Gezonden om te behouden
'Want God heeft Zijn Zoon niet gezonden in de wereld, opdat Hij de wereld veroordelen zou, maar opdat de wereld door Hem zou behouden worden.'Joh.3 : 17
't Was nacht in Bethlehems dreven. Maar niet zo maar een nacht. Het was 'de volheid des tijds'. Toen ging de hemel open en God openbaarde zich. Hij daalde neer. Hij werd mens. Het was donker. De herders hielden de nachtwacht over hun kudde. Het was ook op een andere manier donker. Geestelijk donker. Jesaja profeteerde al, dat er een groot licht zou komen. Maar het schijnt in de duisternis. 'Het volk, dat in de duisternis wandelt, zal een groot licht zien; degenen, die wonen in het land van de schaduw des doods, over dezelve zal een licht schijnen' (Jes. 9 : 1). Dat licht kun je pas goed zien tegen de achtergrond van de duisternis. Dat geldt ook voor het kerstlicht. Het schijnt in de duisternis. Toen en nu. En die duisternis is in zijn wezen beschreven door Paulus in Ef. 4 : 18 – 'Verduisterd in het verstand, vervreemd zijnde van het leven Gods, door de onwetendheid, die in hen is, door de verharding in hun hart.' Dat is een beschrijving van de heidenen, maar in de dagen van Jezus' geboorte was Gods verbondsvolk er niet veel beter aan toe en ten diepste geldt dit van ons allen van nature. Duisternis betekent vervreemding van God. Zonder God zijn. Toen de Heere neerkeek vanuit de hemel op de mensenkinderen hier op aarde, om te zien of er iemand was, die God zocht, en die verstandig was, heeft Hij er niet één gevonden. Allen zijn ze afgeweken. Er is niemand die goed doet, ook niet één (Psalm 14 : 2, 3). Wat kun je dan verwachten, wanneer de Heere de hemel opent en zich openbaart? Zal dat dan niet zijn om Zijn toorn en gramschap uit te storten op de mensenkinderen? Zal dat dan de dag zijn, waarvan Zefanja schrijft: 'Die dag zal een dag der verbolgenheid zijn; een dag der benauwdheid en des angstes, een dag der woestheid en verwoesting, een dag der duisternis en der donkerheid…' (Zef. 1 : 15)?
Zal de hemel opengaan en zal de Heere dan eindelijk vergelden de ongerechtigheid van de mensen op aarde? Zal dat het moment zijn, waarvan we zingen in Psalm 2 : 6 (ber.) 'Wanneer Zijn wraak, getergd door uw gedrag, u, onverhoeds, zou door haar gloed verteren, tot staving van Zijn lang gehoond gezag'?
Als de Samaritanen Jezus niet willen ontvangen, omdat Hij op weg is naar Jeruzalem, stellen Jakobus en Johannes voor om vuur uit de hemel te laten komen, om deze Samaritanen een afstraffing te geven. Dan zegt Jezus: 'De Zoon des mensen is niet gekomen om der mensen zielen te verderven, maar om te behouden.' En in Joh. 3 : 17 zegt Jezus, dat het nooit de bedoeling van de Vader geweest is, om Zijn Zoon in de wereld te zenden, om door Hem de wereld te veroordelen, maar juist om de wereld te behouden. Midden in de duisternis, wanneer alles rijp is voor het oordeel, gaat de hemel open en schijnt het licht. En er komt een engel, die zegt tot de herders, die vreesden met grote vreze: 'Vreest niet!' Waarom niet? Omdat God niet komt om de wereld te veroordelen, maar Hij zendt Zijn Zoon om de wereld te behouden.
Het gevaar is groot, dat wij er vanzelfsprekend van uit gaan, dat God Zijn Zoon gezonden heeft om ons te behouden. God heeft de wereld lief. En dat vieren we nu. Alsof dat de gewoonste zaak van de wereld is. Maar tegen de achtergrond van onze zonde, tegen de achtergrond van de duisternis, waarin wij van nature leven, is er maar één ding vanzelfsprekend. En dat is, dat God wel komt om de wereld te veroordelen. Dat Hij wel zegt: Nu is het genoeg. En dat zou volkomen terecht zijn. Dat past ook helemaal bij de heiligheid van God. En nu zegt Jezus, dat God Zijn Zoon niet in de wereld gezonden heeft om de wereld te veroordelen. Dat is een wonder. Dat had niemand kunnen denken. Dat is in het hart van geen mens opgeklommen. Dat is de verrassende genade van God. Wanneer er alle reden is tot angst en vrees, dan zegt de Heere: Vreest niet!
Dat is vooral een wonder, wanneer u moet zeggen: 'Zo Gij in 't recht wilt treden, o Heere, en gadeslaan onze ongerechtigheden; ach, wie zal dan bestaan?' Als u uzelf tegenvalt, en beseft, dat u de Heere nog veel meer tegenvalt. U weet wel, dat Jezus Christus in de wereld gekomen is om zondaren zalig te maken. En u begrijpt wel, dat het Kerstfeest ons vertelt van die blijde boodschap. En het Kind in de kribbe en het zingen daarover spreekt wel aan, maar daarmee is uw hart nog niet veranderd. Tot u zegt het Woord: God heeft Zijn Zoon gezonden, opdat de wereld door Hem behouden zou worden. De wereld, dat klinkt niet zo vleiend. Dat is dus de wereld, die eigenlijk, naar recht, veroordeeld zou moeten worden. Maar Gods gedachten zijn hoger dan onze gedachten. Hij is nog tot ons behoud genegen. Het Kind in de kribbe werd geboren om de wereld te behouden. Zo wil de Heere het. En in die wil van God ligt ons behoud.
Wordt dan de gehele wereld behouden? Gaat het oordeel dan aan de gehele wereld voorbij? Dat niet. In het volgende vers wordt een duidelijk onderscheid gemaakt. 'Die in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld, maar die niet gelooft, is alrede veroordeeld.' Er wordt geloof gevraagd. Meer niet. Het Kind van Bethlehem, de Zoon van God, Hij volbrengt alles wat nodig is om de wereld te behouden. Daar mag een zondig mensenkind gelovig op vertrouwen. Komt, buigen we ons dan biddend neer: 'O Vredevorst, Gij kunt gebieden de vreed' op aard' en in mijn ziel! Doe elke zondaar tot U vlieden, dat al wat ademt voor U kniel'!'
W. Meijer, Rijssen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 december 1992
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 december 1992
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's