De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Antwoord op de Godsverduistering

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Antwoord op de Godsverduistering

8 minuten leestijd

In dit jongste boek met de bovenstaande titel geeft dr. W. Aalders er blijk van, dat ondanks zijn hoge ouderdom zijn geest nog krachtig en fris is. Wie zou denken, dat iemand van ruim 80 jaar alleen nog maar teert op het verleden, zal zeer verrast zijn, wanneer hij dit boek leest. Niet alleen blijkt de grote en breed georiënteerde geleerdheid van de schrijver hieruit, maar vooral ook de hoogte en diepgang van zijn denkkracht. Het lezen van dit boek is dan ook een verkwikkende bezigheid. Want hoe diep de gedachten ook gaan, de auteur weet ze zo te vertolken, dat er een grote klaarheid vanuit straalt en daardoor de lezer geboeid meeneemt.

Geest van de tijd
Uit de titel wordt al duidelijk, waarom het de schrijver gaat. Zoals hij in vrijwel al zijn geschriften ingaat op en tegelijk ook tegen de geest van de tijd, zo komt dit ook nu in alle klaarheid weer naar voren. Wat dat betreft ligt dit boek in het verlengde van wat eerder door hem geschreven werd. Toch is er wel een zeker verschil. In de meeste van Aalders' vorige geschriften was de spits gericht op bepaalde thema's, die in hun beperktheid juist zo indringend aan de orde werden gesteld. Wat de schrijver in dit laatste boek geeft, is een totaal-visie op het hele wereld en kosmos omvattende gebeuren in verleden en heden, en vooral op het goddelijk ingrijpen daarin. We kunnen dit boek dan ook zien als een geestelijk testament, dat de schrijver ons wil nalaten en waarin hij nog eenmaal het geheel van zijn gedachtengoed ons voor ogen stelt en als een getuigenis der Waarheid dringend aan ons voorlegt.
Aalders sluit zich daarin aan bij wat men in de laatste tijd genoemd heeft de Godsverduistering. Hij gaat niet over het woord Godsverduistering zelf speculeren, omdat hij wellicht aanvoelt, dat dat de zaak, waarom het gaat, op geen enkele wijze dient. Wel merkt Aalders op, dat wat ermee wordt aangeduid, reeds lange tijd aanwezig is. Daarbij zet hij niet zozeer bij de Verlichting in, maar, wat dichterbij, bij Bonhoeffer, die rondom de Eerste Wereldoorlog uitspraken heeft gedaan, waaruit blijkt, dat hij toen al aanvoelde, dat de bovennatuurlijke werkelijkheid, waar het traditionele Godsgeloof zich opricht, aan de moderne mens bezig is te ontvallen. Aalders spreekt van 'de ervaring van de leegheid en zinloosheid van de geschiedenis'. De geschiedenis is leeg van God en daarom prijsgegeven aan de zinloosheid. Hoe dan toch nog te blijven geloven? Daarmee heeft Bonhoeffer geworsteld.
Aalders geeft daar een impressie van en behandelt dan in het verlengde daarvan de existentie-filosofie, waarin de godloosheid van het bestaan tot in haar uiterste consequenties is doordacht en beleefd.
Maar ook de theologie heeft deze invloed ondergaan. De schrijver vindt het resultaat daarvan in de opleving van het judaïsme, waarin de goddelijke diepte van de geschiedenis wordt uitgehold tot een van de mens uit gericht moralisme. Het resultaat ervan is, dat de Godsverduistering niet alleen buiten maar ook binnen de kerk alleen maar is toegenomen. Dat is de aanklacht, die Aalders richt tot de kerk van de laatste halve eeuw.
Opmerkelijk is daarbij, dat de auteur de oorzaken van de huidige Godsverduistering wel ziet in de ontwikkelingen van de nieuwere theologie, maar ze niet, dichter bij huis, opmerkt in het orthodoxe deel van de kerk. Althans spreekt hij daarover niet.

Het heil
Tegenover de gangbare trend in kerk en theologie gaat Aalders nu zijn eigen visie op het heil ontwikkelen. Hij doet dat grondig, zowel historisch als inhoudelijk. Het heeft iets van een fundamentele herbronning van het christelijk geloof.
Deze inzet lijkt me bijzonder waardevol. Aalders volstaat niet met alleen maar te zeggen, dat de Heilige Geest opnieuw moet zorgen voor een opwekking en vernieuwing, al zal hij dit wel van harte toestemmen. Maar als dat alleen gezegd wordt, wordt daarbij verondersteld, dat de zaken in de kerk en het geloof op zich er wel goed voor staan. Het reeds bestaande moet alleen worden 'opgewekt', verlevendigd.
Voor Aalders' besef wordt zo de bocht te kort genomen. Er is herbronning, herijking nodig. Dat betekent, dat we teruggeleid moeten worden tot de oorspronkelijke bronnen van ons christelijk geloof. Vandaar dat de ondertitel van het boek luidt: Het christelijk geloof in gesprek met joden, Grieken en atheïsten. Daarbij nemen de joden en Grieken verreweg de grootste plaats in. Hoe is het oorspronkelijk geweest, in het Oude Testament en in het Nieuwe Testament, in de vroege kerk tot en met Augustinus toe? Die onderzoekende vragen wil Aalders beantwoorden.
De schrijver ontwikkelt daarin een diepgravende conceptie, die tegelijk een hoge vlucht neemt. Het is niet mogelijk om daarop in detail nu in te gaan. De doorgaande gedachtengang wordt beheerst door het geloof in de goddelijke neerdaling in de geschiedenis der mensheid. Deze is wat Israël betreft voorbereid in het Oude Testament en wat de heidense volken (Grieken) betreft door de Griekse wijsheid, waarbij Plato een ereplaats inneemt. Maar ze krijgt haar absolute gestalte in de neerdaling van God zelf in Christus, de Logos, het Woord, dat mens geworden is.

Logos-theologie
Het is met name deze Logos-theologie, die Aalders in de Schrift ontdekt heeft, en die zowel de joodse als de Griekse behoefte aan heil op een unieke en exclusieve wijze vervult. Volgens Aalders is het met name Augustinus geweest, die, mede door het neo-platonische denken daarop voorbereid, deze Logos-theologie heeft verstaan en op een onsterfelijke wijze onder woorden heeft gebracht. Daaraan heeft Europa haar christelijk stempel te danken. Dit laatste gegeven deed mij aan Leslie Newbigin denken, die Aalders verder niet noemt, maar die evenals hij ook de visie van Augustinus op God en zijn wereld als uitgangspunt kiest voor zijn boodschap tot de geseculariseerde wereld van vandaag.
Het is boeiend om te zien, hoe Aalders deze Logos-theologie inhoudelijk vanuit de bijbelse gegevens invult. De verheerlijking van Jezus op de berg en zijn opstanding nemen daarin een centrale plaats in. Het gaat om openbaring van hemelse heerlijkheid. Wie daar oog voor krijgt, die heeft het geheim van het christelijk geloof verstaan. Hij wandelt in het licht, ook temidden van de duisternis van deze eeuw.

Vragen
We willen het bij deze zeer summiere weergave laten. Om de zeggingskracht ervan te ondergaan, diene men het boek zelf te lezen. We laten het ook na om met Aalders hierover in nader gesprek te gaan. Ik moet zeggen, dat hoezeer hij mij heeft aangesproken, ik toch ingrijpende vragen erbij overgehouden heb. Voor mijn gevoel loopt Aalders gevaar van het ene uiterste, de judaïsering van het christelijk geloof, terecht te komen in de buurt, maar nog wel op christelijke afstand, van het andere uiterste, de platonisering ervan.
Beide concepties hebben hun sterke waarheidselementen in zich. De laatste, maar ook de eerste. Maar beide zijn naar mijn overtuiging eenzijdig en daarom niet echt, of laat ik zeggen, niet volledig overtuigend. Ik denk, dat de waarheid in het midden ligt.
Het, gaat inderdaad om de Logos, het Woord. Maar dat is wel vlees geworden, en heeft onder ons gewoond. Het trof mij, dat Aalders telkens zegt, dat God mens is geworden. Dat is ook waar. Maar de Schrift zegt daarbij, dat Hij vlees is geworden. Dat zegt net nog iets meer. En dan neig ik ertoe om in de lijn van Luther en Kohlbrugge te zeggen: we kunnen het Woord nooit te diep in het vlees trekken. Eerlijk gezegd mis ik dat bij Aalders. Het blijft voor mijn gevoel te veel 'hemels'.
Opmerkelijk is, dat de schrijver aan het eind van het boek niet meer ingaat op de Godsverduistering en niet aangeeft, hoe nu in zijn conceptie het antwoord daarop is. Het blijft in het 'hemelse' steken en het landt niet echt in de barre en concrete werkelijkheid van nu. Daarom wordt enerzijds wel gesteld, dat zonder deze geloofsvisie Europa niet meer christelijk zal zijn. Maar anderzijds blijkt ze alleen te worden aanvaard door 'het christelijk overblijfsel', dat voor deze wereld geen boodschap meer heeft, maar op zoek is naar de toekomstige.


Ik heb dus wel mijn vragen bij dit boek. Ik heb ze heel summier gesteld, omdat ik het niet fair vond om mijn eigen overtuiging geheel achterwege te laten. Vooral heb ik ze echter gesteld, om ermee duidelijk te maken, dat Aalders' boek mij intensief heeft beziggehouden. Het gaat mij dus niet om die vragen mijnerzijds. Het gaat er mij om te zeggen, dat we in dit boek een indringend getuigenis vinden, dat ons veel te zeggen heeft en onze gedachten en gevoelens tot in de diepte toe in beweging heeft gezet.

C. Graafland

N.a.v. W. Aalders, Antwoord op de Godsverduistering, Het christelijk geloof in gesprek met joden, Grieken en atheïsten, Uitg. Kok Voorhoeve, Kampen 1992, 210 blz., ƒ 34,90.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 januari 1993

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Antwoord op de Godsverduistering

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 januari 1993

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's