Heeft de kerk nog iets te zeggen (3)
Kerk en realiteit
Sommige ouderen hebben er maar weinig begrip voor als ze vanaf de kansel worden meegenomen naar de realiteit van het leven: naar de terreinen van seks, relaties, muziek, sport, gewetensvragen, enz. Men kan zich gechoqueerd voelen als men geconfronteerd wordt met de harde werkelijkheid. Breedvoerige afkeuring van de preek kan in dit verband wel eens te maken hebben met een stuk onzekerheid en angst. 'Mijn kind doet zoiets niet. Die luistert altijd naar orgelmuziek, het interesseert hem totaal niet als er op het werk over een tophit of de voetbaluitslagen wordt gesproken. Mijn kind gaat zaterdagsavonds netjes naar het open jeugdwerk, bidt en dankt op zijn werk zoals het hoort en stelt zich natuurlijk principieel op als het erop aan komt, kortom: hij of zij is werkelijk geheel anders'. Tenminste: zo wenst men het. Dat de realiteit wel eens veel schokkender kan zijn, kan men vaak nauwelijks geloven of daar denkt men liever niet zo over na. Maar het is wel eens goed om in de kerk behoorlijk wakker geschud te worden.
Kerk en interesse
Het klinkt wellicht chargerend, maar je zult ze de kost moeten geven, die in hun gedachtenwereld al lang afgerekend hebben met de kerk. Je ziet het aan hun gezichten. Ze zitten er om hun ouders een plezier te doen. Al zijn er goede uitzonderingen, een behoorlijk aantal jongeren leidt een verloren leven buiten de kerk, los van het Woord, en ze gaan een verloren toekomst tegemoet. Ze zijn hun stuur kwijt en worden soms nog door één gedachte in beslag genomen: geld, goed en genot; seks, drank en drugs. Dat kun je lang voor je ouders verborgen houden. Geleidelijk aan vervreemd je van het Woord, vooral als dat je niet aanspreekt. Als er geen moeite wordt gedaan om je er bij te betrekken. Echt: onze kinderen zijn geen heiligen. Hebben we wel eens in de wandelgangen gelopen van een christelijke of reformatorische school? Hebben we het taalgebruik aangehoord? Het is misschien minder erg dan op een openbare school, maar vele ouders zouden schrikken van hun eigen 'kroost'. Hebben we wel eens in sommige agenda's gekeken van onze 'christelijke' jeugd? Hebben we wel eens een les bijgewoond bij een leraar die niet zo goed orde kan houden na een serieuze godsdienstles? Hoe zou het hart van menig kerkelijk meelevend oudere ineenkrimpen, als we de leerlingen horen spreken over de wijze waarop ze de kerkdiensten beluisteren en waarderen. Heel veel preken blijken totaal over hun hoofden heen te gaan. Ze begrijpen soms niet eens wat er gezegd wordt of wat de strekking van de preek is.
Kerk en gesprek
Zou er thuis wel over gesproken worden? Of met de predikant? Een voorbeeld: een leerling die behoorlijk negatief over de zondagse kerkgang deed, werd door de leerkracht het advies gegeven, dat hij er op de catechisatie maar eens met zijn predikant over moet spreken. Het antwoord was, dat de betreffende dienaar van het Woord daar geen ruimte voor gaf en kwaad werd als hij het hele uur niet alleen aan het woord kon zijn. We voelen hopelijk wel aan, dat het zo niet kan. Want heeft de kerk dan nog iets te zeggen, als er geen ruimte is voor het gesprek?
Kerk en inkeer
We moeten ons als ouderen voortdurend onder kritiek stellen. De belangrijkste vraag is of Christus wel in ons eigen hart leeft. Natuurlijk: de Heilige Geest is het die de harten bekeert, ook van onze jongeren. Maar verwachten we het meer van ons eigen zeggen en doen, dan van de Trooster der Kerk? De Koning der Kerk is het, die Zelf Zijn Gemeente bewaart. Maar is dat een vrijbrief om zelf aardsgezind te zijn? Een zakenman stelde, dat hij zegen ontvangt op zijn werk door consequent te zijn. B.v. ten aanzien van de zondagsheiliging als hij in het buitenland is. Het dwingt respect af als we ons niet schamen voor ons christen-zijn.
Ook onze jongeren mogen best weten wat ons beweegt. Maar wees wel consequent! Ook zelf, b.v. in de kerkgang, bij de 'huisdiensten' aan tafel. Laat merken, dat het u menens is. Dat Christus een levende werkelijkheid voor u is! Er dient een vaste lijn uitgezet te worden in de opvoeding, met als drijfveer de liefde van God, die we persoonlijk ervaren hebben. Dit laatste bewaart voor een ongezonde 'bekrompenheid'.
Kerk en oor
We hebben de opdracht om werkzaam te zijn voor Gods aangezicht. Vooral niet krampachtig, maar wel biddend, wakend, worstelend en… luisterend! Hoe is het gesteld met ons open oor in de binnenkamer? En als het geloof uit het gehoor is, dienen we op zijn minst ons best te doen om het Woord tot de oren van onze jongeren door te laten dringen. We hebben onze verantwoordelijkheid. We zullen er in de dag des oordeels op aangesproken worden. We hebben een roeping als ouderen, predikanten, ambtsdragers (ook op huisbezoek), jeugdleiders enz. niet alleen om te doen wat onze hand vindt om te doen, maar ook om te horen wat ons óór tegenkomt. Een luisterend oor kan wel eens van meer belang zijn dan een sprekende mond, die telkens in de rede valt. We moeten onderzoeken wat de jeugd beweegt. We willen toch ook dat er naar òns geluisterd wordt? En zei Filippus niet tegen de kamerling: 'Verstáát gij ook, hetgeen gij leest?' En Filippus deed zijn mond open. Door luisterend te spreken heeft de kerk wel terdege iets te zeggen. Veel zelfs. Meer misschien dan we wel eens denken. Laten we proberen wat minder voor onze beurt te spreken!
T. Wegman, Wijngaarden
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 december 1992
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 december 1992
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's