De betekenis van dr. Bout voor de toerusting van de gemeente
Met ontroering hebben we kennis genomen van het overlijden van dr. H. Bout. Wij willen hem gedenken in zijn betekenis voor de vorming en toerusting van de gemeente. Zelf een geschoold theoloog wilde hij uitdelen wat hij ontvangen had. Hij was de bezielende leider van de catechetencursus, die met de invoering van de kerkorde in 1951 te Utrecht werd opgericht en later verhuisde naar Zeist. Vele tientallen cursisten zijn daar opgeleid en hebben naderhand hun weg gevonden in de kerk. Sommigen werden hulpprediker en ontvingen na verloop van tijd de bevoegdheid de sacramenten te bedienen.
In 1984 besloot de generale synode de opleiding tot kerkelijk werker onder te brengen bij bestaande of nieuwe instellingen voor deeltijd-opleidingen MO-theologie. Dr. Bout heeft toen het initiatief genomen tot het stichten van een opleiding voor godsdienstleraren en kerkelijk werkers in deeltijd. Deze ging in 1985 van start. Op zijn voorstel draagt zij nu de naam Theologische Hogeschool vanwege de Gereformeerde Bond in de Nederlandse Hervormde (Gereformeerde) Kerk. Wat was hij blij toen wij in 1987 de ministeriële aanwijzing verkregen. Hoe had de Heere dit werk gezegend. Samen met alle docenten en studenten in een overvolle collegezaal van de Uithof in Utrecht (vanwege de grote toeloop van studenten moesten wij uitwijken van het gebouw 'Calvijn' in Zeist naar het Utechtse universiteitscomplex) hebben wij God gedankt. Vanaf het eerste begin was hij aan de hogeschool verbonden als adviseur en maakte hij deel uit van de studieleiding.
Wat was nu karakteristiek voor de lessen van dr. Bout? In de eerste plaats zijn enorme belezenheid en kennis van zaken. Zonder overdrijven kan men zeggen, dat hij nagenoeg alle vakken van de theologische wetenschap beheerste. Zijn recensies in Theologia Reformata leveren daarvoor het bewijs. Zelf gaf hij jarenlang de vakken Oude Testament, dogmatiek en Hebreeuws. Vervolgens zijn afkeer van schijnheiligheid en schijn-vroomheid. Het was hem te doen om het levend geloof. Als hij sprak over dat geloof en vanuit dat geloof – dat waren de mooiste momenten. In de derde plaats zijn eerbied en liefde voor het Woord van God en dáárom voor de gereformeerde belijdenis. In dit verband mag zeker ook genoemd worden zijn aandacht voor cursisten en studenten als er zorgen en moeilijkheden waren.
Onvergetelijk zijn de talloze gesprekken, die wij met elkaar hebben gevoerd op zijn studeerkamer en onderweg naar en van Zeist. Voor ons, ds. C. den Boer en mij, was dr. Bout een vaderlijke vriend. Met elkaar vormde wij de studieleiding van de Theologische Hogeschool.
Bij zijn afscheid in Zeist lazen wij Psalm 90. Het is een lofprijzing temidden van al ons vallen en falen, ons breken met God en de gebrokenheid van ons bestaan. Wat ons toen opviel was de samenhang tussen het begin en het slot van dat lied. Het komt tot uitdrukking in een woordspeling maoon (toevlucht) en noam (lieflijkheid).
In de laatste maanden van zijn leven was geen gesprek met dr. Bout meer mogelijk. Dat maakte je stil. Wat blijft dan over? Alles wat de Heere beloofd heeft: Zijn lieflijkheid voor wie tot Hem de toevlucht hebben genomen. Zijn lieflijkheid… Dan is ons laatste woord Soli Deo Gloria.
H.J. de Bie, Huizen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 januari 1993
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 januari 1993
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's