De 'orkestdominee'
Van Overzee
KERKDIENST IN GUATEMALA – 7
'Een orkest waar 'ieder op z'n eigen wijs' mee mag doen, is – zoals we de vorige keer zagen – ook niet alles. Dirigent of niet, het is nogal rommelig! Biedt de 'orkestdominee' hier uitkomst?
De 'orkestdominee', wat mag dat nu weer zijn?
We lieten al doorschemeren dat het in de (enkele) grotere gemeenten meestal heel wat ordelijker toegaan in de kerkdiensten. De dirigent heeft 't goed in de hand en vaak heeft het rommelige van de kleine gemeenten zich hier ontwikkeld tot een vaste orde. Met alle voor- en nadelen van dien. Het lijkt erop, dat de dirigent zijn orkest goed op orde heeft. Eén gevaar is dat ze elke week dezelfde muziek spelen. Wat blijft is het meedoen van allerlei gemeenteleden! Als dirigent, voor de Schriftlezing, met zang enz.
Maar u begreep al dat het lang niet overal zo toegaat. En dan zijn er soms ook nog 'orkestdominees'.
'k Hoorde de uitdrukking een keer van een predikant van de Presbyteriaanse Kerk. 'Wat bedoel je daarmee?' was mijn vraag. Toen leek het wel of het over een Nederlandse dominee ging! Want een 'orkestdominee' is een predikant die (bijna) alle instrumenten zelf bespeelt. Hij geeft de toon aan, de gemeente heeft maar te volgen. Om het wat konkreter te maken: het is de dominee die, behalve het met de kollektezak rondgaan en het orgel bespelen, alles in eigen hand houdt. Hij bidt, hij maakt uit wat gezongen moet worden, hij doet de afkondigingen, hij preekt. Hij zingt weliswaar geen solo's, maar is nagenoeg alleen aan het woord. Hij maakt de (orde van) dienst uit!
Nu, u voelt wel aan dat ze daar hier niet veel van moeten hebben. Ze houden het toch liever op de dirigent, die meer of minder ordelijk iederen – inclusief de dominee! – op z'n tijd aan bod laat komen.
Maar dat zou onze eer als (Nederlandse) dominees te na wezen! Een ander zal mij vertellen wanneer ik de preekstoel op mag… Kom nou?!
Toch heb ik nog eens naar die Guatemalteekse kerkdiensten gekeken en zo in de spiegel. Allerlei gedachten buitelden over elkaar heen. 'k Geef er wat aan u door.
1. Om elkaar over en weer niet mooier of lelijker te maken dan we zijn, is het goed een opmerking vooraf te maken. Dat ze hier zo'n 'orkestdominee' niet moeten, betekent niet dat het volgende op geen enkele wijze op mijn Guatemalteekse kollega's van toepassing is. Was het maar waar! Hier zijn er ook, die maar al te graag de eerste viool spelen. We gaan 'hier' dus niet idealiseren, maar kijken nu toch vooral in de spiegel, van overzee naar Nederland.
2. De eerste viool spelen… Dat klinkt niet zo best! Maar…, is het niet vaak zo? 't Is maatschappelijk gezien wellicht hard aan het veranderen, maar hebben we als predikanten niet de neiging om dan misschien geen 'orkestdominee' maar dan toch wel 'dirigent-dominee' te willen zijn?
'k Dacht eerst: dàt is het, 'dirigent-dominee'. Niet (bijna) alleen aan het woord, maar iedereen naar instrument en gave(n) op zijn/haar tijd aan bod laten komen. Zorgen dat er een goed geluid uit komt: zuiver, trouw aan de muziek, beleefd. Máár… als dirigent blijf ik wel de baas. We blijven zo dominees…, dat is: heren. Die gediend willen worden? Laat ieder dat voor zich maar uitmaken. En of dat vandaag maatschappelijk nog haalbaar is, doet er eigenlijk niet toe. Wel weet ik dat de Heere Jezus kwam om te dienen.
3. Geen 'dirigent-dominee' dus. Wat dan wel? Van professor Jonker zal ik nooit vergeten, dat hij meermalen gezegd en geschreven heeft, dat het heilzaam voor de kerk zou zijn als de dominees (heren) weer ministers (dienaren) werden. Dienaren van het Woord van God.
Voorlopig zie ik daar een taak voor de 'dominee-concertmeester'. De concertmeester speelt weliswaar de eerste viool, maar niet om te over-heer-sen. Hij opereert namens de dirigent; ook hij is aan hem ondergeschikt. De Dirigent heeft de Partituur van uitvoering. Hij maakt gebruik van de diensten van de concertmeester om de muziek met het orkest in te studeren. Samen repeteren ze, de 'dominee-concertmeester' en de rest van de gemeente. Met elkaar. Want al treedt de concertmeester op in naam van de Dirigent, hij is toch ook maar één lid van het hele orkest. Niet meer en niet minder.
En als de Dirigent (weer-)komt… Dan zal er uit alle volken, tongen en talen, uit alle gemeenten en kerken één groot koor met orkest gevormd worden. Dan zijn de 'dominees-concertmeester' klaar met hun werk. Dan speelt niemand de eerste viool meer en ook niet op z'n eigen houtje. Niemand slaat meer een (te) hoge toon aan en geen mens steekt zijn eigen loftrompet. Dan zal Hij voor altijd de toon aangeven en de Bruidskerk dirigeren in haar loflied op het Lam. Een ieder op Zijn wijs!
W.G. Teeuwissen, San Felipe, Guatemale
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 januari 1993
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 januari 1993
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's