De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Torenspitsen-gemeenteflitsen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Torenspitsen-gemeenteflitsen

9 minuten leestijd

HEINENOORD
Onder de rook van Rotterdam, in het agrarische deel van de Zuidhollandse eilanden, vinden we het oude dorp Heinenoord. De naam Heinenoord, Heykensorde, komen we in 1314 al tegen in een brief. Al eerder wordt gesproken over het 'land van Wale' en wordt in een elfde-eeuwse 'giftbrief' van Keizer Hendrik IV aan Adelbold bisschop van Utrecht vermeld. De naam Heinenoord zou als volgt kunnen zijn ontstaan: Heyn, naar een zekere heer Heyne of Hendrik van Althena. Ort of oord duidt in dit geval op aanwezige aanwassen en gorzen. In 1369 krijgt Wouter van der Wale, burgemeester van Dordrecht, enige rechten in deze omgeving. In een brief aan hem van heer Willem van Hoorne van Althena lezen we:
'…Everocker tot Heynkens-ort toe… In oirconcen der waerheyt soo hebben wy onsen zegel hier aen gehangen in tJaer ons Heeren Duysent drie honden negen ende-tsestigh des Sondaghs naer Sinte Maertens Dach'.
Ook is er in die tijd al sprake van een kapel of kerk in Heinenoord. Volgens verschillende bronnen moet er voor de Sint Elisabethsvloed, die was in de nacht van 18 op 19 november 1421, al een kerk of kapel geweest zijn. Het is heel goed mogelijk dat de kerk van Heinenoord, zoals die er nu staat, gebouwd is op oudere funderingen. Tijdens de restauratie van de kerk, die duurde van 1968 tot en met 1974 zijn er namelijk in het koor van de bestaande kerk fresco's aangetroffen die duiden op twee verschillende stijlperioden. Helaas waren deze in zo'n slechte staat dat ze niet gerestaureerd konden worden. Ten tweede loopt de fundering van het koor een heel eind door in het schip van de kerk, hetgeen erop zou kunnen duiden dat dit koor vroeger groter is geweest, en waarschijnlijk een kapel. Temeer ook daar er reeds eerder bewoning en bebouwing in deze streek was, getuigende de eerste bedijkingen (1243, 1369). De ouderdom van de bestaande kerk zou af te leiden zijn van de oudste grafzerk die zich in het koor bevindt en als randschrift draagt:
'Jonfrou Jan Jan vander Lee wijf wa hee Dirc dochte 'van Ecgmot die staf ji iaer MCCCCXLIII op sinte Labrechtdagh. Hier leit begu's Jan vander Leck en starf int iaer MCCCC ende LXXII op te XXII ste'
Op deze zerk staan een jonkvrouw en een ridder, beide met gevouwen handen, met aan de voeten van de ridder een staande hond als teken van trouw. Boven de ridder een kroon met parels met daaronder een wapenschild met drie halve manen. Boven de jonkvrouw zien we een engelenfiguur, dragende het wapen van Egmont.
Uit voorgaande blijkt wel dat de kerk in eerste instantie bedoeld was voor de rooms-katholieke eredienst, hij komt dan ook in 1450 voor als parochiekerk in het decanaat Zuid-Holland. Ook in de rekening van het officiaal van de Utrechtse Dom komen we de namen van Johannes de Doper (lohis Baptiste) en Heynkensoirt tegen. Een fresco van Johannes de Dooper vinden we links van de kansel. Met de Reformatie in 1572 ging ook Heinenoord, zij het op wat brute wijze, mee. De laatste pastoor van Heinenoord, Andries Woutersz, werd op 9 juli 1572 met nog achttien andere geestelijken door de geuzenleider Lumey in de schuur van het klooster Rogge, nabij Brielle, gemarteld en opgehangen. In het boekje 'Historie van de Martelaren van Gorcum' schrijft Guil. Estius (Willem Est) over Andries Woutersz het volgende:
'…in zijne herderlijke bedieninge niet zeer kuys en niet zonder openbaare ontstichtinge had geleefd, zoo is hem nochtans door eene wonderbaare en zonderlinge goedertierenheijt van Godt, wien het niet moeijelijk is iemand, die arm van deugden is, schielijk door de giften zijner genade te verrijken, uyt den drek der vleesselijke zonden uyt te trekken en op te beuren en nevens de Princen van zijn volk te doen zitten…'
De eerste predikant van Heinenoord was een zekere Hermannus (1575-1578), waarschijnlijk een rooms-katholiek geestelijke, die met de Hervorming was meegegaan. Verschillende dingen die aan de rooms-katholieke eredienst herinnerden werden in het koor van de kerk begraven. In 1793 schrijft de stads- en dorpsbeschrijver Van Ollefen onder andere:
'…eenige jaaren geleden dolf men, bij gelegenheid van 't maaken van een graft in 't zelve choor, verscheide overblijfselen van 't oude bijgeloof uit den grond, onder andere een stuk van een autaar (altaar)…'
Ook tijdens de laatste restauratie zijn diverse restanten teruggevonden. Ook kwamen de bestaande beeldnissen en piscine met de restauratie weer te voorschijn en zijn in hun oorspronkelijke staat teruggebracht.
De kerk zelf, die we via een scheve toren binnenkomen, bevat verschillende dingen die aan die Reformatie en de beginperiode daarvan herinneren. Ten eerste komen we in de toren de predikantenborden tegen, waarvan de oudste begint bij Gijsbertus van Crimpen, bev. 28 mei 1707. Er is nog een ouder bord, (waar het op dit moment is, is mij niet bekend), waarop zich een voor-reformatorische schildering bevindt, die begon met de naam van de eerder genoemde Hermannus. In de kerk zelf vindt men tegen de zuidgevel de kansel. Deze dateert uit de eerste helft van de zeventiende eeuw en is gemaakt door
'Cornelis Leendertsz., schrijnwercker betaelt voor den predicantsstoell te maecken en 't verhemelte ƒ 70 : 0 : 0…'
Ook werd ƒ 71 : 0 : 0 betaald aan Lijsbets Everts voor geleverd hout en Thomas Hartogh heeft het gestoelte 'geverwt'. Het schip en het koor worden gescheiden door een koorhek, dat bij de restauratie opnieuw is aangebracht. Boven het koorhek bevindt zich een balk, waarop de volgende tekst zou kunnen staan:
' o (mens), wilt niet wanhopen, want Gods barmhartigheid (blijf)t altijd (bestaan).
De tussen haakjes geplaatste letters zijn niet meer leesbaar, daar deze balk in 1806 gebruikt is als fundering voor het vorige orgel. Tegen de oost- en noordwand van de kerk bevinden zich verschillende herenbanken uit 1666. Van enkele van deze lezen we:
'soo ist gebeurt dat de magistraet van Heijnenoort end den kerkenraet vande zelfde plaetse, als mede de gerechten van heijnenoort-godtschalxoort, end andere particuliere leden end liefhebbers, van den welstant end opbouw van godshuijs, aenmerckenden den slechten staet van de sitplaetsen in de kercke, sijn bewogen geworden, een sekere sommegelts uijt ijgene en vrijwillige mildaadicheijt te vereeren tot dienst van de kerkcke opdat dear voor bequaeme sitplaetsen mochten gemeackt worden, ende dat de kerkcke alsoo in een goeden gestalte en orden mochten gereacken…'
Eveneens op de noord- en westgevel bevinden zich enkele fresco's. Deze zijn met de laatste restauratie blootgelegd. Op de westgevel staat St. Joris afgebeeld, verder op de noordgevel van west naar oost. St. Cornelius, St. Dympha, twee apostelen en de kruisfiguur St. Wilgefortis. Het zou in dit verband te ver voeren hierover uitgebreid te schrijven.
Voor de begeleiding van de gemeentezang werd er in 1805 een orgel 'gesticht', dat men kocht in Sommelsdijk door bemiddeling van 'Isaak Reichner, l'orgelmaker in S'Hage'. We lezen over dat orgel dat het
'… eene schone vertoning maakt, en een zeer aangenaam geluid geeft…'
Het was het eerste orgel, dat in de Hoeksche Waard geplaatst werd en er was zoveel belangstelling voor, dat
'... ons Kerkgebouw de toegevloeide schaar niet kon bevatten…'
De predikant, dominee De la Verge heeft er een fraai gedicht bij gemaakt, dat tot aan de restauratie onder het orgel hing. Men had echter niet veel plezier van het instrument en na veel reparaties en andere onkosten werd er in 1887 een nieuw instrument gebouwd door A. van den Haspel, orgelmaker in Rotterdam. Dit instrument heeft tot aan de restauratie dienst gedaan. Maar ook dit orgel had veel gebreken en er werd besloten om naar een ander instrument uit te kijken. Dat werd uiteindelijk in het inmiddels afgebroken 'jutterskerkje' van Oterdum (Groningen) gevonden. Dit in 1854-1855 door C.W. Lohman gebouwde orgel werd overgebracht naar Heinenoord en uitgebreid met een vrij pedaal. We hebben er een schitterend instrument aan gekregen, waar regelmatig concerten op gegeven worden. Ook de akoestiek van de kerk leent zich hiervoor voortreffelijk.
Kijken we nog even in het koor van de kerk, dan vinden we daar diverse oude grafzerken, waarvan de (eerder genoemde) zerk van Jan Jan vander Leck de oudste is. Naast het koor zijn tijdens de restauratie een consistorie, keuken en een C.V.-ruimte gebouwd. Er zijn nu ver gevorderde plannen om er wat zaaltjes bij te bouwen, zodat ook de jeugd haar eigen onderkomen krijgt.
Begonnen we onze beschrijving bij de toren, we eindigen er ook. We schreven al eerder dat de toren behoorlijk scheef staat, om precies te zijn is de toren zes graden en vijftien seconden verzakt, hetgeen iets meer is dan de bekende toren van Pisa. Men heeft in de loop der eeuwen van alles geprobeerd om dit tegen te gaan, maar pas sinds 1969, toen er diverse palen onder zijn gepulst, de fundering vernieuwd en verstevigd is, hopen we dat ook hieraan een eind gekomen is.
Kijken we dan zo rond in de toren en we zien daar de naamlijsten van al die predikanten, die hier Gods Woord, elk op zijn wijze vertolkte, dan wordt men even stil. Als we denken aan Schepens, die zijn ontslag kreeg. Tijmaker was te remonstrants, Hendrik Pierson, de stichter van de Pierson vereniging, dichter van gezang 130, dominee Talma, indiener een groot aantal sociale wetten. En zoveel andere namen, die niet bekend geworden zijn, maar die tot op de dag van vandaag met hun eigen gaven Gods onvervalste Woord en het Evangelie van Christus doorgeven. Of, zoals het opschrift op de luidklok zegt:
Het Woord des Heeren blijft tot in der eeuwigheid 1694-1943-1948'. (De oude klok die door de Duitsers in 1944 in beslag genomen is, droeg als opschrift:
'Verbum Domini manet in aeternum – me fecit I. Ouderogge Rotterdam 1694').
Daarvoor, om dat Woord te verkondigen, werd deze kerk gesticht zoveel eeuwen geleden. Daarvoor gaf ons voorgeslacht tijdens de Reformatie goed en bloed, opdat wij nu in vrede en rust naar dat onfeilbaar Woord kunnen luisteren en het ook aannemen.

A.J. den Boer

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 januari 1993

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Torenspitsen-gemeenteflitsen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 januari 1993

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's