De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Graafland: gereformeerde theologie heeft toetsing nodig

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Graafland: gereformeerde theologie heeft toetsing nodig

8 minuten leestijd

Op zijn eigen verzoek sprak prof. dr. C. Graafland vorige week voor de predikantenvergadering van de Gereformeerde Bond in de Nederlandse Hervormde Kerk. Hij is als bijzonder hoogleraar vanwege de Gereformeerde Bond toe aan zijn laatste jaar en had behoefte aan een 'publieke evaluatie' van de afgelopen 21 jaar. Graafland spitste zijn uitvoerig betoog toe op een vijftal hoofdpunten.

Reformatie en Nadere Reformatie
Pas toen Graafland aan zijn proefschrift werkte, las hij voor het eerst Calvijn. Hij werd getroffen door het accent bij Calvijn op de zekerheid van het geloof, omdat het is gegrond in de vaste beloften van God. Deze ontdekking veroorzaakte een teleurstelling in de Nadere Reformatie, die de zekerheid niet tot het wezen van het geloof rekende, maar tot de luxe, zo vertelde de professor. 'Ik kreeg er oog voor hoe tallozen gebukt gaan onder een chronische onzekerheid, omdat zij altijd weer werden teruggeworpen op zichzelf in plaats van op de vaste beloften van God.' Zijn dissertatie werd daardoor niet de geplande adhesie-betuiging aan de Nadere Reformatie, maar eerder een kritische analyse, 'die ook iets ontluisterends aan zich had', aldus Graafland.
In zijn latere studie naar de verkiezing heeft Graafland overigens geconstateerd, dat de verschillen tussen Calvijn en de Nadere Reformatie veel kleiner zijn dan hij aanvankelijk dacht. Volgens Graafland is Calvijn de grondlegger van de gereformeerde traditie geweest, die wortelt in de leer van de dubbele predestinatie, waarin niet alleen de verkiezing, maar ook de verwerping van eeuwigheid door God onveranderlijk zijn vastgelegd. Graafland merkte op, dat tegenwoordig in zijn kringen de verkiezing het 'hart van Gods kerk' genoemd wordt en dat de verwerping daarbij buiten beschouwing blijft. Hij noemde dat 'gelukkig', maar vond wel dat het dan niet eerlijk is, te doen alsof de lijn van de vaderen integraal wordt doorgetrokken, terwijl dat slechts ten halve geldt. 'Laten wij toch erkennen, dat wij met die volledig dubbele predestinatie niet meer klaar kunnen komen', aldus Graafland.

Confrontatie met de nieuwere theologie
Toen Graafland in 1968 predikant werd in Amsterdam, werd hij geconfronteerd met de nieuwe theologie van mensen als Kuitert, Sölle en Berkhof 'Daarbij was mij de rol toebedeeld om vanuit het klassieke, gereformeerde belijden mijn standpunt te bepalen en kenbaar te maken', memoreerde hij. Het staan in de gereformeerde traditie, houdt volgens Graafland in, dat er een roeping is de gereformeerde waarheid te verdedigen. Daarbij is het van essentieel belang, vindt hij, dat dat gebeurt in een actuele ontmoeting met andersdenkenden en niet uit een pure zucht tot polemiek. In dit verband stak Graafland de hand in eigen boezem: ook hij zelf heeft meegedaan aan de 'polemiek in het luchtledige'. 'In Theologia Reformata heb ik ook zelf vrij langdurig me daarmee opgehouden, samen met anderen. Totdat ik tot de ontdekking kwam, dat degenen tot wie ik me richtte, niet aanwezig waren. Ze hoorden en lazen niets van wat wij schreven. Waarschijnlijk omdat ze het niet interessant vonden, of zichzelf helemaal niet voelden aangesproken.' Dit soort polemiek wekt volgens Graafland bovendien de suggestie dat 'het met de gereformeerde theologie wel goed zit'. 'Want rechtzinnig is toch rechtzinnig? Dat behoeft geen interne, laat staan externe verificatie. Dat laatste kon ik niet langer meer geheel voor mijn rekening nemen. Want ik ging ontdekken, dat dat gewoon niet waar is', aldus de spreker, 'die "andere" wereld, waartegen wij ons keren alsof wij er niet toe behoren, is niet zoveel "anders". Ze leeft midden onder ons, in de vorm van oppervlakkigheid of van een dode orthodoxie.' Volgens Graafland zijn vooral de orthodoxen nog steeds bezig het onheil bij de ander te zoeken en niet bij zichzelf. 'En het aangrijpende is, dat dat kan worden volgehouden juist dankzij de "belijdenis", dat men toch zo zondig en schuldig is. Dit gereformeerde adagium blijkt een uitstekend pantser te zijn om alle werkelijke toetsing van het lijf te houden.'

De gereformeerde Godgeleerdheid
Calvijns visie op 'de kerk als moeder' was voor Graafland een openbaring. Met name het functionele van het kerk-zijn met het oog op het komende Rijk van God heeft hem aangesproken. In de lijn van Calvijn kwam Kuyper tot de gedachte dat het wezen van het gereformeerde kerk-zijn lag in de plaatselijke gemeente, waar Woord en Sacrament op rechte wijze werden bediend. 'Daarom kan ik begrijpen', aldus Graafland, 'dat Kuyper niets moest hebben van het knellende synodale juk van 1816, waarin de landelijke kerk dè kerk is en de plaatselijke gemeenten zo iets als filialen van een nationaal lichaam.' Zowel bij Kuyper als bij Visscher, die in 1906 aan de wieg van de Gereformeerde Bond stond, verlegde het zwaartepunt zich van de Woordbediening naar het innerlijke leven der wedergeboorte. Visscher kon daar moeilijk mee leven, omdat naar zijn inschatting maar een heel klein deel van de gemeente wedergeboren was, zo betoogde Graafland. Ere ontstond een groep van ware belijders: de Gereformeerde Bond. Volgens Visscher zou ongetwijfeld het gereformeerde deel binnen de Hervormde Kerk groeien en de rest zou vroeg of laat afhaken of zelfs helemaal verdwijnen. Visscher had bovendien volgens Graafland een politieke bedoeling met zijn, Bond: de vrijmaking van de kerk was een politieke zaak, waarbij de overheid en zelfs de antirevolutionaire partij betrokken waren. En met de statutenwijziging van 1909, waarmee de hervormde kerk veel meer als geheel in het vizier bleef, is deze politieke factor niet gewijzigd, aldus Graafland.

Graafland pleitte ervoor in de huidige discussies over de plaats van de Gereformeerde Bond, vast te houden aan de 1909-lijn, waarin twee 'oer-gereformeerde noties' doorslaggevend zijn: ten eerste de zuivere bediening van het Woord en ten tweede het verbond, de band die God met zijn zichtbare kerk heeft gelegd en die zich concretiseert in de prediking van het Woord en de bediening van de sacramenten. Wat de gereformeerde traditie onderscheidt van andere tradities, is dat zij ernst heeft gemaakt met dit verbond, aldus Graafland. Over de vraag of voor deze noties voldoende ruimte blijft in de SoW-kerk, is hij niet optimistisch: in hun abrupte neergang zouden de Gereformeerde Kerken de Hervormde Kerk meesleuren. 'Ik vind het aangrijpend en tegelijkertijd onbegrijpelijk, dat een kerk binnen zo'n korte tijd zo volslagen ontrouw kan worden aan haar oorsprong en haar grondslag. Wat kan daar toch achter zitten?' vroeg Graafland zich af. Laten de gemeenten en de bredere verbanden in de kerk eraan denken, dat het er niet om gaat of de Gereformeerde Bond wel of niet meegaat, maar of in deze kerk nog de rechte bediening van het Woord zal plaatsvinden. Het wezen van de kerk is in het geding, waarschuwde hij.

Ambt en charisma
De studiecommissie van de Gereformeerde Bond waarin Graafland zitting had en die in 1985 het geschrift 'Man en vrouw in bijbels perspectief' samenstelde, ontdekte dat de bijbel geen uitsluitsel geeft over de vraag of alle charismata een bijbels karakter dragen. Wel concludeerde de commissie dat het diakenschap in de Schrift ook aan de vrouw wordt toegekend. 'Maar ja, omdat niet de Schrift maar onze traditie van het diaken-zijn meer een regeer- dan een dienend ambt heeft gemaakt en daarom met de andere ambten heeft genivelleerd, daarom zijn we uitgekomen op een soort compromis tussen wat bijbels gegeven is en wat in de praktijk aan wantoestand is ontstaan', aldus Graafland. Hij daagde zijn toehoorders uit om op grond van de Bijbel te weerleggen dat het bijbelse ideaal is: man en vrouw die samen, één in Christus, in de gemeente profeteren. Graafland zei de huidige anti-vrouw tendens in zijn kringen te betreuren en vroeg zich af of het in veel gevallen niet ten diepste gaat om de vrouw als zodanig, die in publieke zaken onmondig dient te blijven, dan om de vrouw in het ambt. Deze conservatieve en volgens Graafland volstrekt onbijbelse en in wezen wereldse gezindheid leidt ertoe, dat de beter opgeleide vrouwen die meer in hun tijd staan, teleurgesteld afdrijven, met alle gevolgen van dien.

Verstaan en vertolking van de Schrift
Om verschillende redenen is Graafland op zoek gegaan naar een nieuwe, gereformeerde hermeneutiek, vertelde hij. Ten eerste omdat onderzoek van de Schrift en haar bronnen veel nieuwe uitkomsten heeft opgeleverd. 'Maar tot nu toe hebben wij gedaan alsof onze neus bloedt', aldus Graafland. Gemakshalve werd ervan uitgegaan dat het wetenschappelijk onderzoek voortkwam uit een verkeerde bron, namelijk het afwijzen van de Bijbel als Gods onfeilbaar Woord. Graafland hield zijn toehoorders voor dat zij zich er niet meer aan kunnen onttrekken, 'of het moet zijn dat wij een eigenzinnige domheid verkiezen boven een echte Schriftgeleerdheid'. Bovendien constateerde Graafland dat ook gereformeerden met hun rechtzinnig geloof onbedoeld aan schriftkritiek doen, door grote delen van de Bijbel buiten beschouwing te laten en 'vele Schriftwoorden te laten buikspreken, doordat wij ze laten zeggen wat er in onze al of niet bevindelijke dogmatiek staat (…)'.
Volgens Graafland heeft het 'sola Scriptura' alleen kracht als het ook het 'tota Scriptura' is. Dan blijkt ze een onuitputtelijke goudmijn te zijn, die behalve de oude maar nooit verouderde ook nieuwe schatten voorbrengt, verrassend en vernieuwend, zèlfs voor een oude traditie als de gereformeerde is.'

(Hervormd Persbureau)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 januari 1993

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Graafland: gereformeerde theologie heeft toetsing nodig

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 januari 1993

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's