Schepping en heiliging
De actualiteit van het onderwerp behoeft geen betoog in een tijd, waarin we opgeschrikt worden door een veelheid van milieu-rampen en de milieu-problematiek ook theologisch indringend onze aandacht vraagt.
Tegelijk is er het risico dat we op de modieuze toer gaan en niet verder komen dan enkele gereformeerde aanvullingen bij een algemeen verhaal.
Maar de formulering van het thema 'schepping en heiliging' dwingt ons te luisteren naar de gereformeerde belijdenis en vooral naar de betrouwbare Schrift, wanneer we een weg zoeken in brandend-actuele problemen.
Belijdenis
Voor wat de belijdenis betreft – bij bestudering blijkt de Ned. Geloofsbelijdenis in art. 12 (vgl. ook art. 2) verrassend actueel – een 'groen' boekje. De 'natuur' wordt hier niet op zichzelf beschouwd of verafgood, maar er is verbinding tussen Schepper en schepping en de schepping is open naar God toe, terwijl de mens binnen deze dienst aan de Schepper een eigen, ambtelijk bepaalde (beeld en gelijkenis van God) plaats heeft. De belijdenis denkt niet kosmocentrisch of anthropo-centrisch (de wereld òf de mens centraal), maar theo-centrisch (God centraal). Zo spreekt ook Calvijn over de 'pia cogitatio', de godvruchtige overweging, waarin de mens door het geloof leert te staan tegenover de schepping.
De Schrift toont in de scheppings-geschiedenis van Gen. 1 en 2, hoe God van meetaf in Zijn voorzienigheid (onderhouding en regering) de schepping naar het door Hem gestelde doel leidt. Daarvoor dient ieder schepsel: het is 'goed' (Gen. 1 : 31), het beantwoordt aan zijn bestemming. Dit positief oordeel geldt ook het schepsel 'mens', die daarbij 'beeld Gods' is, vertegenwoordiger van het hemels gezag op aarde, en in de vervulling van zijn mandaat (de hof bouwen en bewaren, het naam geven aan de overige schepping) ingeschakeld is in de Godsregering. De hand van de mens is naar Gods bedoeling van meetaf zichtbaar in de schepping; haar ontsluiting is tegelijk het 'goed' functioneren van de mens en ontplooiing van zijn mogelijkheden in dienst van God.
Heiliging hoort bij de schepping, ontsluit haar zin en ontsluit tegelijk de zin van de wereld, de kosmos. De ambtelijke actie-radius van de mens is altijd mondiaal geweest: heer van de schepping.
Tegelijk leert 'de boom van het leven' midden in de hof de mens zijn afhankelijkheid van de Zoon als het Woord, waarin het leven is (Calvijn). En het verbod te eten van de boom van kennis van goed en kwaad verbood de mens de weg van de autonomie te gaan: het 'als God' willen zijn. Het is het verbod van de emancipatie van God en van zijn ordeningen. De heiliging van de schepping voltrekt zich in het verbond, waarin de Heere komt met zijn belofte van leven (gesymboliseerd in de levensboom) en met zijn verbond van autonomie, verbonden met de dreiging van de doods-weg.
De overweging van 'de leer van de eerste dingen' geeft de overtuiging dat wij theologisch alleen verantwoord op de vragen van de milieuproblematiek kunnen ingaan, wanneer gezien wordt, hoe de onderscheiden hoofdstukken van de geloofsleer sterk op elkaar zijn betrokken: de leer van de schepping, de voorzienigheid, de mens, het verbond, en dat vanuit de heiliging van God, 'heiligheid' genomen in de bijbelse zin van 'eerbied-wekkende goddelijkheid'.
Geen mijding
De paradijs-geschiedenis leert geen (doperse) mijding, maar concrete godsvrucht in het midden van de schepping, in dienstbaarheid aan hemelse heerschappij. Wereldmijding en conservatisme worden op de eerste bladzijden van de bijbel evenzeer afgewezen als autonome progressiviteit.
Maar wij kozen de doodsweg van de autonomie, de zelf-beschikking. Dat hield in ontwrichting van heel de kosmos: onderworpen aan de ijdelheid (Rom. 8). Die ontwrichting gaat door. Want autonomie is een historische en dynamische werkelijkheid; de mens rebelleert voortdurend, ook in autonome ideologieën, het liberaal economisme, het marxisme: in de milieu-vervuiling blijken de wereldwijde gevolgen van de eigenwettelijkheid, waar wij niet buiten staan. De rebellie ruïneert voortdurend. Het is geen 'Gods-verduistering', wèl verduistering van Gods Naam, die heilzaam voor alle schepsel is.
Christus
God houdt met het oog op Christus Zijn schepping vast en bindt de mens aan zijn opdracht, het noachitisch verbond, ook met kosmische reikwijdte: de boog in de wolken. Christus Zelf is in Zijn bloedstorting de door God beschikte verzoening van alle dingen in hemel en op aarde (Kol. 1 vgl. Openb. 5: het Lam in de troon). 'Schepping en heiliging' is geen thema dat zich buiten de Christus om recht laat behandelen. We zullen radicaal Schrift- en christ-gelovigen moeten zijn in confrontatie met de milieu-problematiek.
Dat houdt ten eerste in, dat geheel wordt gebroken met het natuur-genade schema, waardoor vooral onder gereformeerde belijders vaak aan verinnerlijking van het genade-leven een liberalistische levenshouding in 'de natuur' werd gepaard.
In de tweede plaats: het zicht op het Lam in de troon kan verlossen van krampachtig milieuactivisme.
Ten derde gaat het wèl om concrete levenswandel in de vernieuwing naar het beeld Gods 'in waarachtige gerechtigheid en heiligheid' (Ef 4). Het geloof geeft openheid naar heel de schepping, ook in háár nood en haar verlangen naar verlossing.
Wij weten uit de Schrift, dat God met deze wereld nog onvoorstelbare dingen zal doen: de elementen zullen door vuur vergaan (2 Petr. 3). De continuïteit van Gods schepping ligt alleen in Zijn trouw en almacht. Maar die geloofskennis vermindert onze eigen verantwoordelijkheid niet. Wereldmijding is ook in het Nieuwe Testament een verboden zaak: 'alles wat God geschapen heeft is goed' (1 Tim. 4). Wereld-mijding kan ook de vorm aannemen van romantische ongerepte-natuur-verheerlijking (het anabaptisme van de 16e eeuw komt in geseculariseerde vorm in 'groen links' terug). Menselijk beheer blijft wezenlijk voor de schepping, ook de schepping in nood, zoals uit een recente studie over de Alpen als cultuur-landschap blijkt. Daarom zal een christelijke politiek 'landbouw' en 'milieu' dicht bij elkaar houden. Het is bedriegelijke schijn, dat ze in concurrentieverhouding zouden staan. Maar menselijk beheer blijkt wel te kunnen corrumperen in uitbuiting, ook in het achteloos omgaan met de rijkdom van de natuur, ontsloten in cultuur – het gevaar dat vanuit het massatoerisme cultuur-landschap bedreigt.
In zo'n tijd is de opdracht, die Calvijn de 'herders der kerken' meegaf om aan hun hoorders soberheid in te prenten, van een grote actualiteit: soberheid tezamen met blijdschap over Gods naam, die uit het schepsel door het geloof te kennen blijft – het is het geheim van het 'samen op weg' zijn met de God van hemel en aarde.
(Samenvatting lezing prof. J. Kamphuis op predikantenconcio Gereformeerde Bond, 7 januari 1993 te Zeist.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 januari 1993
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 januari 1993
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's