Tussenorde gewijzigd: ELK wat wils
Zaterdag 16 januari vergaderde de zgn. kleine synode van de drie SoW-kerken in het centrum Hydepark te Doorn. De kleine synode van de gezamenlijke vergadering van synoden bestaat uit leden van de brede moderamina, en is ingesteld om maatregelen te treffen die nodig zijn voor de voortgang van het proces van vereniging, het beoordelen van de voortgangsrapportages van de Raad van Deputaten SoW, alsmede het vaststellen van interim-regelingen.
In deze vergadering werd het werkverslag over de periode 1 oktober 1990-1 juni 1992 van de Raad van Deputaten besproken en aanvaard. Het zal duidelijk zijn dat er juist in deze verslagperiode van veel en velerlei aktiviteiten sprake was. In de afgelopen periode is ook de Evangelisch-Lutherse Kerk (ELK) in het proces betrokken. In het verslag werd hierover o.a. opgemerkt: 'De bij de Leuenbergse geloofsgesprekken gebleken overeenkomst tussen lutheranen en calvinisten is nu nationaal grond geworden voor het samengaan.' Mijnerzijds is hierbij de opmerking geplaatst of deze uitspraak niet al te stellig was.
Bij alle rapportages over de zeer goede voortgang van het proces vermeldde het werkverslag ook: 'En verder is het met de vordering van het proces noodzakelijk om in de gaten te houden, dat er recht wordt gedaan aan gemeenten die grote aarzelingen hebben t.a.v. SoW. De Raad is ook stem voor hen, want zij behartigt geen eigen belangen, maar is het aan de kerken verplicht vormen te zoeken die ruimte vragen voor afwijkende vormen van participatie.' Op mijn vraag of dit laatste wel voldoende aandacht krijgt, antwoordde ds. B. Wallet dat de Raad zich ervoor in wil zetten om voor iedere gemeente ruimte te ontwikkelen om optimaal te kunnen funktioneren. Gelukkig bleek de Raad bereid om een opmerking uit het rapport terug te nemen waarbij niet-participerende gemeenten werden aangeduid als 'elkaar beconcurrerende religieuze supermarkten'.
Ook kwam aan de orde de toekomstige plaats en funktie van de Raad. Nu de kleine synode is ingesteld, de belangrijkste werkgroepen Kerkorde en Bovenplaatselijke organisatie rechtstreeks onder de verantwoordelijkheid van de moderamina fungeren en enkele werkgroepen te slapen zijn gelegd, zou verwacht kunnen worden dat de werkzaamheden van de Raad van Deputaten zouden worden afgebouwd. Bij kontinuering zou er een min of meer zelfstandig orgaan blijven funktioneren naast de ambtelijke vergaderingen.
Daarbij zou een kompetitiestrijd over verantwoordelijkheden niet ondenkbaar zijn.
Desondanks heeft de kleine synode met de grootst mogelijke meerderheid besloten dat de Raad van Deputaten SoW wordt gekontinueerd. Overwegingen hierbij waren o.a.:
– het is van belang dat een van de beleidsorganen van de drie betrokken kerkgemeenschappen onafhankelijk orgaan de nu aan de Raad toebedeelde voortstuwende functie vervult;
– deze voortstuwende functie zal ook na de vereniging van de drie betrokken kerkgemeenschappen nog vervuld dienen te worden met het oog op de ineensmelting op plaatselijk vlak.
Voorts stonden een aantal voorstellen tot wijziging van de Tussenorde op de agenda. De Tussenorde bevat regels voor gefedereerde gemeenten. Door de toetreding van de ELK moest de gehele regeling daarop worden aangepast. Dit onderwerp leek onschuldig. Zelfs als we weinig heil zien in het huidige SoW-proces, dan nog moeten er goede regelingen zijn voor gemeenten die wel federeren. Ook het Hervormd Weekbulletin gaf aan dat de voorgestelde wijzigingen inhoudelijk niet ingrijpend waren. Nadere bestudering leidde mijnerzijds tot de konklusie dat er opnieuw een wissel wordt gepasseerd.
Bij de interimregeling werd ten aanzien van de dienst des Woords het 'opzicht' gewijzigd in 'verantwoordelijkheid'. In de toelichting stond vermeld dat 'het woord opzicht in evangelisch-lutherse kring misverstand wekt'.
In de huidige regeling staat met betrekking tot de openbare belijdenis des geloofs dat de kerkeraden met het oog op de toelating een gesprek voeren over hun beweegredenen en hun leer en leven. Volgens de toelichting leest de ELK hierin een voorschrift tot het oefenen van levenslucht nog voordat er iets tuchtwaardigs is gedaan. Dit betekent dat de woorden 'over hun beweegredenen en hun leer en leven' zijn geschrapt. Daarmee ontstaat de merkwaardige situatie dat iets volstrekt vanzelfsprekends wordt voorgeschreven, namelijk het voeren van een gesprek. De inhoud van dat gesprek wordt aan eigen willekeur overgelaten. Hier gebeurt wat ook bij het konsept Kerkorde terzake van het huwelijk heeft plaatsgevonden: als we het over iets niet eens kunnen worden laten we het weg. In art. 11 staat de bepaling dat predikanten en andere voorgangers overeenkomstig de aan hen in hun eigen kerkgemeenschap verleende bevoegdheden in gemeenschappelijke kerkdiensten kunnen voorgaan. Het woord 'overeenkomstig' is nu vervangen door 'met gebruikmaking van'. Dit lijkt mij opnieuw een verzwakking. Met gebruikmaking van is immers veel globaler dan overeenkomstig, zoals uit het volgende voorbeeld blijkt.
Indien een politie-agent handelend optreedt bij een ordeverstoring maakt hij gebruik van zijn bevoegdheid; als hij te snel zijn pistool gebruikt is dat niet in overeenstemming met zijn bevoegdheid. Wat we in het maatschappelijk leven normaal achten, is in de kerk blijkbaar te knellend.
Tenslotte noem ik nog artikel 3 betreffende attestaties. In de huidige regeling wordt bijbeen verklaring van lidmaatschap waarbij een kerkelijke tuchtmaatregel werd toegepast, aan de geadresseerde kerkeraad 'het opzicht over de naleving' overgedragen. Thans is dit zodanig gewijzigd dat slechts 'de zorg over de naleving' wordt overgedragen.
Maken we ons teveel zorg over deze wijzigingen? Anderen vonden ze belangrijk genoeg om ze door te voeren, dus wij mogen ze daarmee eveneens belangrijk vinden. Mijn zorg dat thans alles wat riekt naar opzicht en tucht wordt weggemasseerd, werd fel bestreden door kerkrechtadviseur drs. L.C. van Drimmelen. Volgens hem blijft iedere kerk opzicht en tucht uitoefenen overeenkomstig de eigen kerkordelijke bepaling, en waren de aanpassingen van de tekst alleen noodzakelijk voor het bereiken van overeenstemming met de ELK.
Met dit laatste werd me duidelijk wat de Raad van Deputaten wellicht bedoelde met de volgende opmerking in het werkverslag: 'De betrokkenheid van de lutheranen bij SoW is groter dan de omvang van deze kerkgemeenschap zou doen vermoeden'.
B. van Bokhoven, Linschoten
Lid breed moderamen NHK
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 januari 1993
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 januari 1993
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's