'Geen plaats in de herberg'
Lukas 2 : 7b
Op een gemeenteavond ergens in het land waar ik moest spreken over het Missionair Diakonaal Centrum 'De Herberg' zei tijdens de vragenronde ineens iemand: 'En als er nu geen plaats is in De Herberg, dominee, waar moeten mensen dan naar toe'. Tegelijkertijd herstelde hij zich en zei: 'Ik wil die zin eigenlijk niet gebruiken in dit verband: "Geen plaats in de herberg" slaat teveel op de komst van de Heere Jezus. Ik bedoel: "Gaat u een wachtlijst aanleggen als er teveel mensen gebruik willen maken van "De Herberg" '.
Nu ik deze overweging neerschrijf heb ik ook dezelfde neiging als die man. Roept de tekst niet teveel ongewenst associaties op? Toch is het goed om dat woord te laten klinken in het verband van het projekt. En wel om de volgende redenen.
In 1991 hebben we in Nederland 9 miljard besteed aan het Kerstfeest. Daarbovenop kwam ook nog 50 miljoen voor vuurwerk tijdens de jaarwisseling. Ook in ons land verschijnt er ineens zo'n vreemde man met een grote rode geknakte muts op met een witte pluim eraan. Ineens geven Nederlanders elkaar kerstcadeautjes. En mensen die niet veel op hebben met Sinterklaas geven elkaar ineens duurdere gebruiksartikelen als cadeau op kerstfeest. Er wordt volop kerstfeest gevierd. Tot in de straat en de grote warenhuizen klinken de kerstliederen.
Geen plaats in de herberg…? Geen plaats voor Christus op deze aarde…? Het lijkt wel alsof er niets zo welkom is als de komst van het Kerstkind.
Och, alles wat wij van het kerstfeest maken is nog geen kerstfeest.
Kerstfeest is immers een zaak van Goddelijke en hemelse orde. Daar gaat het om.
De Heere God maakt een insnijding in de tijd en in het gebeuren van mensen en plaatst middenin de wereld een kribbe en legt daarin een Kind.
De Heere God is aan het werk geweest en dàt alleen maakt Kerstfeest tot een feest.
Een feest waarin het grote en beslissende heilshandelen van God centraal staat.
En dàt feest krijgt nu niet de contouten van de herberg (dat is van deze verfijnde – nochtans zondige wereld) maar van de stal (dat is van deze ruige – en eveneens zondige wereld).
Voor dit Kind geen pracht en praal.
Maar doeken – als teken van de eenvoud en de armoede.
De ergernis aller tijden
Christus is zó één met ons geworden eerst in al onze zonden en het daaraan verbonden oordeel, dat Hij alles wat van ons was en is aangenomen heeft.
Hij heeft de heerlijkheid bij de Vader verlaten en de nederigheid van de stal gekozen. Waarom?
Om te redden. Zondaren van het verderf. Als er nu staat dat er 'geen plaats was in de herberg' dan geeft dat aan dat van huis uit niemand plaats heeft voor de Heere in de herberg van zijn of haar leven.
Er is geen plaats voor Hem bij de geseculariseerde Nederlander. En bij ons als kerkgangers? Is er plaats voor Hem in Uw leven? Of zijn er vergrendelde deuren, en gesloten harten?
Dat kan.
Het kan dat alle liefdevolle woorden bij u afketsen als op een harde wand vanwege alles wat er in het leven is. U kunt zoveel meegemaakt hebben. Zo teleurgesteld zijn in mensen.
Moeten we daardoor de moed verliezen?
Nee!
Weet u waarom niet?
Omdat de Heere zijn eigen werk voortzet. Hij heeft Zelf plaats gemaakt. Geen Herberg, dan de stal. Maar Zijn werk gaat door.
Toen al. Vandaag evenzeer.
Er is ook vandaag een grote kwartiermeester bezig, die ruimte maakt voor Christus. Die kwartiermeester is de Heilige Geest. Die Geest maakt plaats waar geen plekje voor Christus is. Die Geest schept ruimte in de harten van zondaren.
Zo komt er plaats voor Hem voor Wie 'geen plaats was in de herberg'.
Het geheim nu van de kinderen van God in deze wereld is dat ze verwonderd zijn dat de Heere Zelf plaats gemaakt heeft. En dat Hij door de krachtige werking van Zijn Geest daar – vandaag mee doorgaat. 'God, wien hemelen niet binden, wil in uw hart een herberg vinden' zingt een oud lied. Het werk van de Heere God toen en daar staat niet in mindering op de noodzaak dat er ruimte – herberg – zijn in ons hart.
Zó worden de kinderen van God in deze wereld geleid door de Geest van God. En die Geest drijft uit naar Christus in een wereld als de onze waar iedereen voor zichzelf op komt. Waar het individualisme hoogtij viert. Waar we de deuren van ons leven vaak op slot hebben naar elkaar toe. Letterlijk met dievenklauwen en security systems en figuurlijk door geen oog voor elkaar te hebben.
Wie over Gods liefde in het zenden van Zijn Zoon Jezus Christus verwonderd mag zijn wil niet anders dan meegenomen te worden in de beweging van Gods liefde voor mensen.
Dan komt de herberg in je leven terug.
Hij vond geen plaats bij ons, maar wij vinden wel een plaats bij Hem.
Ik was de vrede kwijt, maar ik heb ze weer gevonden bij Hem. Ik was de rust kwijt, maar ik vond bij Hem rust voor mijn hart. Ik werd door de zonde benauwd, maar Zijn bevrijdende kracht kwam in mijn leven. Ik was God kwijt, maar in Hem ontmoette ik God. Ik was innerlijk moreel gewond maar vond bij Hem genezing.
Ja, dan is er de herberg in je leven.
En die gun je ook aan anderen.
Dan zal je het goede zoeken voor hen 'die verdwaald in heg en steg, geen rust geen ruimte meer kunnen vinden'.
Ja, waar wijzelf in ons leven hebben ontdekt dat er ook bij ons van huisuit geen plek voor de Heere was in ons gesloten hart, daar zal – uit grote dankbaarheid en verwondering – voortgegaan worden met de verkondiging van de boodschap van de geboren Koning. Dan dringt de liefde Gods ons.
Gewoon op de plek waar je leeft.
Als ouders.
Als opvoeders.
Als gemeenteleden.
Misschien bent u heel alleen.
Kunt u geen taak bedenken voor uw leven. Hier ligt uw taak. Gedrongen door de liefde Gods bezig zijn Deze Naam verder te dragen. In woord en daad.
Die liefde is zo concreet dat ze in het hier en nu van ons bestaan gestalte wil krijgen. In vriendschap naar anderen. In het je toeleggen op gastvrijheid. In het openstellen van je intieme leefwereld voor anderen. Herbergzaam-zijn heeft vandaag alles te maken met vluchtelingen en asielzoekers. Met landgenoten – soms in je eigen straat en familie – die aan de zelfkant van het leven terecht gekomen zijn. Het heeft te maken met jongeren die het in onze kille, onpersoonlijke samenleving niet kunnen volhouden. Waar vinden ze een plek om van hart tot hart te kunnen praten?
Ligt er in het zoeken naar vormen van herbergzaamheid niet een geweldige mogelijkheid in de vorm van gast- en pleeggezinnen?
Die man op de gemeenteavond sprak liever over een 'wachtlijst'. In alle eerbied gesproken: zo'n lijst heeft de Heere God ook. Hij zegt: 'Zie, Ik sta aan de deur en Ik klop…' Waartoe? Opdat voor het eerst of opnieuw Hij herberg vinde in uw hart en wij gaarne herbergzaam zouden zijn.
Kerstfeest A.D. 1992
G. de Fijter, Haren
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 december 1992
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 december 1992
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's