De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

7 minuten leestijd

Uit een rondzendbrief van de familie De Blois (Kees de Blois is vertaler voor het N.B.G. in Florida) het volgende over de orkaan Andrew.

'1992 wordt voor ons een onvergetelijk jaar, het jaar van Andrew, de orkaan! Die bijzondere gebeurtenis ligt alweer bijna vier maanden achter ons, maar is in ons geheugen gegrift alsof het gisteren had plaatsgevonden. Winden van 300 km per uur die ons huis in al zijn geledingen deden trillen, de voordeur die gebarricadeerd moest worden met balken en zakken cement, het regenwater dat door de kieren van de deur naar binnen sijpelde, de nacht die we doorbrachten in de – weliswaar grote – kast in de slaapkamer en in de gang tussen woonkamer en slaapkamers. Vijf lange uren moest het huis het gebeuk van de storm doorstaan en af en toe leek het erop alsof het ten prooi zou vallen aan zijn meedogenloos geweld. Gelukkig nam bij het aanbreken van de dageraad zijn kracht af. We konden door de ramen naar buiten gluren en enkele uren later poolshoogte nemen en de schade van ons huis en de omringende woningen opnemen. De straat lag bezaaid met omgevallen bomen, onder het geweld waarvan enkele auto's waren bezweken. Daken waren van hun bedekking ontdaan en schuttingen waren weggevaagd. De patio van onze achterburen was met een stuk van het dak door de tornado weggezogen en werd enkele straten verderop teruggevonden. Onze woonwijk met zijn vriendelijke aanblik en mooi aangelegde tuinen was een waar slagveld geworden. En dan te bedenken dat het oog van de orkaan 25 km ten zuiden van ons passeerde, een pad van totale verwoesting achterlatend.
Wat voel je je dan klein en nietig! En dankbaar dat we zelf niet onder het geweld van de krachten van de natuur zijn bezweken samen met onze materiële bezittingen. Veilig in de bewarende hand van onze God. Daarvoor hebben we Hem gedankt, ook later die dag toen we met z'n negentienen – met drie andere gezinnen die min of meer dakloos waren geworden – ons erop moesten voorbereiden om de nacht kamperend in ons huis door te brengen, beroofd van water, stroom en telefoon. Geen afkoeling 's nachts, geen frisse wind of kunstmatige airconditioning, maar de benauwende werkelijkheid van een drukkende tropische nacht met temperaturen rond de dertig graden. leder probeerde zich een slaapplaatsje te bemachtigen bij een open deur of raam om een beetje te kunnen slapen. Toen we enkele nachten later overal om ons heen de gehuurde en gekochte generatoren hoorden ronken, waanden we ons weer even in Kenya, twintig snel omgevlogen jaren geleden…
Het is nu vier maanden later. Ik zit hier achter de computer temidden van de rommel. Eindelijk wordt ons huis gerepareerd: we hebben nieuwe dakbedekking gekregen en twee nieuwe plafonds in de slaapkamer en het huis wordt aan de binnen- en buitenkant opnieuw geschilderd. Duizenden mensen hier in Zuid-Florida zitten nog midden in de ellende vanwege uitblijvende verzekeringsuitkeringen, bureaucratie bij de hulpverleningsorganen van de regering, aannemers die van alles beloven maar weinig beloften nakomen etc. Velen zijn daardoor lichamelijk en geestelijk afgemat.
We denken dat we in het rijke Westen op zijn minst drie dingen van zo'n ervaring kunnen leren. In de eerste plaats dat we ondanks alle technische en wetenschappelijke prestaties het natuurgeweld niet klein kunnen krijgen. Verder hebben sommigen aan den lijve moeten ondervinden dat aardse bezittingen maar een beperkte waarde hebben. Tenslotte hebben we in Miami een orkaan nodig gehad om te herontdekken dat we deel uitmaken van een gemeenschap. Vele mensen hebben voor het eerst buiten met hun buren gebarbecued. Je groette elkaar altijd al wel, maar er was eigenlijk geen contact, laat staan dat je van elkaars wel en wee afwist. Nu had je elkaar plotseling nodig en was er behoefte om ervaringen uit te wisselen.
Geweldig was de steun vanuit de Christian Reformed Church, dichtbij en verweg. Tientallen vrijwilligers kwamen vanuit de noordelijke staten en het midden van Florida naar Miami om tijdelijke reparaties uit te voeren, rommel op te ruimen, voedsel uit te delen en te delen in het verdriet en de moeite van de medemens, gedreven door de liefde van Christus. En dat niet alleen bij kerkmensen, maar ook bij hun naaste buren. "Wat is dat voor kerk van jullie? Kunnen we iets terugdoen? Een financiële bijdrage leveren?" '


Uit 'Het dagboek en de brieven van Willem de Clerq' (uitgave Bosch en Keuning, 1937), de volgende enkele fragmenten, ons aangereikt door een lezer i.v.m. het artikel in het kerstnummer van de hand van dr. J. de Gier over Da Costa (De Clerq schreef nl. dat er 'zeer weinig toeloop' was tijdens de dienst waarin Da Costa werd gedoopt). Uit de vele dagboeknotities nu de volgende fragmenten:

• Malaise
'Wij gevoelen allen een malaise; daar waar wij zijn, vinden wij wel woorden, soms zeer goede woorden of beschrijvingen wegens Christus, doch de geest van Christus vinden wij niet. En toch overal uithangborden.'

• Christenen
'Er zouden weinige Christenen zijn, wanneer de mensen uitkwamen voor hetgeen daar hun hart waarlijk het leven in vindt.'

• Melk en vaste spijzen
'Er is nog zoveel melk nodig. Mochten de vrienden, die alleen vaste spijzen willen uitdelen, daarvan maar eens overtuigd worden.'

• De Afscheiding
'Da Costa wordt hard door de Separatisten op de man af aangevallen. Zijn gevoelen verandert niet, maar dag en nacht ligt hij te bedenken: Wat is Kerk, wat Belijdenis? Het volkomene resultaat vond hij nog niet, maar dit ziet hij, dat, als men zich op het terrein van Separatisten plaatst, hunne consequentie verpletterend is. Is er een ware en ene valse Kerk, dan moet men kiezen.

– Wij kunnen onder geen juk weder komen. Wij hebben de Belijdenis en de Katechismus lief, omdat wij er de taal des geloofs in vinden, het resultaat van hetgeen in de Bijbel ons duidelijk werd. Maar de wijze waarop de formulieren naast de Bijbel gesteld worden, kan de onze niet zijn. De katholieken band, die God tussen ons en zovelen van andere gezindheden gelegd heeft, kunnen wij niet verbreken. Als verenigd in de handhaving derzelfde waarheid, als medelijden hebbend met de vervolgden, zijn wij tot de Scheiding genaderd, doch wij staan echter tegenover hen. Het denkbeeld der toekomst van Christus lost het verschil op. Dit kunnen de formularisten niet aannemen; alleen echter uit dit standpunt; alleen uit iets dat zij niet zien, kan men hen bestrijden, uit de hoogte, niet gelijk op, want dan verpletteren zij ons onder menselijke consequenties (maart 1836).
Ik gevoel mijn hart getrokken tot de Gescheidenen, maar in de Scheiding stoot veel mij nog terug. Da Costa denkt, dat ik veel eerder tot de Scheiding zou kunnen overgaan dan hij (september 1836).
Verscheurend voor het hart zijn die vervolgingen. Er is hier weder vrijspraak bij de rechtbank geweest. Echter de toon van de Reformatie vind ik ook treurig. Dat is de klank niet. De vervolging wordt geëxploiteerd. Dat doet mij leed. Zij hebben gelijk, maar die in de voetstappen van Christus treden, moeten nog iets meer bezitten (april 1837).'

• De laatste weken (1844; op 4 februari van dat jaar schreef hij)
'Hulpelozer stond ik nooit buiten uiterlijken steun in Kerk, in Staat, in alles.
Maar mijn steun is in God.
Wat zal ik van deze dagen zeggen? Zij waren druk genoeg, maar er was veel jagen naar dit, naar dat in kleine dingen. Dinsdag was er verslagenheid in mijne ziel; het lichaam drukte geweldig.
Verder waren de dagen kalm, maar er blijft nog zo iets dromerigs in alles. Hoe de dag zo spoedig weg is, weet ik niet.
Er is tussenbeide zulk een gevoel van neerslachtigheid, zonder waarachtige vreugde in Christus, en echter loopt de dag zo spoedig daarheen. Mocht de Heer mij inderdaad stellen, waarbij wilde, dat ik zijn zou.
Dit zie ik meer en meer, dat het geloof zich meer bewijst uit stille gehoorzaamheid aan de Heer, dan uit dat menselijke enthousiasme, dat plannen maakt, en als die dan vallen, dan is het of het de schuld des Heeren is, die de zijnen niet ondersteunt.
Bij ons is alles beschaming; aan God de eer. Diepe zonde bij ons. Heer, bewaar gij!'

J. van der Graaf

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 januari 1993

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 januari 1993

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's