De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Onze catechismusprediking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Onze catechismusprediking

9 minuten leestijd

Zou het waar zijn, dat de catechismusprediking onder ons schaarser wordt? Ons bereiken zo nu en dan wel eens berichten, dat in den lande de catechismusprediking gemakkelijk onderbroken wordt, door themadiensten vervangen. Anderzijds horen wij wel, dat één enkele zondag uitvoerig in stukjes wordt geknipt, de ontleding overheerst de samenvatting van verschillende elementen tot een hogere eenheid. Vrijwel nergens bestaat meer de gewoonte in één jaar met de catechismus rond te komen. Nu brengen wij daartegen ook geen bezwaar in. Er is altijd wel een vacaturebeurt te vervullen, er komt een vakantiezondag tussendoor. Maar wij achten het ernstiger, wanneer men zich aan persoonlijke willekeur overgeeft en de catechismus in het geheel niet preekt, of deze zo incidenteel naar voren brengt, dat men na een viertal jaren nog maar éénmaal is rondgekomen.


Uiteraard zijn in meermansgemeenten niet altijd gewenste regels te handhaven, maar gaan wij nu eens uit van éénmansgemeenten – er bestaat bij jonge predikanten een zeer verklaarbaar opzien tegen 's zondags tweemaal preken. Het is ook werkelijk geen kleinigheid iedere zondagmorgen tot de gemeente te moeten spreken. Menigeen acht de tijd van één week bijna te kort om een goede preek te kunnen maken. En dan twee preken! En de tweede nog wel een catechismuspreek! Vaak is de opkomst ook niet bemoedigend, de weerzin van de gemeente tegen deze predikitig laat zich horen, het individualisme speelt een rol. Geen wonder dat er op plannen wordt gebroed de tweede dienst een andere inhoud te geven.


Wij zouden willen aanraden geen moeite te doen om de vaste gewoonte van de catechismusprediking af te schaffen. Het is goed als predikant ook onder een stevige regelmaat te verkeren. Themadiensten lijken wel mooi, maar zij zijn te ondiep. Het is trouwens de vraag of ze de catechismus kunnen evenaren. Laten wij ons individualisme geen gehoor geven, maar de taak van de catechismusprediking met moed aanvatten. Met Gods hulp zullen wij daarin slagen. Weet u wat het geval is? De catechismusprediking is van onberekenbaar nut voor onze eigen vorming. Wanneer wij die trouw, in telkens afwisselende vorm en samenstelling, ter hand nemen, leidt ze ons steeds dieper in in de kennis van de leer van het geloof. Ze bekwaamt ons tot al helderder formulering van de leerstellingen. Er is bovendien nog een andere constatering: de plicht tot de gedurige catechismusprediking verleent ons de bekwaamheid rijker en vruchtbaarder toepassing van de waarheid op het leven te geven. Vrije tekstkeuze vertoont zo licht een eenzijdig karakter. In de catechismusprediking komen al de hoofdgedachten van de Schrift tot haar recht. Ze worden in de zuivere verhouding tot elkaar gebracht. Het ene leerstuk overwoekert het andere niet. Daar heerst de evenmaat van het geloof.


Daar komt nog wat bij. Voor onze catechisaties, voor ons verder ambtelijk werk hebben wij er grote zegen van, dat wij de catechismus hebben doorgewerkt zonder één enkele zondagsafdeling te hebben overgeslagen. Het is dringend nodig, dat onze dogmatiek met de gemeente in aanraking komt. Wij grasduinen wel eens te veel in één bepaald onderdeel van de dogmatiek. Brengen een bepaald onderdeel telkens weer naar voren en laten andere delen verwaarloosd liggen. Dat is niet goed. Wij moeten de gehele dogmatiek dienen en deze aan het menselijk hart neerleggen. Het zal dan telkens weer blijken hoe eenzijdig wij ook in het geloof leven. Er zijn zelfs onderdelen aan de geloofsleer, die nooit aan de orde komen in de gemeente.


Wij komen van de universiteit en onze dogmatiek ziet er dan dikwijls vreemd uit. Bij de één is 't meer wijsbegeerte dan dogmatiek, bij de ander zijn 't enige brokstukken, waartussen alle samenhang ontbreekt, bij de derde kritiek genoeg op de oude leerstukken, maar zeer weinig vastheid in het positieve. Men weet soms beter hoe het niet is, dan hoe het wel is. Hoe eerder hoe beter dient er orde geschapen te worden in die leerstellige chaos. Geen beter middel dient daarvoor, dan de verplichte prediking over de leer van onze kerk. Deze is neergelegd in de Heidelbergse Catechismus en deze sluit zich telkens aan het christelijk leven aan. Bovendien – wie studie maakt van de belijdenisgeschriften der kerk ontdekt ook hoezeer de heersende modetheologieën een demagogische invloed kunnen uitoefenen. Hij leert hoe het klassieke belijden geldig is voor alle eeuwen. Het is precies als of hij in een gotische kathedraal wandelt. De hoge booggewelven streven naar omhoog. Maar het straatrumoer van de dag dringt er niet door.


En – is ervoor pas afgestudeerde predikanten soms wel eens iets in de catechismus, dat zij anders zouden hebben geformuleerd, later komen ze soms toch tot het inzicht, dat de opstellers juister hadden gezien dan zij. Het doel van die prediking is de opbouw van de gemeente. Het gaat dan niet aan onze verlichte ideeën daarbij ter sprake te brengen. Trouwens, collega Exalto heeft in zijn boekje 'De enige troost', Inleiding tot de Heidelbergse Catechismus, Kampen 1989 (2e druk), de catechismus wel zo bekwaam onderzocht op het punt van zijn boodschap, dat het moeilijk is te beweren, dat de catechismus uitgediend zou zijn. Helaas – ons leerboek staat nu eenmaal bij een groot deel van onze gemeenten in discrediet, maar dat is veelmeer vanwege onkunde dan vanwege bekendheid met zijn boodschap. Reden te meer de catechismuspreek met vuur en verve te brengen en te verdedigen.


Maar terzake – de geregeld voorgezette catechismusprediking bewaart ons er voor telkens weer onze geliefde stokpaarden te berijden. Het is nu eenmaal zo: de ene dominee spreekt telkens over de verkiezing, de andere houdt telkens de bekering aan, de derde spreekt enkel over de ellende, de vierde raakt alleen het praktische christelijk leven aan. Door de ons opgelegde catechismusprediking zijn wij verplicht om die lievelingsdenkbeelden in een doos op te bergen voor een tijd. Wij worden op ongezochte manier er toe gebracht om te erkennen, dat de gemeente nog wel aan iets anders behoefte kan hebben dan aan onze speciale lievelingsdenkbeelden. De diepst meelevende gemeenteleden zijn altijd getroost geweest door de catechismus en bijgevolg heeft de gezette prediking ervan dit leerboek daar ook de grootste waardering.


Het is wel waar, dat sommige delen van de catechismus de uiterste inspanning vergen. Zes zondagen handelen over de sacramenten. Wie er zich in stort, zal er niet zonder zegen uitkomen en gewapend zijn om ook de actuele vraagstellingen te kunnen beantwoorden. En wat geven de zondagen over de tien geboden niet een rijke stof! Om van de behandeling van het gebed des Heeren maar te zwijgen. Wij moeten aan de hand van de catechismus dan dogmatiek studeren, maar niet minder ethiek. Juist deze stukken bieden een uitnemende gelegenheid de belijdenis van onze vaderen voort te zetten en te ontwikkelen bepaald met het oog op de vragen van onze tijd. Het is zelfs zo, dat de kennis van de catechismus de dogmatische structuur van de vrije stofprediking ten goede komen zal. Leg maar eens een willekeurig deel van de Schrift uit en vraag daarna eens of de hoofdgedachte van dat Schriftgedeelte ook aangestipt wordt in de Heidelbergse Catechismus en tien tegen één zult ge vinden, dat de catechismus in staat is aan dat Schriftgedeelte een praktikale inslag te geven. Het komt de toepassing van de preek ten goede.


Het is een oude regel, dat de prediker bij de verklaring van de Schrift ook ten rade moet gaan bij de belijdenis van de kerk. De dienaar van het Woord is tevens dienaar van de kerk en hij mag niets verkondigen, dat in strijd is met de confessie die door de kerk is aangenomen in overeenstemming met Gods Woord. Zich aan de belijdenis te oriënteren biedt ook nog een ander voordeel: het werkt bevruchtend in bij het indenken van de Schriftgedachten en leert die beter verstaan. De belijdenis van de kerk geeft breder vlucht aan de tekst. Wie bijvoorbeeld preekt over de dienst van Johannes de Doper in Lukas 1 : 16 en 17 en daarover mediteert komt vanzelf terecht bij zondag 44. Daar wordt gevraagd: waarom laat ons dan God alzo scherp de tien geboden prediken, zo ze toch niemand in dit leven houden kan? Het moet gebeuren om een recht inzicht te krijgen in de ernst van onze zonden. Maar ook opdat we ons voor God verootmoedigen en de vergeving der zonden en de gerechtigheid van Christus zoeken. Zien wij hier niet Johannes' dienst precies?


Wij weten wel, dat er heel wat bezwaren tegen de catechismusprediking worden ingebracht. Wij zouden die bezwaren wel eens willen bestrijden, maar zullen dit nu niet doen. De argumenten tegen de catechismusprediking zijn voor een goed deel toe te schrijven aan het feit, dat de meeste christenen meer bij het gevoel dan bij het geloof leven. Hiermee hangt samen de neiging tot meer variatie, dan in de altijd vaste gang van de catechismus wordt geboden. Al weer – wij moeten ons bedwingen de bezwaren tegen de catechismusprediking te beantwoorden. Dat kan voorlopig althans blijven rusten.


Eén ding staat vast. De dogmatiek voert heden ten dage wel eens een wat schimmig bestaan. Het is een gezegende arbeid, wanneer de jonge predikant zich genoopt ziet, zich eens in te leven in de gedachtenkring van onze gereformeerde dogmatiek, zoals die in de Heidelberger is neergelegd. Hij zal voor zichzelf tot klaarheid moeten zien te komen aangaande stukken, waaraan hij anders misschien weinig aandacht zou hebben geschonken en die toch van hoog belang zijn.


Gaandeweg wordt het een genot over de catechismus te mogen preken en naar gelang van de vatbaarheid en de behoefte der hoorders uit de rijkdom van het leerboek dat mee te delen, wat het meest voor hen een zegen zal bieden. Het gaat er dan wel om de taak manmoedig te aanvaarden met het hoofd naar Boven. Zich niet te verliezen in een zee van boeken. Zich keer op keer te beperken tot de aan de orde zijnde stof Wie jong begint, vindt het in de ouderdom nog een vreugde.

A. van Brummelen, Huizen

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 december 1992

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Onze catechismusprediking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 december 1992

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's