteloze gereformeerde-bonds-ambtsdragers en machteloze opponenten. Machteloos, omdat ze alle kracht in zichzelf verloren hebben en enkel de steun en sterkte van de Heere en zijn verbond hebben overgehouden. Wat dat op zou leveren, deze tweeërlei machteloosheid? Het zou niet anders kunnen zijn dan dat de kracht Gods zich openbaarde in het vinden van elkaar op grond van Schrift en Belijdenis. Immers, de kracht van God alleen is het die wint, doch zijn kracht wordt wel in onze zwakheid volbracht. Mogelijk kost dat tijd, omdat retraite nodig is voor een bezinnende en louterende woestijn-periode. Doch wat is tijd wanneer we bedenken dat de bijbel ons oproept er mee te rekenen dat de Heere Jezus elke dag kan terugkomen? Het zou toch niet erg zijn dat Jezus terugkwam voordat Samen op Weg een feit is?
Waar ik voor wil pleiten is, kort gezegd, diepgaande bezinning in ootmoedig buigen voor en vertrouwen op God en Zijn Woord. Te verwachten is dat dan zal blijken dat wezenlijke verschillen minder snel glad te strijken zijn vanuit het oogpunt van de huidige stand van de leer en dat er dieper gegraven moet worden.
Het is mijn wens dat deze aangeboden stellingen exegetische en theologische diepgraverij bevorderen en dat door de Heilige Geest geheiligde Godgeleerden via hun ratio Christiana verder mogen helpen, zodat de breuk niet op het lichtst geheeld wordt.
R.H. Kieskamp, Leerdam
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 december 1992
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 december 1992
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's