De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De eeuw in het hart gelegd

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De eeuw in het hart gelegd

Bij de ingang van 1993

9 minuten leestijd

Wat zal het jaar 1993 ons persoonlijk, gemeentelijk, kerkelijk, maatschappelijk en in wereldverband brengen? Als we omzien naar een vervlogen jaar moeten we tot de conclusie komen, dat er niets nieuws onder de zon was. Hetgeen er geweest is, zal er zijn, zegt de Prediker. En 'al deze dingen worden zo moede, dat niemand het zou kunnen uitspreken.'
Dezer dagen zei een dominee in zijn preek, dat jongeren, in stemmingen van neerslachtigheid, zich aangesproken weten door het boek Prediker. Geldt echter niet in het algeméén, dat het boek Prediker de realiteit van het leven ons als in een spiegel voorhoudt en dat het dáárom voor ons allen zo levensecht is? 'Want al zijn dagen zijn smarten, en zijn bezigheid is verdriet; zelfs des nachts rust zijn hart niet.'
Goethe zei eens, dat hij slechts vijf gelukkige dagen in zijn leven heeft gekend. Dat is dichterlijke overdrijving. Maar toch, het tekent het onvolkomene, ook in dagen van geluk: het leven is gekenmerkt doorlevenspijn.
Toen we terugblikten op 1992 moesten we gewagen van schokkende gebeurtenissen, het hele jaar door, dichtbij en ver weg. Het jaar 1993 zal geen ander jaar zijn, alle goede wensen ten spijt. We zullen dàn hier, dàn daar weer worden opgeschrikt door dingen, die onverwacht komen maar die ten diepste te verwàchten zijn.

Vernieuwing
Toch is vernieuwing het slagwoord van onze tijd. En telkens bij een nieuw begin, bij een nieuwe start, spreken mensen uit, dat er vernieuwing komen moet. Op de oude voet kunnen we niet verder. Maar intussen komt het echt nieuwe toch niet dichterbij. Aangrijpend zien we het in de volkerenwereld. Toen volkeren, die eeuwenlang waren gekoloniseerd en geknecht, vrij werden, zou een nieuwe tijd aanbreken. Nog nooit heeft het er echter in de Derde Wereld zo troosteloos voorgestaan als vandaag. Minister Pronk van ontwikkelingssamenwerking kon zijn ontroering niet de baas blijven, toen hij in de Tweede Kamer verslag deed van de verschrikkingen in Somalië. Honger stroopt de mensen af tot op het bot. Er loopt een spoor van oorlogen, honger en banditisme van Cairo tot Kaapstad, zei dezer dagen drs. H. Bootsma, bij zijn afscheid als algemeen secretaris van de Raad voor de Zending. 'Het optimisme van de zestiger jaren dat ik deelde met velen van mijn generatie is niet reëel gebleken', zei hij.
Hele volkeren worden aangetast ook door de aidsepidemie. Burgeroorlogen teisteren de volkeren van Afrika, waar het bestaan al ver beneden het bestaansminimum is. Er kwam geen vernieuwing. Er is sprake van aangrijpende en al maar toenemende nood, een nood ook, die onoplosbaar lijkt, alle wereldcongressen in deze ten spijt.


De Wende in Oost-Europa zou – dachten we – ook een periode van vernieuwing inluiden. Wat was immers slechter dan leven onder de knoet van het communisme? Nu dat juk was afgeworpen zou de nieuwe tijd voor Oost-Europa beginnen. Intussen heeft zich een diep ingrijpende desintegratie van landen en volkeren aldaar aangediend. Economisch gezien gaat het niet vóóruit maar àchteruit. Ook daar de burgeroorlogen. En als gevolg slaan de vonken over op heel Europa, waar vreemdelingenhaat als nooit tevoren de kop opstak.


Ook in eigen samenleving worden allerlei grote problemen meer en meer onbeheersbaar. De criminaliteit is niet meer in de hand te houden. Delen van de grote steden worden onleefbaar. Het aantal mensen onder de armoedegrens neemt hand over hand toe. Spreken we over terugdringing van milieuverwoestende technieken, dan komen we niet verder dan terugdringing van de groei. En ook in eigen samenleving krijgen we de rekening gepresenteerd van de vermenging van culturen, in een multiculturele samenleving, waarvoor we, politiek gezien, hebben gekozen.
Ook hier klinkt de roep om vernieuwing. Het moet allemaal anders. Maar 'de politiek' weet ook niet hoe. Het is met name de Partij van de Arbeid, die hier een machteloos gevecht voert in eigen gelederen. Die partij heeft vernieuwing als program, maar ook de socialisten, die ooit de kant heetten te kiezen van de marginalen in de samenleving, zijn zelf onderdeel van het probleem van de moderne samenleving geworden. De Internationale, als symbool van solidariteit met de verschoppelingen in de samenleving, haalt het daar niet meer, omdat ze nergens meer op slaat. Mensen van het oude socialistische type verlangen ernaar terug, de nieuwe generatie kan het niet meer meemaken en roept om andere vernieuwing. Oud en nieuw botsen. Zo zien we vandaag de ontreddering toeslaan in een partij, die voorop stond als het om het sociale vraagstuk ging, maar die vandaag ook niet meer weet hoe het allemaal moet. Kennelijk omdat niet de geestelijke malaise achter de nieuwe sociale problemen wordt onderkend. De ontbinding van het socialisme is een soort spiegelbeeld van de secularisatie in kerkelijke kring.

De kerk
Het woord vernieuwing is intussen ook een slagwoord geworden in de kerk. Ontwikkelingen worden afgemeten naar de haalbaarheid van vernieuwing. Vraagt men wat die vernieuwing moet inhouden dan komt er niet zelden een loos betoog. We moeten inspelen op de cultuuromslag. Maar het is, dunkt me, slechts onvrede met de situatie, die de roep om vernieuwing wèkt.
Als we omzien naar de voorbije jaren, moeten we constateren, dat hele kerkelijke gemeenten ontvolkt zijn, dat gemeenten in de grote stad, waar vroeger 'grote' predikers mensen massaal op de been brachten, nog handjesvol kerkgangers tellen. De neergang was en is aangrijpend. Ze dient zich ook aan in gevestigde gemeenten, waar het altijd nog goed leek te gaan. Gegeven dit alles is er hunkering naar vernieuwing. Het gaat niet goed, dus moet het roer om.
Zo houdt vernieuwing naar het oordeel van sommigen bijvoorbeeld in, dat de gemeente een doe-gemeente moet zijn. En intussen dreigt het gevaar, dat de gemeente zo drùk-doenerig wordt, dat de hóór-gemeente niet, meer tot haar recht komt, terwijl de teruggang er niet door wordt gekeerd. Er is bij de mensen vaak nauwelijks nog toegewijde stilte om de woorden Gods tot zich te laten doordringen.


Wat zal 1993 ons ook in kèrkelijk opzicht brengen? 'Samen op Weg' zal sterke aandacht krijgen, niet in het minst ook vanwege de speciale zitting, die de hervormde synode, in dialoog met de Gereformeerde Bond, daaraan zal wijden. Ook hier wordt gehoopt op vernieuwing. Zien we in Samen op Weg echter wel de tekenen van èchte vernieuwing? Is het alle tijdsinvestering waard? Het moet wel vernieuwing brèngen, vinden de 'makers'. Maar vernieuwing ontstaat niet door te zèggen, dat die er komen moet.
Prof. dr. G. Dekker – de godsdienstsocioloog – zei in Hervormd Nederland, dat de eenwording in het geheel geen inhoudelijke zaak is. 'Dit is gewoon een fusie van een paar instituten. Als je dat al in de krant zet, hoort het op de pagina economie', aldus Dekker.
Vernieuwing zal ons alleen worden geschonken in een nieuwe opwekking door de Heilige Geest. Ook die komt er niet louter door te zèggen of te schríjven, dat het daarom gaat. Maar moet niet in alle eerlijkheid worden gezegd, dat velen vernieuwing van de kerk slechts verwachten van nieuwe betrokkenheid op mens en samenleving, zonder dat het nog gaat om de hartstocht om zielen te winnen voor het Lam? En toch richt zich dáárop onze bede, voor alle kerken en alle gemeenten. Want er is geen kerk, die buiten de nood van de tijd staat.
'Bid of God de pastoor bekeert, dan heb je een goede dominee', zei ooit een markant prediker in hervormd/gereformeerde kring. Vernieuwing is geen maakwerk maar Geesteswerk.

De eeuw in het hart
God heeft de mensen de eeuw in het hart gelegd, zegt Prediker. Het woord eeuw is een verlegenheidsvertaling. Het kan ook eeuwigheid zijn. In dit woord toont de Prediker óók het leven van binnenuit te kennen. Want diep in de mens, in èlke mens, leeft het besef, dat dit tijdelijke leven onvolkomen is en dat er méér is tussen hemel en aarde dan de alledaagse werkelijkheid, zoals die kenbaar wordt in de tragiek van het leven, in het rusteloos najagen ook naar nieuwe dingen. Het mooiste, dat er is, is er al geweest en blijft altijd weer onvolkomen. Mensen verlangen naar toekomstige dingen, maar zodra die toekomst is aangebroken valt het tegen. We hadden het ons toch mooier, beter, rijker voorgesteld. Toch plaatst Prediker deze belijdenis van het onvolkomene in het kader van positieve waardering aangaande de dingen, die God ons geeft en laat, om er ons in te verblijden als gave van God. (Pred. 3 : 12, 13).
De mens kan echter – zegt Prediker – het werk, dat God gemaakt heeft, niet uitvinden, maar hij weet intussen wel, dat al wat God doet in eeuwigheid zal zijn.
Daarom is het leven van ons mensen, ook in al ons bezig zijn in huis en gezin, in gemeente en school, in kerk en maatschappij, eeuwigheidsleven, het heeft een eeuwigheidsbestemming. Die eeuw heeft God in ons hart gelegd. Wanneer de kerk beseft, dat de eeuw in het hart van elke mens is gelegd, geeft dat de rechte aandrang voor het brengen van een boodschap, die ook eeuwigheidswáárde heeft. In dat licht bezien is alle vernieuwing, die niet vernieuwing van het hart inhoudt, in feite betrekkelijk.


Wanneer we het afgelopen jaar geconfronteerd werden met acute nood, die zich voordeed in de rampen, die zich voltrokken, dan moest men constateren, dat er bij mensen vaak een schreeuwende leegte openbaar kwam. Een nationale herdenking bij zo'n ramp geeft van deze leegte ondubbelzinnig getuigenis. Dat gat kan ook niet worden opgevuld door psychiaters en psychologen, of door therapeuten van welke aard dan ook. De eeuw is in ons hart gelegd. De Bijbel weet daarvan en weet daar raad mee. De kerk is dan ook, als het goed is, het Evangelie in de wereld (Groen van Prinsterer).

1993
Zo gaan we het jaar 1993 in. We weten, dat ook dat een jaar zal zijn van menselijk feilen en van menselijk falen, van ontwrichte situaties, van onvoorziene rampen en ellende.
Mensen wensen elkaar nochtans aan het begin van het jaar elkaar alle goeds toe. Ook wij doen dat hier. Allen, die dit lezen, mogen het nu ingetreden jaar door de Heere gezegend worden, in alle verantwoordelijkheden, waarin ze staan. Heil en zegen zijn diepe, bijbelse grondnoties, die 'nochtans' bij alle wederwaardigheden toe te bidden zijn. Maar als die zegen er is, zal ze er zijn in een nochtans kreunende wereld.


Maar we schrijven ook het jaar 1993 in het perspectief van de eeuwigheid. Henriëtte Roland-Holst schreef ooit: 'toekomst kan heden niet verlossen'. Alsof het héden zelf wèl verlossen kan. Als de Heilige Geest evenwel het besef wekt, dat God de eeuw in ons hart heeft gelegd betekent dat wel een leven, dat bewust toekomst-gerìcht is, gericht op een toekomst, waarin alles toch nieuw zal zijn.

Een gezegend 1993 toegebeden!

J. van der Graaf

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 januari 1993

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

De eeuw in het hart gelegd

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 januari 1993

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's