De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Kerstgeloof en Kerstbeleving

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Kerstgeloof en Kerstbeleving

8 minuten leestijd

Wat is de bedoeling?
Mij is gevraagd iets te schrijven over Kerstgeloof en Kerstbeleving. De bedoeling is niet, dat er een muur tussen die beide opgetrokken wordt. Dat u niet zegt: ik geloof wel, het feit van Jezus' geboorte, maar dat zal ik eerst nog moeten beleven. Op die manier wordt gescheiden wat God heeft samengevoegd.
Een ongeoorloofde afstand geschapen tussen geloof en beleving. Alsof geloven een verstandszaak zou zijn en beleving een zaak van het hart.
Het is dus niet geloof òf beleving. Het is geloof èn beleving.
U moet maar eens goed op 'de kleintjes' letten. In dit geval op het woordje 'en'. Taalkundig een aaneenschakelend voegwoord, om een nauwer verband aan te duiden van dingen die bij elkaar horen.
Het oprechte geloof is niet zonder, beleving. Omgekeerd is beleving, ervaring des gelóófs.

Het Kerstfeest is het feest van het geloof
De geboorte van de Heiland vraagt geloof. Dat was het geval toen Hij in de wereld kwam en dat is vandaag niet anders.
Wat is nu geloven? Allereerst kennis krijgen en kennis nemen van het Woord van God. Het kennen van het geloof heeft alles te maken met de Schriften waardoor God Zich openbaart. Eeuwen voordat Christus in de kribbe lag, in doeken gewonden, lag Hij gewikkeld in de 'doeken' van de belofte. In het geloof zag Abraham van verre Zijn dag. Kon Jesaja, lang voordat Hij geboren werd, die geboorte reeds als een feit beschouwen. 'Een Kind ìs ons geboren, een Zoon ìs ons gegeven.'
Vervolgens is geloven vertrouwen, dat wat God zegt waarachtig en betrouwbaar is. Niet God laten praten. Maar God uit laten praten.
De eerste die zich uitspreekt, is God.
Het geloof is betrokken op het Woord. Het is van God afkomstig en tegelijk ook op God gericht. Het geloof heeft Christus als inhoud. Het wordt gewerkt door de Heilige Geest. Geloof is meer dan verstandelijk kennen. Blijft het daarbij, dan is het bloedarm. Geloven is in relatie komen met Jezus Christus en Zijn Vader. Komt het daartoe, dan wordt het bloedwarm. Het is een levende relatie, waardoor wij deel krijgen aan het leven en de zaligheid. Christus is daarvan het middelpunt, de Vader de oorsprong en het eindpunt, de Geest de bewerker en het Woord het middel.
Het geloof dat op het Kerstfeest aan de orde is, heeft voornamelijk betrekking op het feit als zodanig. De Zoon van God wordt mens. Hij blijft God te prijzen in eeuwigheid. Het Kind in de kribbe is de Zoon van God, Redder en Heiland. Het eigene van het christelijk geloof is hierin te zoeken, dat het gegrond is in het 'Er is geschied'. Het christelijk geloof leeft niet bij ideeën, zelfs niet bij zeer verheven ideeën, maar bij de feiten. Als het feit vervalt, blijft er niets meer te geloven over. Wie het feit vervluchtigt, houdt geen boodschap over.

De kern van het Kerstgeloof
Kerstgeloof heeft een eigen dieptedimensie. Het ziet het Kind in de kribbe op een heel bijzondere manier. Het dringt door tot de kembetekenis van Gods onuitsprekelijke Gave.
In dat geloof worden onze ogen geopend voor twee dingen: We leren aanvaarden wat God in Zijn oordeel over ons zegt. We leven onze verlorenheid in. We voelen er de pijn van dat we als mensen vlees zijn. Het is een stukje Kerstbeleving, tot de erkenning te komen, dat ik in zonde ontvangen en geboren ben. Van God gescheiden, van het Leven vervreemd.
'Dit is echter de zonde van het vlees en de bron van alle zonde: het vlees kan niets meer voor God en wil ook niets meer voor God, wat naar Zijn eeuwige Wet zou zijn' (Kohlbrügge).
Dat leidt tot zelfbeschuldiging en erkenning van eigen onwaardigheid. Dat maakt de nederheid, de armoede, de honger uit, waarvan Maria zingt in haar lofzang op het Kind.
Ziet nu het geloof het Kind in de kribbe, dan ziet het geen Kindje 'klein en teder', maar het ziet God geopenbaard in het vlees. (Joh. 1 : 14)
'Christus is in ons vlees gekropen' (Luther) Niets meer dan zonde, dan zwakheid en vloek.
Het ziet Christus als Borg in mijn plaats. Het geloof ziet wat God over Zijn liefde en genade over dit Kind zegt en over wat Hij ons in Christus Jezus wil schenken. Het ziet Zijn kruis oprijzen in de kribbe. Het is een beleefd geloof, waardoor God Christus in mijn lege handen legt. Het ervaart Gods liefde aan den lijve en in het hart. We zingen met Maria mee: Mijn ziel maakt groot de Heere en mijn geest verheugt zich in God mijn Zaligmaker. Omdat Hij mijn zonde, waarin ik ontvangen en geboren ben, voor Gods aangezicht bedekt. Tenslotte is dit geloof in Christus niet minder dan leven en zaligheid in de gemeenschap met God. Hier vallen Kerstgeloof en Kerstbeleving samen.

Gods boodschappen zijn er om geloofd te worden
God liet het feit van de geboorte van Christus verkondigen als een boodschap van grote blijdschap. Blijdschap heet met name de Kerstbeleving die uit het geloof in de boodschap wordt geboren.
Toen Abraham de dag van Jezus van verre zag, werd hij verblijd. Toen Jesaja zong, een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, vond hij daarin reden om tot het volk in duisternis en in de schaduw van de dood te beloven: zij zullen nochtans blijde wezen voor Uw aangezicht.
Wie dit Kind is, is met het natuurlijk oog niet te zien. Dat is met het verstand niet te begrijpen. Dat vraagt geloof, eenvoudig kinderlijk geloof Kerstbeleving is door het geloof in dit Kind een zaak waarbij de hele mens is betrokken. Zijn geloof en gevoel, zijn verstand en zijn hart.
Hebt u met Simeon het Kind in de armen genomen en met geloofsarmen omhelsd? Dan stroomt de vreugde door je heen. Hij loofde God. Ik ook! Nu laat Gij Heere Uw dienstknecht gaan in vrede naar Uw Woord, want mijn ogen hebben Uw Zaligheid gezien.
Zegt nu iemand, maar ik ben nog niet zover, dat ik het Kind in de armen van mijn geloof kan sluiten. Mijn beleving gaat niet verder dan de verwachting dat het Gode behaagt Zijn Zoon in mij te openbaren? Welnu, voordat u in het Kerstgeloof tot de vol-rijke Kerstbeleving komt, is dat geloof werkzaam met de belofte.

Geloof en verwachting
Het Kerstgeloof is niet alleen de omhelzende geloofsdaad, het is ook een uitgaande geloofswerkzaamheid. Het vertrouwen ziet op de overgave van ons ik aan God, door het Woord voor waarachtig te houden en zo in het Woord de beloofde gave te ontvangen, en te aanvaarden.
Maria gaat ons daarin voor bij de aankondiging van Jezus' geboorte, toen zij tegen Gabriel zei: Zie de dienstmaagd des Heeren, mij geschiede naar Uw Woord.
De weg tot de volle omhelizing van Christus werd voor Simeon duidelijk in de belofte dat hij niet zou sterven, eer hij de Christus des Heeren zou zien. Ik mag op grond van wat God belooft zeggen, dat het geloof waarmee u Gods belofte voor waarachtig houdt en Hem verwacht, evenzeer Kerstgeloof is. Het sluit de Kerstbeleving in van wat de Bijbel hoop noemt.
Ik heb het Woord aan mijn kant. Ik doel op het woord dat Elisabeth, Maria's nicht, tot Maria gesproken heeft, vóór de werkelijke geboorte: Zalig is zij die geloofd heeft, want de dingen die haar van de Heere voorzegd zijn, zullen volbracht worden.
En dat gaf zo'n rijke Kerstbeleving dat Maria zingende naar huis is gegaan. Het op de Heere en Zijn Woord hopend geloven, geeft een Kerstervaring in het blij vooruitzicht van de vervulling der belofte.
Omdat het geloof bezit, wat de Heere belooft. Zullen volbracht worden, zegt Elisabeth. Het zullen Gods verheft zich als een rots in de branding.
Het ongeloof zegt: misschien wel, misschien niet. Elisabeth geeft Maria geen schouderklopje. Zo is dat wel eens te doen gebruikelijk onder ons. Dan zegt men: je mag wel staan hoor naar de volle geloofsomhelzing van Christus, maar dat hoeft u niet te kennen. Dat is zoiets als wanneer een schipper in de storm tegen de bemanning zou zeggen: pas op dat het anker niet nat wordt. Een oneigenlijk voorbeeld misschien. Geen schipper die zoiets zegt. Het anker is een instrument om in de bodem van de zee te werpen en het schip vast te leggen in de storm. Het geloof is het instrument om de hoop te hechten in de rotsbodem van Gods beloftewoord. En zo de ervaring opdoen, dat u niet meer kunt ondergaan, u die op Zijn Woord uw vast vertrouwen stelt.
Zalig is zij die geloofd heeft. Wie de waarde van het Kerstfeest wil verstaan, moet niet beginnen bij zichzelf Wat hij is en voelt, wat hij meent en ervaart.
Ik wil u aanmoedigen u in kinderlijk geloof te keren tot de belofte van God. Daar legt het geloof de vinger bij. En dat is Gods orde op het Kerstfeest. Dat de Zoon van God mijn Zaligmaker is. Die ook om mij mens geworden is. Wie gelooft, zal ondervinden dat God nooit minder schenkt dan Hij belooft. De woorden van Elisabeth doen ons zien wat het eigenlijke geloof is, 'namelijk ons onderwerpen aan hetgeen God zegt en ons ervan overtuigd houden, dat Hij doen zal wat Hij beloofd heeft, wat het ook zij'.

H. Visser, Katwijk aan Zee

Tekst afbeelding: Simeon en Anna (letterversiering op een afbeelding in Siena).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 december 1992

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Kerstgeloof en Kerstbeleving

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 december 1992

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's