Raken wij iets kwijt?
Over schuldbesef (6)
Wat betekent het als iemand zegt: bij mij is de kennis van zonde nog niet diep genoeg? In een vorig artikel gaf ik daarop als antwoord: men mist nog altijd een levende zondekennis. Want wanneer die werkelijk aanwezig is zal zo'n vraag niet gesteld worden. De nood van een levende kennis van de zonde is zo groot dat men aan zo'n vraag niet toekomt.
Nu kan ik mij voorstellen dat iemand vraagt: 'Maar wat is dan een levende kennis van de zonde? Hoe ziet die eruit?' Het is het diepe besef dat men tegen een heilig en rechtvaardig God gezondigd heeft. De pijn daarvan in het hart is zeer groot. Het is alsof het hart met een mes doorstoken wordt. Van de mensen die op de eerste Pinksterdag door de preek van Petrus getroffen waren, lezen wij dat zij verslagen van hart waren. Letterlijk staat er, dat hun harten door vlijmscherpe messen werden doorpriemd. 't Geeft een pijn in het hart die niet uit te houden is. Er blijft slechts één uitweg: de toevlucht nemen tot Jezus Christus! Men weet heel goed, dat de relatie met God hersteld móet worden. En die kan alleen maar hersteld worden door zich te laten zinken en zakken op het volbrachte werk van Christus.
Vergeving
Zondebesef en schuldbesef deden de vromen van de oude dag niet enkel vragen naar de reiniging van het hart, doch niet minder naar vergeving, naar herstel van de rechte betrekking tussen God en ons. Zij werden verootmoedigd èn zij verootmoedigden zich. Zij waren in voortdurend gebed voor het aangezicht des Heeren te vinden. Zij deden belijdenis van hun overtredingen.
't Is mij al eens meer opgevallen, dat in de tijd van de reformatie het zondebesef zich verdiepte tot een geweldig schuldbesef. Men zou bijna zeggen dat het een kenmerk voor de reformatie is geweest. 't Heeft ongetwijfeld te maken met de radicaliteit van de prediking.
De hoorders werden niet opgebouwd in allerlei gestalten, maar men werd in de verkondiging als een goddeloze voor Gods aangezicht gesteld. Tengevolge daarvan brak niet alleen een zondebesef door, doch ook een schuldbesef. Dat had weer als gevolg dat allerwege de vraag naar Gods genade doorbrak. Een honger en een dorst naar het Evangelie werd geboren. Geen overheid of kerk kon die honger en dorst onderdrukken.
Hoe ver staan wij van dit alles af! Neen, ik verheerlijk het verleden niet. Maar toch… wat weten wij eigenlijk nog van dit alles? En waar hoort men nog dat er geworsteld wordt in de binnenkamer?
Jazeker, er wordt nog wel tot God geroepen, maar wat wordt er weinig uit de diepte geroepen om vergeving en genade, om het herstel van die innige gemeenschap met God, die toch in het verbond begrepen is.
Men is vaak vreemd aan dat heimwee en verlangen dat in Psalm 42 zo treffend spreekt: Mijn ziel dorst naar God, naar de levende God.
Het is mede daardoor, dat men zo vreemd is aan die geloofszekerheid, waarmee David in Psalm 32 zegt: 'en Gij vergaaft de ongerechtigheid mijner zonde,' Wat hij zegt is de taal van het geloof. Krachtig en verzekerd. Hij zegt niet: 'misschien is het zo geweest dat God de ongerechtigheid van mijn zonde vergaf.' Neen, David twijfelt er géén moment aan. Het is zó; punt uit.
Maar hoe wist hij dat zó zeker? Hoe wist hij met heel z'n hart, dat zijn zonden vergeven waren en dat God hem in genade had aangenomen? Misschien dat wij het jammer vinden, maar David heeft het niet nodig gevonden om ons daarvan een verklaring te geven. Het enige dat hij ons meedeelt is dat hij heel zeker weet, dat God de Heere hem zijn zonden vergeven had.
Hij wist zich weer opgenomen in de gemeenschap Gods. De liefde en de genade Gods waren uitgestort in zijn hart. Dit te weten is ons genoeg!
't Is ook niet altijd nodig om in details te treden. De 'weg' waarlangs vergeving wordt ontvangen kan voor de één anders zijn dan voor de ander. Wat dat betreft moeten wij de Heere maar geen wegen voorschrijven. Vrij en vrijmachtig gaat Hij Zijn weg met ieder mensenkind.
Er zijn geen twee wegen gelijk. L. Vroegindeweij gebruikte in dit verband nog wel eens het beeld van de bladeren aan een boom. Zoals er geen twee bladeren aan een boom precies hetzelfde zijn, zó is de weg die de Heere met een ieder gaat ook niet dezelfde. De weg waarlangs vergeving wordt ontvangen kan al heel verschillend zijn, maar óók de mate waarin die wordt gekend, gesmaakt en geproefd. Vergeving is vergeving! Toch heeft de moordenaar op het kruis die anders ervaren dan Paulus. Ook daarin wordt de trap en de maat door de Heere bepaald. 't Zelfde geldt ook voor het zondebesef en de schuldbelijdenis. Laten wij voorzichtig zijn met het gebruiken van de meetlat. Niet alleen voor onszelf, doch ook voor anderen. De Heere weet wel wàt een ieder en hóeveel een ieder moet kennen. Laat Hij maar soeverein Zijn gang gaan.
Armoe
In het bovenstaande attendeerde ik reeds op het feit dat onze tijd toch enigermate getuigt van een geestelijke armoede van de kerken en de christenen. Wie over dit alles meer wil lezen, kope en leze het boekje van C. Graafland 'Gereformeerden op zoek naar God'. Ook de paperback van de hand van ir. J. v.d. Graaf: 'Gebeurt er nog iets', waar ik in mijn eerste artikel reeds heenwees, geeft het een en ander weer van de geestelijke armoede waarin wij verkeren. Nu is het niet mijn bedoeling om te gaan herhalen wat er in beide geschriften staat geschreven. De geestelijke armoede wordt er voldoende aangetoond en geanalyseerd. Het enige wat ik ervan zeg, is dat wij niet God de schuld van deze geestelijke armoede gaan geven. De Heere is niet veranderd. En ook mag men maar niet zeggen dat de oorzaak van die armoede ligt bij de Heilige Geest alsof Hij Zijn werk niet meer zou volbrengen.
Veeleer hebben wij de hand in eigen boezem te steken en ten diepste ons te verootmoedigen, omdat wij in plaats van goede druiven stinkende vruchten hebben voortgebracht.
Maar waar wij ons vooral voor moeten hoeden is het feit dat wij onze armoede gaan verbergen. Hoe dat gedaan kan worden? Dit kan gebeuren als wij het ware geloof gaan kleineren door met veel verve te beweren dat een beginseltje van het geloof toch eigenlijk genoeg is tot zaligheid. Wanneer de vraag: met hoe weinig kan ik toe? tenslotte de regel van ons leven gaat vormen, zinken wij hoe langer hoe dieper in de modder weg.
Nu weet ik ook wel, dat een beginseltje van het geloof al groot is. Alles wat komt uit het volbrachte werk van Christus op het kruis is groot. Het is bovendien vol- en volmaakt. Toch moet men niet zo klein over de Heere denken alsof er bij Hem niet veel meer zou zijn en alsof Hij niet veel meer zou willen schenken.
Onze Nederlandse Geloofsbelijdenis zegt zo prachtig in artikel 1 dat God een fontein is van alle goed. Een fontein die altijd opgeeft en nooit opdroogt. Een fontein waaraan zondaren hun dorst mogen lessen en wel op zo'n wijze dat zij geen dorst behoeven te lijden. Het moge dierbaar klinken om met allerlei verkleinwoordjes te spreken zoals beginseltje etc, maar Bijbels is het niet. Ook spreekt onze Heidelberger niet over een beginseltje van gehoorzaamheid, doch over een beginsel daarvan. Wij moeten maar Bijbels denken èn Bijbels spreken. Wie de eerste beginselen mag kennen, wordt niet aangespoord om daarbij te blijven, doch men hoort de apostel zeggen: 'Wast op in de kennis en de genade van onze Heere Jezus Christus'.
Alle dierbaarheden en stichtelijkheden moeten contrabande zijn als zij de doorwerking van het geloof in de weg staan.
'k Wil met dit alles maar zeggen, dat wij wel klein van onszelf mogen denken (trouwens dat behoort bij de verootmoediging), maar groot, heel groot van de Heere. Hij is groot van goedertierenheid.
Tijd
Zal men altijd weten, wanneer de zonden vergeven zijn? Het tijdstip? 't Zal waar zijn, dat sommigen dit precies weten. Ik las bij iemand: 'Na een lange en bange worsteling brak het licht door; des nachts om tien minuten over één vergaf God mij mijn zonden'.
Wanneer men dit zo leest, kijkt men toch even vreemd op. Juist op het moment dat de Heere overkwam met Zijn genade keek men op de klok. Niettemin twijfel ik er niet aan òf dit is echt gebeurd. Trouwens, ook in de Schrift lezen wij wel dat mensen bij iets heel bijzonders in hun leven op de klok gekeken hebben. Ik denk bijvoorbeeld aan Johannes, de discipel, in Johannes 1.
Toch mag dit niet als een criterium gesteld worden. Zeker mag men niet zeggen, dat de vergeving niet echt is als men niet plaats en tijd weet aan te wijzen waar men die vergeving heeft ontvangen.
Zoals de schuldbelijdenis niet altijd met grote schokken gepaard behoeft te gaan en zich zeker niet altijd in een oogwenk voltrekt, zo is het ook gesteld met de vergeving der zonden. Zij voltrekt zich niet procesmatig.
Inderdaad, er zijn mensen die precies tijd en plaats weten aan te wijzen waar de zoete vergeving werd gesmaakt en de Heere alle schuld van ze wegnam. Maar er zijn méér mensen die dit niet weten en die toch mogen weten, dat Jezus Christus hun enige troost is in het leven en in het sterven.
Ook al weten zij geen tijd aan te wijzen, toch mogen zij weten dat zij door een oprecht geloof Jezus Christus zijn ingelijfd. 't Mag er dan weliswaar niet alles zo spectaculair aan toe zijn gegaan als bij anderen die wel tijd en plaats weten aan te wijzen, maar 't is wel echt. Want hoe weten zij dat het echt is? Dat weten zij door de Heilige Geest. Hij was het die zonde- en schuldbesef werkte, maar Hij was het ook die het nieuwe leven, aanbracht in hun hart.
Nogmaals: laat tijd en plaats nooit een criterium zijn. 't Moge mooi zijn als men dit mag weten, maar 't is ook weer betrekkelijk. Want de herinnering aan tijd en plaats kan vervagen bij het ouder worden. 't Kan zelfs totaal verdwijnen tengevolge van dementie. Wat is er dan van belang? Dat de 'staat' vastligt in Christus. Niets anders!
'k Heb dit alles enigszins opzettelijk geschreven, omdat in het pastoraat mensen worden aangetroffen die hiermee bezig zijn.
Schuldbelijdenis voor anderen
Uitvoerig heb ik tot nu toe geschreven over de schuldbelijdenis voor God alsmede over de vergeving. Echter… heeft dit alles ook nog gevolgen voor anderen? Wanneer men met God verzoend is, kan men dan onverzoend met de naaste blijven voortleven? Kunnen allerlei onverkwikkelijke kwesties blijven voortwoekeren? Daarover in een slotartikel wat meer.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 januari 1993
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 januari 1993
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's