De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Raken wij een Bijbels gegeven kwijt

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Raken wij een Bijbels gegeven kwijt

Over schuldbelijdenis (1)

10 minuten leestijd

Inleiding
Reeds enige maanden geleden vroeg de eindredakteur van ons blad eens wat te schrijven over schuldbelijdenis. Alvorens er dan iets op papier komt te staan, moet er eerst over het onderwerp nagedacht worden. Ook worden er verschillende boeken op nageslagen die iets over het onderwerp zeggen.
Mij daarop voorbereidend en oriënterend, kwam ik tot de ontdekking dat in de afgelopen tijd meerderen zich met dit onderwerp hebben beziggehouden. Als eerste noem ik onze eindredakteur zelf. In een boekje van zijn hand met als titel 'Gebeurt er nog iets?' wordt in een hoofdstuk uitvoerig en indringend geschreven over besef van zonde en schuld.
Ook in het dispuutsblad 'Dei Gratia' van de CSFR in Wageningen trof ik een artikel aan, waarin geschreven werd over schuldbelijdenis. De schrijver in dat orgaan sprak zijn bezorgdheid erover uit, dat er in de prediking nog maar weinig werd gesproken over schuld tegenover God en de naaste. Hij vroeg zich af òf wij nog wel weten wat schuld is èn of schuld werkelijk wordt beleefd.
Als derde werd ik door de tweemaandelijkse periodiek 'Kontekstueel' geconfronteerd met het aan mij door de eindredakteur aangedragen onderwerp. In het septembernummer liet ds. A. Kool mij al het een en ander lezen. Hij deed – om zo te zeggen – enig voorbereidend werk, want in het novembernummer van 'Kontekstueel' wordt er door verschillende scribenten over schuldbelijdenis in allerlei omstandigheden geschreven.
Of er nog andere publicaties in de afgelopen maanden zijn verschenen, waarin hetzelfde onderwerp werd behandeld, is mij niet bekend.
Toch maak ik uit de publikaties van de afgelopen tijd op, dat het onderwerp een zeer aangelegen zaak is. Ik denk dat dit terecht is, want ik kan mij vergissen, maar ik krijg de indruk dat er in het verleden niet alleen meer over schuldbelijdenis werd gesproken, maar dat de zaak ook veel meer werd beleefd dan in het heden. Om die reden wordt er waarschijnlijk van verschillende kanten aandacht voor deze Bijbelse notie gevraagd.
Op een pastorale manier is het mijn bedoeling om in een aantal artikelen hierover iets te schrijven. Het zullen geen diepborende wetenschappelijke artikelen zijn. Wel hoop ik dat zij diepborend in die zin zijn, dat ons hart erdoor bewogen raakt. Want schrijven over schuld en schuldbelijdenis is nog iets anders dan beleven. Het schrijven daarover kan zeer rationeel (verstandelijk) gebeuren, maar het beleven daarvan is maar niet alleen een zaak van ons verstand, doch niet minder van ons hart. 't Een sluit evenwel het ander niet uit. Waar er van echte schuld èn belijdenis sprake is, gaan verstand en hart samen. Men mg die dan ook niet van elkaar gescheiden zien.

Algemeen
Is er in de samenleving nog wel iets op te merken als schuld en schuldbelijdenis? 't Is niet helemaal juist gedacht, maar toch denk ik wel eens dat dit een 'Fremdkörper' geworden is. Een schaars artikel, dat het nooit zo best heeft gedaan, maar dat in onze moderne tijd het helemaal niet meer doet. 't Zal ongetwijfeld te maken hebben met de secularisatie van de samenleving alsmede met de individualisering daarvan. In de zestiger jaren zag prof. dr. H. Jonker de individualisering in kerk en samenleving reeds als een uitermate groot en dreigend gevaar. Na ruim dertig jaar krijgt hij volkomen gelijk. Wij leven in een tijdperk, waarin de mens zelf autonoom is. De mens is zijn eigen wet geworden. Heel platvloers wordt het wel eens zó uitgedrukt: 'ikke, ikke, ikke en de rest kan stikken'. 't Heeft iets in zich van wat Lodewijk de Zestiende reeds zei: 'après nous Ie déluge' (na ons de zondvloed).
Kloos dichtte al: 'Ik ben een god in 't diepst van mijn gedachten'. Het gevolg daarvan is helaas bij een zeer groot deel van ons volk op te merken. Het geloof in God, de Schepper van hemel en aarde, is bij hen weggevallen. De geopenbaarde wil Gods, d.i. de wet Gods is daarmee óók verdwenen. De autonomie staat hoog in het vaandel. Ik denk, ik vind, ik weet, ik heb… staan hoog genoteerd. Niet wat God denkt, vindt etc…! 't Is te begrijpen, dat er nog maar weinig van schuld sprake is als alles draait om de mens als individu. In het gunstigste geval zal dit gedaan worden als er nog van enige relatie tot een ander sprake is. Wanneer men de ander verongelijkt heeft, kan men dan nog wel eens over de brug komen met woorden als 'sorry' en 'het spijt mij' of 'wat vind ik het vervelend dat ik je benadeeld heb', maar welke inhoud men aan zo'n 'schuldbelijdenis' precies moet geven, is niet helemaal duidelijk. Van een schuldbelijdenis in Bijbelse zin kan men niet spreken. Dat is in bepaalde zin wel te begrijpen. Immers, men weet niet wat zonde is. De grondbetekenis van het woord 'zonde' wordt niet gekend, nl. dat iemand zijn doel mist. En wat is ons doel? Tot welk doel heeft God ons geschapen? Er is geen ander antwoord dan 'tot Zijn eer'. In de schepping stond de 'gloria dei' centraal. Zo is het ook in de herschepping en zo zal het zijn in het eschaton (de dag van Jezus' wederkomst).
Van zonde en schuld tegenover God (dit laatste gaat dieper dan het eerste) is geen kennis. De mensen in het heden maken zich drukker om de ozonlaag dan over zonden die tegenover God zijn begaan. Natuurlijk, in de middeleeuwen en ook nog wel daarna – zo wordt wel gezegd – maakte men zich daarover druk. De mensen hadden niets anders aan hun hoofd. Er was in zekere zin nog sprake van de 'heelheid van de schepping'. Echter… dat is in onze tijd niet meer het geval. Het milieu met daarin de ozonlaag vraagt al onze aandacht. Dat dit alles te maken heeft met zonde en schuld komt bij het collectivum (de massa van ons volk) niet op. Zonde en schuld tegenover God Die de Schepping 'heel' heeft 'opgeleverd'.
Naast het milieu waarvoor men zich inspant, is ook het rassisme een 'hot item'. In Duitsland krijgt men duizenden mensen op de been om tegen rassisme te protesteren. Terecht wordt dit gezien als een verfoeilijk verschijnsel. Maar verder dan een verfoeilijk verschijnsel komt men niet. Er wordt niet ingezien dat het zonde is tegenover God èn tegenover de naaste. 't Valt daarom te vrezen dat dit verschijnsel nooit uit te roeien zal zijn, zolang het niet als zonde wordt beleden. Dit laatste niet alleen tegenover hen die gediscrimineerd worden, maar niet minder tegenover God! Mijn conclusie op grond van wat ik hierboven heb geschreven is, dat er onder het grootste deel van ons volk ('t is evenzeer uit te breiden naar de gehele wereld) vrijwel geen besef van zonde en schuld is in de Bijbelse zin van het woord.
Kon men in het verleden nog wel spreken van een vaag collectief besef daarvan vanwege het beslag dat de Schrift op de mensen legde, in het heden is dat voorbij.
Let wel: ik zeg niet dat het collectieve besef van zonde en schuld tot zaligheid is geweest. Wat dat betreft moeten wij het verleden niet verheerlijken. Wel is het juist als men stelt, dat juist vanwege dat min of meer collectieve besef men daarop was aan te spreken. Zelfs dit laatste is in het heden verdwenen.
De moderne mens is indifferent (onverschillig) voor God en daarmee voor zonde en schuld. Men kijkt niet verder dan men voor ogen heeft. Alleen deze werkelijkheid is voor hem van belang. Een werkelijkheid buiten deze bedeling bestaat er niet.
Van de moderne mens moet gezegd worden, dat zijn wereldbeeld zeer klein is. Van transcedentie heeft men nog nooit gehoord òf wil men niet horen.
Men zal begrijpen dat het moeilijk is om het leven van de moderne mens transponant (doorzichtig) tot op God te maken. Vooral evangelisatiemedewerkers stuiten keer op keer op het indifferentisme. Steeds opnieuw staan zij voor de vraag: hoe kunnen wij door die onverschilligheid heenbreken? Immers, alleen wanneer het leven van ons mensen doorzichtig gaat worden tot op God, zullen wij weten wat zonde en schuld tegenover de Heere en onze medemens is.
Ik ben het met een lezer van harte eens als hij zegt dat voor dit alles het werk van de Heilige Geest nodig is. Toch moet niet vergeten worden, dat de Heilige Geest middellijk werkt. Al is het waar dat Hij het Woord doet landen in het hart, maar dat doet de Geest doorgaans niet 'zomaar'. Daarvoor maakt Hij gebruik van middelen die door mensen worden gehanteerd.

De kerk
Na enige omtrekkende bewegingen te hebben gemaakt, kom ik nu bij het zondebesef en de schuldbelijdenis in de kerk. Hoe staat het daarmee? Is er een verschuiving vergeleken met vroeger op te merken? Wordt deze Bijbelse notie nog wel volledig uitgedragen? Wat meer is: wordt zowel door de dienaar des Woords als door de gemeente beleefd wat het inhoudt, schuldenaar voor God te zijn? Dit laatste gaat nog wel iets dieper dan dat men weet zonde begaan te hebben. Schuldbelijdenis gaat dieper dan zondebesef. Niet dat ik die twee tegen elkaar uitspeel. Dat in geen geval. Ik moet zeggen, dat de schuldbelijdenis het gevolg is van het zondebesef. Daarop ga ik nu verder niet in. Dat komt nog in één van de volgende artikelen.
Kort samengevat: wordt het kermen over de zonden (Psalm 6 en Psalm 38) nog wel onder ons gevonden, maar dan ook die hartelijke schuldbelijdenis die wij onder andere in Psalm 51 lezen?
Enige jaren geleden schreef ds. T. Poot in een artikel, dat hij nog zo weinig mensen hoorde kermen. Dat was in een artikel waarin hij in gesprek was met de Gereformeerde Kerken. Gesteld dat hij dit artikel opnieuw zou schrijven, zou hij dit dan ook van de gereformeerde gezindte in onze kerk kunnen schrijven? Wellicht zelfs ook van alle kerken die met de afscheiding zijn meegegaan? Ik vraag maar, ik beschuldig niemand. Want als ik met één vinger naar een ander wijs, doe ik dat nog altijd met drie naar mijzelf.
't Moet gezegd worden, dat er in menige preek over de zonde wordt gesproken. De anecdote zal wel een kern van waarheid bevatten, die ons vertelt dat Jantje op de vraag, waarover dominee had gepreekt, als antwoord gaf: 'pappa, de dominee heeft over de zonde gepreekt'. 't Is te hopen dat Jantje er ook nog bij verteld heeft, dat de dominee heel veel goeds van de Heere Jezus heeft gesproken. Anders bleef die dominee toch wel ernstig in gebreke. 'k Wil met dit alles maar zeggen, dat er onder ons als de tekst dat expliciet ingeeft, heus nog wel over de zonde wordt gesproken. Met name over de zonde tegenover God en de naaste! Daarover behoeven wij ons niet op de borst te kloppen en ons te beroemen op onze rechtzinnigheid, want daarvoor is geen enkele reden. Wel moet gezegd worden, dat het weldadig aandoet, een preek te horen, waarin niet zozeer de zonde in de structuren wordt gezocht, als wel in de mens die de 'maker en ontwerper' van zondige structuren is. De mens wordt dus persoonlijk op de zonde aangesproken.
Ook komt het in de prediking onder ons voor, dat er nog wel nadruk wordt gelegd op zondekennis. De vraag is wel: hoe functioneert dat in de prediking? Hetzelfde geldt ook voor de schuldbelijdenis in 't geheel van de liturgie. Is er wel sprake van schuld, zodat de genade verkondigd kan worden? En hoe staat het met het heel persoonlijk zondebesef?
(Wordt vervolgd)

G.S.A. de Knegt, Barneveld

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 december 1992

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Raken wij een Bijbels gegeven kwijt

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 december 1992

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's